Kennisbank

Wat doet een burgerlid?

Een commissieburgerlid of burgerlid is een door de gemeenteraad benoemd lid van een raadsadviescommissie. Commissieburgerleden nemen namens een fractie of als plaatsvervanger van een raadslid deel aan vergaderingen van door de raad ingestelde besluitvoorbereidende commissievergaderingen. Aan besluitvormende vergaderingen, raadsvergaderingen, mogen ze niet deelnemen.

Om hun werk te vergemakkelijken hebben gemeenteraden (en Provinciale Staten) de mogelijkheid zogeheten commissies in te stellen (Gemeentewet, artikel 86). Deze commissies kunnen zich bijvoorbeeld specialiseren op een bepaald inhoudelijk thema, zoals ruimtelijke ordening, lokale economie of het sociaal domein.

Meestal focussen de commissievergaderingen zich op een bepaalde fase in het besluitvormingsproces, bijvoorbeeld de beeld- of oordeelvorming. De uiteindelijke besluitvorming, inclusief de stemming, vindt plaats in de raadsvergadering; in de commissievergaderingen wordt deze voorbereid. Deze commissievergaderingen worden daarom besluitvoorbereidende vergaderingen genoemd. Op welke wijze deze besluitvoorbereiding is geregeld, staat beschreven in het vergadermodel van de gemeenteraad.

Naast raadsleden heeft de gemeenteraad de mogelijkheid ongekozen vertegenwoordigers als lid van de commissie te benoemen. Deze worden burgercommissieleden of kortweg burgerleden genoemd. Deze burgerleden nemen zo eigenlijk namens een fractie of als plaatsvervanger van een raadslid deel aan de besluitvoorbereidende voorbereidenden vergaderingen. Ze zijn geen lid van de gemeenteraad en derhalve geen rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiger. Burgercommissieleden ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding per bijgewoonde vergadering. De hoogte van deze vergoeding is net als de schadeloosstelling voor raadsleden afhankelijk van het aantal inwoners. Voor de kleinste gemeenten is de hoogte per 2023 € 68,82, voor de grootste gemeenten met meer dan 250.000 inwoners bedraagt de vergoeding € 181,85 per vergadering. In enkele gemeenten ontvangen burgercommissieleden aanvullingen op deze vergoeding.

Bevoegdheden

De organisatie en verantwoordelijkheden van commissieburgerleden verschilt per gemeente. Wat er per gemeente van een burgerraadslid wordt verwacht is afhankelijk van het vergadermodel van de gemeenteraad.

In sommige gemeenten houdt het vergadermodel dat de inhoudelijke behandeling tot aan de stemming is uitgevoerd. Commissieburgerleden functioneren in een dergelijk model de facto als raadsleden. Minister Hugo de Jonge van Binnenlandse Zaken en Koningsrijkrelaties noemde in een commissievergadering van de Tweede Kamer over Versterking Lokaal Bestuur de burgerleden eens ‘de facto’ een uitbreiding van het aantal raadsleden’ (Commissievergadering 24 oktober 2023). In andere gemeenten is hun inhoudelijke rol door het vergadermodel meer beperkt. De rol (en daarmee de invloed) van het burgerlid is in elk geval ook afhankelijk van de organisatie van de fractie. In Nederland zijn er in de 342 gemeenten ongeveer 5.000 van deze burgercommissieleden actief.

Benaming

Ook de precieze naamgeving van de niet-gekozen leden van besluitvoorbereidende commissies verschilt. In sommige gemeenten worden ze aangeduid met fractievertegenwoordigers, fractievolgers,  of raadsvolgers. Ook worden de meer verwarrende termen fractiemedewerker (wat een loondienst verhouding zou impliceren) of duo-raadslid gebruikt. De laatste doet het voorkomen alsof de commissieleden ook lid van de gemeenteraad zou zijn. Volgens een in 2020 gehouden telling zijn er maar liefst 39 verschillende benamingen voor de functie van burgercommissielid.

Vereisten

In de meeste gemeenten draagt een fractie een kandidaat-burgerlid voor. Meestal moet deze kandidaat een persoon van dezelfde kieslijst zijn vermeld als waar de leden van de fractie van zijn gekozen. De Gemeentewet stelt echter deze verkiesbaarheid niet als verplichting. De eisen voor de benoeming zijn meestal wel gelijkgesteld aan die van een raadslid. Zo moeten commissieleden woonachtig zijn in de gemeente, zijn ze uitgesloten van bepaalde functies (artikel 15 van de Gemeentewet) en gelden er andere integriteitseisen. De leden moeten in de regel voor hun benoeming dezelfde ambsteed of -belofte als raads- en Statenleden afleggen.

De meeste gemeenteraden stellen een maximum aan het aantal te benoemen burgerleden, maar ook dat is geen wettelijk vereiste. Zo’n maximum kan nominaal per fracties zijn (bijvoorbeeld: iedere fractie twee burgerleden), of evenredig of omgekeerd-evenredig aan de fractiegrootte zijn.