In het Bossche dorp Engelen lopen de spanningen over asielopvang hoog op. In EenVandaag legde John Bijl uit waarom inspraak niet hetzelfde is als gelijk krijgen — en wat dat vraagt van de gemeenteraad.
Inspraak geeft inwoners invloed op politieke besluitvorming, maar geen recht op de gewenste uitkomst. Juist wanneer belangen en opvattingen botsen, moet een gemeenteraad uiteindelijk zelf een afweging maken. De democratische opdracht is vervolgens om inzichtelijk te maken wat hij met de inbreng van inwoners heeft gedaan.
Dat zei directeur John Bijl van het Periklesinstituut maandag in de radio- en televisie-uitzending van EenVandaag over de voorgenomen asielopvang in Engelen, gemeente ’s-Hertogenbosch. De plannen voor de opvang van vijftig alleenstaande minderjarige asielzoekers hebben daar tot grote maatschappelijke onrust geleid. Voor- en tegenstanders kwamen tegenover elkaar te staan, huizen en stoepen werden beklad en een auto van een voorstander belandde in het kanaal.
Maandagavond kregen inwoners voor de tweede en laatste keer de gelegenheid om bij de gemeenteraad in te spreken. Dertig inwoners konden ieder vijf minuten hun opvattingen, zorgen en argumenten naar voren brengen. Half september moet de gemeenteraad een besluit nemen over de opvang.
Daarmee komt voor de raad een lastig onderdeel van participatie in beeld. Inwoners serieus nemen betekent niet dat hun wensen automatisch worden overgenomen. ‘Helaas zie ik dat we in een tijdgeest zitten waarin mensen inspraak verwarren met gelijk krijgen’, zei Bijl in EenVandaag. ‘Politieke besluiten zijn altijd een afweging. Dat betekent dat er voors en tegens zijn. Als er één oplossing de beste is, dan is het eigenlijk geen politiek.’
Dat maakt luisteren niet minder belangrijk. Integendeel: inspraak moet ervoor zorgen dat de gemeenteraad de verschillende argumenten, belangen, zorgen en waarden kent voordat hij een besluit neemt. Maar daarna begint het politieke werk pas. De raad moet bepalen welk gewicht hij aan die verschillende overwegingen geeft.
Juist daarom is ook de verantwoording over het uiteindelijke besluit belangrijk. ‘Je zal als gemeente duidelijk moeten maken wat de bijdrage is van inwoners, en wat je er tegenover hebt gezet’, aldus Bijl. ‘Dat betekent dus dat je ook de vaardigheid en de ballen moet hebben om te zeggen: “we hebben u gehoord, maar we gaan het anders doen”.’
Dat laatste is iets anders dan zeggen dat er met de inspraak niets is gedaan. Een argument kan wel degelijk onderdeel zijn geweest van de politieke afweging, zonder uiteindelijk de doorslag te geven. De raad moet daarom niet alleen vertellen wat hij besluit, maar ook zichtbaar maken waarom bepaalde argumenten zwaarder hebben gewogen dan andere.
In het artikel van EenVandaag waarschuwt Bijl dat juist dat in beleidsprocessen gemakkelijk verloren gaat. Argumenten van inwoners, ambtelijke overwegingen en juridische beperkingen worden verwerkt tot één voorstel, waardoor in het eindproduct nauwelijks meer zichtbaar is welke verschillende overwegingen eraan ten grondslag lagen. ‘Dan zie je aan het eindproduct niet meer zo goed wat nou eigenlijk de ingrediënten waren.’
In Engelen wordt die opdracht bemoeilijkt doordat het conflict over de opvang inmiddels veel verder gaat dan een verschil van mening over één locatie. De maatschappelijke verhoudingen zijn onder druk komen te staan. Volgens Bijl is het daarom belangrijk dat er in het politieke proces ook ruimte bestaat voor emoties.
‘Het vervelende van emoties is dat ze de ratio vaak in de weg staan. Als je niet eerst over die emotie praat, dan kom je nooit tot een rationele afweging’, zei hij tegen EenVandaag. ‘Dus ik hoop dat die emoties een plekje kunnen krijgen tijdens de raadsbijeenkomst.’
Dat betekent niet dat emoties vervolgens de politieke afweging bepalen. Wel kunnen zorgen, angst en boosheid informatie bevatten die de raad nodig heeft om te begrijpen wat een besluit voor inwoners betekent. Ook dat behoort tot luisteren.
Hoe gemeenten dat gesprek het beste organiseren, is volgens Bijl niet eenvoudig. ‘Het is overduidelijk dat we het recept over hoe je dit communiceert met de samenleving nog niet hebben gevonden.’ Wat in de ene gemeente werkt, kan in een andere gemeente juist tot meer weerstand leiden.
De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch staat daarmee voor een opdracht die veel verder reikt dan Engelen. Participatie kan de politieke afweging voeden, maar haar niet vervangen. Uiteindelijk is het aan gekozen volksvertegenwoordigers om verschillende argumenten en belangen tegen elkaar af te wegen en daar verantwoordelijkheid voor te nemen.
Juist wanneer niet iedereen zijn zin kan krijgen, wordt zichtbaar of dat proces werkt. Een goed gemotiveerd besluit maakt niet alleen duidelijk wie de stemming heeft gewonnen, maar ook welke andere belangen zijn gehoord en waarom die uiteindelijk niet de doorslag gaven.
Of, zoals Bijl het in EenVandaag formuleerde: ‘Ik hoop dat er weer een situatie kan komen waarin mensen nieuwsgierig worden naar elkaars overwegingen. En dan naar elkaar gaan luisteren. En dan wordt het dus een compromis. Maar ja, dat is hoe democratie soms werkt.’