Veel inwoners realiseren zich niet hoeveel groenbeleid daadwerkelijk lokaal wordt bepaald. Van de boom in de straat tot het park om de hoek: het zijn gemeentelijke keuzes. Toch is het voor raadsleden vaak lastig om dat belang scherp op tafel te krijgen. Bijl wijst daarbij op wat hij de ‘vloek van waarde’ noemt. ‘Je kunt uitleggen waarom iets van waarde is voor jouzelf, maar je moet ook iemand meekrijgen in waarom het voor hén van waarde is.’ Dat maakt groenbeleid politiek kwetsbaar, zeker wanneer andere problemen zich opdringen. ‘Hoe leg je uit dat groen belangrijk is, als iemand vooral bezig is met het vinden van een betaalbare woning?’
Daar komt bij dat groenbeleid in veel gemeenten financieel onder druk staat. Sinds de decentralisaties hebben gemeenten meer taken gekregen, zonder dat daar altijd voldoende middelen tegenover staan. Het geld dat via het gemeentefonds binnenkomt, heeft geen vaste bestemming. Gemeenten moeten zelf prioriteiten stellen, en groen is daarbij vaak de sluitpost. ‘En dan kom je opnieuw uit bij die vloek van waarde’, aldus Bijl. Wat niet direct als urgent wordt gezien, verdwijnt snel naar de achtergrond.
Toch zijn er ook gemeenten die bewust investeren in groen. Soms vanwege hun ligging, soms vanuit expliciet beleid. Steeds vaker spelen daarbij inzichten uit onderzoek een rol, bijvoorbeeld over hittestress, luchtkwaliteit of gezondheid. Groen wordt dan niet alleen gezien als kostenpost, maar als randvoorwaarde voor een leefbare stad.
De spanning tussen korte termijnproblemen en lange termijnwaarde maakt groenbeleid tot een wezenlijk politiek vraagstuk. Juist in verkiezingstijd vraagt dat om scherpe keuzes van gemeenteraden: wat vinden we belangrijk, en hoe maken we dat zichtbaar in onze besluiten? Want groen is geen bijzaak van lokaal bestuur, maar een spiegel van hoe de lokale democratie haar verantwoordelijkheid neemt.
Meer informatie over deze uitzending vind je hier bij BNNVARA.
In vrijwel alle berichtgeving klinkt verbazing over het besluit om alle vergaderingen te schrappen. In verkiezingstijd is het gebruikelijk dat gemeenteraden terughoudender zijn met grote besluiten, maar volledig stoppen met vergaderen is iets anders. ‘Dit is echt buitensporig,’ zegt John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, in gesprek met het AD. ‘Dat je grote dossiers niet over je graf heen wilt regeren, kan ik begrijpen. Maar helemaal niet meer samenkomen is uit den boze.’
Volgens Bijl raakt de raad hiermee aan zijn kernfunctie. ‘De raad heeft niet alleen de taak om besluiten te nemen, maar ook om het college te controleren,’ zegt hij tegen Binnenlands Bestuur. ‘Door niet te vergaderen, geef je het college feitelijk een vrijbrief tot 1 april, wanneer de nieuwe raad wordt geïnstalleerd.’
Voorstanders van het reces stellen dat gevoelige onderwerpen – zoals de bouw van een nieuw gemeentehuis – beter aan de kiezer kunnen worden voorgelegd. Dat argument overtuigt Bijl niet. ‘Daarmee marginaliseer je de verkiezingen tot een referendum,’ zegt hij in het AD. ‘Zo werkt onze representatieve democratie niet. Inwoners kiezen een raad om namens hen afwegingen te maken, niet om lastige besluiten vooruit te schuiven.’
In een interview met de NOS benadrukt Bijl dat het combineren van campagnevoeren en besturen geen tegenstelling hoeft te zijn. ‘Ik kan me voorstellen dat je in verkiezingstijd rekening houdt met agenda’s. In de meeste gemeenten zie je dat de luwte aantreedt in de laatste weken voor de verkiezingen. Maar hier wordt alles opgeschort tot 1 april. Dat slaat nergens op.’
