‘Laat zien welke afweging je maakt’

Het vertrouwen in de lokale politiek krijgt een onvoldoende in een lezersonderzoek van het AD. In Spraakmakers op NPO Radio 1 duidt John Bijl deze cijfers in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen.

‘Nee, dat is niet best,’ zegt hij over de uitkomsten. Tegelijkertijd plaatst hij de cijfers in perspectief. Ook landelijke politieke discussies werken door in het oordeel over het lokale bestuur. ‘Ook dit onderzoek wordt beïnvloed door de kijk van mensen op de landelijke politiek. De azc-discussies hebben er ook niet aan bijgedragen.’

Volgens Bijl ligt de sleutel tot herstel van vertrouwen niet in betere marketing, maar in betere uitleg. ‘Het eerste en belangrijkste wat lokale bestuurders moeten doen, is laten zien welke afweging ze maken. Niet wélk besluit je hebt genomen, maar welke afweging je hebt gemaakt.’

Hij illustreert dat met een herkenbaar voorbeeld: ‘Als je mensen vertelt dat ze hun vrije uitzicht kwijtraken, maar dat het ook belangrijk is om huizen te bouwen voor starters in de gemeente, dan vinden ze dat misschien niet leuk, maar ze begrijpen het wel. Dan kweek je wat empathie.’

Daarmee raakt hij aan de kern van representatieve democratie: niet iedereen krijgt zijn zin, maar iedereen moet kunnen volgen hoe een besluit tot stand komt.

In de uitzending wijst Bijl ook op het effect van gemeentelijke herindelingen. ‘Een gemeente is in de eerste plaats een gemeenschap. En dat wordt doorsneden wanneer er een herindeling komt.’ Het kan volgens hem jaren duren voordat vertrouwen en betrokkenheid zich herstellen.

‘Dan wil ik een schorsing!’ zegt wethouder Wim Wink kortaf. Terwijl het doen van een voorstel van orde toch écht is voorbehouden aan raadsleden en de voorzitter. Maar misschien is wat hier aan de raad is, en wat aan het college, wel het echte thema van deze avond.

Op de agenda staat wel een document wat de gemoederen los maakt: de Regionale Energie Strategie, de RES 2.0. Een gezamenlijk stuk van alle gemeenten in de regio; het moet organiseren hoe iedereen een bijdrage gaat leveren aan lokale energieopwekking.

Insprekers maken zich zorgen. ‘De RES zet de deur wagenwijd open voor drie giga-windturbines bij de A73,’ zegt de eerste. ‘Er is nooit sprake geweest van een derde molen,’ zegt een ander. Ze vrezen gezondheidsschade en landschapsvervuiling. ‘Het ondermijnt uw ambitie om een aantrekkelijk Heumen te zijn.’

Marcel Hermens (DGA) wil een aanpassing in de RES. In de energievisie staat nog steeds het Kommengebied aangewezen als lokatie voor windmolens, maar onderzoek heeft al laten zien dat dit niet kan. Met een amendement stelt hij voor ‘de RES te updaten’. Theo Müller (PvdA) is het daarmee eens. ‘We moeten zo snel mogelijk duidelijkheid aan de inwoners bieden.’

Die duidelijkheid heeft een prijs. ‘Strikt genomen hebben we nu geen zoekgebied meer,’ constateert Müller. Door het Kommengebied te schrappen staat er in de RES geen plan meer om te voldoen aan de energieopgave. ‘Het is nu aan het college om met een nieuw voorstel te komen,’ zegt Müller. Snel, want er is al onrust over de windmolens bij de A73. ‘In buurtapps lees ik dat een bedrijf zich al gemeld heeft. En als we niks doen krijgen we een aanwijzing van de provincie.’ Müller stelt daarom voor om op korte termijn een informatieavond te organiseren over de mogelijkheden.

‘Het enige alternatief is de A73,’ interrumpeert Gerard Laenen (D66). ‘Die duidelijkheid moet het college geven,’ vindt Müller. Rob de Graaf (CDA) en Saskia Tuinder (GroenLinks) vinden de informatieavond een goed idee. ‘Het is niet voor niets dat hier zoveel mensen aanwezig zijn,’ zegt Tuinder. ‘Er ligt al een voorstel van een ontwikkelaar,’ weet Tuinder. Dan is het bijvoorbeeld relevant te weten wanneer de gemeente of wanneer de provincie daarover het bevoegd gezag is.

