Hoe zal zij of hij antwoorden op deze politieke strikvraag? Want er zijn heel veel foute antwoorden mogelijk. ‘Ja’ luidt het begin in van een lange lijst, zo niet een litanie, van de al dan niet gepercipieerde missers van de betrokken wethouder. ‘Nee’ zal ontegenzeggelijk leiden tot een triomfantelijk ‘Zie je wel!’ van de vraagsteller, waarna de politieke grill pas echt aangaat. En ‘Misschien’ geeft het beeld van een bestuurder die het niet weet en hoe kun je dan in hemelsnaam in control zijn? Waarmee in control zijn impliciet synoniem wordt verklaard met onder controle hebben.
Wat is dat dan, in control zijn? Een gemeente die in 2030 klimaatneutraal wil zijn en daar in 2019 voor het eerst anderhalve medewerker voor vrijmaakt, is niet in control. Een gemeente die honderden woningen gerealiseerd wil hebben in 2022 (niet toevallig een verkiezingsjaar) en daar niet serieus in investeert, is niet in control. En een gemeente die beweert adequate zorg te zullen leveren aan inwoners die het nodig hebben, maar vasthoudt aan het principe dat het budget leidend is, is ook niet in control.
In control zijn is realiseren wat je belooft, binnen het aangevraagde krediet én binnen de tijd die je daarvoor afspreekt. Gemeenten en provincies hebben een maatschappelijke taak. Ze hebben de taak om, met belastinggeld, maatschappelijke opgaven tot een goed einde te brengen. Gemeenteraden en Provinciale Staten hebben de dure plicht om daar, in naam van hun inwoners, keuzes in te maken. Welke maatschappelijke opgave geven wij prioriteit? Wat willen we gerealiseerd zien? Wanneer is het af? Wanneer zijn wij tevreden? En dan: hoeveel tijd nemen wij daarvoor? En wat mag dat kosten? We noemen dat ook wel kaders. En ‘in control zijn’ is niets meer en niets minder dan binnen de kaders blijven.
En als dat niet lukt? De wereld is niet statisch en geen enkele wethouder of gedeputeerde heeft een kristallen bol die toekomst met zekerheid voorspelt. Een wethouder die tijdig, of desgevraagd, aan de raad meldt dat de beoogde maatschappelijke opgave met alle kwaliteitseisen die eraan gesteld zijn niet gehaald gaat worden binnen de tijd en het aangevraagde krediet, is dus heel erg in control. Hoe vervelend de boodschap ook is.
Feitelijk meldt de bestuurder dat hij niet aan de – door het hoogste orgaan meegegeven! – kaders kan voldoen. En dan is er dus een debat nodig over het aanpassen van de kaders. De tijd is aangebroken om nieuwe politieke keuzes te maken. Handhaven we het budget? Wat betekent dat voor de kwaliteit die we van het resultaat verwachtten? Hoeveel langer mag het duren? En wat betekent dat voor andere opgaven?
Kijkt u nu eens naar uw eigen begroting. Staat daar duidelijk in wanneer raad of Staten tevreden zijn? Of staat er vaagtaal á la ‘de gemeente verbindt, ondersteunt, verlaagt drempels en stimlueert’ en daartoe ‘inzet op een sterke lokale ondersteuningsstructuur’? Heeft u daar een stevig debat over gevoerd? Staat er duidelijk in wanneer het af is? En binnen welk door de raad afgegeven krediet de opgave gerealiseerd wordt?
Terug naar het antwoord op die politieke strikvraag. Zoals we hebben gezien is in control-zijn blijvend kunnen sturen op het verband tussen resultaat, tijd en geld. Die kaders heeft de raad het college meegegeven en vereist daarmee een heldere en constante wisselwerking tussen college en raad.
En daarmee is het enige goede antwoord op de vraag of de wethouder wel in control is, de wedervraag ‘Wat vindt u zelf? Welke van de kaders zou ú willen aanpassen?’
Michiel van der Eng is senior trainer en specialist gemeentefinanciën bij het Periklesinstituut. Maandelijks schrijft hij de column #hetgaatnietovergeld voor Binnenlands Bestuur. Deze column verscheen daar op 30 oktober 2019.
Maar liefst 15 fracties in Zaanstad — en het is niet eens een record. Maar ook in Emmen, Maastricht, West-Betuwe, Ooststellingwerf, Velsen, Den Helder, Sluis, Gouda… En natuurlijk de Tweede Kamer. NRC liep de afsplitsingen eens langs. ‘Het tweede jaar is altijd woeliger, zegt John Bijl. ‘De eerste begroting wordt behandeld en dan moeten vage plannen ineens concreet worden.’
