Lezing en workshop: hoe vorm je een college?

In minder dan vijf maanden staat de kiezer in het stemhokje. Een week later wordt de nieuwe raad geïnstalleerd en m het hij gaan nadenken over hoe de bestuursperiode wil zien. Wat gaan we doen? Waar moet de raad het debat nog over voeren? Wat verwachten we daarin van het college van wethouders en burgemeesters? En: wie zijn dan de meest geschikte personen om die wethouderplaatsen te vullen? Wat verwachten we van hén — en wat kunnen zij van de raad verwachten?

Het nadenken over de inrichting van de samenwerking in de nieuwe bestuursperiode is ongetwijfeld al begonnen.
Hoe hebt u het samenspel binnen de raad en tussen raad en college in de afgelopen jaren ervaren? Welke lessen zijn er voor de nieuwe bestuursperiode. Welke mogelijkheden staan u ten dienste: soorten akkoorden, programma’s. Wat zijn ervaringen in andere gemeenten? En wat zijn voorwaarden en aandachtspunten voor succes. En: hoe wilt u het proces van coalitievorming inrichten.

In een interactieve online-bijeenkomst gaat u in gesprek met elkaar en met:

  • Lianne van Kalken (docent en onderzoeker Staatsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, doet promotieonderzoek naar ‘Raadsakkoorden’)
  • John Bijl (directeur Periklesinstituut)
  • Ruurd Palstra (raadgriffier van Velsen)

Henriette de Vos (gemeentesecretaris en algemeen directeur Heemstede leidt het gesprek. Meer informatie over de bijeenkomst vindt u hier op de webpagina van de VNHG.

Een halfjaar voor de verkiezingen schuiven in Rotterdam twee nieuwe wethouders aan: Christine Eskes (CDA) en Vincent Karremans (VVD). Beiden nemen het stokje over van partijgenoten die voortijdig opstapten. Beiden worden ook lijsttrekker. Daarmee staat de teller op vier Rotterdamse wethouders die niet alleen beleid moeten uitvoeren, maar ook campagne moeten voeren.

Volgens John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, wringt dat. ‘Een wethouder spreekt namens het hele college. En ook namens zijn of haar voorganger. Dat betekent concessies doen en compromissen sluiten. Maar als lijsttrekker benadruk je juist de verschillen met andere partijen.’ Dat spanningsveld raakt het hart van het dualisme.

Natuurlijk is zichtbaarheid in verkiezingstijd aantrekkelijk. ‘Een raadslid wordt gekend door gemiddeld 1,5 procent van de inwoners, een wethouder door 30 procent’, zegt Bijl. Maar dat mag geen excuus zijn voor verkapte profilering op kosten van het ambt. Dat het ook lastig te scheiden valt, blijkt wel uit de praktijk. Karremans: ‘Wat ik hier op het stadhuis doe is allemaal voor de stad. Wat ik daarbuiten doe met flyers en bitterballen, is voor de VVD.’

Het Handboek Virtueel Vergaderen voor volksvertegenwoordigersAan het begin van lock-down vorig jaar stelde John Bijl en Victor Vlam op verzoek van VNG, BZK en de beroepsverengingen het Handboek virtueel vergaderen samen. Veel volksvertegenwoordigers vertelden ons al veel baat te hebben gehad bij de tips om de politieke besluitvorming beter te maken. Inmiddels hielpen we ook tientallen gemeenteraden met onze trainingen, bijeenkomsten voor voorzitters en bijvoorbeeld voor zorgen dat het reglement van orde paste bij de virtuele vergaderingen.

Nu met de nieuwe maatregelen weer heel veel raden besluiten om in veilige virtuele omgeving te vergaderen, schreef het Periklesinstituut nieuwe tip, gebaseerd op de vragen die we van raadsleden- en Statenleden kregen, en onze eigen ervaringen en observaties.

Net zoals het Handboek zijn de tips voor iedereen te downloaden in de bibliotheek van het Periklesinstituut.

‘Een burgemeester staat boven de partijen en is verantwoordelijk voor het organiseren van de politieke besluitvorming, niet voor het voeren ervan,’ vindt Bijl. Zeker de komende weken, waar burgemeester Walraven bijvoorbeeld de coronamaatrdegelen moet handhaven, kan het ambt in een politieke discussie terecht komen. ‘Je moet als burgemeester ten allen tijde terughoudend zijn om jouw politieke affiliatie te laten zien,’ vind Bijl.

