Wat gebeurt er ná de verkiezingsavond? Hoe wordt een gemeenteraad weer één bestuur? Wie neemt het initiatief bij de coalitievorming? En wat doe je met partijen die elkaar tijdens de campagne hebben uitgesloten?
In aflevering 7 van de podcast Verstand van verkiezingen van Binnenlands Bestuur spreekt John Bijl over het formatieproces in gemeenten. Vanuit zijn ervaring als informateur én begeleider van gemeenteraden duidt hij wat er vaak misgaat – en wat juist essentieel is.
‘Na installatie ben je samen één bestuursorgaan. Dat wordt weleens vergeten. Sommige partijen blijven in campagnemodus hangen, maar vanaf 1 april heb je één taak: zorgen dat er weer een volwaardig gemeentebestuur komt.’
Het formeren kent in de Gemeentewet slechts één regel: de raad benoemt wethouders. Hoe je daar komt, verschilt per gemeente. Volgens Bijl is de rol van een informateur vooral procesmatig: partijen helpen de omslag te maken van campagne naar bestuur.
‘Je bent geen college aan het geven over hoe het werkt. Je bent de eerstverantwoordelijke vragensteller. En soms moet je mensen eraan herinneren dat de campagne voorbij is.’
Het expliciet uitsluiten van partijen komt lokaal veel minder voor dan landelijk. ‘Dat uitsluiten is echt een landelijk spelletje.’ In gemeenten wordt doorgaans voorzichtiger geopereerd, mede omdat samenwerking onvermijdelijk is in een collegiaal bestuur.
Uit onderzoek blijkt bovendien dat persoonlijke verhoudingen vaak een grotere rol spelen bij coalitievorming dan inhoudelijke verschillen.
In de podcast gaat het ook over het zogenoemde raadsakkoord. Bijl plaatst daar een kanttekening bij: ‘Het woord akkoord impliceert dat je vastlegt waar je het over eens bent. Een goed raadsprogramma doet het tegenovergestelde: je spreekt af waar je het debat over gaat voeren.’
In een tijd van versnippering en grotere pluriformiteit is het volgens hem logisch dat gemeenten andere vormen zoeken om recht te doen aan de verkiezingsuitslag. ‘Democratie houdt niet op op het moment dat de stembusjes zijn gesloten.’
De aflevering sluit af met een principiële reflectie:
‘We hebben één moment van directe democratie: de verkiezingsdag. Maar daarna begint de vertegenwoordigende democratie. Dan rust de verantwoordelijkheid op 9 tot 45 mensen om ervoor te zorgen dat het democratisch proces blijft functioneren.’


Interrupties kunnen het politieke debat scherper en sprankelender maken. Tenminste: als ze worden gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn. In het Reformatorisch Dagblad wordt John Bijl aangehaald naar aanleiding van een discussie over interrupties in de Tweede Kamer.
Aanleiding is een werkwijze van Laura Bromet, voorzitter van de vaste Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zij hanteert een systeem waarbij interrupties worden geteld en langere interrupties zwaarder meetellen dan korte vragen. Het doel: het debat overzichtelijk houden en interrupties beperken tot hun kern.
Bijl wijst erop dat interrupties het debat juist kunnen versterken, mits ze als vraag worden ingezet. Eerder schreef hij: ‘Interrupties maken het debat beter. Je dwingt een ander om op iets in te gaan wat hij eigenlijk wilde vermijden. Dat werkt pas goed wanneer je er een vraag van maakt. Beter voor het debat, duidelijker voor de kijker en effectiever voor jouw punt.’
Volgens hem gaat het mis wanneer interrupties verworden tot halve speeches. Lange betogen tijdens een onderbreking maken het debat onoverzichtelijk en ontnemen de kracht van het instrument. Een gerichte vraag daarentegen dwingt tot een antwoord.
Interrupties zijn geen doel op zich, maar een werkvorm binnen het parlementaire debat. Ze helpen om een redenering te toetsen, een omissie bloot te leggen of een spreker te dwingen positie te kiezen. Wanneer ze worden gebruikt om alsnog een eigen termijn te houden, vervaagt dat onderscheid.
Het debat wordt niet scherper door méér interrupties, maar door betere interrupties. Dat vraagt discipline van Kamerleden – en soms ook duidelijke kaders van de voorzitter.