Als er geen nieuws is, moet je het maken. Het lijkt de enige motivatie te zijn geweest voor het ANP om een nieuwsbericht te schrijven over de voordracht van Ronald van Meygaarden als burgemeester van Boxtel. Waarschijnlijk weinig geprikkeld door de zoveelste burgemeestersvoordracht verzon een overijverige auteur er maar even wat zinnen bij. De aanleiding leek alleraardigst; Van Meygaarden was eerder lijsttrekker van de relatief nieuwe politieke beweging Code Oranje. Niet alleen leidde deze constatering tot onjuiste conclusies in het ANP-bericht; erger is dat deze fouten en verzinsels schadelijk zijn voor het ambt burgemeester. Gerenommeerde media zoals NOS, Binnenlands Bestuur, Brabants Dagblad en zelfs TPO namen dit nepnieuws zonder het te corrigeren over.
Dit zijn de fouten. Met dank aan TPO voor het screenshot van het ANP-bericht.

Het ANP-bericht met de fouten
(1) Partijen leveren geen burgemeesters, gemeenteraden leveren burgemeesters. Na een sollicitatieprocedure is het een vertrouwenscommissie van de gemeenteraad (met daarin leden van deze raad) die de gesprekken voert met de kandidaten die ‘doorgaan naar de tweede ronde’.
In die gesprekken is de partij-affiliatie eigenlijk geen onderwerp van gesprek. Een nieuwe burgemeester vertelde me laatst dat zijn partijlidmaatschap tot zijn aangename verrassing helemaal niet aan de orde is geweest. Een ander vertelde me dat het wel was besproken, maar met de vraag waarom hij een lange tijd geen lid meer was geweest van een politieke vereniging. Uit nieuwsgierigheid waar deze periode van ogenschijnlijk verminderde periode van politieke participatie vandaan komt. De gesprekken over geschiktheid hadden verder niets met zijn partijlidmaatschap (of het gebrek eraan) te maken.
(2) De gemeenteraad is de enige die de kandidaat-burgemeester mág voordragen. Dus natúúrlijk stond de gemeenteraad achter de voordracht.
Na de sollicitatie-gesprekken draagt een vertrouwenscommissie meestal twee kandidaten voor. In enkel geval heeft de vertrouwenscommissie de mogelijkheid daar een voorkeur bij uit te spreken, maar in de meeste gevallen worden de kandidaten als gelijkwaardig geschikt gepresenteerd. In een besloten vergadering vergadert de gemeenteraad als geheel over welke kandidaat de voorkeur geniet.
Ook in dat debat gaat het over voorkeuren en competenties. Is het wel de netwerker of verbinden die we wilden? In hoeverre staat deze kandidaat ‘met zijn benen in de samenleving’? Fracties die daar de partijkaart trekken, worden door hun collega’s snel gecorrigeerd.
Overigens is het opvallend (hoewel niet uniek) dat de gemeente zelf met het nieuws komt dat de uitslag ‘unaniem’ is. Daarmee schendt de gemeente eigenlijk zelf de geheimhouding die hoort bij de burgemeestersprocedure.
(3) Een juiste formulering, Code Oranje zal er blij mee zijn, maar de relevantie is er niet. Door deze tekst op te nemen, líj́kt het stuk te willen insinueren dat de burgemeester enige zeggenschap heeft over ‘het meer zeggenschap geven aan burgers’. Dat is niet zo. Een burgemeester heeft in de gemeentepolitiek weinig te vertellen. Sterker, iedere burgemeester die ooit met z’n tengels aan de inhoud zit – en iedere beginnende burgemeester maakt die fout wel een keer – wordt dat snel afgeleerd.
Ook de enige echte inhoudelijke politieke portefeuille van de burgemeester – openbare orde en veiligheid – laat weinig ‘burgerbetrokkenheid’ toe. Het gaat meestal om bevoegdheden die een spoedig besluit vragen: noodbevelen, intrekken van horeca-vergunningen en uit huis plaatsingen. Geen dingen die je via een referendum regelt.
(4) Burgemeesters worden ‘door de Kroon’ benoemd, en niet — zoals hier staat – door de Koning. De Kroon is een pars-pro-toto voor de regering, dus inclusief Ministers. De Koning zet slechts zijn handtekening.
(5) Daarnaast is het sinds de regeling dat de gemeenteraad een kandidaat voor het burgemeesterschap voordraagt nog nóóit voorgekomen dat de Kroon de voordracht niet volgde.
Zo bezien mag ANP wel eens investeren in kennis van burgemeestersbenoemingen, en misschien wel van heel het gemeenterecht. Daarmee zou deze averij voorkomen moeten worden.
Want dat is het: averij.
De insinuatie dat de politieke kleur of het netwerk relevanter is geweest dan de capaciteiten slaan een schaduw op de start van het burgemeesterschap. Het levert verwachtingen op die een nieuwe burgemeester met zijn beperkte politieke verantwoordelijkheden nooit waar kan maken. Femke Halsema weet er alles van. Door haar partijlidmaatschap werd gehoopt op, of gevreesd dat de burgemeester wel even in de hoofdstad ‘duurzaamheid op de agenda zou zetten’ — terwijl een burgemeester maar weinig over de politieke prioriteiten te vertellen heeft. En nog steeds wordt door de gemeenteraad of het college verzonnen beleid haar in de schoenen geschoven.