De kritiek richt zich niet alleen op de grote, politiek gevoelige onderwerpen. Door het reces verdwijnen ook kleinere, maar noodzakelijke besluiten van de agenda. Daarmee ontstaat vertraging, juist op momenten waarop nieuwe wettelijke verplichtingen of regionale ontwikkelingen aandacht vragen. ‘Met een beetje pech heb je de eerste grote dossiers pas na het zomerreces op de agenda staan,’ waarschuwt Bijl in Binnenlands Bestuur. ‘Dan ligt de raad maandenlang stil, terwijl het bestuur wél doorgaat.’
In gesprekken met regionale media wijst hij er bovendien op dat het probleem breder is dan besluitvorming alleen. ‘Als je alle vergaderingen opschort, schort je ook je controlerende taak op,’ zegt hij tegen RTV Utrecht. ‘Daarmee zeg je eigenlijk dat je eigen positie belangrijker is dan het dienen van de samenleving.’
De kwestie-De Bilt raakt aan een fundamenteler punt: wat betekent het om raadslid te zijn in verkiezingstijd? Verkiezingen zijn een moment van verantwoording en keuze, maar ze schorten het democratisch mandaat niet op. Juist in aanloop naar de stembus is zichtbaar bestuur van belang.
‘Als de campagne belangrijker wordt dan het bestuur, is er iets niet in orde,’ zegt Bijl in het Reformatorisch Dagblad. Niet vergaderen kan bedoeld zijn als de-escalatie, maar het risico is groot dat het wordt opgevat als terugtrekken uit verantwoordelijkheid. En dat raakt uiteindelijk niet alleen het politieke proces, maar ook het vertrouwen van inwoners in hun lokale democratie.
Raad De Bilt legt werk neer: ‘Burgemeester moet ingrijpen’ (Binnenlands Bestuur, 14 januari 2026)
De Bilt stopt tot verkiezingen met vergaderen: ‘Nog nooit van gehoord’ (NOS, 15 januari 2026)
Dat zegt Bijl in een interview bij Radio 1, waar het ging over de plannen voor een minderheidskabinet met 66 zetels. De NOS deed daar verslag van. Staatsrechtgeleerde Corné Smit (Universiteit Leiden) wees op de Nederlandse scepsis: het land kent nauwelijks ervaring met minderheidskabinetten. De historische voorbeelden roepen vooral beelden van instabiliteit op.
Die scepsis herkent Bijl, maar hij plaatst er een belangrijke kanttekening bij. In gemeenten is het werken met minderheidsbesturen geen uitzondering. ‘Een ouderwetse coalitie betekent dat je kunt rusten op een vanzelfsprekende meerderheid,’ zegt hij tegen NOS. ‘Bij een minderheidsconstructie moet je steeds opnieuw laten zien waarom een voorstel deugt.’
Gemeenten als Gooische Meren, Castricum en Baarn hebben daar al ervaring mee. Dat vraagt om een andere houding van zowel bestuur als oppositie. Bijl: ‘Dan moet iedereen zich wel goed gedragen.’
Juist de rol van de oppositie wordt bij een minderheidskabinet bepalend. Partijen die zich afzijdig houden omdat ze niet bij de formatie betrokken waren, doen hun kiezers tekort. ‘Wie gaat zitten mokken, kan niets betekenen,’ zegt Bijl. ‘Ik zou iedere fractie oproepen om te kijken hoe je hier zelf zo constructief mogelijk aan kunt bijdragen.’
Die oproep raakt aan een bredere vraag: is de nationale politiek in staat om het gemeentelijke pragmatisme over te nemen? Minder automatisme, meer inhoudelijke afweging. Minder machtspolitiek, meer publieke verantwoording.
Luisteraars van het radioprogramma zijn verdeeld. Sommigen vrezen instabiliteit en korte levensduur, anderen zien juist ruimte voor samenwerking buiten vaste blokken. De vergelijking met landen als Denemarken, waar minderheidskabinetten eerder regel dan uitzondering zijn, laat zien dat het ook anders kan.
De kernvraag is daarmee niet of een minderheidskabinet ‘werkt’, maar welk politiek gedrag we ervan verwachten. Als macht het uitgangspunt blijft, ligt mislukking op de loer. Als inhoud en samenwerking centraal staan, kan een minderheidskabinet juist dwingen tot volwassen politiek. Dat is geen garantie op succes, maar wel een uitnodiging om het anders te doen.