Het volledige artikel is te lezen in het Reformatorisch Dagblad.


In Zeeland werken gemeenten, provincie en waterschap aan een gezamenlijke gedragscode rond integriteit. Een onderdeel daarvan is het ontmoedigen van dubbelfuncties: het gelijktijdig bekleden van meerdere politieke ambten, bijvoorbeeld als gemeenteraadslid én Statenlid, of als raadslid én waterschapsbestuurder.
De wet verbiedt zulke combinaties niet. Toch vindt een meerderheid van de Zeeuwse overheden het onwenselijk dat bestuurders op meerdere bestuurslagen tegelijk actief zijn. Commissaris van de Koning Hugo de Jonge spreekt over het voorkomen van rolverwarring en de schijn van belangenverstrengeling.
In een interview met Omroep Zeeland noemt John Bijl het ‘dapper’ dat Zeeland het gesprek hierover voert. ‘Met al die verhalen over het feit dat Nederland wordt geregeerd door een elite is het misschien wel tijd dat er regels komen.’ Volgens hem gaat het niet alleen om wat juridisch mag, maar ook om de vraag of het bestuurlijk verstandig is.
Bijl wijst erop dat het stapelen van functies spanning kan opleveren. ‘Ook omdat het werk soms helemaal niet verenigbaar is. Er zijn veel voorbeelden van mensen die nooit komen opdagen bij vergaderingen.’ Daarnaast raakt het volgens hem aan de pluriformiteit van het bestuur: ‘Het gaat ten koste van de pluriformiteit als er te veel mensen op meerdere stoelen tegelijk zitten.’
Tegelijkertijd benadrukken betrokken bestuurders juist de voordelen van dubbele functies. Zij stellen dat het helpt om snel te schakelen tussen bestuurslagen en om kennis te delen. Anderen vrezen dat een gedragscode verder gaat dan de wet en daarmee de ruimte van volksvertegenwoordigers inperkt.
‘De gemeenteraad heeft gekregen wat hij wilde,’ zegt Theo Meijboom (SGP). In de wandelgangen rommelde het al maanden rond de grondverkoop voor woningbouw in de woonkern Sleeuwijk. De verhalen werden steeds wilder. Om daar een eind aan te maken besloot de gemeenteraad van Altena unaniem tot een onafhankelijk onderzoek.
Dat ligt er nu. De aankoop was rechtmatig, al zijn er – zoals bij elk onderzoek – ‘leerpunten’. ‘Er kan heel veel over de inhoud van dit rapport gezegd worden,’ zegt Meijboom (SGP), ‘maar dat ga ik niet doen.’ Hem zit iets anders dwars. ‘De tendentieuze vraagstelling, de woordkeus waarbij soms bewust of onbewust halve waarheden of onwaarheden in het debat zijn ingebracht.’
Het rechte been van Meijboom is gericht op CU-raadslid Anne Duizer. Die had tijdens het interpellatiedebat gesuggereerd dat de wethouder al eerder over informatie beschikte dan hij had toegegeven. Het onderzoek weerspreekt dat. In een bekendmaking van zijn lijsttrekkerschap had ChristenUnie hem notabene gepresenteerd als degene die een ‘dubieuze grondverkoop’ aan de kaak stelde. ‘Een raadsonderzoekje naar wat dat debat heeft opgeleverd,’ zegt Meijboom, ‘zou ook interessante leerpunten kunnen opleveren.’
Duizer, een paar meter verder op, lijkt witter te worden.
Gelukkig, denk ik nog, is hij niet de volgende spreker. Maar ook Pim Bouman (VVD) wil het niet over de inhoud van het rapport hebben. ‘En ook niet over het gedrag van raadsleden,’ voegt hij eraan toe. ‘Anders wordt het een negatieve avond.’ Hij roept op de aanbevelingen over te nemen. Ook Christian Alderliesten (Progressief Altena) hoopt ‘dit boek snel te kunnen sluiten’.
Dan Duizer zelf. Die blijft verrassend bij zijn uitgeschreven spreektekst. ‘De manier waarop besluiten zijn genomen raakt ons diep,’ leest hij voor. Hij wijst erop dat keuzes soms pas na afloop werden afgewogen, met juridische haalbaarheid voorop — en niet de wenselijkheid. Het college moet voortaan vooraf ook effecten op omwonenden, leefomgeving en vertrouwen expliciet meewegen, vindt hij. Een kaderstelling waarvan je meestal verwacht dat de raad die zélf ter hand neemt.
