Het rapport, opgesteld door bureau & Van de Laar, werd geschreven naar aanleiding van het vertrek van twee wethouders in september 2024 en signalen van sociale onveiligheid binnen de ambtelijke organisatie. Uit interviews en enquêtegegevens blijkt dat één op de drie medewerkers ongewenst gedrag ervaart, en dat onderling wantrouwen tussen collegeleden en richting de ambtelijke organisatie heeft geleid tot een verziekt werkklimaat.
Bijl ziet in de analyse vooral het gevolg van een langdurige strijd tussen twee dominante lokale partijen. ‘Deze twee strijdende clubs vechten om de macht en zijn bezig met niks anders dan het creëren van een zwart gat waar alles naartoe wordt getrokken. Op een gegeven moment draait het alleen nog maar daar om en raakt alles ondergeschikt aan dat conflict.’
Wat hem vooral opvalt is de stilte rond de ambtelijke top. ‘Als het gaat over een ambtelijke organisatie waar mensen zich onveilig voelen, kijk je eerst naar de gemeentesecretaris. Die is immers het hoofd van die organisatie en had een veel actievere rol moeten nemen.’ In het rapport wordt de gemeentesecretaris slechts drie keer genoemd, terwijl de burgemeester ‘nog net niet op iedere pagina staat’.
Volgens Bijl ligt het probleem dieper dan één bestuursperiode. ‘Bij de wisseling van het college in 2022 kwam er een groep die dacht: nu is het aan ons. Wij gaan het zo doen. Maar dat college komt er dan achter dat het toch niet zo werkt.’ Een goede bestuurscultuur vereist, zegt hij, onderlinge omgangsvormen die de democratische spelregels overeind houden — juist als de meningen botsen. ‘Je moet elkaar kunnen bestrijden op de inhoud, en daarna samen een biertje kunnen drinken. Dat is niet soft, dat is democratie.’
De gemeenteraad bespreekt in september het rapport. Bijl hoopt dat het niet verdwijnt in een la: ‘Dan blijf je bezig met het teleurstellen van je inwoners. Niet alleen je eigen kiezers, maar alle inwoners van je gemeente.’
‘Verdacht worden in zo’n zaak is een vreselijk heftige aantijging’, zegt Bijl. ‘Deze zaak van Achbar is van een hele andere orde. Je eigen huis in de fik steken lijkt mij een zwaar vergrijp. Dat maakt het bijzonder en opvallend. Aan de andere kant, wethouders zijn ook maar gewoon mensen die beschuldigd worden van dingen die ze niet gedaan hebben.’
Dat Achbar tijdens de maandenlange procedure niet publiekelijk reageerde, noemt Bijl verstandig. ‘Op het moment dat hij geknipt en geschoren werd, bleef hij rustig zitten. Het geeft ook aan dat hij vertrouwen had in de uitkomsten van het proces.’ Tegelijkertijd onderstreept hij dat het OM niet anders kon dan de verdenking serieus onderzoeken. ‘Ik had het juist verwijtbaar gevonden als ze de aantijgingen richting hem compleet hadden laten liggen.’
Nu de verdenking van tafel is, ziet Bijl ruimte voor herstel, al vraagt dat om behoedzaamheid. ‘Wat mij betreft kan hij langzaamaan weer naar voren treden. Maar hij moet telkens blijven aftasten of zijn positie niet wordt ondermijnd. Als hij bijvoorbeeld als locoburgemeester aanwezig moet zijn bij een bijeenkomst over wonen en veiligheid, dan kan hij dat beter overlaten aan iemand anders. Anders roep je de herinnering aan de zaak onnodig op.’
De zaak-Achbar laat zien hoe zwaar een onterechte verdenking weegt in de politiek. Raadsleden spraken hun opluchting uit, maar wezen ook op de ongemakkelijke positie waarin de verdenking de raad en het college plaatste. Voor de Denk-fractie waren de maanden ‘buitengewoon zwaar’. En voor inwoners blijft er onvermijdelijk een beeld hangen.