Waarom zou je je nog verkiesbaar stellen voor de gemeenteraad? Die vraag staat centraal in de reportagereeks De Week Van in het programma De Rode Draad op NPO Radio 1. Redacteur Sandrine Thelosen spreekt John Bijl over de aantrekkelijkheid — en de zwaarte — van het raadslidmaatschap.
Volgens Bijl is het werk in de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. ‘Het takengebied van gemeenten is door alle decentralisaties juist ingewikkelder geworden. Het is meer dan verdrievoudigd.’ Tegelijkertijd zijn er door herindelingen minder raadsleden dan vroeger.
Dat vertaalt zich in tijd. ‘Gemiddeld is een raadslid tegenwoordig tussen de achttien en de twintig uur per week bezig met het raadswerk.’ In grotere gemeenten kan dat oplopen. En die belasting groeit jaarlijks.
Daar komt bij dat de sociale druk is toegenomen. ‘Zeker het afgelopen jaar zagen we bedreigingen en intimidaties. Dat is niet leuk natuurlijk en zeker ook schadelijk voor de democratie en de kwaliteit van democratische besluiten.’ Toch ziet Bijl dat de motivatie van raadsleden groot blijft: ‘De ambitie — of roeping als je wil — is nog steeds groter dan de angst om bedreigd te worden. Maar leuker wordt het er niet op. Het kost bakken energie.’
De vraag waarom mensen zich toch kandidaat stellen, raakt daarmee aan de kern van lokale democratie: het hoogste bestuursorgaan van de gemeente draait op betrokken inwoners die bereid zijn tijd, energie en publieke verantwoordelijkheid op zich te nemen. In het item De Week van Sandrine is de hele weer te horen op NPO Radio 1.
Drie korte bespreekstukken en het vragenhalfuurtje zitten erop. ‘Wij hebben allen nog de ingekomen stukken,’ zegt burgemeester Lieke Schuitemaker. Ze haalt even adem. ‘Ik wil u toch even wijzen op deze passage uit het reglement van orde: over de ingekomen stukken worden alleen voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard.’ Zo’n waarschuwing komt zelden uit het niets. ‘Als u het echt niet kan laten, kunt u wat meegeven,’ voegt de voorzitter er nog aan toe.
Al bij het eerste ingekomen stuk is het raak. Jan Bijlsma (GBA) heeft zorgen over de voorbereiding op de Wet Versterking regie volkshuisvesting. De aanleiding is Vaststelling lopende uitvoeringsagenda wonen 2025. ‘Wij krijgen niet echt het gevoel dat we klaar zijn voor de Wet Versterking regie volkshuisvesting.’ Vervolgvragen zal hij schriftelijk stellen. Of dit een waarschuwing aan het college is, of vooral een gedachte die hardop moet worden uitgesproken, blijft in het midden.
‘Ik heb een procedurele vraag,’ grinnikt Lammert Westra (CDA) bij de Raadsinformatiebrief Organisatieontwikkeling ABG ‘En waarom niet iets per gemeente?’ Zo procedureel is die vraag niet. Maar gewoon inhoudelijk. ‘We vonden het belangrijk om ook eens naar onze eigen organisatie te kijken,’ legt wethouder Eric Daandels uit. Een gezamenlijke bijeenkomst kan altijd nog.
Rens Michielsen (GBSV) verbaast zich bij hetzelfde stuk over het label ‘intern vertrouwelijk’. Het stuk is immers openbaar. Nog verbaasder is hij over de opmerking dat ABG ‘kan uitgroeien tot een professionele dienstverlener’. ‘Het bestaat al tien jaar. Menig start-up is al na vijf jaar volgroeid.’ Het begint op een mini-interpellatie te lijken, maar je moet de brief niet lezen alsof het ABG nu géén professionele organisatie is, vindt wethouder Daandels.
Bij de brief over de aanpassingen van het kindcentrum Chaam concludeert Hanneke Willemstein (GBSV) dat het vorige ontwerp niet aan de wetgeving moet hebben voldaan. En volgens haar is nu nog niet iedere gebruiker tevreden. In een lang maar vooral voorspelbaar antwoord legt Daandels uit dat alles dik in orde is en dat de gebruikers tevreden zijn. Bij de beleidsbrief Verantwoord beleid Aziatische Hoornaar wil Bart Lauwaars (GBA) nog weten wat de gemeente gaat doen voor bijenhouders. ‘Als u dat wil wel,’ hint wethouder Ton Berben, maar de voorzet om er een motie van te maken lijkt niet door Lauwaars te worden opgepakt.
