Simon Ceulemans Beste Raadslid Rotterdam 2025

In Debatpodium Arminius is Simon Ceulemans uitgeroepen tot Beste Raadslid van Rotterdam 2025. De verkiezing wordt sinds 2013 georganiseerd op initiatief van het Periklesinstituut, in samenwerking met regionale media en het debatpodium.

De jury prees Ceulemans om zijn scherpe debatstijl en de wijze waarop hij zijn achterban overtuigend vertegenwoordigde in de gemeenteraad. Hij was raadslid voor Leefbaar Rotterdam en nam recent afscheid van de Rotterdamse raad vanwege zijn overstap naar de Tweede Kamer namens JA21. De onderscheiding markeert daarmee ook het einde van zijn periode als volksvertegenwoordiger in de stad.

De andere genomineerden waren Ellen Verkoelen (JOU) en Diederik van Dommelen (VVD). Daarnaast werd Pieter Boshuizen uit Vreewijk tot het Beste Wijksraadlid van Rotterdam gekozen.

Erkenning van het raadswerk

De verkiezing van het Beste Raadslid heeft als doel het vak van raadslid zichtbaar te maken. Het werk in de gemeenteraad is inhoudelijk intensief, politiek veeleisend en vaak minder zichtbaar dan het bestuurlijke optreden van wethouders of burgemeesters. Met deze verkiezing wordt expliciet aandacht gevraagd voor de kwaliteit van volksvertegenwoordiging.

Wat maakt iemand tot een goed raadslid? Debatvaardigheid speelt een rol, net als dossierkennis en vasthoudendheid. Maar uiteindelijk draait het om vertegenwoordiging: het vermogen om maatschappelijke signalen te vertalen naar politieke afwegingen binnen de raad.

Door jaarlijks stil te staan bij die kwaliteiten, wordt het gesprek over goed raadswerk levend gehouden. Dat gesprek is minstens zo belangrijk als de titel zelf.

Met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht spreken vrijwel alle Rotterdamse partijen uit dat zij de komende periode niet willen samenwerken met Forum voor Democratie. Aanleiding zijn de banden van twee kandidaten met de nationalistische jongerenorganisatie Geuzenbond. Wat betekent zo’n boycot voor de lokale democratie?

In een interview met Open Rotterdam plaatst John Bijl de discussie in het staatsrechtelijke kader. ‘Dat ze geboycot worden door andere kandidaten wil niet zeggen dat ze daarmee geen toegang hebben tot het gemeentebestuur. Je kan iemand niet boycotten van de verkiezingen.’

Een politieke keuze om niet samen te werken is iets anders dan institutionele uitsluiting. Wie wordt gekozen, heeft zitting in de gemeenteraad met dezelfde rechten en plichten als ieder ander raadslid. ‘Ik zit ook niet te wachten op mensen op een kieslijst die actief zijn in anti-mensenrechtelijke of antidemocratische groeperingen. Maar het gaat wel te ver om te zeggen dat je daarmee niet mee zou kunnen doen aan de verkiezingen.’

De kernvraag is daarmee niet of partijen afstand nemen – dat is een legitieme politieke keuze – maar hoe de democratische procedure wordt beschermd. In een vertegenwoordigende democratie is het aan de kiezer om zich uit te spreken over kandidaten op het stembiljet.

Volgens Bijl is transparantie daarbij essentieel. ‘Ik denk wel dat het de democratische kijk van de kiezers vaag maakt. Ik kan me goed voorstellen dat je als politicus geen zin hebt om op één podium te staan met iemand die actief is in de Geuzenbond.’ Juist daarom moet duidelijk zijn wie zich verkiesbaar stelt en waar kandidaten voor staan.

De Rotterdamse situatie laat zien hoe politieke afwijzing en procedurele rechtvaardigheid naast elkaar bestaan. Partijen mogen principiële grenzen trekken in samenwerking. Maar het kiesrecht en de toegang tot het vertegenwoordigend proces zijn institutioneel geborgd – en vormen het fundament van de lokale democratie.

Verder lezen

Dit onderwerp raakt aan een bredere vraag: hoe verhouden politieke grenzen zich tot het institutionele fundament van de democratie? Over dat onderscheid wordt nader geschreven in de columnreeks Wat is democratie?

De aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen in Terneuzen wordt gekenmerkt door opvallend veel wisselingen in het bestuur. In een reportage van Omroep Zeeland reflecteert John Bijl op wat die nieuwe gezichten betekenen voor de verkiezingsstrijd.