Ook wethouder Hans Tanis is blij dat het onderzoek er ligt. ‘Het traject heeft zichtbaar iets gedaan met medewerkers,’ zegt hij. De insinuaties over ‘schimmige deals’ kwamen hard aan. Het rapport moet daar een eind aan hebben gemaakt. Duizer wil hij nog meegeven dat door meer projectmatig te werken ook maatschappelijke doelstellingen beter kunnen worden gewaarborgd.
Voorafgaand aan de tweede termijn lijkt het alsof Meijbooms bommetje nog niet is ontploft. ‘Er zijn wat stevige woorden richting ons geuit,’ vindt Duizer. Dat mag, zegt hij, maar dat had ook tijdens het interpellatiedebat gekund. ‘Duizer heeft pertinente onwaarheden verkondigd,’ herhaalt Meijboom. ‘Dat zette toen de toon.’
‘Ik heb de wethouder daarvoor mijn excuses aangeboden,’ vertelt Duizer. ‘Meijboom had mij destijds kunnen benaderen,’ voegt hij eraan toe. ‘Maar blijkbaar wilde hij mij publiekelijk onderuit halen.’
‘We hebben ook publiekelijk dat debat gevoerd,’ antwoordt Meijboom. Hij wil reflectie van Duizer. ‘Legt u dan eens uit als grond op 22.500 euro gemiddeld wordt geschat voor 5.000 wordt verkocht?’ vraagt Duizer. ‘Zwak dat u toch weer de inhoud ingaat,’ zegt Meijboom.
‘Misschien kan de heer Meijboom ook reageren op zijn eigen gedrag,’ interventieert Bouman. ‘Dat mag u vinden,’ mompelt Meijboom, waarmee ook de spanning weg zakt. Even later neemt de raad de aanbevelingen over en bekrachtigt zelfs de conclusies van het rapport.
Waarmee dit dossier inderdaad inhoudelijk is gesloten. Het onderzoek is afgerond, de aanbevelingen zijn overgenomen, het boek kan dicht. Maar de rol van de raad zélf blijft onbesproken — of het nu gaat om de debatdynamiek of om zijn eigen kaderstellende verantwoordelijkheid. En lijkt het voor deze raad makkelijker zich te verenigen rond een rapport over een ander dan rond een spiegel voor zichzelf.
Deze column verscheen op 2 februari 2026 bij Binnenlands Bestuur.
Vier van de twaalf raadsleden van Leefbaar Capelle gaan verder onder de naam Echt Voor Capelle. In het AD duidt John Bijl de politieke betekenis van deze afsplitsing.
Hoewel de vertrekkende raadsleden niet hoog op de kandidatenlijst stonden, noemt Bijl het vertrek van een derde van de fractie geen detail. ‘Als een derde van je raadsleden opstapt, dan is dat een forse aderlating. Zoiets heet gezichtsverlies.’
De directe aanleiding ligt volgens betrokkenen in onvrede over de kandidatenlijst en de interne besluitvorming. Maar onder de oppervlakte spelen bredere factoren mee. Leefbaar Capelle regeert al twintig jaar mee in de gemeente. Langdurige deelname aan het bestuur verandert een partij.
Bestuurspartijen lopen het risico te institutionaliseren: de energie verschuift van actie naar beheer. Nieuwe initiatieven en interne discussies kunnen dan sneller schuren. De roep om ‘aanraakpolitiek’ – het zichtbaar aanwezig zijn in wijken en buurten – laat zien dat representatie niet alleen gaat over standpunten, maar ook over stijl en nabijheid.
De in november overleden Ans Hartnagel was jarenlang het gezicht van Leefbaar Capelle. Volgens Bijl is het voorstelbaar dat haar overlijden doorwerkt in de interne verhoudingen. ‘Ik kan me voorstellen dat ze het met lede ogen zou hebben aangezien.’
Maar hij benadrukt dat politiek uiteindelijk toekomstgericht is. ‘Het is natuurlijk triest dat Ans Hartnagel is overleden. Maar politiek bedrijf je voor de toekomst, niet uit hang naar het verleden.’
