Afgelopen dinsdag moest de gemeenteraad van de Zuid-Hollandse kasgemeente op stel en sprong vergaderen. Nog volop in de vakantiestemming werden de raadsleden opgetrommeld voor een spoedoverleg.
Dat is uitzonderlijk. Hoe relevant en belangrijk de lokale politiek ook is, haast heeft het zelden. Toch vond burgemeester Anges van Ardenne het hoogst noodzakelijk dat de leden van volksvertegenwoordiging in Westland dinsdag meteen bijeenkwamen. Nadat ze op vrijdag de griffier al voorzichtig een vergaderdatum had laten polsen, ontvingen de raadsleden op de vergaderdag zelf pas de uitnodiging.
Niet dat ze daar heel veel wijzer van werden. Volgens de agenda moest er ‘urgent een besluit genomen worden in een ruimtelijk dossier’. Dat zegt niks. De Gemeentewet geeft met artikel 19 lid 2 de burgmeester dan wel de bevoegdheid om zonder opgaaf van reden een raadsvergadering uit te schrijven, maar deze vaagtaal geeft een raadslid nauwelijks kans zich voor te bereiden. Van de 276 miljoen euro die Westland jaarlijks te besteden heeft, geeft ze zelf al 52 miljoen uit aan ruimtelijke en economische ontwikkelingen. Met de omzet die de gemeente met beleidsregels mogelijk maakt, mag je de waarde van dit beleidsterrein gemakkelijk vertienvoudigden.
Toch werd er vergaderd. Pas op de avond zelf wisten in ieder geval de raadsleden waarover. Met drie A4’tjes werden ze voor een uurtje de fractiekamers ingestuurd om zich in te lezen. Krap een uur later namen ze een besluit. Met excuus van Van Ardenne dat het fatsoenlijk uitnodigen er niet was van gekomen. ‘We waren met de voorbereidingen voor deze vergadering bezig,’ sprak ze.
Waar het nou over ging? Joost, of Agnes, mag het weten. Op voordracht van Van Ardenne behandelde de raad de kwestie in beslotenheid en is ook 24 uur na de vergadering nog steeds niet duidelijk wáár de gemeenteraad over heeft gesproken. Laat staan dat duidelijk is welk besluit er is genomen. Naar verluid zou het gaan om de huisvesting van vijfduizend arbeidsmigranten. Volgens de laatste geruchten zou het besluit daartoe al in het lokale huis-aan-huisblad worden gepubliceerd en was in de ambtelijke organisatie even vergeten dat eerst de raad daar over moet spreken.
Dat laatste lijkt niet te worden ontkend door de gemeentewoordvoerder. Die laat De Telegraaf weten dat het wel vaker voorkomt dat collegebesluiten als fait accompli naar de krant gaan, nog voor dat de raad er over heeft vergaderd — waarschijnlijk om de deadline van de krant te halen. Normaal gesproken zal tussen deadline en publicatie een gebruikelijke raadsvergadering zitten maar nu de raad met reces was, liep dat even anders.
Het zet Van Ardenne’s excuus in een heel ander licht. Dus wel vaker is men ‘zo druk met het maken van beleid dat de raad er even bij inschiet’. Dat getuigt niet alleen van bestuurlijk amateurisme, maar meer van een defect democratisch besef. De gemeenteraad zit er niet voor spek-en-bonen, ook niet in komkommertijd.
Ogenschijnlijk mist in Westland een noodzakelijk diep inzicht dat besluiten beter worden wanneer ze publiekelijk besproken worden door mensen die weten wat er in de lokale samenleving leeft. Eerder lijkt het er op, dat de Westlandse volksvertegenwoordiging als stempelclubje wordt gezien. Waar bestuurders zo min mogelijk last van moeten hebben. Die gedachtegang zet niet alleen de politiek, maar ook de inwoner op afstand. Dat de genomen beslotenheid dan is ingegeven om het prutswerk van de gemeente weg te stoppen in plaats van de gebruikelijke redenen, maakt het er niet fraaier op.