Na het vertrek van burgemeester Erik van Merrienboer is Franc Weerwind aangetreden als waarnemer. Ook binnen het college schuift het: nieuwe wethouders, een aangekondigd vertrek en partijwisselingen zorgen voor een bestuur in transitie, vlak voor de verkiezingen van 18 maart.

Lees ook

Volgens Bijl maakt dat de campagne extra dynamisch. Nieuwe namen kunnen energie en verwachtingen oproepen. Tegelijkertijd waarschuwt hij dat politieke vernieuwing niet betekent dat bestaande kaders verdwijnen. Het dossier rond het asielzoekerscentrum zal naar verwachting ‘één van de hot topics’ worden in de campagne.

Daarbij plaatst hij een duidelijke kanttekening: ‘Maar de spreidingswet is er nog steeds, die gaat niet weg. Wanneer je nu campagne gaat voeren met: geen asielzoekerscentrum in Terneuzen, dan draai je de kiezers een rad voor ogen.’

Nieuwe gezichten kunnen het debat veranderen, maar niet de wettelijke werkelijkheid. Juist in verkiezingstijd vraagt dat om bestuurlijke eerlijkheid: beloven wat kan, en uitleggen wat niet kan.

De ene gemeente betaalt 100 euro voor een avond stemmen tellen, de andere 35 euro. In een uitzending van BNR Nieuwsradio reageert John Bijl op onderzoek naar de vergoedingen voor stemmentellers in de twintig grootste gemeenten.

Volgens Bijl is het verschil in de eerste plaats een kwestie van vraag en aanbod. ‘Als je wat meer moeite hebt om vrijwilligers te vinden, dan moet je soms wat meer betalen. Die stemmen moeten geteld worden.’ Gemeenten mogen de hoogte van de vergoeding zelf bepalen, en dat is volgens hem terecht. Landelijke uniformering kan averechts werken: wat in de ene gemeente ruim voldoende is, kan elders tot tekorten leiden.

Tegelijk zegt het verschil iets over betrokkenheid. ‘Je moet er niet te veel in filosoferen, maar het laat wel iets zien over hoe zo’n samenleving in elkaar steekt.’ In sommige gemeenten is het eenvoudiger om vrijwilligers te vinden voor stembureaus en het tellen van stemmen dan in andere. Dat raakt aan een fundamentelere vraag: hoe stevig is de democratische gemeenschap lokaal verankerd?

Genoeg vrijwilligers hebben is van groot belang. Bijl wijst ook op de praktische kant van het werk. Het tellen van stemmen vraagt concentratie en zorgvuldigheid. ‘Het is echt opletten geblazen. Als je de hele dag aanwezig moet zijn, ben je écht heel moe tegen die tijd.’ Het opsplitsen van diensten in shifts is volgens hem zorgvuldiger georganiseerd dan één lange werkdag. Dan moet de gemeente dus ook voldoende tellers in kunnen zetten.

Tot slot pleit hij ervoor het voor meer mensen mogelijk te maken zich in te zetten voor de democratie. Niet alleen ambtenaren zouden een werkdag moeten kunnen inzetten voor het werk op een stembureau. ‘Je zet je in voor iets wat voor ons allemaal belangrijk is.’ Democratie is geen zaak van professionals alleen, maar van de gemeenschap als geheel.

Lees ook

Het vertrouwen in de lokale politiek krijgt een onvoldoende in een lezersonderzoek van het AD. In Spraakmakers op NPO Radio 1 duidt John Bijl deze cijfers in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen.

‘Nee, dat is niet best,’ zegt hij over de uitkomsten. Tegelijkertijd plaatst hij de cijfers in perspectief. Ook landelijke politieke discussies werken door in het oordeel over het lokale bestuur. ‘Ook dit onderzoek wordt beïnvloed door de kijk van mensen op de landelijke politiek. De azc-discussies hebben er ook niet aan bijgedragen.’

Volgens Bijl ligt de sleutel tot herstel van vertrouwen niet in betere marketing, maar in betere uitleg. ‘Het eerste en belangrijkste wat lokale bestuurders moeten doen, is laten zien welke afweging ze maken. Niet wélk besluit je hebt genomen, maar welke afweging je hebt gemaakt.’

Hij illustreert dat met een herkenbaar voorbeeld: ‘Als je mensen vertelt dat ze hun vrije uitzicht kwijtraken, maar dat het ook belangrijk is om huizen te bouwen voor starters in de gemeente, dan vinden ze dat misschien niet leuk, maar ze begrijpen het wel. Dan kweek je wat empathie.’