Ruim een halfuur verder is de kwartaalrapportage Crossroads het laatste ingekomen stuk. ‘Het sociaal domein ligt onder een vergrootglas,’ zegt Willem Kriellaars erbij, op een toon die je doet denken aan de algemene politieke beschouwingen. ‘Ik had moeite om het juiste agendapunt te vinden om het woord te voeren.’
Onbedoeld zegt hij daarmee precies wat hier misgaat. Van gebrek aan betrokkenheid heeft deze raad in ieder geval geen last. Niet een gebrek aan kennis. En al helemaal niet aan vlijt. Elk van deze punten is begrijpelijk en ongetwijfeld relevant en hadden goed tot hun recht gekomen wanneer ze met een raadsinstrument werden ingebracht. Voor vrijwel alles wat hier langs kwam, bestaat een passend middel: schriftelijke vragen, een motie vreemd, een initiatiefvoorstel, een werkbezoek, een hoorzitting.
Dus niet bij de ingekomen stukken. Het agendapunt ‘ingekomen stukken’ is geen raadsinstrument. Het is de bestuurlijke leesmap. Wie daar het debat opstart, ontneemt zichzelf én de rest van de raad én het college de mogelijkheid om het debat goed te voeren. Voorbereid, op inhoud, en met een bestuurlijke opdracht.
Daar is dat reglement van orde voor bedoeld. Het is geen hinderlijke gebruiksaanwijzing; het is de manier waarop de raad zijn gezag organiseert. En als de raad van Alphen-Chaam dat reglement ook eens serieus neemt, zullen ze merken dat ze daardoor ook zichzelf meer serieus zullen nemen.
Deze column verscheen op 12 januari 2026 bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
Bekende sporters en mediapersoonlijkheden als lijstduwer: het blijft een terugkerend fenomeen bij gemeenteraadsverkiezingen. In een artikel van het Algemeen Dagblad over Haagse sporticonen op de kandidatenlijst van Hart voor Den Haag duidt John Bijl het effect en de betekenis van die strategie.
Aanleiding is het aantrekken van onder anderen Lex Schoenmaker als lijstduwer, naast eerdere bekende namen als Raymond van Barneveld en Tom Beugelsdijk. De vraag: levert zo’n bekende Hagenaar extra zetels op?
Bijl is nuchter over de cijfers. ‘Die cijfers bewijzen: een bekende lijstduwer levert niet zo veel op.’ Eerdere verkiezingen laten zien dat veel bekende namen slechts enkele honderden stemmen trekken — te weinig voor een zetel.
Maar zijn kritiek gaat verder dan effectiviteit alleen. ‘Bovendien vind ik het kiezersbedrog als je op een lijst gaat staan voor de leukigheid. Een kandidatenlijst is geen reclamezuil. Als je op een lijst gaat staan, moet je er potverdorie rekening mee houden dat je de raad in kan komen. Wil je dan niet, dan moet je wegwezen.’
Daarmee raakt Bijl aan een principieel punt over representatie. Kandidatenlijsten zijn geen marketinginstrument, maar de personele belichaming van het hoogste bestuursorgaan van de gemeente. Wie zich verkiesbaar stelt, moet bereid zijn verantwoordelijkheid te dragen.
Nieuw Sociaal Contract doet in vijf gemeenten mee aan de gemeenteraadsverkiezingen, waaronder Eindhoven. In het Eindhovens Dagblad duidt John Bijl de positie van de partij in de lokale context.
NSC presenteert een inspirerend raamwerk voor de nieuwe afdelingen, met thema’s als bestaanszekerheid en herkenbaarheid. Maar volgens Bijl is dat nog geen garantie voor electorale doorbraak. ‘Het zou me eerlijk gezegd verbazen als het de partij lukt om in een van de gemeenten in de raad te komen.’
Hij wijst erop dat de partij bij de laatste Kamerverkiezingen zwaar verloor. ‘De kiezer heeft duidelijk aangegeven dat ze vindt dat NSC het heeft verkloot.’ Dat landelijke sentiment werkt door op lokaal niveau.
Tegelijkertijd nuanceert Bijl: lokale verkiezingen draaien niet alleen om landelijke reputatie. ‘Alleen als er op lokaal niveau een aansprekend figuur, een plaatselijke bekendheid in stelling wordt gebracht, zou het misschien kunnen lukken.’
