De politieke ophef over de overstap van oud-wethouder Lot van Hooijdonk naar HVC bewijst opnieuw hoe ingewikkeld het is voor oud-politici om een nieuwe baan te vinden zonder dat er een verdenking omheen hangt. Bestuurskundige John Bijl ziet een bekend patroon: ‘Oud-politici kunnen het bijna nooit goed doen. Ga je ergens in het publieke domein werken, dan is het vanwege vriendjespolitiek. Doe je het niet, dan ben je een wachtgeldtrekker. Het imago van de “baantjescarrousel” hangt er altijd omheen.’
Bijl wijst erop dat publieke organisaties juist veel baat hebben bij mensen met bestuurlijke ervaring. ‘Zo’n bedrijf haalt iemand binnen die competent is, die weet waar ze over praat, die het werkveld kent. Ga je dan in de supermarkt staan met die competentie?’ Tegelijkertijd ziet hij dat de arbeidsmarkt voor oud-politici bepaald geen vetpot is: ‘Kijk naar de vele oud-Kamerleden die maar niet aan het werk komen.’
In Utrecht gaat de discussie ondertussen vooral over de schijn van belangenverstrengeling. Van Hooijdonk was als wethouder betrokken bij het onderzoek naar drie opties voor de aanleg van warmtenetten, waaronder samenwerking met HVC. Pas nadat ze vrijwillig opstapte, kozen college en raad voor het bedrijf.
Daardoor wringt haar overstap: raakt haar nieuwe functie aan haar oude portefeuille? Volt-raadslid Ruud Maas noemt de situatie ‘hoogst ongemakkelijk’. De nieuwe – nog niet vastgestelde – gedragscode voor Utrecht stelt immers dat oud-bestuurders twee jaar geen betaalde functies mogen aannemen die direct raken aan hun voormalige portefeuille.
Van Hooijdonk benadrukt dat ze juist alle stappen heeft gezet om discussie te voorkomen. ‘Ik heb geprobeerd niet over één nacht ijs te gaan en ervoor te zorgen dat het deugt’, zegt ze. Juristen en integriteitsspecialisten bevestigden volgens haar dat de functie kan: ze krijgt geen doorslaggevende zeggenschap, werkt vooral met aandeelhouders en internationale partners, en heeft expliciet afgesproken geen Utrechtse dossiers aan te raken.
Volgens Bijl verdient dat onderscheid aandacht. Zorgvuldigheid en beperkingen in de werkzaamheden zijn belangrijk. ‘Tuurlijk moet je op je qui vive zijn, maar als er een goed antwoord op komt, gun je iemand het voordeel van de twijfel. Want wat wil je anders dat oud-bestuurders doen? Of ze gaan aan de slag, of ze blijven thuis zitten met wachtgeld. Als ze hun expertise inzetten zonder belangenverstrengeling, is dat helemaal in de haak.’
De casus-Van Hooijdonk laat zien hoe kwetsbaar de overgang van bestuur naar arbeidsmarkt is. Gemeenten scherpen gedragscodes aan, publieke functies staan onder een vergrootglas en de grens tussen ‘ervaring benutten’ en ‘risico op schijn’ blijft dun.
De vraag is dus niet alleen of deze overstap mag, maar vooral: wanneer is een overstap écht een integriteitsrisico – en wanneer is het vooral wantrouwen?
De situatie in Alphen aan den Rijn – waar nu twee VVD-fracties naast elkaar in de raad zitten – laat volgens bestuurskundige John Bijl zien hoe snel politieke stijlverschillen kunnen uitgroeien tot bestuurlijke instabiliteit. ‘Het draait heel erg om de stijl van politiek bedrijven. Als mensen elkaar niet meer begrijpen in hoe ze in de wedstrijd zitten, wordt het lastig.’
Die observatie raakt aan een bredere staatsrechtelijke werkelijkheid: raadsfracties bestaan niet bij de gratie van partijafspraken, maar bij de manier waarop individuele raadsleden hun mandaat uitoefenen. Afsplitsingen zijn daarom geen systeemfout, maar een signaal dat onderlinge verhoudingen zijn vastgelopen.