Wethouder Wink houdt liever vast aan de ongeamendeerde RES. ‘Voor je het weet gaan we discussiëren over een voorstel wat er nog niet ligt.’ waarschuwt hij. Ook een nieuwe informatieavond ziet hij niet zitten. Er zijn al werkbijeenkomsten geweest. ‘We moeten voorkomen dat het een herhaling van zetten wordt.’

‘Er is heel veel onduidelijkheid,’ interrumpeert Müller. ‘Als u naar het windbeleid kijkt, krijgt u al heel veel antwoorden,’ vindt Wink. ‘Wilt u het doen of niet?’ vraagt De Graaf. 

En dan wil Wink de schorsing.

Erna lijkt de wethouder toeschietelijker. ‘Er komt van het college geen amendement op het amendement,’ zegt hij — al kan ook daarover alleen de raad voorstellen doen. Ook de informatieavond gaat er komen, zegt Wink. ‘Ik moest het even op me in laten werken,’ zegt hij. Het amendement én de RES worden unaniem aangenomen. De informatieavond komt er, en het college gaat aan de slag met een nieuw voorstel voor energieopwekking.

Eind goed, al goed? Het zal moeten blijken of de opdrachten voor de avond of de energieopwekking scherp genoeg zijn.

Dat had wethouder ook anders kunnen doen. In plaats van zelf raadsinstrumenten te gebruiken, had hij om een duidelijker kader kunnen vragen. Niet omdat de raad dan op de stoel van het college gaat zitten, maar om juist eens te voorkomen dat een wethouder op de stoel van de raad belandt.

Deze column verscheen op 9 februari 2026 bij Binnenlands Bestuur.

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

De bestuurlijke onrust in Voorne aan Zee is volgens John Bijl geen verrassing. In het AD duidt hij de spanningen in de fusiegemeente, die begin 2023 ontstond uit het samengaan van Hellevoetsluis, Brielle en Westvoorne.

Vorige week traden opnieuw twee wethouders af na een motie van wantrouwen in een integriteitskwestie. In een eerder onderzoeksrapport werd kritisch geoordeeld over het integriteitsbesef binnen het gemeentebestuur.

Volgens Bijl moet de situatie ook in het licht van de herindeling worden bezien. ‘Cultuurveranderingen gaan niet vanzelf. Mijn professor zei altijd: daar staat vijf tot tien jaar voor. In de politiek duurt het gewoon een paar verkiezingen. Dus zestien tot twintig jaar of zo.’

Twee fusies tegelijk

Voorne aan Zee kent volgens Bijl feitelijk twee fusies: die van drie gemeenten én die van politieke verenigingen die samen één nieuwe lokale partij vormen. ‘Het lijken me twee fusies: die van drie gemeenten en van drie verenigingen tot een politieke partij.’

Dat heeft gevolgen voor onderlinge verhoudingen. Een fractie kan formeel één partij zijn, maar in de praktijk nog bestaan uit meerdere politieke culturen. Bijl hoorde van een fractievoorzitter die een jaar na een herindeling nog steeds het gevoel had vier fracties voor te zitten.

Ook de toon in het debat speelt mee. ‘Het valt me vooral op dat de taal wat ruwer is dan in andere gemeenten. Maar dat past wel bij Hellevoetsluis.’

Tijd en geduld

Volgens Bijl vraagt het ontstaan van een nieuwe politieke cultuur tijd. ‘Een politieke samenleving van die schaal heeft andere ordening nodig.’ Dat betekent dat bestuurders zich bewust moeten zijn van de overgangsfase waarin de gemeente zich bevindt.

Bestuurlijke rust laat zich niet afdwingen met één rapport of één besluit. Het opbouwen van vertrouwen, het ontwikkelen van gezamenlijke omgangsvormen en het vinden van een gedeelde bestuursstijl vergen meerdere jaren – en vaak meerdere verkiezingen.

De situatie in Voorne aan Zee onderstreept daarmee een bredere les: een herindeling is niet alleen een organisatorische operatie, maar ook een culturele. En cultuur laat zich niet fuseren per raadsbesluit.

Wat gebeurt er ná de verkiezingsavond? Hoe wordt een gemeenteraad weer één bestuur? Wie neemt het initiatief bij de coalitievorming? En wat doe je met partijen die elkaar tijdens de campagne hebben uitgesloten?