Terug van reces, zal de volksvertegenwoordiging van Westland zich vast nog eens buigen over deze vergaderflater. Hopelijk kijkt hij dan ook even naar de bestuurscultuur waaronder dit voorval kon ontstaan. Zodat politiek en democratie niet alleen in de samenleving, maar eerst eens bij de gemeente zelf kunnen gaan leven.
Komende dinsdag treffen de raadsleden van Westland elkaar in de raadszaal. Ze hebben er hun vakantie voor af moeten breken. Welk onderwerp op de agenda staat is niet publiek gemaakt. Ook de vergadering zelf is besloten.
Dat is ongehoord, zegt John Bijl tegen Binnenlands Bestuur. De transparantie van bestuur vraagt in ieder geval dat iedereen weet waar het over gaat.
‘Niet voor niets staat in het eigen Reglement van orde van Westland dat de gemeenteraad tenminste 48 uur van tevoren op de hoogte moet worden gesteld,’ weet Bijl. ‘En de Gemeentewet schrijft voor dat een vergadering kan worden uitgeschreven ‘met opgaaf van reden’. De gemeenteraad heeft nu niets van dit alles.’
Volgens Bijl loopt de gemeente ook nog het risico dat een rechter de gang van zaken als onzorgvuldig zal beoordelen, met als gevolg dat een eventueel raadsbesluit wordt vernietigd.
Toen de Deventenaar zich met de raadsverkiezingen van 21 maart uitsprak, is het mandaat van de gemeenteraad muurvast vastgelegd. De enige die dan nog iets aan de samenstelling van het hoogste orgaan van de gemeente kan doen, is de gemeenteraad zelf. En dat gebeurde ook. Vanwege frictie in de fractie besloot het voor D66 gekozen raadslid Eva Sipman zich na het reces aan te sluiten bij een andere fractie: die van de VVD.
De aanleiding voor Sipmans overstap is het stemgedrag van haar voormalige fractiecollega’s bij het faillissement van werkbedrijf Werkmakelaar-Oost. Het kostte de gemeente tonnen — en de financiële misère moest nota bene via een klokkenluider naar buiten komen. Volgens Sipman hadden haar eerdere partijgenoten in de Deventer raad een motie van wantrouwen tegen verantwoordelijk wethouder Jan Jaap Kolkman moeten steunen. Nu stemde ze als enige voor, de andere D66’ers in de Deventer raad durfden het niet aan coalitiegenoot PvdA ermee tegen de haren in te strijken.
Naar verluidt heeft D66-fractievoorzitter Jan Schuring alles uit de kast gehaald om Sipman op andere gedachten te brengen. Voor Sipman was dat te veel. Ze stapt op en wil niets meer met de fractie te maken hebben. En om te voorkomen dat ze de rest van de periode er als fractie alleen voor staat, sluit ze zich aan bij de VVD.
Natuurlijk is het aan Sipman zelf om te besluiten wat ze met haar zetel doet. De Pavlov-reactie ‘zetelroof!’ van haar voormalige fractiegenoten is staatsrechtelijke kolder. Met de uitspraak van de kiezer in haar kontzak, is Sipman immers zonder last tot lid van de gemeenteraad gekozen. Ze heeft daarmee, zoals dat dan heet, een vrij mandaat. Niemand mag haar stemgedrag beïnvloeden. Net zo goed als dat ze lekker zelf uitmaakt van welke fractie ze lid is, is het aan haarzelf te oordelen waar de D66-kiezer het meest mee is geholpen: het steunen van de coalitie óf het politieke lot van wethouder Kolkman bezegelen.
Toch knaagt het.
Met haar overstap naar de VVD doet Sipman het voorkomen alsof er inhoudelijk iets is veranderd. Alsof D66 bijvoorbeeld het eigen verkiezingsprogramma niet meer nakomt of er een politieke kwestie is waardoor Sipman’s eigen mening is veranderd. Maar dat is niet zo. ‘Ik blijf actief voor Deventer met dezelfde aandachtsgebieden als bij D66,’ zegt ze tegen de Stentor.