Landelijke cijfers bevestigen dat beeld. In bijna de helft van de gemeenteraden ontstaan tijdens een raadsperiode nieuwe fracties. Niet door grote inhoudelijke breuken, maar vaak door onderlinge spanningen, politieke stijlverschillen en profilering richting de verkiezingen.
Juist daarom noemt de commissaris van de koning het ‘zorgelijk’ wanneer spanningen de inhoud overschaduwen: het vertrouwen van inwoners raakt dan direct aan het functioneren van het hoogste bestuursorgaan van de gemeente.
Bijl ziet in de Alphense situatie ook een pragmatischer les. ‘Een fractie die van binnenuit is vastgelopen, werkt niet. Als twee groepen elkaar belemmeren, kan verdergaan in aparte fracties misschien wel de beste oplossing zijn.’
Want uiteindelijk is niet de partijlijn bepalend, maar of de raad als geheel zijn werk kan doen. En precies dat raakt onder druk wanneer stijlverschillen sterker worden dan het debat zelf.
De beelden uit de recente NOS-uitzendingen laten een ontwikkeling zien die veel breder reikt dan Terneuzen alleen: raadsleden, wethouders en burgemeesters ervaren steeds vaker dreiging en intimidatie rondom besluiten over asielzoekerscentra. Het is een patroon dat volgens bestuurders de normale democratische verhoudingen onder druk zet.
In verschillende gemeenten worden raadsleden inmiddels beveiligd tijdens vergaderingen, of vinden beraadslagingen achter gesloten deuren plaats. In Doetinchem werden vuurwerk en eieren naar het gemeentehuis gegooid, in Hoorn stonden demonstranten met fakkels voor de deur, en in Venlo spreken bestuurders openlijk over bedreigingen.
Volgens John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, voelen veel raadsleden de gevolgen daarvan in hun dagelijkse werk:
‘Ik spreek geregeld raadsleden die zeggen: ik durf niet alles meer te zeggen wat ik zou willen zeggen.’ 
Ook in Terneuzen speelde die druk een grote rol. Dat een raadslid in de raadszaal verklaarde niet te durven stemmen, is volgens Bijl geen losstaand incident maar een signaal van een bredere verschuiving. ‘Dat raadsleden niet meer in vrijheid hun stem kunnen uitbrengen omdat ze zich onder druk voelen staan: dan zetten we echt onze democratische rechtsorde op het spel.’
Provinciale bestuurders trekken intussen openlijk aan de bel. In Limburg noemt gouverneur Emile Roemer het “schandalig” dat lokale politici beveiliging nodig hebben. Ook CdK Hugo de Jonge zegt signalen te hebben dat raadsleden onder druk worden gezet en dat dit nadrukkelijk moet worden onderzocht.
Een terugkerend element in de uitzendingen is het verwijt dat gemeenten weinig ruggensteun voelen vanuit Den Haag. Lokale bestuurders moeten de spreidingswet uitvoeren, terwijl landelijke politici regelmatig suggereren dat die wet kan worden ingetrokken of genegeerd. Daardoor stijgt de maatschappelijke druk juist verder, zeggen betrokkenen.
Bijl sluit zich daarbij aan: ‘Het kabinet laat maar weinig van zich horen om het op te nemen voor gemeenten.’ En: ‘Ik had het logisch gevonden als ministers deze week nog hadden gezegd dat de spreidingswet ook in Terneuzen gewoon moet worden uitgevoerd.’
De combinatie van juridisch verplichte besluitvorming, felle lokale emoties en landelijke onduidelijkheid leidt volgens deskundigen tot een kwetsbare situatie. Gemeenteraden stellen besluiten uit, raadsleden ervaren druk op hun persoonlijke veiligheid en bestuurders waarschuwen voor een sluipende normverschuiving.
De vraag die boven de recente ontwikkelingen hangt, is dan ook breder dan één gemeente of één besluit: hoe zorgen we ervoor dat lokale politici hun werk kunnen doen in vrijheid, onderbouwd, en zonder angst? Bijl is daar duidelijk over: ‘We moeten als samenleving iedere dag blijven bevestigen dat intimidatie onacceptabel is. En daar hebben we het Rijk hard bij nodig.’