Daarmee raakt hij aan een bredere dynamiek van gemeenteraadsverkiezingen: landelijke partijen hebben niet automatisch lokaal draagvlak. Lokale herkenbaarheid, organisatiekracht en kandidatenkwaliteit zijn doorslaggevend.
‘Wij zijn zeer blij met het Statenvoorstel,’ zegt Niels Oosterom (BBB). Het college van de provincie Zuid-Holland heeft een oplossing gevonden voor de veerdienst van Maasluis naar Rozenburg. Sinds de opening van de Blankenburgtunnel een paar kilometer verderop verloor de pont bijna 90 procent van alle passagiers.
De tunnel is niet voor iedereen een uitkomst. Een klein elektrisch autoveer moet dat gelijkmaken. Oosterom maakt zich nog wél zorgen over de vorm. In het voorstel staat dat de provincie het veer koopt, en voor de exploitatie verhuurt aan een particulier. ‘We lopen het risico ermee uit te komen op een suboptimaal aanbestedingsresultaat,’ vindt ook Lars Klappe (PvdA-GroenLinks). Met een amendement zou hij eerst onderzoek willen.
Benjamin Boersma (SP) vraagt zich met een motie af of de doelstellingen van de provincie hard genoeg zijn. ’Aanbestedingen worden gegund op afstand tussen stoelen en zero-emissie, maar we hebben genoeg voorbeelden waar toch diesel wordt gebruikt,’ zegt hij. Zo zijn er meer wensen. ‘Het kleine veer is ons te groot,’ vindt Robbert-Jan Vonk (PvdD). Met een amendement stelt hij het kleinst mogelijke autoveer voor. ‘Kan de gedeputeerde toezeggen dat in het programma van eisen wordt opgenomen dat het schip ook kan varen bij windkracht hoger dan 7,’ vraagt Luuk Wilson (JA21). Hij heeft er ook een amendement voor ingediend. ‘We hebben afgesproken dat het opstellen van het programma van eisen een collegebevoegdheid is,’ zegt Michel Rogier (CDA). Wel wil hij weten wanneer de Staten daarvoor inbreng kan leveren.
Er is genoeg onderzoek naar de mogelijkheden voor exploitatie, vindt gedeputeerde Frederik Zevenbergen, en dit bleek de beste oplossing. ‘Nieuw onderzoek zal niks opleveren,’ vindt hij. Hij wil wel toezeggen de Staten het programma van eisen te laten inzien.
‘Hebben we dan nog keuze?’ interrumpeert Steven Datema (ChristenUnie). Het is een collegebevoegdheid, legt Zevenbergen uit. ‘Maar het praktische antwoord is dat het erg onverstandig is als het college de wens van de Staten negeert.’
Echt een toezegging aan de Staten invloed te hebben, is het niet. Hooguit een hint. Nergens staat er in de planning wanneer de Staten deze invloed uitoefent, erover debatteert en er een formeel en afgewogen besluit over neemt. Hoe garandeer je dan, dat de wens van Staten dan ook daadwerkelijk de wens van de meerderheid is? Laat staan verschillende opties en consequenties ervan tegen elkaar zijn afgewogen?
‘Hoor ik hier de gedeputeerde toezeggen dat er invulling is gegeven aan de motie van de SP?’ vraagt Boersma. ‘Zo zou je dat kunnen zien,’ vindt Zevenbergen. ‘Ik had nog wat vragen gesteld over de input van het programma van eisen,’ herhaalt Rogier nog. ‘Kijk,’ antwoordt Zevenbergen, ‘u geeft ons de kaders mee.’ Als het programma van eisen er dan ligt, is het ondoenlijk dat weer te herzien. De Staten krijgt het… ‘ter kennisname’. ‘Is dit dan het moment waarop wij de kaders meegeven?’ vraagt Rogier, ‘of komt die ronde nog?’ Die vraag lijkt inmiddels retorisch. ‘Nee, dat doet u nu,’ zegt Zevenbergen.
‘Zou het een idee zijn om van de nadere uitwerking een Statenvoorstel te maken?’ suggereert Klappe nog, maar ook dat ziet de gedeputeerde niet zitten. Uiteindelijk worden alle wijzigingsvoorstellen ingetrokken; het Statenvoorstel wordt ongewijzigd aangenomen. De bevoegdheid voor het opstellen van het programma van eisen blijft bij het college.