Daarmee raakt hij aan de kern van representatieve democratie: niet iedereen krijgt zijn zin, maar iedereen moet kunnen volgen hoe een besluit tot stand komt.

In de uitzending wijst Bijl ook op het effect van gemeentelijke herindelingen. ‘Een gemeente is in de eerste plaats een gemeenschap. En dat wordt doorsneden wanneer er een herindeling komt.’ Het kan volgens hem jaren duren voordat vertrouwen en betrokkenheid zich herstellen.

‘Dan wil ik een schorsing!’ zegt wethouder Wim Wink kortaf. Terwijl het doen van een voorstel van orde toch écht is voorbehouden aan raadsleden en de voorzitter. Maar misschien is wat hier aan de raad is, en wat aan het college, wel het echte thema van deze avond.

Op de agenda staat wel een document wat de gemoederen los maakt: de Regionale Energie Strategie, de RES 2.0. Een gezamenlijk stuk van alle gemeenten in de regio; het moet organiseren hoe iedereen een bijdrage gaat leveren aan lokale energieopwekking.

Insprekers maken zich zorgen. ‘De RES zet de deur wagenwijd open voor drie giga-windturbines bij de A73,’ zegt de eerste. ‘Er is nooit sprake geweest van een derde molen,’ zegt een ander. Ze vrezen gezondheidsschade en landschapsvervuiling. ‘Het ondermijnt uw ambitie om een aantrekkelijk Heumen te zijn.’

Marcel Hermens (DGA) wil een aanpassing in de RES. In de energievisie staat nog steeds het Kommengebied aangewezen als lokatie voor windmolens, maar onderzoek heeft al laten zien dat dit niet kan. Met een amendement stelt hij voor ‘de RES te updaten’. Theo Müller (PvdA) is het daarmee eens. ‘We moeten zo snel mogelijk duidelijkheid aan de inwoners bieden.’

Die duidelijkheid heeft een prijs. ‘Strikt genomen hebben we nu geen zoekgebied meer,’ constateert Müller. Door het Kommengebied te schrappen staat er in de RES geen plan meer om te voldoen aan de energieopgave. ‘Het is nu aan het college om met een nieuw voorstel te komen,’ zegt Müller. Snel, want er is al onrust over de windmolens bij de A73. ‘In buurtapps lees ik dat een bedrijf zich al gemeld heeft. En als we niks doen krijgen we een aanwijzing van de provincie.’ Müller stelt daarom voor om op korte termijn een informatieavond te organiseren over de mogelijkheden.

‘Het enige alternatief is de A73,’ interrumpeert Gerard Laenen (D66). ‘Die duidelijkheid moet het college geven,’ vindt Müller. Rob de Graaf (CDA) en Saskia Tuinder (GroenLinks) vinden de informatieavond een goed idee. ‘Het is niet voor niets dat hier zoveel mensen aanwezig zijn,’ zegt Tuinder. ‘Er ligt al een voorstel van een ontwikkelaar,’ weet Tuinder. Dan is het bijvoorbeeld relevant te weten wanneer de gemeente of wanneer de provincie daarover het bevoegd gezag is.

Wethouder Wink houdt liever vast aan de ongeamendeerde RES. ‘Voor je het weet gaan we discussiëren over een voorstel wat er nog niet ligt.’ waarschuwt hij. Ook een nieuwe informatieavond ziet hij niet zitten. Er zijn al werkbijeenkomsten geweest. ‘We moeten voorkomen dat het een herhaling van zetten wordt.’

‘Er is heel veel onduidelijkheid,’ interrumpeert Müller. ‘Als u naar het windbeleid kijkt, krijgt u al heel veel antwoorden,’ vindt Wink. ‘Wilt u het doen of niet?’ vraagt De Graaf. 

En dan wil Wink de schorsing.

Erna lijkt de wethouder toeschietelijker. ‘Er komt van het college geen amendement op het amendement,’ zegt hij — al kan ook daarover alleen de raad voorstellen doen. Ook de informatieavond gaat er komen, zegt Wink. ‘Ik moest het even op me in laten werken,’ zegt hij. Het amendement én de RES worden unaniem aangenomen. De informatieavond komt er, en het college gaat aan de slag met een nieuw voorstel voor energieopwekking.

Eind goed, al goed? Het zal moeten blijken of de opdrachten voor de avond of de energieopwekking scherp genoeg zijn.

Dat had wethouder ook anders kunnen doen. In plaats van zelf raadsinstrumenten te gebruiken, had hij om een duidelijker kader kunnen vragen. Niet omdat de raad dan op de stoel van het college gaat zitten, maar om juist eens te voorkomen dat een wethouder op de stoel van de raad belandt.