Na plots vertrek van burgemeester blijft Terneuzen achter met de vraag: konden raadsleden vrijuit stemmen? (Trouw, 27 november 2025)
Gemeenten voelen zich bij besluiten over azc’s in de steek gelaten door het Rijk (NOS, 27 november 2025)
De gemeente Terneuzen is deze week in een politieke crisis beland na het onverwachte vertrek van burgemeester Erik van Merrienboer. Hij legt zijn functie neer omdat hij geen vertrouwen meer heeft in een goede samenwerking met de gemeenteraad rondom de besluitvorming over een asielzoekerscentrum. Het besluit van de burgemeester zorgt voor beroering in de Zeeuwse gemeente en trekt nationaal de aandacht.
Het conflict draait om de vergunning voor een opvanglocatie voor maximaal tweehonderd asielzoekers. Waar de raad vorig jaar nog instemde met het plan, keerde onlangs een meerderheid zich onder maatschappelijke druk tegen de komst van het azc. In een brief aan de gemeenteraad suggereerde Van Merrienboer dat niet alle raadsleden hun stem ‘zonder last’ hebben kunnen uitbrengen.
Die passage raakt aan een norm die in het lokaal bestuur geldt als onaantastbaar, zegt John Bijl van het Periklesinstituut. Hij noemt het vertrek van de burgemeester bijzonder: ‘Dit is echt uitzonderlijk, zegt hij tegen Omroep Zeeland. ‘Ik word er een beetje knorrig van.’ Volgens hem verandert het ontslag weinig aan de feitelijke opgave: ‘Je hebt gewoon de spreidingswet uit te voeren. Ook een waarnemend burgemeester krijgt dezelfde wet op zijn bord.’
De spanning liep verder op toen CDA-raadslid Rolf Mobach in een openbare vergadering verklaarde niet te durven stemmen vanwege de druk die hij voelde op zichzelf en zijn omgeving. Hij verliet de zaal voordat de stemming begon.
Dat raadsleden hun stem niet meer durven uit te brengen, is volgens Bijl een ernstige waarschuwing: ‘Dat ondermijnt onze democratie,’ zegt Bijl tegen NOS. ‘Raadsleden horen zonder last te stemmen.’
Ook stelt hij dat de burgemeester had moeten ingrijpen toen een raadslid openlijk aangaf zich niet veilig te voelen: ‘Op het moment dat een raadslid aangeeft dat hij zijn stem niet durft uit te brengen, moet je als burgemeester de vergadering schorsen.’
De zorgen worden gedeeld door commissaris van de Koning Hugo de Jonge, die met de fractievoorzitters in gesprek gaat. Hij noemt het onacceptabel als raadsleden zich belemmerd voelen bij het stemmen: ‘Als zij zich kennelijk onder druk gezet hebben gevoeld, is de democratie in het geding.’
Wat precies heeft geleid tot deze bestuurlijke breuk, blijft onderwerp van gesprek. Bijl ziet in ieder geval een optelsom van spanningen: ‘Niemand stapt op vanwege één incident. Dit is een breuk waar emotie meespeelt.’
Over de positie van de burgemeester schreef John Bijl deze column.

Burgemeester Terneuzen stapt op om azc; ‘geen vertrouwen meer in de raad’ (NOS, 24 november 2025)
Burgermeester stapt op om raadsbesluit azc (RTL Nieuws, 25 november 2025)
‘Op de agenda staat het accommodatiebeleid,’ zegt burgemeester Marcel Thijsen. ‘In de twééde termijn.’ Voordat de raad van Tynaarlo aan de agenda van de avond begint, moet er eerst een andere worden afgemaakt. Blijkbaar schoot de tijd daar tekort. Achteraf is dat goed voor te stellen. Want als je op deze manier vergadert, duurt alles lang. En erger nog: het beleid van de gemeente schiet er ook geen zier mee op.
‘Ik begrijp dat de heer Bouwman ziek is,’ zegt Annemarie Machielse (Leefbaar Gemeentebelangen) meteen. De plek van wethouder Dennis Bouwman is inderdaad leeg. Het accommodatiebeleid valt in zijn portefeuille. ‘Als er vragen zijn, kunnen die niet beantwoord worden,’ denkt Machielse. Ze stelt voor eerst te inventariseren of er vragen aan het college zijn — ‘want anders kunnen we gewoon de stemronde doen.’