Het OM heeft de wethouder volledig gezuiverd van blaam. Toch blijft de bredere vraag staan hoe politieke ambtsdragers hun gezag kunnen herstellen na een valse beschuldiging. Want al is de rechtszaak afgesloten, het publieke vertrouwen vraagt om zorgvuldige opbouw – zonder dat dit automatisch een levenslange straf hoeft te betekenen.
‘Dit kan hij doen,’ zegt bestuurskundige John Bijl. ‘Een spreekverbod opleggen kan hij niet. Dit is een verstandige oproep van “denk twee keer na voor je iets zegt”. En dat vanuit de optiek dat het zijn werk is de boel bij elkaar te houden.’
Volgens de reconstructie zou op de griffie sprake zijn van vriendjespolitiek, dubieuze declaraties en ongebruikelijke promoties. De interne werkgeverscommissie noemt in haar vertrouwelijke brief dat grenzen van fatsoen en rechtmatigheid zijn overschreden. De brief lekte uit naar de media.
De meeste fractievoorzitters geven gehoor aan het verzoek van de burgemeester en houden zich stil. Anderen vragen zich hardop af waarom de raad niet eerder is geïnformeerd. Weer anderen uiten hun onbegrip over het lek naar de pers. Intussen houdt de onrust aan, met de installatie van een nieuwe burgemeester in aantocht.
‘Het hele jaar door zijn er vergaderingen gepland. Dan is het wel fijn dat je een paar weken in het jaar een periode hebt dat er geen vergaderingen zijn’, aldus Bijl. ‘Maar een reces is geen vakantie. Zoals oud-VVD-Kamerlid Hofstra ooit zei: een reces is geen vakantie, maar je vakantie valt wel in het reces.’
In Zeeland duurt dat reces in veel gemeenten zes tot zeven weken. Gemeenteraden en Provinciale Staten vergaderen niet, en in sommige gemeenten ligt ook het college van B en W stil. Dat is volgens Bijl niet nodig: ‘Colleges kunnen tijdens de zomer best doorvergaderen. Vakantiespreiding is mogelijk, en niet het hele college hoeft aanwezig te zijn. Zes of acht weken de tent dichtgooien omdat anders vakanties niet mogelijk zijn, lijkt me niet nodig.’
Volgens Bijl is het reces juist een kans voor bestuurders en raadsleden om dingen te doen waar ze tijdens de drukte van het jaar niet aan toekomen. ‘Lees een stapel rapporten, ga op werkbezoek of schrijf aan een verkiezingsprogramma. Ik ken een burgemeester die elk jaar tijdens het reces een fietstocht door zijn gemeente maakt om inwoners beter te leren kennen.’
Of je nu in de raadszaal zit of op een campingstoel aan een Zuid-Europees strand: politieke verantwoordelijkheid kent geen seizoenssluiting. Reces is bedoeld voor reflectie en voorbereiding — niet voor stilstand.
Tijdens een goededoelengala in juni bood de Rotterdamse gokfamilie Ballemaker 37.000 euro voor een lunch met burgemeester Carola Schouten. De timing is opvallend: het etentje werd gekocht vlak voor twee raadsdebatten over ruimere openingstijden voor gokhallen – een onderwerp waar de familie al geruime tijd stevig op lobbyt.
Wanneer de lunch plaatsvindt, is nog niet bekend. Volgens de woordvoerder van Schouten heeft de familie niet aangedrongen op een afspraak vóór de raadsbesluiten. Tegelijk sluit de burgemeester niet uit dat de ontmoeting alsnog vóór het definitieve besluit plaatsvindt.
John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, plaatst vraagtekens bij de situatie. ‘Je gaat toch twijfelen aan de oprechtheid van deze bijdrage van deze gokfamilie’, zegt hij. Strafbaar is het niet, benadrukt hij. ‘Als Ballemaker zou toegeven dat hij deze lunch expliciet had gekocht met de intentie iets af te dwingen, dan heb je het over poging tot omkoping. Daarvan is nu geen sprake.’