Al bestaat die bevoegdheid omdat de Staten daar zelf voor heeft gekozen. Ze hadden ervoor kunnen kiezen om die inbreng voor dat programma van eisen eerder mee te geven. Kaderstellen doe je immers voordat je een opdracht geeft. En dat de Staten zich pas nu presenteert als beste stuurlui aan wal, komt toch echt doordat ze zelf niet op tijd aan boord zijn gegaan.
Deze column verscheen op 5 januari 2026 bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
In de De Gelderlander reageert John Bijl op het besluit van ambtenaren van de provincie Gelderland om op te stappen vanwege een conflict over de bescherming van oude bosgroeiplaatsen. De provincie wil 1700 hectare kleine bosgebieden niet langer actief beschermen, om bouwprojecten meer ruimte te geven.
Volgens betrokken ambtenaren zijn daarbij criteria gehanteerd die onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd zijn. Het college wijst op het coalitieakkoord en stelt dat de gebieden ook zonder aparte status voldoende beschermd blijven.
Bijl noemt het vertrek van ambtenaren ‘best bijzonder’. Inhoudelijke verschillen tussen bestuurders en ambtenaren komen vaker voor, ook landelijk. Maar daadwerkelijk opstappen vanwege beleidskeuzes is uitzonderlijk. Daarmee raakt de kwestie aan een principieel punt: hoe verhoudt ambtelijke professionaliteit zich tot politieke verantwoordelijkheid?
In het provinciale bestuur ligt de uiteindelijke afweging bij de politiek. Tegelijkertijd is de kwaliteit van besluitvorming gebaat bij zorgvuldig ambtelijk advies en wetenschappelijke onderbouwing. Juist wanneer die twee onder druk komen te staan, wordt zichtbaar hoe kwetsbaar – en tegelijk essentieel – de balans is tussen politiek primaat en ambtelijke integriteit.
Door het vertrek van Remon van Bree naar een oppositiepartij beschikt de coalitie nog over 18 van de 37 zetels. Formeel is zij daarmee in de minderheid. In de praktijk blijft besluitvorming mogelijk doordat enkele raadsleden structureel afwezig zijn, maar die kwetsbare balans onderstreept hoe afhankelijk het bestuur is geworden van incidentele omstandigheden.
Volgens Bijl is het verlies van een meerderheid op zichzelf niet het grootste probleem. ‘Een minderheidspositie dwingt partijen om elk voorstel inhoudelijk te onderbouwen en steun te organiseren,’ zegt hij tegen het AD. Daarmee wordt zichtbaar waar politiek om zou moeten draaien: overtuigen in plaats van tellen.
Tegelijkertijd laat de situatie zien hoe fragiel lokale coalities kunnen zijn wanneer partijen vooral verkiezingsvehikels zijn. Bijl pleit er daarom voor dat politieke partijen zich steviger organiseren. ‘Dan weet je meer wat voor vlees je in de kuip hebt, als je iemand op de lijst zet,’ zegt hij in het AD. Vereniging zijn betekent investeren in selectie, debat en onderlinge binding — en dus ook in bestuurlijke stabiliteit.
Nissewaard staat daarin niet alleen. Ook in Spijkenisse, een van de voorgangers van de huidige gemeente, kende de raad eerder een minderheidsconstructie. In 1986 bestuurde de PvdA daar zonder formele coalitiepartners, met wisselende gedoogsteun. Dat laat zien dat minderheidsbestuur geen nieuw fenomeen is, maar telkens opnieuw vraagt om politieke volwassenheid.
De huidige situatie maakt duidelijk dat een raadsmeerderheid geen natuurgegeven is. Zetelverhoudingen kunnen verschuiven, fracties kunnen splijten en politieke verhoudingen veranderen. De vraag is dan niet alleen of een coalitie kan overleven, maar of de raad als geheel in staat is om verantwoordelijkheid te nemen voor besluitvorming.
Een minderheidscoalitie legt dat scherp bloot. Niet de machtspositie, maar het functioneren van partijen, raadsleden en debatcultuur wordt doorslaggevend. Dat maakt zulke situaties spannend — en tegelijk leerzaam voor iedereen die lokale democratie serieus neemt.