In aflevering 7 van de podcast Verstand van verkiezingen van Binnenlands Bestuur spreekt John Bijl over het formatieproces in gemeenten. Vanuit zijn ervaring als informateur én begeleider van gemeenteraden duidt hij wat er vaak misgaat – en wat juist essentieel is.

‘Na installatie ben je samen één bestuursorgaan. Dat wordt weleens vergeten. Sommige partijen blijven in campagnemodus hangen, maar vanaf 1 april heb je één taak: zorgen dat er weer een volwaardig gemeentebestuur komt.’

Informateur: geen schoolmeester, maar vragensteller

Het formeren kent in de Gemeentewet slechts één regel: de raad benoemt wethouders. Hoe je daar komt, verschilt per gemeente. Volgens Bijl is de rol van een informateur vooral procesmatig: partijen helpen de omslag te maken van campagne naar bestuur.

‘Je bent geen college aan het geven over hoe het werkt. Je bent de eerstverantwoordelijke vragensteller. En soms moet je mensen eraan herinneren dat de campagne voorbij is.’

Uitsluiten: landelijk spel, lokaal zeldzaam

Het expliciet uitsluiten van partijen komt lokaal veel minder voor dan landelijk. ‘Dat uitsluiten is echt een landelijk spelletje.’ In gemeenten wordt doorgaans voorzichtiger geopereerd, mede omdat samenwerking onvermijdelijk is in een collegiaal bestuur.

Uit onderzoek blijkt bovendien dat persoonlijke verhoudingen vaak een grotere rol spelen bij coalitievorming dan inhoudelijke verschillen.

Raadsakkoord of raadsprogramma?

In de podcast gaat het ook over het zogenoemde raadsakkoord. Bijl plaatst daar een kanttekening bij: ‘Het woord akkoord impliceert dat je vastlegt waar je het over eens bent. Een goed raadsprogramma doet het tegenovergestelde: je spreekt af waar je het debat over gaat voeren.’

In een tijd van versnippering en grotere pluriformiteit is het volgens hem logisch dat gemeenten andere vormen zoeken om recht te doen aan de verkiezingsuitslag. ‘Democratie houdt niet op op het moment dat de stembusjes zijn gesloten.’

Twee soorten democratie

De aflevering sluit af met een principiële reflectie:

‘We hebben één moment van directe democratie: de verkiezingsdag. Maar daarna begint de vertegenwoordigende democratie. Dan rust de verantwoordelijkheid op 9 tot 45 mensen om ervoor te zorgen dat het democratisch proces blijft functioneren.’

Interrupties kunnen het politieke debat scherper en sprankelender maken. Tenminste: als ze worden gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn. In het Reformatorisch Dagblad wordt John Bijl aangehaald naar aanleiding van een discussie over interrupties in de Tweede Kamer.

Aanleiding is een werkwijze van Laura Bromet, voorzitter van de vaste Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zij hanteert een systeem waarbij interrupties worden geteld en langere interrupties zwaarder meetellen dan korte vragen. Het doel: het debat overzichtelijk houden en interrupties beperken tot hun kern.

Bijl wijst erop dat interrupties het debat juist kunnen versterken, mits ze als vraag worden ingezet. Eerder schreef hij: ‘Interrupties maken het debat beter. Je dwingt een ander om op iets in te gaan wat hij eigenlijk wilde vermijden. Dat werkt pas goed wanneer je er een vraag van maakt. Beter voor het debat, duidelijker voor de kijker en effectiever voor jouw punt.’

Volgens hem gaat het mis wanneer interrupties verworden tot halve speeches. Lange betogen tijdens een onderbreking maken het debat onoverzichtelijk en ontnemen de kracht van het instrument. Een gerichte vraag daarentegen dwingt tot een antwoord.

De interruptie als werkvorm

Interrupties zijn geen doel op zich, maar een werkvorm binnen het parlementaire debat. Ze helpen om een redenering te toetsen, een omissie bloot te leggen of een spreker te dwingen positie te kiezen. Wanneer ze worden gebruikt om alsnog een eigen termijn te houden, vervaagt dat onderscheid.

Het debat wordt niet scherper door méér interrupties, maar door betere interrupties. Dat vraagt discipline van Kamerleden – en soms ook duidelijke kaders van de voorzitter.

Het volledige artikel is te lezen in het Reformatorisch Dagblad.