Afsplitsingen in verkiezingstijd komen vaker voor, zeker wanneer partijen sterk met personen zijn verbonden of wanneer interne verhoudingen onder druk staan. Ze veranderen de zetelverdeling, maar vooral ook het politieke verhaal.
Voor Capelle aan den IJssel ligt de vraag nu minder bij wat er misging, en meer bij wat kiezers op 18 maart willen ondersteunen: continuïteit, vernieuwing of een combinatie van beide.
‘We hebben een hele hoop moties,’ constateert burgemeester Hans van der Pas. ‘Waaronder vier moties vreemd.’ Eén ervan is zó belangrijk, dat de gemeenteraad van Maashorst ’m deze avond twee keer behandelt.
Al in mei vorig jaar besloot de raad over een AZC-plek bij het sportpark in Uden. Over de inrichting van de omgeving moet nog wél worden besloten. Met overleg met omwonenden, zo is afgesproken, ondermeer via een veiligheidsplan.
‘De klankbordgroep heeft zorgen over hoe er met hun inbreng wordt omgegaan,’ zegt Maarten Prinssen (VVD) bij het vragenhalfuurtje. De verslagen van de gesprekken met deze bewonersgroep zijn niet door hen goedgekeurd, zegt hij. ‘Kan het college bevestigen dat die verslagen geen juiste weergave zijn?’ Het concept-veiligheidsplan was ook laat. ‘De klankbordgroep had een week om te reageren.’
Zelfs blijkt de bewonersgroep het vertrouwen in de begeleiders van de gemeente te hebben opgezegd, legt Prinssen uit. Het college moet dat vertrouwen herstellen en de kritiek van de klankbordgroep ‘aantoonbaar’ verwerken in het veiligheidsplan, vindt Prinssen. ‘Hoeveel waarde hecht het college aan het participatieproces?’ vraagt hij. Een formulering die zijn interpretatie al suggereert.
‘Een verslag is nooit een individuele weergave,’ reageert burgemeester Van der Pas — als portefeuillehouder. De klankbordgroep miste volgens hem een steviger toon; die is niet overgenomen in het zakelijke verslag. Geprobeerd wordt de gevoelens in een oplegger weer te geven. Dat stukken te laat kwamen, weerspreekt hij. ‘Een conceptversie is in november al verstuurd; die komt voor 95 procent overeen met de laatste versie.’
‘Natuurlijk hechten we veel waarde aan participatie,’ zegt de burgemeester. ‘Maar het is wel een klánkbordgroep.’ De groep wordt gehoord. ’Het is niet zo dat zij ook moeten instemmen met het veiligheidsplan.’ Zo was het ook afgesproken. Het college was verrast dat de groep het vertrouwen opzegde. ‘Ik vermoed dat zij een andere verwachting hadden van het proces.’
Op de publieke tribune ontstaat gemor, afkomstig van – zo lijkt – leden van de klankbordgroep. Ook aan Prinssens gezicht is de ontevredenheid af te lezen.
Met een motie vreemd wil Gertrude Vissers (SP) het onderwerp opnieuw bespreken. ‘We nemen de emoties van de klankbordgroep serieus,’ zegt ze. Ze wil nadrukkelijk niet het debat over het AZC overdoen. ‘Het gaat ons puur om het participatieproces.’ Wél stelt zij voor het besluit over de omgeving op te schorten totdat het vertrouwen met de klankbordgroep is hersteld.
‘Wij nemen die emotie ook serieus,’ zegt Bas Keijzer (Kompas). Voor hem is de beantwoording door het college afdoende. ‘We begrijpen dat als je geen AZC wilt, dit niet genoeg is.’ Op de publieke tribune wordt het gemor luider. ‘Volgens mij gaat het hier niet over het niet willen van een AZC,’ interrumpeert Prinssen, ‘maar over de manier waarop.’ Er klinkt zelfs een applausje.
Langzamerhand begint het op te vallen dat nog nergens helder wordt wát de klankbordgroep nu precies miste in het voorliggende veiligheidsplan. Uit de bijdragen van Prinssen, Vissers én Van der Pas blijkt dat niet duidelijk. En die precisie had het debat overzichtelijker gemaakt. ‘Nou, wij willen geen AZC,’ zegt Ruud Geerders (Gewoon Uden).