Nu is een tweede termijn niet bedoeld om opnieuw vragen aan het college te stellen, maar om op elkaars bijdragen te reageren. ‘Als er een wethouder ziek is, hebben we een keurige vervangingsregeling,’ zegt Gezinus Pieterse (Tynaarlo Liberaal). ‘We hebben de wethouder aangenomen voor het accommodatiebeleid,’ antwoordt Machielse. Ze wil hem er graag bij hebben. De bespreking moet dan maar naar donderdag. Pieterse wil schorsen. ‘Een kwartiertje graag,’ zegt hij koel.
‘Het is mijn beleving dat we gewoon kunnen beginnen,’ zegt Pieterse erna. ‘Er wordt een amendement ingediend en dan het voorstel in stemming gebracht.’
Machielse fronst. ‘Het advies van het college kunnen we daar niet over vragen, want dat is er niet.’ Thijsen grimlacht. ‘Het college is er natuurlijk altijd.’ Machielse lijkt de sfeerverbeteraar niet op te pakken. ‘Het college heeft het al beoordeeld,’ knikt Pieterse.
Pieterses fractiegenoot Jan Smits is indiener van het amendement. ‘Samen met D66, CDA en Tynaarlo Nu.’ Het legt vast dat huurders betrokken blijven bij de uitvoering. ‘Het is al een soort toezegging van wethouder Bouwman,’ zegt hij.
‘Als het een toezegging is, waarom moet het dan een amendement worden?’ vraagt Marjolein Koning (PvdA). ‘Die toezegging was niet scherp’, legt Smits uit. ‘Hij heeft er overleg over gehad met wethouder Bouwman. ‘Van instellingen heb ik begrepen dat ze het proces vertrouwen,’ zegt Koning. ‘Ik hecht er veel waarde aan om het vast te leggen,’ vult Herman van Os (D66) aan. In het verleden zijn met onduidelijke toezeggingen al verkeerde verwachtingen gecreëerd.
Als tweede wil het amendement dat ook de financiële consequenties voor betrokken partijen inzichtelijk worden. ‘Gaan we dan ook bepalen wat een broodje kroket moet kosten?’ vraagt Machielse ijzig. ‘Ik vraag het maar even.’ Dat is niet de bedoeling, legt Smits uit, het moet wel inzichtelijkheid bieden om de hoogte van de huur vast te stellen. Zo spannend is het amendement niet, willen de indieners maar zeggen. Zelfs het college ziet geen probleem. ‘We laten het oordeel aan de raad,’ zegt wethouder Jurryt Vellinga. ‘Er zijn geen belemmeringen voor de uitvoering.’
Gea Bijkerk (GroenLinks) wil toch nog even ervoor schorsen. ‘Alle punten die wij belangrijk vinden staan erin,’ zegt Bijkerk later. ’Het raadsvoorstel is goed genoeg,’ vindt Machielse. ‘We hebben vertrouwen in het proces,’ zegt Koning. Het amendement zal het niet halen.
‘Dan wil ík schorsen,’ zegt Pieterse. Hij ziet wit om de neus. ‘De botheid van de weigering van onze uitgestoken hand steekt,’ zegt hij erna. ‘Het was een al gelopen race,’ constateert Henk Middendorp (CDA). Hij ziet Machielse knikken. Net als de andere indieners zal hij wél voor het onaangepaste raadsvoorstel stemmen — maar met een debattemperatuur die de raadzaal in een vriescel heeft veranderd. Misschien moet de raad díe accommodatie ook maar eens bespreken. De wethouder heb je daar niet voor nodig, wel een beetje warmte in de omgang.
Deze column verscheen op 24 november 2025 bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.
Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
Hoeveel luxe mag een bestuurder zichzelf veroorloven op kosten van de belastingbetaler? Die vraag hangt in De Bilt nadrukkelijk boven tafel sinds drie wethouders, de burgemeester en een hoge ambtenaar afgelopen zomer twee nachten verbleven in een Eindhovens designhotel tijdens het VNG-congres. De eindafrekening liep op tot 4.400 euro. Voor het college werd zelfs de Penthouse Loft van 650 euro per nacht geboekt – een keuze die in de lokale politiek en daarbuiten flink wat wenkbrauwen doet fronsen.