 

In Zeeland werken gemeenten, provincie en waterschap aan een gezamenlijke gedragscode rond integriteit. Een onderdeel daarvan is het ontmoedigen van dubbelfuncties: het gelijktijdig bekleden van meerdere politieke ambten, bijvoorbeeld als gemeenteraadslid én Statenlid, of als raadslid én waterschapsbestuurder.

De wet verbiedt zulke combinaties niet. Toch vindt een meerderheid van de Zeeuwse overheden het onwenselijk dat bestuurders op meerdere bestuurslagen tegelijk actief zijn. Commissaris van de Koning Hugo de Jonge spreekt over het voorkomen van rolverwarring en de schijn van belangenverstrengeling.

In een interview met Omroep Zeeland noemt John Bijl het ‘dapper’ dat Zeeland het gesprek hierover voert. ‘Met al die verhalen over het feit dat Nederland wordt geregeerd door een elite is het misschien wel tijd dat er regels komen.’ Volgens hem gaat het niet alleen om wat juridisch mag, maar ook om de vraag of het bestuurlijk verstandig is.

Pluriformiteit en beschikbaarheid

Bijl wijst erop dat het stapelen van functies spanning kan opleveren. ‘Ook omdat het werk soms helemaal niet verenigbaar is. Er zijn veel voorbeelden van mensen die nooit komen opdagen bij vergaderingen.’ Daarnaast raakt het volgens hem aan de pluriformiteit van het bestuur: ‘Het gaat ten koste van de pluriformiteit als er te veel mensen op meerdere stoelen tegelijk zitten.’

Tegelijkertijd benadrukken betrokken bestuurders juist de voordelen van dubbele functies. Zij stellen dat het helpt om snel te schakelen tussen bestuurslagen en om kennis te delen. Anderen vrezen dat een gedragscode verder gaat dan de wet en daarmee de ruimte van volksvertegenwoordigers inperkt.

Vier van de twaalf raadsleden van Leefbaar Capelle gaan verder onder de naam Echt Voor Capelle. In het AD duidt John Bijl de politieke betekenis van deze afsplitsing.

Hoewel de vertrekkende raadsleden niet hoog op de kandidatenlijst stonden, noemt Bijl het vertrek van een derde van de fractie geen detail. ‘Als een derde van je raadsleden opstapt, dan is dat een forse aderlating. Zoiets heet gezichtsverlies.’

Meer dan een lijst

De directe aanleiding ligt volgens betrokkenen in onvrede over de kandidatenlijst en de interne besluitvorming. Maar onder de oppervlakte spelen bredere factoren mee. Leefbaar Capelle regeert al twintig jaar mee in de gemeente. Langdurige deelname aan het bestuur verandert een partij.

Bestuurspartijen lopen het risico te institutionaliseren: de energie verschuift van actie naar beheer. Nieuwe initiatieven en interne discussies kunnen dan sneller schuren. De roep om ‘aanraakpolitiek’ – het zichtbaar aanwezig zijn in wijken en buurten – laat zien dat representatie niet alleen gaat over standpunten, maar ook over stijl en nabijheid.

Het verlies van een boegbeeld

De in november overleden Ans Hartnagel was jarenlang het gezicht van Leefbaar Capelle. Volgens Bijl is het voorstelbaar dat haar overlijden doorwerkt in de interne verhoudingen. ‘Ik kan me voorstellen dat ze het met lede ogen zou hebben aangezien.’

Maar hij benadrukt dat politiek uiteindelijk toekomstgericht is. ‘Het is natuurlijk triest dat Ans Hartnagel is overleden. Maar politiek bedrijf je voor de toekomst, niet uit hang naar het verleden.’

Vooruitkijken

Afsplitsingen in verkiezingstijd komen vaker voor, zeker wanneer partijen sterk met personen zijn verbonden of wanneer interne verhoudingen onder druk staan. Ze veranderen de zetelverdeling, maar vooral ook het politieke verhaal.

Voor Capelle aan den IJssel ligt de vraag nu minder bij wat er misging, en meer bij wat kiezers op 18 maart willen ondersteunen: continuïteit, vernieuwing of een combinatie van beide.

Een video uit een commissievergadering van de gemeenteraad van Castricum, gehouden in september, krijgt maanden later brede aandacht op sociale media. In het fragment is te zien hoe een raadslid tijdens een interruptie herhaaldelijk wordt onderbroken door de voorzitter, die met een hoorbaar signaal ingrijpt omdat volgens haar de vergaderorde wordt overschreden. Het fragment wordt inmiddels tienduizenden keren bekeken, onder meer nadat het is gedeeld op Dumpert.

