Vijf wethouders die allemaal voor negentig procent worden benoemd. Volgens de nieuwe coalitie in Epe is dat een manier om met vijf partijen gezamenlijk bestuurlijke verantwoordelijkheid te dragen. Maar de constructie roept een fundamentelere vraag op: wanneer is een deeltijdwethouder eigenlijk écht een deeltijdwethouder?
Het Gemeentehuis van Epe
De nieuwe coalitie van Gemeentebelangen, Hart voor Lokaal, VVD, CDA en SGP-ChristenUnie kiest in Epe voor een opvallende constructie. In plaats van vier voltijdswethouders komen er vijf bestuurders, die ieder voor negentig procent worden benoemd. De Stentor vroeg zich af waarom daarvoor is gekozen.
Volgens directeur John Bijl van het Periklesinstituut kent de wet twee redenen om een wethouder in deeltijd te benoemen. De eerste is bestuurlijk: gemeenten mogen binnen bepaalde grenzen variëren met het aantal wethouders en hun deeltijdfactor. De tweede is financieel: voor deeltijdwethouders gelden andere regels voor de verrekening van inkomsten uit nevenwerkzaamheden. Zoals bij iedere wettelijke regeling bestaat daarmee ook de mogelijkheid om de regels strategisch te gebruiken.
Toch is dat volgens Bijl niet de kern van deze situatie. ‘Alle vijf werken voor negentig procent. Daar zit geen logische verdeelsleutel achter. Ik verwacht bovendien dat zij in de praktijk gewoon voltijds bestuurder zullen zijn.’
Dat raakt aan een bredere vraag over de bedoeling van de regeling. Het wethouderschap is geen functie die zich gemakkelijk in uren laat verdelen. Raadsvergaderingen vinden ’s avonds plaats, inwoners spreken een wethouder ook buiten kantooruren aan en politieke verantwoordelijkheid houdt zich niet aan een werkweek van zesendertig uur. In de praktijk werken veel wethouders aanzienlijk meer dan een fulltime werkweek.
Een deeltijdregeling is daarom bedoeld voor situaties waarin een bestuurder daadwerkelijk minder werkzaamheden verricht. Wanneer een wethouder op papier negentig procent werkt, maar in de praktijk hetzelfde ambt vervult als een voltijdswethouder, ontstaat een juridische constructie die moeilijk is uit te leggen.
Volgens de coalitie is gekozen voor vijf wethouders omdat alle coalitiepartijen bestuurlijke verantwoordelijkheid moeten kunnen dragen. Dat is een politieke keuze. Maar het aantal wethouders en hun deeltijdfactor zijn geen instrument om iedere coalitiepartij een eigen bestuurderszetel te geven. De regeling is bedoeld om het ambt aan te passen aan de omvang van het werk, niet om politieke verhoudingen te organiseren.
Juist daarom is het goed om bij zulke constructies stil te staan. De vraag is niet alleen of iets binnen de letter van de wet past, maar ook of het aansluit bij de bedoeling ervan. Democratische spelregels functioneren het best wanneer zij worden gebruikt waarvoor zij zijn gemaakt. Dat geldt ook voor het deeltijdwethouderschap.