‘Dat mag u zeggen, maar daar is deze vergadering niet voor,’ probeert voorzitter Karin Francken nog, maar duidelijker wordt de vergadering er niet van. Het blijft gissen óf de verwachting bij de klankbordgroep verkeerd was, óf hun bijdragen onvoldoende zijn verwerkt, en óf de door de raad gestelde participatiekaders niet zijn gevolgd. Door deze onduidelijkheid blijft het debat steken in een welles-nietes over intenties en emoties. En laat deze vergadering vooral zien dat niet alleen beleid en participatie goed verwachtingsmanagement vraagt, maar dat voor een goed raadsdebat zo ook het meningsverschil helder moet zijn.
Deze column verscheen op 26 januari 2026 bij Binnenlands Bestuur.
Deze vergadering kreeg ook vermelding in de wekelijkse column Wat is democratie? over staatsrecht en democratie. Over hoe het reglement van orde de besluitvorming en de democratie bewaakt.

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
Een video uit een commissievergadering van de gemeenteraad van Castricum, gehouden in september, krijgt maanden later brede aandacht op sociale media. In het fragment is te zien hoe een raadslid tijdens een interruptie herhaaldelijk wordt onderbroken door de voorzitter, die met een hoorbaar signaal ingrijpt omdat volgens haar de vergaderorde wordt overschreden. Het fragment wordt inmiddels tienduizenden keren bekeken, onder meer nadat het is gedeeld op Dumpert.
Het debat waarin het moment plaatsvindt, gaat over de veiligheid van vrouwen in de gemeente. Tijdens een bijdrage van een raadslid probeert een ander raadslid te interrumperen. Volgens de voorzitter gebeurt dat niet door het stellen van een vraag, maar door het houden van een betoog, waarna zij meerdere malen ingrijpt.
Naar aanleiding van de virale verspreiding van het fragment vroeg het Noord-Hollands Dagblad John Bijl, bestuurskundige en directeur van het Periklesinstituut, om een toelichting op de gang van zaken in de vergadering en de toepassing van de vergaderregels. Zijn reactie is daarmee nadrukkelijk een procedurele duiding van het fragment, en geen inhoudelijk oordeel over het debat zelf.
Volgens Bijl is het onderscheid tussen een interruptie en een inhoudelijke bijdrage van belang voor het verloop van een vergadering. ‘Bij een interruptie mag je alleen een korte, verduidelijkende vraag stellen. Het is niet de bedoeling dat je dan een volledig betoog houdt’, zegt hij in het Noord-Hollands Dagblad. ‘Als iedereen dat wel zou doen, wordt het debat onoverzichtelijk en is het voor de raad lastig om tot besluitvorming te komen.’
Het ingrijpen van een voorzitter is in zo’n geval bedoeld om de orde van de vergadering te bewaken. Dat gebeurt volgens Bijl niet op inhoudelijke gronden, maar op basis van de afgesproken procedure. ‘Raadsvergaderingen zijn er niet voor vertier. Ze zijn bedoeld om de gemeente te besturen’, aldus Bijl in de krant.
Daarbij merkt hij op dat het bewaken van de orde ook vraagt om rust en uitleg. Wanneer de spanning oploopt, ligt het volgens hem op de weg van de voorzitter om de temperatuur in de zaal te verlagen.
Hoewel de vergadering al maanden geleden plaatsvond, krijgt het fragment pas recent brede aandacht. Behalve op sociale media wordt het ook besproken in televisieprogramma’s, waaronder De Oranjewinter. Diverse publieke figuren reageren op het fragment, onder wie Caroline van der Plas en Wierd Duk.
Door de losse verspreiding van het fragment wordt het moment vooral bekeken als een op zichzelf staand incident, los van de bredere vergadercontext waarin het plaatsvond. Volgens Bijl laat het Castricumse incident vooral zien hoe een procedureel moment uit een raadsvergadering, wanneer het los wordt gedeeld, een eigen publieke dynamiek kan krijgen. De duiding in het Noord-Hollands Dagblad plaatst dat moment nadrukkelijk terug in de context van vergaderregels en rolvastheid. Daarmee raakt de discussie niet alleen aan individuele raadsleden, maar ook aan de vraag hoe lokale democratische besluitvorming functioneert in een tijd van brede publieke aandacht.