Voor de kiezer is dat verwarrend. Ze doet alsof er geen verschillen zijn tussen de Deventer D66 en de VVD, terwijl één blik op de verkiezingsprogramma’s genoeg is om het tegenovergestelde te beweren.
Logischer is wanneer Sipman de samenwerking met de fractie had opgezegd en als zelfstandige D66-fractie haar raadsperiode voortzet, met alle ondersteuning die daarbij hoort.
Sipman kan met haar kiezersmandaat immers net zo veel aanspraak maken op de naam D66 als de andere gekozenen op de kieslijst. Hoeveel stemmen ze daar persoonlijk bij haalde, is dan niet eens relevant. Door Sipman op de lijst te plaatsen heeft D66 haar zélf de verantwoordelijkheid gegeven de kiezer te vertegenwoordigen. Dat vertrouwen is, nu Sipman via de kieslijst in de raad is gekomen, onherroepelijk.
Dat de Deventer raad dan getooid is met twee fracties van dezelfde politieke kleur is volgens mij makkelijker uit te leggen dan krampachtig partij-affiliatie boven de inhoud plaatsen — en politiek voor te spiegelen als een spelletje over macht in plaats van een goed gesprek over de inhoud.
Dit artikel verscheen eerst in Binnenlands Bestuur.
In Bloemendaal wil het college strengere eisen stellen aan informatieverzoeken van raadsleden. Wie onvoldoende motiveert, in een rechtszaak verwikkeld is, of de schijn van belang heeft, zou kunnen worden afgescheept. Op het oog een voorstel voor zorgvuldigheid – maar in werkelijkheid raakt het de kern van het duale bestel. Want het recht op informatie is geen gunst van het college, maar een fundamenteel instrument van de raad.
Het college baseert zich op artikel 169, lid 3 van de Gemeentewet: inlichtingen kunnen worden geweigerd ‘indien het verstrekken in strijd is met het openbaar belang’. Maar dat criterium is bedoeld voor uitzonderingen – niet als standaardfilter. ‘In feite wil het college niet telkens de vragen van díé fractie moeten beantwoorden’, stelt John Bijl, directeur van het Periklesinstituut. ‘Maar om dat niet openlijk te doen, komen ze nu met een algemeen voorstel.’ Daarmee dreigt willekeur en raakt de hele raad in haar controlerende taak belemmerd.
Bijl herkent de bestuurlijke context: ‘Bloemendaal is een goed voorbeeld van een gemeente met een lastige bestuurscultuur. Er is al jaren een conflict met Rob Slewe, nu raadslid, en tegen fractievoorzitter Marielys Roos loopt een strafzaak.’ Toch ontslaat dat het college niet van zijn democratische plichten. ‘Dat Slewe informatie opvraagt over een dossier waarin hij privé verwikkeld is, is superonhandig. Maar de reactie van het college is net zo buiten proportie.’
De casus toont vooral hoe kwetsbaar het evenwicht is tussen recht en redelijkheid. Raadsleden hebben een informatieplicht én een morele verantwoordelijkheid. Maar colleges moeten verdragen dat raadsleden lastig kunnen zijn – juist dat is wat democratie van bestuurders vraagt.
Het is beláchelijk veel, zegt John Bijl, expert op het gebied van gemeentepolitiek. ‘Ik denk niet dat dit ooit eerder is gebeurd in Nederland. In een grote stad zó’n club mensen, dat heb ik nog nooit gezien. Met een mannetje of drie, vier minder had het ook gekund.’
Na lang onderhandelen is Rotterdam er uit. Een formatie mét Leefbaar Rotterdam zat er niet in. De andere partijen vormde dat Rotterdamse grootste fractie te weinig afstand nam van de snoeiharde campagne van de Leefbaren. Ook de affiliatie met Baudet, en zijn onkies geachte opmerkingen, wordt ze aangerekend.