Bestuurskundige John Bijl vindt één ding helder: er zijn grenzen, maar bestuurders hebben ook ruimte nodig om hun werk goed te doen. ‘Voor het openbaar bestuur geldt al decennia de norm om geen luxe artikelen aan te schaffen’, stelt hij. ‘De tijd waarin de burgemeester aan zijn bode vroeg om een fles whisky te kopen met de pinpas van de gemeente, ligt al zo’n twintig tot dertig jaar achter ons.’
Opvallend genoeg bestaan er geen landelijke of lokale maxima voor hotelovernachtingen. Bestuurders bepalen zelf wat redelijk is. ‘Daar heb je een mooi woord voor: discretionaire bevoegdheid,’ zegt Bijl. ‘Het gaat wat ver om iedereen op voorhand onder curatele te stellen. Bovendien gaan mensen vaak net onder de grens zitten als je wél een maximumbedrag instelt. Dat is psychologisch.’
Die discretionaire ruimte heeft ook een keerzijde. Als regels niet alles dichttimmeren, komt de politieke beoordeling des te scherper op het bord van de raad te liggen. Zeker wanneer de interpretatie ruimte laat tussen ‘een hamburger bij McDonalds’ of ‘een diner in een sterrenrestaurant’. Toch waarschuwt Bijl voor doorschieten: ‘Ik zou het een verlies vinden als gemeenten dit soort zaken tot achter de komma gaan regelen.’
Dat betekent wel dat verantwoording cruciaal is. En precies daar blijft het college volgens Bijl achter. ‘Ik vind dat het college een duidelijke verantwoording moet geven voor de hoogte van het bedrag. Want voor 4.400 euro kun je ook twee weken in Frankrijk zitten. De andere kant is dat het college een werkplek nodig had. In dat geval is het huren van een ruimte beter dan vergaderen in de trein, wat volgens de Gemeentewet niet eens mag. Maar waarom dat penthouse van 650 euro is geboekt, snap ik niet.’
De kwestie leidde tot tientallen verontwaardigde reacties. Intussen blijkt dat De Bilt voor het VNG-congres van 2026 van koers is veranderd: de gemeente laat een hotel boeken ‘zo goedkoop mogelijk’, zelfs als dat betekent dat het bestuur moet uitwijken naar een Duitse accommodatie op afstand van de congreslocatie.
Het debat in De Bilt laat zien dat politieke moraal niet kan worden afgerekend in euro’s alleen. Het gaat om publieke verantwoording, zichtbare soberheid en het besef dat vertrouwen sneller slijt dan een hotelrekening kan worden betaald. Tegelijk blijft zelfbeheersing een wezenlijk onderdeel van ambtelijk en bestuurlijk handelen. Bestuurders moeten immers ruimte houden voor het juiste oordeel, ook als het gaat om praktische congressen en lange dagen.
De vraag die blijft hangen: als de politiek zelf de grens moet trekken, doet De Bilt dat dan zichtbaar genoeg? De hotelbonnetjes van Eindhoven suggereren dat hier nog winst te boeken valt.
‘De Bijbel schrijft dat koning Salomo de wijste mens ooit geleefd is,’ zegt Koen Schouten (SGP). ‘Antwoord den zot naar zijn dwaasheid niet,’ citeert Jary de Hon (T@B) een ander Bijbelboek. ‘Wie een toren wil bouwen, verrekent eerst de kosten,’ vult wethouder Arjan Meerkerk aan. Bijbelvast zijn ze wel in Hardinxveld-Giessendam. Maar voor het verloop van de vergadering zou het fijn zijn als ze óók wat meer vergadervormvast waren.
Zoals in zoveel gemeenten staat de ontwerp-begroting op de agenda. Mét een verhoging van de OZB met bijna tien procent.
