In de media

Historisch lage opkomst is wake-up call voor de lokale democratie

De gemeenteraadsverkiezingen van 2022 werden gekenmerkt door een zorgwekkend lage opkomst. In steden als Rotterdam en Almere bracht minder dan 40 procent van de kiesgerechtigden hun stem uit. Amsterdam zag in stadsdelen als Zuidoost en Nieuw-West zelfs opkomstcijfers van rond de 30 procent, met uitschieters naar beneden tot 9 procent in sommige stemlokalen. Gemeenteraden en politiek analisten trekken aan de bel: wat betekent dit voor de democratie? En hoe kan de lokale politiek weer relevant worden voor de kiezer?

Redactie - 24 maart 2022
Iemand die wél stemt (foto: Periklesinstituut)

John Bijl, directeur van het Periklesinstituut en adviseur van gemeenteraden, maakt zich grote zorgen. In een interview met Omroep West zei hij: ‘Ik ben bezorgd en bij vlagen cynisch. Mensen weten niet waar de gemeenteraad voor is en waarom dat zo belangrijk is.’ De lage opkomst is volgens hem niet alleen een gevolg van landelijke politieke onvrede, zoals de toeslagenaffaire of de lange formatie. ‘Ongetwijfeld speelt het wantrouwen in de landelijke overheid een rol, maar ik denk eerder dat dat een katalysator is die wordt versterkt door de onzichtbaarheid van de gemeenteraad.’

Bijl ziet een fundamentele breuk tussen lokale politici en inwoners. Tegenover de Volkskrant benadrukte hij: ‘Een goed politiek besluit moet gepaard gaan met uitleg over hoe dat tot stand komt. Maar raadsleden komen daar helemaal niet meer aan toe. Hun werkdruk is de afgelopen jaren gigantisch gestegen, terwijl ze het naast hun gewone baan zijn blijven doen. Het gevolg is dat de kiezer helemaal niet meer ziet hoe belangrijk de gemeentepolitiek voor hen is.’

Wantrouwen en politieke onverschilligheid

Onderzoek van I&O Research bevestigt dat het dalende vertrouwen in zowel de landelijke als de lokale politiek een grote rol speelt bij de lage opkomst. Bijl vatte het tegenover de Volkskrant cynisch samen: ‘Kennelijk interesseert het een op de twee burgers geen hol wie hun gemeente bestuurt.’ Vooral lager opgeleiden en huurders blijven vaker thuis. De gemeenteraad lijkt voor hen een ver-van-mijn-bed-show, waarin ze geen directe invloed voelen op hun eigen leven.

Mohamed Alkaduhimi, voormalig lid van de stadsdeelcommissie in Amsterdam Nieuw-West, ziet een patroon. In gesprek met de Kanttekening zei hij: ‘De afgelopen jaren hebben de bewoners van Nieuw-West keihard geraakt en dat heeft ervoor gezorgd dat mensen zijn overgegaan in een survivalmodus. Dat zorgt ervoor dat ze minder interesse hebben in invloed uitoefenen.’

Bijl ziet ook een verband met de manier waarop gemeenteraden tegenwoordig werken. Tegenover Omroep West stelde hij: ‘Er zijn meer en vaak kleinere fracties dan pak ’m beet 20 jaar geleden. Daardoor is het lastig om een goed inhoudelijk debat te voeren. En als de debatten niet inhoudelijk zijn, wordt er ook minder over geschreven door de lokale media. Dat versterkt het idee dat de gemeenteraad niet relevant is.’

Mogelijke oplossingen: stemplicht en betere zichtbaarheid

Dat de opkomst omhoog moet, daar is vrijwel iedereen het over eens. Maar hoe? Eén veelgenoemde oplossing is de herinvoering van de stemplicht. In de Gelderlander stelde Bijl: ‘Moeilijke tijden vragen om moeilijke oplossingen, al ben ik niet zo van het verplichten. Liever wil je dat mensen vanuit zichzelf zien dat democratie belangrijk is.’ Toch is hij bereid erover na te denken: ‘Maar is dat dan zoveel erger dan een opkomst onder de 40 procent zoals in Rotterdam?’

Andere deskundigen pleiten voor investeringen in democratisch onderwijs. Het aanleren van burgerschap en het belang van de gemeenteraad moet volgens hen al op jonge leeftijd beginnen. ‘De overheid zou niet primair moeten inzetten op opkomstbevordering, maar op het aanpakken van de onderliggende oorzaken,’ stelde onderzoeker Julien van Ostaaijen in de Gelderlander.

Ook de zichtbaarheid van de gemeenteraad zelf moet beter, vindt Bijl. ‘De gemeenteraad moet zichzelf weer relevanter maken en zichtbaar in de wijken aanwezig zijn door op werkbezoek te gaan en hoorzittingen te organiseren. Daar is meer geld voor nodig,’ zei hij in hetzelfde artikel.

Verkiezingsdag als nationale feestdag?

Een meer praktische oplossing die al vaker is geopperd, is om van de verkiezingsdag een nationale feestdag te maken. ‘Als dit wordt ingevoerd, hebben mensen écht geen excuus meer om niet te gaan,’ stelde hoogleraar Claes de Vreese in de Gelderlander. Dit zou barrières wegnemen voor mensen die geen tijd hebben om te stemmen vanwege werk of andere verplichtingen.

Daarnaast zou het financiële beleid van gemeenten begrijpelijker moeten worden. VVD-raadslid Dimitri Gilissen stelde in de Gelderlander voor om gemeentes meer invloed te geven op hun eigen inkomsten. ‘Als we als raad meer te zeggen krijgen over hoe we het geld ophalen en uitgeven, zal dit voor kiezers duidelijker en voelbaarder zijn. Dit zal hen eerder motiveren ook lokaal te gaan stemmen.’

Hoe nu verder?

De lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen is niet slechts een statistiek, maar een symptoom van een dieperliggend probleem in de democratie. Als steeds minder mensen zich vertegenwoordigd voelen, komt de legitimiteit van het bestuur in gevaar.

Volgens Bijl is het tijd voor fundamentele hervormingen. In de Volkskrant zei hij: ‘Door herindelingen van gemeenten zijn er 20 procent minder raadsleden, maar hebben ze er door de decentralisatie drie keer zoveel taken bij gekregen. Een verdubbeling van het aantal raadsleden lijkt me een goed begin van herstel.’

De bal ligt nu bij de gemeenteraden zelf. Zetten ze in op betere communicatie, democratisch onderwijs en zichtbaarheid in de wijken? Of wordt het tijd voor radicalere maatregelen zoals een stemplicht of een nationale feestdag? Eén ding is zeker: zonder actie zal de opkomst bij de volgende verkiezingen alleen maar verder dalen. Zoals Bijl het verwoordde in Omroep West: ‘Als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan.’