Het resultaat is een coalitie van zes fracties waar iedereen een plekje aan de collegetafel opeist. En er dus tien wethouders moeten worden benoemd.
‘Hier is geprobeerd elke partij een plekje in het college te geven, terwijl dat volgens de wet en de democratische principes helemaal niet nodig is. Iedereen heeft elkaar wat gegund.’
Bijl vreest dat een volle collegekamer tot spanningen kan leiden. ‘Als er veel mensen aan de tafel zitten, ontstaat er ook meer claimgedrag. Maar in een goed college moet je elkaar iets gunnen. Iedere wethouder moet soms zichtbaar zijn en met zijn gezicht in de krant staan. Voor een stabiel stadsbestuur is het niet goed als het ellebogenwerk wordt.’
De college uitbreiding kost de gemeente uiteraard meer aan salariskosten, werplekken en ondersteuning. Maar Bijl vindt het vooral jammer dat er dan wel geld naar het college en niet naar de raad gaat.
‘Stel dat het tweeënhalf miljoen euro kost, dat is het me nog wel waard. Maar je ziet zo’n bom duiten toch liever naar de raad gaan dan naar het college.’
Te druk. Niet verwacht. Of ‘had liever wethouder geworden’. Elke gemeenteraadsverkiezingen zijn er altijd wel een paar gekozenen die afzien van hun zetel. ‘Jammer,’ zegt Bijl tegen Binnenlands Bestuur. ‘Je staat op een kandidatenlijst om in de gemeenteraad te gaan, niet voor iets anders. Zeker als mensen een voorkeurstem op je uitbrengen is dat niet niks. Mensen vertrouwen je, en zien graag dat je namens hen opereert. Dat schept verplichtingen.’
Ook zogeheten lijstduwers zijn Bijl een doorn in het oog. Vuistregel moet volgens Bijl blijven: wil je niet in de raad, ga dan niet op een lijst staan.
Vooral lijstduwers en mensen die alleen wethouder willen worden, irriteren de bestuurskundige. Hij vindt het schandelijk dat kieslijsten bovenaan bevolkt worden door brutale would be-wethouders die nooit het plan hebben om in de gemeenteraad te komen. En lijstduwers, waarom vullen die hun steun aan een partij niet op een andere manier in ‘in plaats van de kieslijst te misbruiken’?
Één reden om de zetel niet in te nemen kan Bij zich wel voorstellen: teleurstellende verkiezingsuitkomsten.
Soms moeten mensen sneuvelen om een nieuwe lijn te kunnen inzetten.
Voor één categorie afhakers kan hij wel waardering opbrengen: mensen die opstappen na een groot verkiezingsverlies, zoals de PvdA-fractie in Apeldoorn en de Rotterdamse SP-fractievoorzitter Leo de Kleijn. ‘Een legitieme reden. Soms moeten mensen sneuvelen om een nieuwe lijn te kunnen inzetten.’
Sjaak afhaak (Binnenlands Bestuur, 22 april 2018)
Wel gekozen, liever niet in de raad (Binnenlands Bestuur, 22 april 2018)
Het aantal voorkeursstemmen neemt de laatste decennia alleen maar toe. Zo ook bij de gemeenteraadsverkiezingen van vorige week. Toch zal een aantal gekozenen dat niet als een aanleiding of aanmoediging zien om de zetel in te nemen. Maar liefst 14 kandidaten haalden genoeg voorkeursstemmen om een zetel in te nemen. Vier ervan zeggen hun plek in de raadszaal toch niet in te nemen. Niet fraai, vindt Bijl. Hij reageert op Omroep Flevoland.
Als mensen een voorkeurstem op je uitbrengen is dat niet niks, dat betekent dat ze je vertrouwen, en graag zien dat je namens hen opereert. En dan zeg je ‘Laat maar zitten’.