‘Belasting verhogen is voor ons het uiterste middel,’ zegt Schouten. Maar de sporthal, een nieuwe woonwijk en twee basisscholen moeten ergens van worden betaald. Ook het ravijnjaar vraagt buffers, denkt Wim IJzerman (CU). ‘Het uitzicht van een ravijn kan ook mooi zijn,’ zegt hij, ‘maar je moet voorkomen dat je erin valt.’
Max van den Bout (PvdA) lijkt kritischer: ‘Ik zou zeggen: de ambities iets terugschroeven en wachten met de OZB-verhoging.’ Misschien moet de nieuwe raad daarover beslissen. ‘De jaarrekeningen zijn al jaren positief terwijl het college tóch kiest voor een OZB-verhoging,’ moppert De Hon. ‘We willen concrete voorstellen en amendementen om de OZB-landing zo zacht mogelijk te maken.’ Helaas vraagt niemand hem wat hij precies bedoelt. Of wie die amendementen moet indienen. Zo zou de begroting een hamerstuk kunnen worden. Wethouder Meerkerk heeft aan een paar zinnen genoeg: ‘De verhoging is nodig om de investeringen te doen.’
‘Goed om de andere bijdragen te horen,’ begint Schouten in de tweede termijn. ‘Heb ik nou goed begrepen dat hij voorstelt de OZB-verhoging te schrappen?’
Niets in De Hons bijdrage wees daarop. Zou ook raar zijn — zijn fractie steunt het college. Je mag dan verwachten dat kritiek iets constructiever wordt geuit dan ‘schrappen die hap’. ‘Ja!’ zegt De Hon monter. ‘Dat heb je heel goed begrepen.’
‘Hoe denkt u in de toekomst te gaan betalen voor de investeringen?’ vraagt Schouten, nog steeds in zijn eigen termijn. ‘We kunnen bezuinigen met hybride werken,’ antwoordt De Hon — die tot nu toe nog geen voorstel heeft ingediend. ‘Het is jammer als we een beeld voorschotelen dat er bijvoorbeeld in het sociale domein of op de uitvoering nog wel wat te bezuinigen is,’ vindt Schouten.
‘Hoorde ik u nou zeggen dat er te bezuinigen is in het sociale domein?!’ vraagt Paul Letterie (CDA). ‘Ik bedoelde dat de heer De Hon zoiets zei,’ zegt Schouten. ‘Er staat hier een kraan die ook nog wel even mee kan,’ zegt De Hon. ‘Met een tonnetje hier en een tonnetje daar betaal je geen investeringen,’ roept IJzerman. ‘Ik hoor allemaal holle frasen waar ik als inwoner niets mee kan,’ roept De Hon terug. ‘Ik heb het heel inhoudelijk over ons dorp gehad,’ scandeert Letterie. In de zaal wordt gelachen, mischien met plaatsvervangend schaamte.
Pas in zijn eigen termijn dient De Hon inderdaad een amendement in om de OZB-verhoging te schrappen en het gat te dichten uit de reserve. Een voorstel voor bezuinigingen zit daar niet bij. Interrupties krijgt hij er niet over.
Bij de stemming zijn alleen De Hon en zijn fractie voor. Gek is dat niet. Niet omdat het per se een slecht voorstel is — dat is een politieke mening — maar omdat het in het debat nooit een echte kans heeft gekregen. Als je dat wilt, moet je het meningsverschil veel eerder en veel preciezer neerleggen: helder, compleet en op tijd. Wie een lap rood vlees de arena inslingert, lokt vooral hongerige leeuwen uit. Maar wie — vrij naar Psalm 34 — zijn punt zó formuleert dat anderen er wél goede vragen over gaan stellen, zorgt er tenminste voor dat het debat genoeg te eten krijgt.
Deze column verscheen op 17 november 2025 bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.
Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
‘We hebben nieuwe geluidspostjes!’ kondigt voorzitter Marieke Gondrie enthousiast aan. Burgemeester Rianne Donders is verhinderd, dus mag zij het technische hoogstandje van de raadzaal van Best presenteren. ‘Hopelijk een verbetering, want de vorige lieten het nogal eens afweten.’Maar bij deze vergadering is het niet de techniek die de raad in de steek laat.