Veel inwoners realiseren zich niet hoeveel groenbeleid daadwerkelijk lokaal wordt bepaald. Van de boom in de straat tot het park om de hoek: het zijn gemeentelijke keuzes. Toch is het voor raadsleden vaak lastig om dat belang scherp op tafel te krijgen. Bijl wijst daarbij op wat hij de ‘vloek van waarde’ noemt. ‘Je kunt uitleggen waarom iets van waarde is voor jouzelf, maar je moet ook iemand meekrijgen in waarom het voor hén van waarde is.’ Dat maakt groenbeleid politiek kwetsbaar, zeker wanneer andere problemen zich opdringen. ‘Hoe leg je uit dat groen belangrijk is, als iemand vooral bezig is met het vinden van een betaalbare woning?’
Daar komt bij dat groenbeleid in veel gemeenten financieel onder druk staat. Sinds de decentralisaties hebben gemeenten meer taken gekregen, zonder dat daar altijd voldoende middelen tegenover staan. Het geld dat via het gemeentefonds binnenkomt, heeft geen vaste bestemming. Gemeenten moeten zelf prioriteiten stellen, en groen is daarbij vaak de sluitpost. ‘En dan kom je opnieuw uit bij die vloek van waarde’, aldus Bijl. Wat niet direct als urgent wordt gezien, verdwijnt snel naar de achtergrond.
Toch zijn er ook gemeenten die bewust investeren in groen. Soms vanwege hun ligging, soms vanuit expliciet beleid. Steeds vaker spelen daarbij inzichten uit onderzoek een rol, bijvoorbeeld over hittestress, luchtkwaliteit of gezondheid. Groen wordt dan niet alleen gezien als kostenpost, maar als randvoorwaarde voor een leefbare stad.
De spanning tussen korte termijnproblemen en lange termijnwaarde maakt groenbeleid tot een wezenlijk politiek vraagstuk. Juist in verkiezingstijd vraagt dat om scherpe keuzes van gemeenteraden: wat vinden we belangrijk, en hoe maken we dat zichtbaar in onze besluiten? Want groen is geen bijzaak van lokaal bestuur, maar een spiegel van hoe de lokale democratie haar verantwoordelijkheid neemt.
Meer informatie over deze uitzending vind je hier bij BNNVARA.
In vrijwel alle berichtgeving klinkt verbazing over het besluit om alle vergaderingen te schrappen. In verkiezingstijd is het gebruikelijk dat gemeenteraden terughoudender zijn met grote besluiten, maar volledig stoppen met vergaderen is iets anders. ‘Dit is echt buitensporig,’ zegt John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, in gesprek met het AD. ‘Dat je grote dossiers niet over je graf heen wilt regeren, kan ik begrijpen. Maar helemaal niet meer samenkomen is uit den boze.’
Volgens Bijl raakt de raad hiermee aan zijn kernfunctie. ‘De raad heeft niet alleen de taak om besluiten te nemen, maar ook om het college te controleren,’ zegt hij tegen Binnenlands Bestuur. ‘Door niet te vergaderen, geef je het college feitelijk een vrijbrief tot 1 april, wanneer de nieuwe raad wordt geïnstalleerd.’
Voorstanders van het reces stellen dat gevoelige onderwerpen – zoals de bouw van een nieuw gemeentehuis – beter aan de kiezer kunnen worden voorgelegd. Dat argument overtuigt Bijl niet. ‘Daarmee marginaliseer je de verkiezingen tot een referendum,’ zegt hij in het AD. ‘Zo werkt onze representatieve democratie niet. Inwoners kiezen een raad om namens hen afwegingen te maken, niet om lastige besluiten vooruit te schuiven.’
In een interview met de NOS benadrukt Bijl dat het combineren van campagnevoeren en besturen geen tegenstelling hoeft te zijn. ‘Ik kan me voorstellen dat je in verkiezingstijd rekening houdt met agenda’s. In de meeste gemeenten zie je dat de luwte aantreedt in de laatste weken voor de verkiezingen. Maar hier wordt alles opgeschort tot 1 april. Dat slaat nergens op.’
