#hetgaatnietovergeld

Het nut van kengetallen

Het reces nadert zijn einde, evenals de zomer van 2020. Van een terugkeer naar een normale vergaderorde kan geen sprake zijn. COVID-19 zal nog onaangenaam lang de agenda bepalen. Ook in de gemeentelijke planning- en controlcyclus is dit voelbaar.

Michiel van der Eng - 26 augustus 2020

Dat levert onzekerheid op: wat is wijsheid in coronatijd? Welke keuzes wachten het gemeentebestuur? Wat kun je als betrokken raadslid zélf doen? De corona-onzekerheid treft elke gemeente. Dat is ook gebleken uit de kadernota’s of perspectiefnota’s die vlak voor de zomer zijn besproken, als ze überhaupt al gemaakt zijn. Wel of geen compensatie van het rijk en hoeveel dan? Inmiddels is duidelijk dat die compensatie er komt voor de maanden tot juni 2020 en wel ter grootte van 566 miljoen euro voor alle gemeenten. Ook de verdeling daarvan is duidelijk. Helaas is inmiddels uit een studie in opdracht van de VNG ook duidelijk dat voor die periode ten minste ruwweg 700 miljoen is uitgegeven en minder is binnengekomen. Voor de komende maanden van 2020 verwacht diezelfde studie nog eens circa 900 miljoen. En dat is dan volgens het ‘gunstige’ scenario zónder tweede golf van coronagevallen! Het accres is voor 2021 bevroren. Amsterdam heeft al uitstel gevraagd voor het indienen van de begroting bij de provincie.

Allereerst is het van het grootste belang om stevig in – openbaar – gesprek te blijven met het college. Geen enkele raadsvergadering is in de voorzienbare toekomst compleet zonder een degelijk voorbereid agendapunt ‘financiële stand van zaken’. Daar kun je je fractievoorzitter hinderlijk mee volgen. Met welk beleid gaan wij de crisis te lijf? De raad heeft immers het budgetrecht en behoort hier een betekenisvolle stem in te pakken. Wat wordt jouw bijdrage? Ook is een stevig gesprek nodig over wat de septembercirculaire van de rijksoverheid gaat betekenen voor jouw gemeente. Hier zijn grotere schommelingen dan normaal te verwachten. Kijken dus, die troonrede! En in de raad bespreken natuurlijk.

Dan voorbereiden op die begroting. Hoe kom je er nu achter hoe ernstig de toestand in jouw gemeente is? De financiële kengetallen bieden je het begin van een antwoord. Je vindt die meestal in de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ van zowel jaarrekening als begroting – goed vergelijkingsmateriaal. En goed om het gesprek te voeren welke kant die kengetallen de komende jaren op gaan (mogen?) bewegen. Let daarbij op, want de teksten bij de kengetallen leiden de lezer vaak al doelredenerend naar de conclusie ‘het valt allemaal wel mee’.

De kengetallen onthullen hun boodschap met name in samenhang. Een hoge schuldquote (120% en meer) in combinatie met een structurele exploitatieruimte van rond de 0, een lage solvabiliteit (lager dan 30%) en weinig belastingcapaciteit vertaalt zich in: deze gemeente leent veel voor investeringen, de kapitaallasten wegen zwaar op de begroting en de gemeente kan geen structurele tegenvallers meer hebben, ook omdat er geen ruimte is om de belastingen te verhogen. Zit er ruimte in een van de kengetallen? Dan is dat ook een indicator voor de oplossing.

Maar als de vlag van jouw gemeente er zo bijhangt, dan is de enige verstandige keuze om minder te gaan lenen en dus ook minder snel te investeren. Dat gaat ten koste van politieke ambities, van beloften aan de inwoners. Toch is het onverstandig om de kop in het financiële zand te steken en te hopen dat jouw begroting immuun is voor het virus. Want dat is niet zo.

Michiel van der Eng is senior trainer en specialist gemeentefinanciën bij het Periklesinstituut. Maandelijks schrijft hij de column #hetgaatnietovergeld voor Binnenlands Bestuur. Deze column verscheen daar op 26 augustus 2020.