Het debat waarin het moment plaatsvindt, gaat over de veiligheid van vrouwen in de gemeente. Tijdens een bijdrage van een raadslid probeert een ander raadslid te interrumperen. Volgens de voorzitter gebeurt dat niet door het stellen van een vraag, maar door het houden van een betoog, waarna zij meerdere malen ingrijpt.

Naar aanleiding van de virale verspreiding van het fragment vroeg het Noord-Hollands Dagblad John Bijl, bestuurskundige en directeur van het Periklesinstituut, om een toelichting op de gang van zaken in de vergadering en de toepassing van de vergaderregels. Zijn reactie is daarmee nadrukkelijk een procedurele duiding van het fragment, en geen inhoudelijk oordeel over het debat zelf.

Volgens Bijl is het onderscheid tussen een interruptie en een inhoudelijke bijdrage van belang voor het verloop van een vergadering. ‘Bij een interruptie mag je alleen een korte, verduidelijkende vraag stellen. Het is niet de bedoeling dat je dan een volledig betoog houdt’, zegt hij in het Noord-Hollands Dagblad. ‘Als iedereen dat wel zou doen, wordt het debat onoverzichtelijk en is het voor de raad lastig om tot besluitvorming te komen.’

De rol van de voorzitter

Het ingrijpen van een voorzitter is in zo’n geval bedoeld om de orde van de vergadering te bewaken. Dat gebeurt volgens Bijl niet op inhoudelijke gronden, maar op basis van de afgesproken procedure. ‘Raadsvergaderingen zijn er niet voor vertier. Ze zijn bedoeld om de gemeente te besturen’, aldus Bijl in de krant.

Daarbij merkt hij op dat het bewaken van de orde ook vraagt om rust en uitleg. Wanneer de spanning oploopt, ligt het volgens hem op de weg van de voorzitter om de temperatuur in de zaal te verlagen.

Van raadszaal naar publiek podium

Hoewel de vergadering al maanden geleden plaatsvond, krijgt het fragment pas recent brede aandacht. Behalve op sociale media wordt het ook besproken in televisieprogramma’s, waaronder De Oranjewinter. Diverse publieke figuren reageren op het fragment, onder wie Caroline van der Plas en Wierd Duk.

Door de losse verspreiding van het fragment wordt het moment vooral bekeken als een op zichzelf staand incident, los van de bredere vergadercontext waarin het plaatsvond. Volgens Bijl laat het Castricumse incident vooral zien hoe een procedureel moment uit een raadsvergadering, wanneer het los wordt gedeeld, een eigen publieke dynamiek kan krijgen. De duiding in het Noord-Hollands Dagblad plaatst dat moment nadrukkelijk terug in de context van vergaderregels en rolvastheid. Daarmee raakt de discussie niet alleen aan individuele raadsleden, maar ook aan de vraag hoe lokale democratische besluitvorming functioneert in een tijd van brede publieke aandacht.

Veel inwoners realiseren zich niet hoeveel groenbeleid daadwerkelijk lokaal wordt bepaald. Van de boom in de straat tot het park om de hoek: het zijn gemeentelijke keuzes. Toch is het voor raadsleden vaak lastig om dat belang scherp op tafel te krijgen. Bijl wijst daarbij op wat hij de ‘vloek van waarde’ noemt. ‘Je kunt uitleggen waarom iets van waarde is voor jouzelf, maar je moet ook iemand meekrijgen in waarom het voor hén van waarde is.’ Dat maakt groenbeleid politiek kwetsbaar, zeker wanneer andere problemen zich opdringen. ‘Hoe leg je uit dat groen belangrijk is, als iemand vooral bezig is met het vinden van een betaalbare woning?’

Daar komt bij dat groenbeleid in veel gemeenten financieel onder druk staat. Sinds de decentralisaties hebben gemeenten meer taken gekregen, zonder dat daar altijd voldoende middelen tegenover staan. Het geld dat via het gemeentefonds binnenkomt, heeft geen vaste bestemming. Gemeenten moeten zelf prioriteiten stellen, en groen is daarbij vaak de sluitpost. ‘En dan kom je opnieuw uit bij die vloek van waarde’, aldus Bijl. Wat niet direct als urgent wordt gezien, verdwijnt snel naar de achtergrond.

