In het AD reageert John Bijl op het fenomeen lijstduwer. Zijn oordeel is helder: bekende namen leveren zelden veel stemmen op — en het is kiezersbedrog als je niet bereid bent de raad in te gaan.
Verkiezingsposters in Rotterdam (foto: Periklesinstituut)
Bekende sporters en mediapersoonlijkheden als lijstduwer: het blijft een terugkerend fenomeen bij gemeenteraadsverkiezingen. In een artikel van het Algemeen Dagblad over Haagse sporticonen op de kandidatenlijst van Hart voor Den Haag duidt John Bijl het effect en de betekenis van die strategie.
Aanleiding is het aantrekken van onder anderen Lex Schoenmaker als lijstduwer, naast eerdere bekende namen als Raymond van Barneveld en Tom Beugelsdijk. De vraag: levert zo’n bekende Hagenaar extra zetels op?
Bijl is nuchter over de cijfers. ‘Die cijfers bewijzen: een bekende lijstduwer levert niet zo veel op.’ Eerdere verkiezingen laten zien dat veel bekende namen slechts enkele honderden stemmen trekken — te weinig voor een zetel.
Maar zijn kritiek gaat verder dan effectiviteit alleen. ‘Bovendien vind ik het kiezersbedrog als je op een lijst gaat staan voor de leukigheid. Een kandidatenlijst is geen reclamezuil. Als je op een lijst gaat staan, moet je er potverdorie rekening mee houden dat je de raad in kan komen. Wil je dan niet, dan moet je wegwezen.’
Daarmee raakt Bijl aan een principieel punt over representatie. Kandidatenlijsten zijn geen marketinginstrument, maar de personele belichaming van het hoogste bestuursorgaan van de gemeente. Wie zich verkiesbaar stelt, moet bereid zijn verantwoordelijkheid te dragen.