Elke gemeenteraadsverkiezing duiken ze op: landelijke politici die hun gezicht laten zien in lokale campagnes. Dit jaar waren onder anderen Jesse Klaver in Nijmegen en Hugo de Jonge in West Maas en Waal te vinden. Maar hoe zinvol is dat? Volgens De Gelderlander zien lokale partijen hierin zowel een voordeel als een nadeel.
John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, is kritisch: ‘Ik vind het vervelend. Jesse Klaver en Wopke Hoekstra moeten zich niet bemoeien met de gemeenteraadsverkiezingen.’ Toch blijven landelijke kopstukken opduiken, ook bij lokale partijen. In West Betuwe zocht Leefbaar Lokaal Belang bijvoorbeeld de steun van Caroline van der Plas (BoerBurgerBeweging) om boerenstemmen te trekken. In West Maas en Waal kwam minister De Jonge even langs op de markt, al verwacht het lokale CDA daar niet veel extra stemmen door.
Soms zijn landelijke politici wél effectief. In Zevenaar bleven bij de herindelingsverkiezingen vijf jaar geleden veel kiezers thuis, mede doordat er nauwelijks aandacht was vanuit Den Haag en de media. Met een opkomst van slechts 38 procent profiteerden vooral partijen met een trouwe achterban. VVD-raadslid Peter Vos stelt dat de gemeenteraad er anders uit had gezien bij een hogere opkomst: ‘Ik denk dat er andere besluiten genomen waren.’
Burgemeester Lucien van Riswijk hoopt dit jaar op een betere opkomst en zet in op minimaal 50 procent. De gemeente probeert jongeren te bereiken via campagnes zoals het sturen van valentijnskaarten. Toch blijft de vraag: hebben landelijke kopstukken echt invloed op de keuze van kiezers? Uit onderzoek blijkt dat slechts 15 procent zich hierdoor laat leiden. Maar als hun aanwezigheid helpt om kiezers überhaupt naar de stembus te krijgen, is dat voor sommige gemeenten al winst.