Decennialang in de gemeenteraad zitten is zeldzaam, maar sommige raadsleden bewijzen dat het kan. Eindhovens Dagblad sprak met Bertus Kemmeren (83) uit Loon op Zand en Rinze Visser (83) uit De Fryske Marren, die al respectievelijk 48 en 52 jaar raadswerk doen. Hoe gezond is dat voor de lokale democratie?
Volgens John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, is de trend juist dat raadsleden steeds korter blijven zitten. ‘De gemiddelde duur is iets korter dan zes jaar. Het is al lastig om een raadslid te vinden dat kiest voor een derde termijn.’ Hij betreurt dat, omdat daarmee ook ervaring in het openbaar bestuur verdwijnt. Tegelijkertijd waarschuwt hij dat langzittende raadsleden zich niet te veel moeten vereenzelvigen met ambtelijke logica. ‘Het zijn volksvertegenwoordigers. Dat perspectief moet niet verdwijnen. Als een burgemeester zegt dat een sportveld in een wijk met veel kinderen moeilijk is “vanwege het bestemmingsplan”, moet een raadslid zeggen: wat nou moeilijk, zoek een oplossing!’
Ervaring en continuïteit kunnen een groot voordeel zijn, zoals bij Ank de Groot-Slagter (67), die al 22 jaar in de Alphense raad zit. ‘Bij grote bouwprojecten denk ik wel eens: over vier jaar weet niemand meer wat de discussie was. Maar ik nog wel.’ Langstzittend raadslid Rinze Visser ziet zijn rol ook als noodzakelijk: ‘Het is niet in de eerste plaats leuk, het is noodzakelijk.’
Toch is het raadswerk ook een enorme tijdsinvestering. De Groot-Slagter merkt dat het steeds meer een fulltime taak is geworden, vooral sinds de decentralisaties in de zorg en sociale zekerheid. Ondanks hun lange loopbaan denken deze raadsleden nog niet aan stoppen. ‘Je hebt 24 uur per dag dienst, net als een dokter,’ zegt Kemmeren. En zolang hun achterban hen blijft verkiezen, blijven zij zich inzetten.