Toch waarschuwt Bijl voor het grijze gebied daartussen. ‘Als je een leuke lunch hebt met iemand, kan de gunfactor stijgen. Dan kijk je misschien toch nét anders tegen een kwestie aan. Ik zou zeggen: blijf op je qui-vive.’
De casus laat zien hoe dun de lijn is tussen legitiem contact en politiek ongemak. Juist voor een burgemeester, die in haar rol als voorzitter van de raad ook bewaker is van de integriteit van het bestuur, geldt: ook de schijn van belangenverstrengeling is schadelijk. De prijs van een lunch is in dit geval hoog – maar de prijs van twijfel over de zuiverheid van besluitvorming is nog veel hoger.
Overvallen, ingewerkt en verantwoordelijk. Deze aflevering van het Kamergesprek laat zien dat ‘ingewerkt raken’ in de Kamer allerminst vanzelf gaat. Maatoug vertelt hoe ze zich het Kamerwerk eigen maakte door veel te kijken, luisteren en terug te lezen. Elias schetst hoe hij als vervanger van Ayaan Hirsi Ali onverwacht en onvoorbereid in het diepe werd gegooid. Yücel benadrukt juist hoe belangrijk het is om vanuit overtuiging en inhoud je plek te vinden.
John Bijl (Periklesinstituut) duidt de ervaringen in het bredere kader van parlementair vakmanschap: hoe verhouden leren, verantwoordelijkheid nemen en politieke identiteit zich tot elkaar? En wat kunnen fracties, Kamercommissies of zelfs de Kamer als geheel doen om nieuwe leden sterker te ondersteunen in hun ontwikkeling?
Zo biedt deze slotaflevering niet alleen persoonlijke reflecties, maar ook lessen over politieke professionalisering en de waarde van een goed functionerend parlement. Een passende afsluiter van een reeks gesprekken die het Binnenhof van binnenuit laten zien.
Het Kamergesprek: parlementaire debatten uitgelegd is de politieke talkshow om het parlementaire debat beter te begrijpen. Het Kamergesprek wordt gemaakt door ProDemos in samenwerking met Nieuwspoort.
De motie, ingediend door Jong Nissewaard en VOOR Nissewaard, stelt dat de raad ‘willens en wetens’ is buitengesloten. Fractievoorzitter Vincent Korbee spreekt van een ‘zeer fout precedent’. Het plan zou veel verder gaan dan het mandaat dat het college eerder kreeg, en dat via de pers te vernemen was, maakte het extra wrang. ‘Als andere partijen dit normaal vinden, zeggen ze dat je op deze wijze met de raad mag omgaan’, aldus Korbee.
Volgens John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, zijn moties van afkeuring tegen burgemeesters ‘zeer zeldzaam’. Toch begrijpt hij het signaal: ‘Ik kan me voorstellen dat de raad zegt: had ons in het proces meegenomen. En ik snap ook dat je met een moeilijke vraag naar de bevolking toe gaat. Maar de mensen verrassen is niet goed.’
De kwestie legt een bekend staatsrechtelijk spanningsveld bloot. De rol van de burgemeester in dit soort besluiten is niet altijd eenduidig in de wet geregeld, zeker wanneer het college optreedt binnen een grijs mandaat. Van Oosten stond onder druk om uitvoering te geven aan de spreidingswet, maar heeft zich mogelijk verkeken op de ruimte die de raad het college hiervoor wilde geven – of heeft verzuimd die ruimte expliciet te vragen. Die inschattingsfout heeft nu geleid tot een motie. Geen unicum in de Nederlandse politiek, maar wel een belangrijke les: goede afstemming voorkomt bestuurlijke schade.
