In de media

Interrupties maken het debat beter – als het vragen zijn

In het Reformatorisch Dagblad wordt John Bijl aangehaald over het nut van goede interrupties in politieke debatten. Een interruptie is geen mini-speech, maar een vraag.

Redactie - 3 februari 2026
De voorzittershamer van de Tweede Kamer (foto: Tweede Kamer)

Interrupties kunnen het politieke debat scherper en sprankelender maken. Tenminste: als ze worden gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn. In het Reformatorisch Dagblad wordt John Bijl aangehaald naar aanleiding van een discussie over interrupties in de Tweede Kamer.

Aanleiding is een werkwijze van Laura Bromet, voorzitter van de vaste Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zij hanteert een systeem waarbij interrupties worden geteld en langere interrupties zwaarder meetellen dan korte vragen. Het doel: het debat overzichtelijk houden en interrupties beperken tot hun kern.

Bijl wijst erop dat interrupties het debat juist kunnen versterken, mits ze als vraag worden ingezet. Eerder schreef hij: ‘Interrupties maken het debat beter. Je dwingt een ander om op iets in te gaan wat hij eigenlijk wilde vermijden. Dat werkt pas goed wanneer je er een vraag van maakt. Beter voor het debat, duidelijker voor de kijker en effectiever voor jouw punt.’

Volgens hem gaat het mis wanneer interrupties verworden tot halve speeches. Lange betogen tijdens een onderbreking maken het debat onoverzichtelijk en ontnemen de kracht van het instrument. Een gerichte vraag daarentegen dwingt tot een antwoord.

De interruptie als werkvorm

Interrupties zijn geen doel op zich, maar een werkvorm binnen het parlementaire debat. Ze helpen om een redenering te toetsen, een omissie bloot te leggen of een spreker te dwingen positie te kiezen. Wanneer ze worden gebruikt om alsnog een eigen termijn te houden, vervaagt dat onderscheid.

Het debat wordt niet scherper door méér interrupties, maar door betere interrupties. Dat vraagt discipline van Kamerleden – en soms ook duidelijke kaders van de voorzitter.

Het volledige artikel is te lezen in het Reformatorisch Dagblad.