Ondanks het zomerse weer hebben veel buitenzwembaden hun deuren al gesloten. Terwijl sommige baden, zoals het Mirandabad in Amsterdam en De Mors in Delden, een week langer openblijven, moeten veel andere zwembaden zich houden aan gemeentelijke regels en begrotingen.
Volgens badmeester Leo Holierhoek van zwembad De Meermin in Steenbergen is het vroegtijdig sluiten een domper. ‘We zouden graag langer open blijven, maar dat is praktisch en financieel niet haalbaar.’ Hij wijst op aflopende personeelscontracten, horeca-voorraden en de bestellingen van chloor. Bovendien brengt een verlenging extra kosten met zich mee. ‘Elke dag dat we langer open zijn, kost gemeenschapsgeld.’
Bestuurskundige John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, benadrukt dat het openhouden van een zwembad een politieke en financiële afweging is. ‘Elke gemeente heeft te maken met begrotingstekorten. Water verwarmen, personeel inschakelen en horeca draaien kost geld. Een langer zwemseizoen betekent dat geld ergens anders vandaan moet komen.’ Daarnaast spelen juridische aspecten een rol, zoals vergunningen en mogelijke bezwaren vanuit de buurt.