Een vergeten vermelding op de gemeentelijke website lijkt een administratieve slordigheid. Maar uit onderzoek van BN DeStem en het Brabants Dagblad blijkt dat juist zulke omissies het zicht op mogelijke belangen van bestuurders vertroebelen. Waarom is de openbaarmaking van nevenfuncties eigenlijk zo belangrijk?
De raadzaal van Rucphen (foto: Periklesinstituut)
Dat een wethouder naast het ambt een eigen bedrijf heeft, is op zichzelf niet bijzonder. De Gemeentewet verbiedt dat niet. Wel schrijft de wet voor dat nevenfuncties openbaar moeten worden gemaakt, zodat inwoners kunnen zien welke andere belangen een bestuurder naast het ambt heeft.
Uit onderzoek van BN DeStem en het Brabants Dagblad blijkt echter dat dit in Rucphen jarenlang niet volledig is gebeurd. Directeur John Bijl van het Periklesinstituut legt uit waarom die openbaarheid zo belangrijk is. ‘Het is belangrijk om inzichtelijk te maken welke andere belangen iemand heeft naast zijn politieke ambt. Vooral als die nevenfuncties te maken kunnen hebben met het werk als bestuurder. Voor de transparantie is zo’n vermelding onmisbaar.’
Die verplichting is niet bedoeld omdat een nevenfunctie per definitie ongewenst zou zijn. Integendeel: veel wethouders vervullen maatschappelijke functies of hebben werkzaamheden die goed verenigbaar zijn met hun ambt. Juist daarom is openheid essentieel. Niet omdat er sprake moet zijn van belangenverstrengeling, maar zodat inwoners en de gemeenteraad zelf kunnen beoordelen of daarvan sprake zou kúnnen zijn.
De berichtgeving laat ook zien dat transparantie meer omvat dan alleen het publiceren van een lijstje nevenfuncties. Een tweede artikel beschrijft hoe sommige gemeenten wethouders voor vijfennegentig procent aanstellen. Daardoor vallen zij onder een andere regeling voor neveninkomsten dan voltijdwethouders. Die constructie is wettelijk toegestaan, maar roept vragen op over de bedoeling van de regeling en de openheid over inkomsten naast het ambt.
Volgens Bijl draait het uiteindelijk om het vertrouwen dat inwoners in hun bestuur mogen hebben. ‘Het is belangrijk om belangen zoals een eigen bedrijf op afstand te zetten, zodat je de schijn van belangenverstrengeling voorkomt.’ Transparantie is daarmee geen administratieve verplichting, maar een democratische. Niet omdat bestuurders voortdurend moeten bewijzen dat zij integer zijn, maar omdat openheid het mogelijk maakt dat vertrouwen niet op aannames hoeft te berusten.