Toch zijn er ook gemeenten die bewust investeren in groen. Soms vanwege hun ligging, soms vanuit expliciet beleid. Steeds vaker spelen daarbij inzichten uit onderzoek een rol, bijvoorbeeld over hittestress, luchtkwaliteit of gezondheid. Groen wordt dan niet alleen gezien als kostenpost, maar als randvoorwaarde voor een leefbare stad.

De spanning tussen korte termijnproblemen en lange termijnwaarde maakt groenbeleid tot een wezenlijk politiek vraagstuk. Juist in verkiezingstijd vraagt dat om scherpe keuzes van gemeenteraden: wat vinden we belangrijk, en hoe maken we dat zichtbaar in onze besluiten? Want groen is geen bijzaak van lokaal bestuur, maar een spiegel van hoe de lokale democratie haar verantwoordelijkheid neemt.

Meer informatie over deze uitzending vind je hier bij BNNVARA.

In vrijwel alle berichtgeving klinkt verbazing over het besluit om alle vergaderingen te schrappen. In verkiezingstijd is het gebruikelijk dat gemeenteraden terughoudender zijn met grote besluiten, maar volledig stoppen met vergaderen is iets anders. ‘Dit is echt buitensporig,’ zegt John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, in gesprek met het AD. ‘Dat je grote dossiers niet over je graf heen wilt regeren, kan ik begrijpen. Maar helemaal niet meer samenkomen is uit den boze.’

Volgens Bijl raakt de raad hiermee aan zijn kernfunctie. ‘De raad heeft niet alleen de taak om besluiten te nemen, maar ook om het college te controleren,’ zegt hij tegen Binnenlands Bestuur. ‘Door niet te vergaderen, geef je het college feitelijk een vrijbrief tot 1 april, wanneer de nieuwe raad wordt geïnstalleerd.’

Verkiezingen zijn geen referendum

Voorstanders van het reces stellen dat gevoelige onderwerpen – zoals de bouw van een nieuw gemeentehuis – beter aan de kiezer kunnen worden voorgelegd. Dat argument overtuigt Bijl niet. ‘Daarmee marginaliseer je de verkiezingen tot een referendum,’ zegt hij in het AD. ‘Zo werkt onze representatieve democratie niet. Inwoners kiezen een raad om namens hen afwegingen te maken, niet om lastige besluiten vooruit te schuiven.’

In een interview met de NOS benadrukt Bijl dat het combineren van campagnevoeren en besturen geen tegenstelling hoeft te zijn. ‘Ik kan me voorstellen dat je in verkiezingstijd rekening houdt met agenda’s. In de meeste gemeenten zie je dat de luwte aantreedt in de laatste weken voor de verkiezingen. Maar hier wordt alles opgeschort tot 1 april. Dat slaat nergens op.’

Meer dan alleen grote dossiers

De kritiek richt zich niet alleen op de grote, politiek gevoelige onderwerpen. Door het reces verdwijnen ook kleinere, maar noodzakelijke besluiten van de agenda. Daarmee ontstaat vertraging, juist op momenten waarop nieuwe wettelijke verplichtingen of regionale ontwikkelingen aandacht vragen. ‘Met een beetje pech heb je de eerste grote dossiers pas na het zomerreces op de agenda staan,’ waarschuwt Bijl in Binnenlands Bestuur. ‘Dan ligt de raad maandenlang stil, terwijl het bestuur wél doorgaat.’

In gesprekken met regionale media wijst hij er bovendien op dat het probleem breder is dan besluitvorming alleen. ‘Als je alle vergaderingen opschort, schort je ook je controlerende taak op,’ zegt hij tegen RTV Utrecht. ‘Daarmee zeg je eigenlijk dat je eigen positie belangrijker is dan het dienen van de samenleving.’

Campagne voeren en besturen

De kwestie-De Bilt raakt aan een fundamenteler punt: wat betekent het om raadslid te zijn in verkiezingstijd? Verkiezingen zijn een moment van verantwoording en keuze, maar ze schorten het democratisch mandaat niet op. Juist in aanloop naar de stembus is zichtbaar bestuur van belang.

‘Als de campagne belangrijker wordt dan het bestuur, is er iets niet in orde,’ zegt Bijl in het Reformatorisch Dagblad. Niet vergaderen kan bedoeld zijn als de-escalatie, maar het risico is groot dat het wordt opgevat als terugtrekken uit verantwoordelijkheid. En dat raakt uiteindelijk niet alleen het politieke proces, maar ook het vertrouwen van inwoners in hun lokale democratie.