Een ambtenaar die zich voor de rechter moet verantwoorden wegens het schenden van het ambtsgeheim: in Nederland komt dat nauwelijks voor. Toch staat deze week de voormalige woordvoerder van oud-Kamervoorzitter Vera Bergkamp terecht. Justitie verdenkt haar van het lekken van vertrouwelijke informatie over het onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag van Bergkamps voorganger, Khadija Arib. De zaak is niet alleen juridisch, maar ook politiek beladen.
De kwestie begon in september 2022, toen NRC onthulde dat het presidium van de Tweede Kamer een onderzoek wilde instellen naar Aribs functioneren als Kamervoorzitter. Journalisten hadden vertrouwelijke documenten ingezien, waarop het presidium aangifte deed van lekken. De Rijksrecherche sloot de betrokkenheid van Kamerleden uit en richtte zich op de toenmalige voorlichter van Bergkamp, die nu vervolgd wordt.
Volgens integriteitsexpert John Bijl is de kans dat lekken wordt bestraft klein. ‘De afgelopen jaren zijn enkele gemeenteambtenaren en een raadslid vervolgd voor het doorspelen van geheime informatie, maar dat leidt zelden tot een rechtszaak.’ Wat deze zaak extra opmerkelijk maakt, is dat het draait om een medewerker van de Tweede Kamer. ‘Kamerleden en bewindspersonen hebben een aparte juridische positie: alleen de procureur-generaal bij de Hoge Raad mag hen vervolgen.’
De vraag die in de rechtszaal centraal staat, is de motivatie achter het lek. ‘Er zijn drie soorten lekken’, zegt Bijl. ‘Sommigen doen het uit eigenbelang of vriendjespolitiek, anderen vanuit een intrinsieke motivatie als klokkenluider. De derde categorie lekt met politieke motieven, bijvoorbeeld om strategisch voordeel te behalen.’ Als de verdediging kan aantonen dat het hier om een klokkenluider gaat, zou de verdachte mogelijk zonder straf kunnen worden veroordeeld.