Naast voorkeurskandidaten zijn er ook enige aspirant-wethouders gekozen. Ook deze zijn niet voornemens hun zetel lang in te nemen.
‘Je staat daar op om in de gemeenteraad te gaan, niet voor iets anders’, zegt Bijl. ‘Het is ook zo dat kieslijsten bovenaan bevolkt worden door mensen die eigenlijk wethouder willen worden, en die nooit het plan hadden om in de gemeenteraad te komen. Dat is schandelijk.’
Politici staan bekend om hun vermogen met elkaar van mening te verschillen. Dat is immers hun werkt. Toch weet iedere politicus – en snapt iedere kiezer – dat samenwerken in de raad noodzakelijk is.
Vooral na campagnevoeren moet er soms even aan gewerkt worden daar weer grond voor te vinden. ‘Ik moedig ze dus aan om samen een biertje of kopje thee te drinken,’ zegt Bijl.
Bijl snapt dat het in de beeldvorming misschien raar overkomt dat iemand een biertje drinkt met zijn of haar ‘vijand’, maar volgens hem is dat niet terecht. ‘Inhoudelijk en wat betreft stijl verschillen politici misschien van elkaar maar vaak hebben zij wel dezelfde motivaties om de politiek in te gaan.’ Alle politici willen iets betekenen voor hun dorp of stad.
Meer mensen naar de stembus is natuurlijk goed. Volgens Bijl zal de groei in het aantal stemmers alleen nog maar toenemen. ‘Omdat er meer mobiele stembureaus zijn, stemmen mensen steeds vaker ’s avonds. Dan zie je vaak een sterke toename van het opkomstpercentage.’
Van de uitslag zelf verwacht Bijl niet verrast te zijn. ‘Leefbaar zal gewoon de grootste worden,’ meent Bijl. De formatie hoeft, ondanks de verwachte politieke versplintering, geen probleem te worden volgens hem. ‘Als mensen over hun eigen schaduw heen kunnen springen zijn er dingen mogelijk, als wethouders bijvoorbeeld namens meerdere fracties worden voorgedragen.’
Zondagochtend werden de vier finalisten bekend gemaakt. Het publiek kon daarop opnieuw hun stem uitbrengen op deze vier kandidaten. De website GeenStijl plaatste vervolgens een oproep om te stemmen op CDA’er Rick Brink uit Hardenberg, om te voorkomen dat Rotterdammer Nourdin el Ouali (NIDA) zou winnen en zo ‘het land te redden’.
Er volgde een tegenoproep om vooral wel op Nourdin El Ouali te stemmen. Dit monde uit in een overvloed aan stemmen waardoor het gisteravond technisch onmogelijk werd gemaakt om nog te stemmen. ‘Er is geprobeerd om de tussenstand te forceren, door via een brute-force aanval te proberen om kwetsbaarheden in de site te misbruiken. De aanval is mislukt, maar de verkiezing hebben we wel stilgelegd.’ zegt Erik van Bruggen, namens campagnebureau BKB, in NRC.
De jury, bestaande uit campagnebureau BKB, omroep WNL, de Volkskrant en het Periklesinstituut, betreurt het dat de verkiezing, die juist bedoeld is om aandacht te vragen voor de gemeentepolitiek met de oproep van GeenStijl gekaapt is door identiteitspolitiek.
Hoewel online stemmen momenteel niet meer mogelijk is, gaat de verkiezing zelf wél door. In het reglement staat dat de winnaar voor 50% wordt bepaald door online stemmen en voor 50% door de vakjury. De jury beraadt zich momenteel nog op hoe ze de publieksstemmen nu mee kan nemen. Daarnaast kijkt ze naar de vier finalisten zelf en hun verdiensten als raadslid. De Volkskrant maakte van alle vier de kandidaten een profiel.
Morgenavond, 20 maart, wordt in Paradiso bekend gemaakt wie van deze vier raadsleden zich het beste raadslid van Nederland mag noemen.