Daarnaast verwacht Bijl wat hij noemt ‘vals gezag’. ‘Hij heeft zaken die boven de politiek staan in goede banen geleid. Zulk gezag blijft aan een persoon kleven. Of hij nou raadslid of wethouder wordt, hij zal altijd spreken met het gezag van een voormalig burgemeester.’

Bijl pleit voor een afkoelingsperiode van burgemeestersposten. ‘Juist dat mensen die een dergelijk gezag boven de partijen hadden, behoefte hebben aan een afkoelingsperiode. Hier geldt wat mij betreft hetzelfde als bij lobbyist worden door Kamerleden of bewindslieden.’

In een virtuele vergadering moet je zelf bepalen hoe mensen je zien. Je bet er zelf verantwoordelijk voor hoe je in beeld komt. Maar uiteraard is de competentie cameraregie geen natuurlijke vereiste voor het raadslidmaatschap. In deze tipvideo laten we je zien wat het eerste is waar je op moet letten.

 

 

Meer tipvideo’s over politieke vaardigheden en het functioneren van de democratie vind je op het YouTube-kanaal van het Periklesinstituut. Abonneer je om direct op te hoogte gehouden te worden van nieuwe tipvideo’s.

Na de komende gemeenteraadsverkiezingen zal het onderwerp bestuurscultuur nog wel op de agenda blijven. Tijdens zijn bijdrage op het mini-congres De Raad op Zaterdag van VNG en de Nederlandse Vereniging van Raadsleden sprak John Bijl over het onderwerp.

Drie tips voor een sterke raad

Drie tips voor een sterke raad (© Periklesinstituut)

‘Om macht te houden, moet de raad zélf beter worden in het organiseren van tegenmacht,’ sprak Bijl. Hij gaf de raden drie tips voor op het to-do-lijstje bij aanvang van de volgende bestuursperiode. De tips zijn ook als PDF beschikbaar.

De tips zijn hier te downloaden.

Het slaat nergens op, zegt Bijl. Je kunt je afvragen of dat nog wel effectieve besluiten kunnen worden genomen na 17 uur vergaderen. Toch zijn er nuances, erkent Bijl. ‘Niet alle raadsleden zijn continu allemaal aan het woord, ze hebben de taken verdeeld. Bovendien zijn onderwerpen vaak al vooraf besproken tijdens commissievergaderingen.’

Een echte oplossing voor het lange vergaderen is er echter niet. ‘Je kunt dingen slimmer plannen waardoor je de vergadertijd beter verdeeld,’ weet Bijl. Maar de duur van het vergaderen kan nauwelijks korter. De raad heeft nu eenhaal veel verantwoordelijkheden. ‘Als het puntje bij het paaltje komt heb je die tijd wel nodig.’ Dat leidt dan weer tot de in zijn ogen ongewenste situatie dat raadsleden – maar ook bijvoorbeeld Statenleden – afhaken. Zij kunnen politiek niet meer combineren met hun werk. ‘En dat gaat weer ten koste van het raadswerk.’

In bijna de helft van de Nederlandse gemeenteraden is de afgelopen jaren een fractie bijgekomen door afsplitsing. Dat blijkt uit onderzoek van R&C. Hoogleraar Gerrit Voerman noemt het ‘geen goede ontwikkeling’: het maakt besturen lastiger en holt het functioneren van gemeenteraden uit. Maar in het radioprogramma Dit is de Dag laat bestuurskundige John Bijl een ander geluid horen: ‘Het hoort bij de democratie. En soms houden afsplitsers de rest juist scherp.’

Aanleiding voor het gesprek is de toenemende versnippering in gemeenteraden. Politici die zich losmaken van hun partij en zelfstandig doorgaan: niet zelden uit onvrede met de koers van de fractie, of omdat ze zich politiek of persoonlijk buitengesloten voelen. Volgens Voerman is het inmiddels een structureel probleem: ‘Meer fracties betekent meer spreektijd, meer werklast, meer complexiteit. In sommige gemeenten zijn al vijftien fracties actief. Dat helpt de democratie niet.’

Toch is het beeld niet zo eenduidig. Volgens Bijl is het ook een uiting van politieke emancipatie: ‘Het is een gevolg van het verdwijnen van de grote volkspartijen. Kiezers stemmen scherper, partijen zoeken naar hun rol, en raadsleden voelen de ruimte om hun principes te volgen. Dat is niet altijd een zwaktebod.’