De kritiek richt zich niet alleen op de grote, politiek gevoelige onderwerpen. Door het reces verdwijnen ook kleinere, maar noodzakelijke besluiten van de agenda. Daarmee ontstaat vertraging, juist op momenten waarop nieuwe wettelijke verplichtingen of regionale ontwikkelingen aandacht vragen. ‘Met een beetje pech heb je de eerste grote dossiers pas na het zomerreces op de agenda staan,’ waarschuwt Bijl in Binnenlands Bestuur. ‘Dan ligt de raad maandenlang stil, terwijl het bestuur wél doorgaat.’
In gesprekken met regionale media wijst hij er bovendien op dat het probleem breder is dan besluitvorming alleen. ‘Als je alle vergaderingen opschort, schort je ook je controlerende taak op,’ zegt hij tegen RTV Utrecht. ‘Daarmee zeg je eigenlijk dat je eigen positie belangrijker is dan het dienen van de samenleving.’
De kwestie-De Bilt raakt aan een fundamenteler punt: wat betekent het om raadslid te zijn in verkiezingstijd? Verkiezingen zijn een moment van verantwoording en keuze, maar ze schorten het democratisch mandaat niet op. Juist in aanloop naar de stembus is zichtbaar bestuur van belang.
‘Als de campagne belangrijker wordt dan het bestuur, is er iets niet in orde,’ zegt Bijl in het Reformatorisch Dagblad. Niet vergaderen kan bedoeld zijn als de-escalatie, maar het risico is groot dat het wordt opgevat als terugtrekken uit verantwoordelijkheid. En dat raakt uiteindelijk niet alleen het politieke proces, maar ook het vertrouwen van inwoners in hun lokale democratie.
Raad De Bilt legt werk neer: ‘Burgemeester moet ingrijpen’ (Binnenlands Bestuur, 14 januari 2026)
De Bilt stopt tot verkiezingen met vergaderen: ‘Nog nooit van gehoord’ (NOS, 15 januari 2026)
Dat zegt Bijl in een interview bij Radio 1, waar het ging over de plannen voor een minderheidskabinet met 66 zetels. De NOS deed daar verslag van. Staatsrechtgeleerde Corné Smit (Universiteit Leiden) wees op de Nederlandse scepsis: het land kent nauwelijks ervaring met minderheidskabinetten. De historische voorbeelden roepen vooral beelden van instabiliteit op.
Die scepsis herkent Bijl, maar hij plaatst er een belangrijke kanttekening bij. In gemeenten is het werken met minderheidsbesturen geen uitzondering. ‘Een ouderwetse coalitie betekent dat je kunt rusten op een vanzelfsprekende meerderheid,’ zegt hij tegen NOS. ‘Bij een minderheidsconstructie moet je steeds opnieuw laten zien waarom een voorstel deugt.’
Gemeenten als Gooische Meren, Castricum en Baarn hebben daar al ervaring mee. Dat vraagt om een andere houding van zowel bestuur als oppositie. Bijl: ‘Dan moet iedereen zich wel goed gedragen.’
Juist de rol van de oppositie wordt bij een minderheidskabinet bepalend. Partijen die zich afzijdig houden omdat ze niet bij de formatie betrokken waren, doen hun kiezers tekort. ‘Wie gaat zitten mokken, kan niets betekenen,’ zegt Bijl. ‘Ik zou iedere fractie oproepen om te kijken hoe je hier zelf zo constructief mogelijk aan kunt bijdragen.’
Die oproep raakt aan een bredere vraag: is de nationale politiek in staat om het gemeentelijke pragmatisme over te nemen? Minder automatisme, meer inhoudelijke afweging. Minder machtspolitiek, meer publieke verantwoording.
Luisteraars van het radioprogramma zijn verdeeld. Sommigen vrezen instabiliteit en korte levensduur, anderen zien juist ruimte voor samenwerking buiten vaste blokken. De vergelijking met landen als Denemarken, waar minderheidskabinetten eerder regel dan uitzondering zijn, laat zien dat het ook anders kan.
De kernvraag is daarmee niet of een minderheidskabinet ‘werkt’, maar welk politiek gedrag we ervan verwachten. Als macht het uitgangspunt blijft, ligt mislukking op de loer. Als inhoud en samenwerking centraal staan, kan een minderheidskabinet juist dwingen tot volwassen politiek. Dat is geen garantie op succes, maar wel een uitnodiging om het anders te doen.