Opinie

‘Burgemeester Schoof’ zou wel eens een succes kunnen worden

Laat Dick Schoof in zijn nieuwe baan als premier een voorbeeld nemen aan burgemeesters, suggereert Michiel van der Eng vandaag in NRC.

Michiel van der Eng - 5 juli 2024

Het nieuwe kabinet onder leiding van Dick Schoof heeft een afgeleid democratisch mandaat. Hij heeft dus geen inbreng gehad in de vorming van het hoofdlijnenakkoord. Toch moet hij leiding geven aan de uitvoering ervan en zorgen dat de politieke spelers van de coalitiedragende partijen tot bloei kunnen komen – onderwijl de eenheid in de ploeg bewakend. Meer dan ooit lijkt de rol van de komende minister-president daarmee op die van een burgemeester.

Zeker, er zijn ook verschillen. Schoof zal de Tweede Kamer niet voorzitten, zoals een burgemeester dat wel met de gemeenteraad doet. Ook gaat een burgemeester over de openbare orde in zijn gemeente en die rol ligt in ons land op nationaal niveau niet bij de minister-president (waar dan wél is een heel andere discussie).

En toch: een burgemeester wordt niet gekozen, maar benoemd. De gemeenteraad heeft een belangrijke rol bij die benoeming en zo heeft de burgemeester dus, net als Dick Schoof straks, een afgeleid mandaat.

Bij de coalitievorming in gemeenten is de burgemeester doorgaans niet of maar zeer beperkt betrokken. In het gunstigste geval krijgt hij of zij aan het eind van het proces de kans om wat opmerkingen te maken, waarbij het nog maar de vraag is of die opmerkingen ook tot aanpassing van het akkoord leiden. Dick Schoof werd pas aangezocht als kandidaat-premier toen het hoofdlijnenakkoord al klaar was. Een burgemeester kan niet kiezen met welke wethouders zij of hij moet samenwerken: dat bepaalt de gemeenteraad op basis van de uitslag van de verkiezingen. Toch wordt de burgemeester, samen met de wethouders in het college, vol verantwoordelijk voor de uitvoering van de afspraken die de raad heeft gemaakt.

Een burgemeester kan die rol alleen maar vervullen door toe te zien op een getrouwe uitvoering van die afspraken en door te sturen op een goed verkeer tussen college en raad in politieke zin. De weg naar succes voor een burgemeester ligt hem erin dit zo a-politiek mogelijk te doen en alle politieke betrokkenen juist maximaal in hun rol te zetten. De uitvoering ligt in handen van het college, op basis van de kaders die de raad meegeeft. Waar de raad dan vervolgens weer op kan controleren. Met de burgemeester als bestuurlijk procesbegeleider. Hier kan premier Schoof zomaar een voorbeeld aan nemen. Zo bezien kan dit komende kabinet nog een succesvolle ontwikkeling in ons staatsrecht worden. Het hoofdlijnenakkoord is een politiek feit. Schoof heeft al verklaard dat zijn enige opdracht is om dat uit te voeren. Hij zal zijn ministers moeten aansporen om daar de politieke verantwoordelijkheid voor te nemen en tegelijkertijd met zijn kabinet moeten uitstralen dat de Tweede Kamer het politieke voortouw heeft. De premisse daarbij is dan wel dat de Kamer óók zijn politieke rol pakt, duidelijke kaders blijft stellen en eerlijk controleert op de voortgang. Het kortste lijntje zal Schoof in dat geval dan niet moeten hebben met Geert Wilders, maar met Kamervoorzitter Bosma.

Dit artikel verscheen op 5 juli 2024 bij NRC.