Deze column verscheen op 9 februari 2026 bij Binnenlands Bestuur.

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

De bestuurlijke onrust in Voorne aan Zee is volgens John Bijl geen verrassing. In het AD duidt hij de spanningen in de fusiegemeente, die begin 2023 ontstond uit het samengaan van Hellevoetsluis, Brielle en Westvoorne.

Vorige week traden opnieuw twee wethouders af na een motie van wantrouwen in een integriteitskwestie. In een eerder onderzoeksrapport werd kritisch geoordeeld over het integriteitsbesef binnen het gemeentebestuur.

Volgens Bijl moet de situatie ook in het licht van de herindeling worden bezien. ‘Cultuurveranderingen gaan niet vanzelf. Mijn professor zei altijd: daar staat vijf tot tien jaar voor. In de politiek duurt het gewoon een paar verkiezingen. Dus zestien tot twintig jaar of zo.’

Twee fusies tegelijk

Voorne aan Zee kent volgens Bijl feitelijk twee fusies: die van drie gemeenten én die van politieke verenigingen die samen één nieuwe lokale partij vormen. ‘Het lijken me twee fusies: die van drie gemeenten en van drie verenigingen tot een politieke partij.’

Dat heeft gevolgen voor onderlinge verhoudingen. Een fractie kan formeel één partij zijn, maar in de praktijk nog bestaan uit meerdere politieke culturen. Bijl hoorde van een fractievoorzitter die een jaar na een herindeling nog steeds het gevoel had vier fracties voor te zitten.

Ook de toon in het debat speelt mee. ‘Het valt me vooral op dat de taal wat ruwer is dan in andere gemeenten. Maar dat past wel bij Hellevoetsluis.’

Tijd en geduld

Volgens Bijl vraagt het ontstaan van een nieuwe politieke cultuur tijd. ‘Een politieke samenleving van die schaal heeft andere ordening nodig.’ Dat betekent dat bestuurders zich bewust moeten zijn van de overgangsfase waarin de gemeente zich bevindt.

Bestuurlijke rust laat zich niet afdwingen met één rapport of één besluit. Het opbouwen van vertrouwen, het ontwikkelen van gezamenlijke omgangsvormen en het vinden van een gedeelde bestuursstijl vergen meerdere jaren – en vaak meerdere verkiezingen.

De situatie in Voorne aan Zee onderstreept daarmee een bredere les: een herindeling is niet alleen een organisatorische operatie, maar ook een culturele. En cultuur laat zich niet fuseren per raadsbesluit.

Wat gebeurt er ná de verkiezingsavond? Hoe wordt een gemeenteraad weer één bestuur? Wie neemt het initiatief bij de coalitievorming? En wat doe je met partijen die elkaar tijdens de campagne hebben uitgesloten?

In aflevering 7 van de podcast Verstand van verkiezingen van Binnenlands Bestuur spreekt John Bijl over het formatieproces in gemeenten. Vanuit zijn ervaring als informateur én begeleider van gemeenteraden duidt hij wat er vaak misgaat – en wat juist essentieel is.

‘Na installatie ben je samen één bestuursorgaan. Dat wordt weleens vergeten. Sommige partijen blijven in campagnemodus hangen, maar vanaf 1 april heb je één taak: zorgen dat er weer een volwaardig gemeentebestuur komt.’

Informateur: geen schoolmeester, maar vragensteller

Het formeren kent in de Gemeentewet slechts één regel: de raad benoemt wethouders. Hoe je daar komt, verschilt per gemeente. Volgens Bijl is de rol van een informateur vooral procesmatig: partijen helpen de omslag te maken van campagne naar bestuur.

‘Je bent geen college aan het geven over hoe het werkt. Je bent de eerstverantwoordelijke vragensteller. En soms moet je mensen eraan herinneren dat de campagne voorbij is.’

Uitsluiten: landelijk spel, lokaal zeldzaam

Het expliciet uitsluiten van partijen komt lokaal veel minder voor dan landelijk. ‘Dat uitsluiten is echt een landelijk spelletje.’ In gemeenten wordt doorgaans voorzichtiger geopereerd, mede omdat samenwerking onvermijdelijk is in een collegiaal bestuur.

Uit onderzoek blijkt bovendien dat persoonlijke verhoudingen vaak een grotere rol spelen bij coalitievorming dan inhoudelijke verschillen.

Raadsakkoord of raadsprogramma?

