Gemeenten zijn zelfstandig, maar kunnen veel maatschappelijke opgaven niet alleen oplossen. Een artikel in het AD over de regionale koers van IJsselstein laat zien waarom samenwerken niet alleen iets oplevert, maar ook invloed geeft.
Het gemeentehuis van IJsselstein
Opkomen voor de belangen van de eigen gemeente is een logische politieke keuze. Maar gemeenten staan zelden alleen. Juist bij woningbouw, bereikbaarheid, energie, openbaar vervoer en recreatie zijn zij afhankelijk van de provincie en van buurgemeenten. Een artikel in het Algemeen Dagblad over de nieuwe coalitie in IJsselstein vormt aanleiding om stil te staan bij de betekenis van regionale samenwerking.
Gemeentedeskundige John Bijl wijst erop dat gemeenten hun autonomie behouden, maar tegelijkertijd afhankelijk zijn van anderen om veel plannen te realiseren. ‘Het mes snijdt aan twee kanten. Want de positie van een gemeente verandert. Over het algemeen geldt: wie betaalt, bepaalt. Wie een samenwerking stopt, heeft minder te vertellen.’ Later voegt hij daaraan toe: ‘Je kan niet doen alsof de wereld ophoudt bij de gemeentegrens. Voor zaken als openbaar vervoer of afval is samenwerking gewoon nodig.’
Dat raakt aan een belangrijk democratisch uitgangspunt. Gemeenten zijn zelfstandige overheden, maar veel maatschappelijke vraagstukken houden zich niet aan gemeentegrenzen. Nieuwe woonwijken hebben gevolgen voor verkeer in omliggende gemeenten, energienetten lopen door meerdere gemeenten en ook economische ontwikkeling, natuur en recreatie vragen vaak om gezamenlijke besluitvorming.
Samenwerking betekent daarbij niet dat gemeenten hun eigen belangen moeten opgeven. Juist in regionale samenwerkingsverbanden behartigen gemeenten de belangen van hun inwoners. Maar invloed ontstaat niet alleen door een stevig standpunt in te nemen. Zij ontstaat ook doordat andere overheden je zien als een betrouwbare partner waarmee afspraken kunnen worden gemaakt en nagekomen.