De raad besluit vanavond over de verordening voor startersleningen. In de oordeelvormende sessie is het voorstel al uitgebreid bedebatteerd. Van die vergadering is een nette notie bij de stukken toegevoegd, met de belangrijkste discussiepunten: differentiatie nieuwbouw en bestaande bouw, en of het budget toereikend is. Maar ook over het maximum leenbedrag was twijfel. ‘Naar aanleiding van de oordeelvormende sessie is de verordening met het bedrag voor de starterslening aangepast,’ legt Gondrie uit. 39.000 euro, staat er nu als maximaal leenbedrag.
Dat is eigenlijk al gek. Voorstellen die door het college aan de raad zijn overgedragen, kunnen eigenlijk niet meer door hen worden aangepast. Wethouders kunnen geen stukken amenderen, ook al hebben ze deze zelf ingediend. Goed, soms gaat het om minuscule kwesties waar het nodeloze vertraging oplevert wanneer de raad zou vragen om een heel nieuwe voordracht. Maar een bedrag toevoegen dat essentieel is voor het functioneren van een regeling?
Volgens Joost Snellen (Best-Anders) moet dat bedrag al anders. ‘In Best ligt de huizenprijs veel hoger dan landelijk,’ legt hij uit. ‘Meerdere gemeenten gebruiken andere bedragen.’ Hij stelt voor het maximum op te hogen naar 50.000, met ook een verhoging van het budget van een naar anderhalf miljoen euro. ‘Ik hoop dat ik jullie steun ervoor kan krijgen.’
‘Met dit geld kunnen we nu mínder mensen helpen,’ vraagt Steven van der Heijden (PvdA/GroenLinks). ‘Of heeft u daar niet over nagedacht?’ Al klinkt dat eerder offensief dan nieuwsgierig. Met de oude regeling heeft de gemeente 21 mensen kunnen helpen, legt Snellen kalmpjes uit. ‘Maar ook heel veel mensen niet,’ vertelt hij. ‘Omdat het bedrag te laag was.’
‘Hebben we dan morgen een vergadering over 60? Of over 70?’ vraagt D66’er Marius Ekamp. Vijftigduizend euro is juist het wettelijk toegestane maximum, zegt Snellen schouderophalend. ‘50 duizend is geen bedrag van de Rijksoverheid,’ zegt Leon Kennis (Best Open) beslist. ‘Heeft u wel goed geluisterd bij de oordeelvormende sessie?!’ Met een ruk buigt hij zijn nieuwe microfoon van zich af. ‘Huizenprijzen liggen in Best gemiddeld hoger dan in Tytsjerksteradiel.’ Hij lacht er wat ongemakkelijk bij. ‘Ik denk dat ik een redelijke vraag stel.’
Het kost wethouder Stan van der Heijden alle moeite om de ingewikkelde technische mogelijkheden en wettelijke kaders uit te leggen. ‘Er zijn gemeenten die een percentage hanteren,’ zegt Jo van den Boogaard (Jongerenpartij JO) nog. Dat lijkt op een poging mondeling nóg een amendement aan het debat toe te voegen. ‘Daar hebben we het in de oordeelvorming ook over gehad,’ zegt Kennis, nu knorriger dan eerst. ‘We moeten niet meer toestaan dat er na een oordeelvormende vergadering nog amendementen worden ingediend,’ moppert hij later.
Begrijpelijk, maar wel wat misplaatst. Amendementen laten juist zien waar de politieke verschillen nog zitten; daar is de besluitvorming voor. Oordeelvorming is om die verschillen zichtbaar te maken, en van een afwegingskader te voorzien, en dan is het prima om te constateren dat ook daarna politiek afwijkende visies blijven bestaan. Maar ja, als je nieuwe informatie zonder zo’n afwegingskader op de agenda toelaat, is het niet zo gek dat voor sommigen de oordeel- of zelfs de beeldvorming opnieuw begint. Dan zit de ruis niet in de vergaderelectronica of het vergadermodel, maar in de vergadertechniek.
Deze column verscheen op 10 november 2025 bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.
Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
De opkomst bij de Tweede Kamerverkiezingen in Rotterdam begon veelbelovend, maar eindigde in vertrouwd laag water. ’s Ochtends liep de stad zelfs voor op 2023, maar na de lunch zakte het tempo.
