Kan een raadslid wel 100% integer zijn?

Goed bestuur is integer bestuur. Dat betekent ook dat integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid is van de individuele politieke ambtsdragers, het dient tevens een gezamenlijk belang. Integriteitskwesties schaden immers het hele aangezicht van de politiek. Gedoe straalt op ons allemaal af.

Het gebeurt weinig, maar als het gebeurt is het groot nieuws. Een raadslid dat illegaal arbeidsmigranten huisvest, of een die iemand die werkzaam is in een industrie waar zijn voor-stem van profiteert. Of die Gedeputeerde die als ‘cadeautje’ zijn naam op een trein krijgt terwijl er nog over een concessie moet worden onderhandeld.

Altijd op de loer

Integriteitskwesties raken de democratie diep. Ze schenden het vertrouwen van de samenleving dat de overheid zonder vooringenomenheid of andere belangen dan het algemeen belang besluiten neemt. Toch krijgt iedere volksvertegenwoordiger te maken met integriteitsdilemma’s. Bij de voorbeelden hierboven – die zich allemaal in een kort tijdsbestek afspeelden – is het achteraf makkelijk uit te leggen dat deze situaties voorkomen hadden moeten worden. Even wat langer nadenken voordat je ‘ja’ zegt. Of aan anderen om reflectie vragen. En vooral: niet te eigenwijs doen.

Waarom is integriteit in de politiek zo ingewikkeld?

Maar dat is moeilijker dan het lijkt. Vooral omdat integriteitskwesties voor iedere politicus op de loer liggen. Meestal als kleine en onschuldig ogende zaken. Zoals een goede vriend of partijgenoot die met de beste bedoelingen een beroep op je doet maar je toch verleid om zelf het voorstel eens bij de portefeuillehouder op tafel te leggen. De oud-waterpoloër die door de club wordt gevraagd toch ‘even mee te lezen’ in de offerte voor het nieuwe zwembad. Zelfs kwesties die je uit de opperste overtuiging doen, kunnen wanneer je niet voorzichtig genoeg bent in je gezicht ontploffen.

Integriteit als rolconflict

Integriteit in het politieke ambt heeft een bijzondere plaats binnen de ethiek. Daar waar de beeldvorming omtrent integriteit vaak erg zwart-wit is, zijn de dilemma’s voor politieke ambtsdragers een grijs gebied.

Want, wanneer en waar ligt de grens tussen een goed netwerk en persoonlijke belangen? Een raadslid met een grote achterban brengt juist de verhalen binnen die onderdeel uit moeten maken van de democratische besluitvorming. Of agendeert actuele en urgente kwesties. Raadsleden horen juist actieve burgers te zijn met eigenbelangen in de samenleving.

Juist dit actieve burgerschap, met de bijbehorende rollen levert het eerste aspect van integriteit op: rolconflicten. Ze zijn voor een volksvertegenwoordiger niet alleen onvermijdelijk — ze zijn eigenlijk gewenst. Immers, een goed geïnformeerd en betrokken raadslid is ook een aanwinst voor het functioneren van de democratische besluitvorming.

Het is wel van belang de rolscheiding duidelijk te maken. De meeste integriteitskwesties ontstonden omdat politieke ambtsdragers onduidelijk waren over hun meerdere belangen, niet konden uitleggen waarom het ‘niet raar’ is dat er nu eenmaal meerdere belangen spelen en – vooral – niet duidelijk maakten hoe ze de verschillende belangen zelf hebben afgewogen. Ook als dit geen directe belangen zijn, maar belangen van een familielid of zelfs de organisatie waar het raads- of Statenlid werkt. Bijvoorbeeld als je er wel werkt, maar geen direct invloed het op het beleid van de onderneming of organisatie, zoals een suppoost die meestemt over het museumbeleid.

Mentale weerbaarheid

Zo brengt het actief burgerschap van volksvertegenwoordigers nog een tweede risico met zich mee: een netwerk. De voordelen daarvan zijn evident, het risico ontstaat wanneer deze achterban een beroep doet op de politicus. Die oproep is meestal oprecht, maar kan er wel toe leiden dat een raadslid of Statenlid zich in een positie bevindt dat hij tegen voormalige groepsgenoten ‘nee’ moet zeggen.

Dat kan lastig zijn, zeker wanneer je als lid van de samenleving de wens goed begrijpt (en hem misschien wel deelt) maar je door je nieuwe verantwoordelijkheden als lid van het hoogste orgaan van de gemeente of provincie niet onbeperkt een lobby kan uitvoeren. De mentale weerbaarheid om dan bestand te zijn tegen een emotionele of misschien zelfs wel dreigende oproep is een beschermingsmaatregel van de integriteit van het openbaar bestuur. En de erkenning dat van raads- en Statenleden wordt verwacht dat ze er naast het volksvertegenwoordigersschap ook een leven met beide benen in de samenleving die ze vertegenwoordigen op nahouden.

Raadsleden zijn ook maar mensen

Ook dat brengt een risico mee. En tegenwoordig is dat risico groter dan anders. Wanneer een raadslid vroeger een keer dronken over straat zwalkte bleef het anoniem. Tegenwoordig ben je in een mum van tijd viraal op twitter of haal je Geen Stijl.

Raadsleden liggen vaker en steeds meer onder een vergrootglas. Bijna 90 procent van alle Nederlanders vindt dat lokale politici een voorbeeldfunctie hebben — ook de media houdt hen nauwlettend in de gaten. Je moet je er als volksvertegenwoordiger steeds meer van bewust zijn dat het lid zijn van een hoogste bestuursorgaan ook betekent dat je een publieke rol hebt.

Het gevaar ervan is dat volksvertegenwoordigers té voorzichtig worden. Bijvoorbeeld door afstand te doen van andere rollen. Geen kantinediensten meer draaien, zich niet meer vertonen op de buurtbarbecue of eigenlijk zich helemaal maar afzonderen. Wat natuurlijk net zo onwenselijk is.

Decorum

De essentie van democratie is juist dat politiek bedreven wordt door ‘gewone mensen’. Hun ambities, passies en ervaringen zijn nodig. Het directe gevolg ervan is dat raadsleden zich als mensen gaan gedragen. Ook in het debat. En boos of onredelijk worden.

Op zich is dat niet direct een punt. Politieke besluitvorming kan het zelfs nodig hebben dat ze met oplopende emoties wordt bedreven. Het wordt ingewikkeld wanneer deze emoties tot gevolg hebben dat de leden niet meer naar elkaar luisteren of – zoals dat heet, op de man spelen.

De essentie van een politiek debat is immers dat mensen vanuit een meningsverschil op elkaars standpunten ingaan. Helaas zijn er raden (en Staten) waar de emoties ervoor zorgen dat het niet meer lukt. In een enkel geval gaat dat zelfs gepaard met onparlementair gedrag en onparlementair taalgebruik.

Dit heeft direct effect op de legitimiteit van de politieke besluiten. Een gemeenteraad die ruziënd over de vloer rolt komt nu eenmaal minder geloofwaardig voor dan een raad waar fatsoenlijk op de inhoud wordt gedebatteerd. En een afgewogen besluit wordt genomen waar de inwoners van de gemeente of provincie zich in herkennen.