In de podcast gaat het ook over het zogenoemde raadsakkoord. Bijl plaatst daar een kanttekening bij: ‘Het woord akkoord impliceert dat je vastlegt waar je het over eens bent. Een goed raadsprogramma doet het tegenovergestelde: je spreekt af waar je het debat over gaat voeren.’

In een tijd van versnippering en grotere pluriformiteit is het volgens hem logisch dat gemeenten andere vormen zoeken om recht te doen aan de verkiezingsuitslag. ‘Democratie houdt niet op op het moment dat de stembusjes zijn gesloten.’

Twee soorten democratie

De aflevering sluit af met een principiële reflectie:

‘We hebben één moment van directe democratie: de verkiezingsdag. Maar daarna begint de vertegenwoordigende democratie. Dan rust de verantwoordelijkheid op 9 tot 45 mensen om ervoor te zorgen dat het democratisch proces blijft functioneren.’

Interrupties kunnen het politieke debat scherper en sprankelender maken. Tenminste: als ze worden gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn. In het Reformatorisch Dagblad wordt John Bijl aangehaald naar aanleiding van een discussie over interrupties in de Tweede Kamer.

Aanleiding is een werkwijze van Laura Bromet, voorzitter van de vaste Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zij hanteert een systeem waarbij interrupties worden geteld en langere interrupties zwaarder meetellen dan korte vragen. Het doel: het debat overzichtelijk houden en interrupties beperken tot hun kern.

Bijl wijst erop dat interrupties het debat juist kunnen versterken, mits ze als vraag worden ingezet. Eerder schreef hij: ‘Interrupties maken het debat beter. Je dwingt een ander om op iets in te gaan wat hij eigenlijk wilde vermijden. Dat werkt pas goed wanneer je er een vraag van maakt. Beter voor het debat, duidelijker voor de kijker en effectiever voor jouw punt.’

Volgens hem gaat het mis wanneer interrupties verworden tot halve speeches. Lange betogen tijdens een onderbreking maken het debat onoverzichtelijk en ontnemen de kracht van het instrument. Een gerichte vraag daarentegen dwingt tot een antwoord.

De interruptie als werkvorm

Interrupties zijn geen doel op zich, maar een werkvorm binnen het parlementaire debat. Ze helpen om een redenering te toetsen, een omissie bloot te leggen of een spreker te dwingen positie te kiezen. Wanneer ze worden gebruikt om alsnog een eigen termijn te houden, vervaagt dat onderscheid.

Het debat wordt niet scherper door méér interrupties, maar door betere interrupties. Dat vraagt discipline van Kamerleden – en soms ook duidelijke kaders van de voorzitter.

Het volledige artikel is te lezen in het Reformatorisch Dagblad.

 

In Zeeland werken gemeenten, provincie en waterschap aan een gezamenlijke gedragscode rond integriteit. Een onderdeel daarvan is het ontmoedigen van dubbelfuncties: het gelijktijdig bekleden van meerdere politieke ambten, bijvoorbeeld als gemeenteraadslid én Statenlid, of als raadslid én waterschapsbestuurder.

De wet verbiedt zulke combinaties niet. Toch vindt een meerderheid van de Zeeuwse overheden het onwenselijk dat bestuurders op meerdere bestuurslagen tegelijk actief zijn. Commissaris van de Koning Hugo de Jonge spreekt over het voorkomen van rolverwarring en de schijn van belangenverstrengeling.

In een interview met Omroep Zeeland noemt John Bijl het ‘dapper’ dat Zeeland het gesprek hierover voert. ‘Met al die verhalen over het feit dat Nederland wordt geregeerd door een elite is het misschien wel tijd dat er regels komen.’ Volgens hem gaat het niet alleen om wat juridisch mag, maar ook om de vraag of het bestuurlijk verstandig is.

Pluriformiteit en beschikbaarheid

Bijl wijst erop dat het stapelen van functies spanning kan opleveren. ‘Ook omdat het werk soms helemaal niet verenigbaar is. Er zijn veel voorbeelden van mensen die nooit komen opdagen bij vergaderingen.’ Daarnaast raakt het volgens hem aan de pluriformiteit van het bestuur: ‘Het gaat ten koste van de pluriformiteit als er te veel mensen op meerdere stoelen tegelijk zitten.’

Tegelijkertijd benadrukken betrokken bestuurders juist de voordelen van dubbele functies. Zij stellen dat het helpt om snel te schakelen tussen bestuurslagen en om kennis te delen. Anderen vrezen dat een gedragscode verder gaat dan de wet en daarmee de ruimte van volksvertegenwoordigers inperkt.