Bijl was gedurende de verkiezingsdag ’s middags elk uur te horen in de uitzending Rijnmond Kiest. De opkomst voorspelde al iets van de uitslag, zegt hij. ‘Je ziet dat er een paar groepen zijn die minder stemmen: mensen met een migratieachtergrond, jongeren, mensen met een lage opleiding en vaak die praktisch werk doen en lange dagen maken,’ zei Bijl.
In de vroege uren lag de opkomst in Rotterdam duidelijk hoger dan twee jaar geleden, maar dat verschil verdween in de middag. ‘Ik was vanochtend wat enthousiast,’ vertelde Bijl. ‘Tot een uur of elf lag de opkomst echt hoger dan in 2023. Alleen op de een of andere manier is dat helemaal ingekakt rond de lunch. Zo rond vier uur waren er zelfs drieduizend mensen minder gaan stemmen dan twee jaar geleden.’
Toch liep het in de avondspits weer iets op. Uiteindelijk bracht 63,3 procent van de Rotterdammers hun stem uit, tegenover 64,4 procent in 2023. Een minimale verslechtering, en volgens Bijl dus weer ‘dramatisch laag’.
Hij ziet in de cijfers een verschuiving: ‘Vooral hogeropgeleiden en mensen in vrijere beroepen zijn gaan stemmen. Dat verklaart ook waarom D66 in Rotterdam beter scoorde en de PVV terrein verloor. De opkomstcurve vertelt het verhaal van wie de luxe heeft om vroeg te stemmen.’
Volgens Bijl is het lage eindcijfer niet alleen te verklaren uit ongelijke mogelijkheden om te stemmen, maar ook uit teleurstelling in de landelijke politiek. ‘Veel mensen voelen zich niet meer aangesproken door de manier waarop het vorige kabinet met hun zorgen is omgegaan,’ zei hij. ‘Juist de groepen die zich in Den Haag niet gehoord voelen, blijven thuis. Dat is geen onverschilligheid, maar een vorm van afkeer.’
Bijl wees er bovendien op dat een derde van de niet-stemmers zegt af te haken omdat ze politici zat zijn. ‘Dat is een treurige bijkomstigheid,’ aldus Bijl. ‘Wie zich afkeert van het politieke spel, verliest ook invloed op de regels ervan.’
De dag na de verkiezingen was Bijl opnieuw te gast bij RTV Rijnmond, ditmaal om de uitslag en de formatie te duiden.

In drie Zuid-Hollandse gemeenten worden stemmen opnieuw geteld na meldingen van oplettende kiezers. In Zoetermeer, Pijnacker-Nootdorp en Rijswijk bleek dat bij enkele stembureaus kleine afwijkingen zijn geconstateerd tussen de eerste en tweede telling.
‘Het is natuurlijk enorm belangrijk dat iedere uitgebrachte stem ook wordt toegewezen aan de kandidaat op wie-ie is uitgebracht,’ zegt bestuurskundige John Bijl van het Periklesinstituut. Toch benadrukt hij dat zulke hertellingen zelden iets aan de uitslag veranderen. ‘Voor een zetel heb je zo’n 70.000 stemmen nodig. Dat is ongeveer het totale aantal stemmen dat is uitgebracht in een stad als Delft.’
De verschillen blijken in de meeste gevallen marginaal. In Rijswijk wisselden bij één stembureau achttien stemmen van partij, terwijl in Pijnacker-Nootdorp een paar stemmen aan een verkeerde kandidaat waren toegeschreven.
Volgens Bijl laat het juist zien hoe zorgvuldig het Nederlandse systeem werkt. ‘Stemmen worden eigenlijk drie keer geteld: eerst bij het stembureau, dan centraal per partij en daarna nog eens per kandidaat. Dat is al met al nogal wat,’ zegt hij.
Van fraude is volgens hem zelden sprake. ‘Wie dat zou willen, moet erg zijn best doen. Want 70.000 stemmen voor één zetel? Er zijn makkelijkere manieren om de macht te grijpen,’ grapt Bijl.
De hertellingen in de drie gemeenten worden deze week afgerond. In Westland vindt op verzoek van de Kiesraad nog een extra controle plaats.