Volgens John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, vraagt de kwestie vooral om bestuurlijke zelfbeheersing. ‘Terugtreden zou onmiddellijk worden opgevat als een schuldbekentenis. Maar ik zou hem wel adviseren in de coulissen te blijven. Geen lintjes knippen en dergelijke. Laat dat aan je collega’s over.’ Bijl wijst ook op de rol van de burgemeester: ‘Die moet erop toezien hoe ambtenaren hiermee omgaan. Want het is natuurlijk wel een hele bijzondere situatie.’
Het zijn verstandige suggesties, want de formele kaders bieden weinig houvast. Een wethouder is geen werknemer, maar een politiek ambtsdrager. Er is geen wettelijke regeling voor tijdelijke vervanging bij een strafrechtelijk onderzoek. Alleen de wethouder zelf kan besluiten zich terug te trekken.
In Rotterdam kiest Achbar ervoor om door te gaan. Dat is formeel zijn goed recht, en politiek begrijpelijk zolang de verdenking niet is onderbouwd. Maar de vraag of dat ook verstandig is, hangt vooral af van wat nodig is om het bestuur geloofwaardig te houden. Dan helpt het als een bestuurder niet alles zelf blijft doen, maar ruimte laat ontstaan – voor rust, representatie en vertrouwen.
De uitzending valt samen met het 100e VNG-congres, dat deze week plaatsvindt in Groningen. Een passend moment voor reflectie op de ontwikkelingen in het lokaal bestuur sinds de dualisering in 2002. In het gesprek gaat het onder meer over de veranderingen in het politieke landschap sinds die tijd en wat dat vraagt van raadsleden, over de groeiende verantwoordelijkheden van gemeenten als gevolg van de decentralisaties en de toenemende werkdruk die raadsleden ervaren.
Ook komt de nijpende financiële situatie van veel gemeenten aan bod, nu het ‘ravijnjaar’ nadert en gemeenteraden straks met een lege portemonnee de verkiezingen ingaan.Natuurlijk staat het programma ook stil bij de gevolgen voor gemeenten van het vallen van het kabinet. Moeten inwoners zich zorgen maken? Tot slot benadrukt Bijl dat gemeentelijk beleid vaak politieker is dan veel mensen denken — en waarom het dus belangrijk is om te gaan stemmen.
‘Als we willen dat gemeenten het verschil maken, moeten we ze daar ook de ruimte voor geven — politiek, bestuurlijk én financieel’, aldus Bijl.
De uitzending van VROEG! is live te beluisteren via NPO Radio 1 op dinsdag 18 juni van 05:00 tot 06:00 uur, en later terug te vinden als podcast. De presentatie is in handen van Merel Wielaert.
Een debat dat begint met stevige bezwaren en eindigt in instemming — dat kan natuurlijk. Maar in Rucphen gebeurde het grotendeels buiten het zicht van de publieke tribune. Wat vooraf ging aan het raadsbesluit over de nieuwbouwlocatie voor basisscholen Sint Martinus en Expeditie, riep na afloop vooral vragen op.
Wethouder René Lazeroms had ingezet op nieuwbouw naast het Munnikenheide College. Tijdens het openbare debat klonken daarover forse twijfels bij CDA, PVV en RVP. De locatie was volgens hen niet zonder risico’s: grondposities, bezwaren van omwonenden en verkeersveiligheid gaven aanleiding om voorlopig nog geen knoop door te hakken.
Na een schorsing van drie kwartier — langer dan het openbare debat zelf — stemden de fracties alsnog in met het voorstel van de wethouder. Wat hun standpunt veranderde, bleef onduidelijk voor de aanwezigen.
Volgens John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, hoeft dat niet per se verkeerd te zijn: ‘Een schorsing is een pauzeknop in een vergadering. Handig en normaal als er behoefte is aan extra overleg, aan vrijuit kunnen spreken.’ Maar, zegt hij: ‘Als zo’n schorsing je op andere gedachten brengt, is het wel de bedoeling dat je daarna duidelijk maakt waarom. De rol van de raad is niet alleen om wát besloten is te laten zien, maar ook welke afweging eraan vooraf ging.’