Dat blijkt ook uit de bijdrage van Lilian Haak, raadslid in Apeldoorn. Zij splitste zich af van de VVD en begon een eigen partij. ‘Het ging wringen. Als raadslid wil je iets betekenen voor je stad. Maar binnen de fractie was daar geen ruimte voor.’ Inmiddels vormt zij samen met andere afsplitsers een nieuwe raadsfractie. ‘Eénmansfracties zijn niet werkbaar. Maar samen lukt het wel om kwaliteit te leveren.’

De discussie schuift uiteindelijk naar de vraag of het systeem moet worden aangepast. Een kiesdrempel? Minder faciliteiten voor afsplitsers? Gerrit Voerman pleit voor een soberder omgang met afsplitsers: ‘Er moet niet te veel bonus zitten op splitsen. Anders wordt het een verdienmodel.’ Maar Bijl is fel tegen: ‘Je beperkt dan het mandaat van een volksvertegenwoordiger. Zetels zijn niet van partijen, ze zijn van mensen. Gekozen zonder last.’

Voor John Bijl is het een teken dat de democratie werkt. ‘Afsplitsingen zijn de veiligheidsklep van onze politiek,’ zegt hij tegen NRC. Bijl kent genoeg verhalen van raadsleden die onderdruk worden gezet om de lieve goede vrede in de coalitie te bewaren. En bijvoorbeeld afstand te doen van een politiek punt wat hem of haar dierbaar is. Dan is het goed dat raadsleden daar geen gehoor aan hoeven te geven. ‘Iemand die gekrenkt is in zijn idealen, moet kunnen opstappen. Het zou vervelend zijn als de partij haar macht kan doordrukken.’

Veel raadsleden blijken al in het begin van de bestuursperiode uit een fractie te stappen. ‘Dan heb je het gewoon over prutswerk bij de samenstelling van je kandidatenlijst,’ vindt Bijl. Hij zou willen dat lijstsamenstellers zorgvuldiger te werk gaan. En in de acceptatie dat niet iedereen op dezelfde manier politiek bedrijft. ‘Er wordt vaak gezegd dat er ‘verschil van stijl’ was. In een politiek systeem heb je alle stijlen nodig.’

Verder ziet Bijl niet echt problemen in de toename van het aantal fracties. ‘Gewoon wat meer aandacht aan de vergadervaardigheden besteden. In het programma Dit is de Dag op NPO Radio 1 ging Bijl in debat met Gerrit Voerman van het Documentatiecentrum Politieke Partijen. Voerman wijst op een vertragend proces. Toch wil Bijl niets van beperkingen weten. ‘Een gekozen volksvertegenwoordiger hoort de zelfde rechten te hebben als wanneer hij in een fractie zou zitten,’ zegt Bijl.

Volgens Bijl is het besluit van NIDA deels te verklaren uit het landelijke avontuur. ‘Het was erg druk met veel nieuwe partijen in de campagne, hun boodschap kreeg weinig aandacht en was net wat te abstract. Ze waren er misschien nog niet klaar voor.’ De nederlaag bij de Tweede Kamerverkiezingen, juist ook in Rotterdam, kwam hard aan. Tegelijk wijst Bijl op een structureel probleem: ‘Het is als lokale partij gewoon heel lastig om landelijk door te breken. Ook Code Oranje met Richard de Mos is dat niet gelukt.’

De partij verliest daarmee ook haar boegbeeld: Nourdin El Ouali vertrok eerder al naar SPIOR. En hoewel NIDA naar eigen zeggen nooit zo sterk was qua leden en middelen, is het politieke vertrek volgens betrokkenen een gemis. ‘Het is jammer als er maar één politieke partij is die kiezers aanspreekt met een migratie-achtergrond’, aldus Bijl. ‘Waar DENK een soort islam-SGP is, was NIDA meer een islamitische ChristenUnie – verbindend, sociaal en principieel.’

Reflectie: In een politiek klimaat waar profilering loont, verdwijnen partijen met een verbindende toon vaak geruisloos van het toneel. Maar juist hun aanwezigheid maakt het verschil tussen representatie en echo. NIDA’s vertrek laat zien dat diversiteit in opvattingen net zo belangrijk is als diversiteit in herkomst. Voor de raad, én voor de democratie.