Daarnaast is het voor de kandidaat zélf niet eerlijk. Terwijl Van Meygaarden in zijn sollicitatie bij de vertrouwenscommissie gewoon liet zien dat hij de beste was, ziet men buiten de raad reden om te twijfelen of het toch niet kartel-argumenten waren die hem burgemeester maakten. Zo wordt met het idee van partijbenoemingen allerlei samenzweringstheorieën over de macht van politieke verenigingen gevoed — en blijft de gedachte bestaan dat ‘politiek een groot complot is tegen gewone sukkels,’ zoals Jan Blokker het ooit verwoorde.
Een correctie van ANP lijkt me op z’n plaats, én een excuus aan alle media die het overnamen. Net als felicitaties aan Van Meygaarden. Ik weet zeker dat inwoners en anderen snel snappen dat hij deze voordracht op eigen merites heeft bereikt.
Een versie van dit artikel verscheen eerst op TPO.
Waarom vertrok de burgemeester nu precies? Het antwoord blijft voorlopig een mysterie. De opgestapte burgemeester en de gemeenteraad weigeren uitleg wat de ‘directe werkomgeving’ waar de Bouwman op doelde nu precies betekent. De gemeenteraad laat niets los, de woordvoerder zegt de personen niet te willen beschadigen.
‘Ik begrijp dat de persoon in kwestie moet worden beschermd,’ zegt John Bijl tegen De Stentor. Toch heeft dit invloed op het vertrouwen in de overheid. ‘Bij een vergadering over een persoon moet iemand zich ook veilig voelen om te zeggen wat diegene wil zeggen. De gemeente is echter ook verantwoording schuldig richting de bevolking.’ Nu niets zeggen leidt alleen maar speculatie in de hand, denkt Bijl. ‘Er gaan roddels rond en geruchten hebben een samenleving nooit beter gemaakt.’
‘Daar word ik als toeschouwer niet blij van, moet ik u zeggen. Dat is geen gezicht.’ Commissaris van Koning Jaap Smit was duidelijk in zijn uitgelekte commentaar op het aangezicht van de raadsvergaderingen. Als of hij een mystery burger-column schreef. ‘Ik zit dan te kijken naar de raad van de derde grootste stad van Nederland met een hoog profiel. Nou, nou, nou, jongens.’
Komende week mag Johan Remkes de vergaderingen gaan leiden. De verwachting is dat hij een strakkere lijn zal hanteren, schrijft NRC. Dat zal niet makkelijk zijn, denkt John Bijl.
De vergaderzaal is al niet ideaal, vindt Bijl. ‘Een harde, steriele ruimte’, zegt hij. De partijen zitten er in een Lagerhuis-opstelling, waarbij ze tegenover elkaar zitten in plaats van in een hoefijzer, zoals in de meeste gemeenten het geval is. ‘Daar heeft Den Haag expliciet voor gekozen. Maar het vergroot de vijandigheid’, zegt Bijl. ‘En het verkleint constructieve interactie.’
Daarnaast zitten raadsleden achter een soort schotjes. Waardoor je als voorzitten nooit goed de lichaamstaal kan inschatten. ‘Aan lichaamstaal kan je zien of iemand meteen iets wil zeggen of dat het kan wachten.’ Ook over het interuptiesysteem is Bijl niet te spreken. Via een knoppensysteem moeten de leden zich elektronisch melden bij de voorzitter. ‘Zoals bij McDonald’s als je wacht op je bestelling, legt Bijl uit.
Maar vooral de vergadercultuur zal Remkes ervan weerhouden direct verbeteringen aan te brengen. ‘Raadsleden moeten allereerst geïnteresseerd zijn in antwoorden’, zegt Bijl. ‘En niet alleen met vliegen afvangen bezig zijn.’
Slechts tien maanden was hij in functie. Deze zaterdag nam burgemeester Bouwman toch in eens afscheid. Via een YouTube-video liet hij weten dat er een ’te groot verschil is met zijn directe werkomgeving over de wijze waarop ik de gemeente wil besturen’. Meer uitleg wil de burgemeester er niet over geven.
Die formulering roept vragen op, vindt John Bijl. ‘Het gebeurt haast nooit dat een burgemeester binnen een jaar al vertrekt.’ Hij vindt dat er meer uitleg moet komen. ‘Het kan niet anders dan dat er problemen in het gemeentebestuur zijn,’ zegt Bijl tegen RTV Noord. Die zijn met het vertrek van Bouwman niet over. Bij vermoed dat Bouwman doelt op de samenwerking met de wethouders. ‘Maar de gemeenteraad heeft Bouwman zelf een paar maanden geleden uitgekozen.’
De raad zelf is verrast door het vertrek. De fractievoorzitters werden kort voor het verschijnen van de video door Bouwman geïnformeerd. Opvallend, vindt Bijl. ‘Het is erg gek dat het zo plotseling is gegaan en dat er geen gesprekken zijn geweest met de gemeenteraad’, zegt Bijl. ‘Bovendien vind ik het laf van de raadsleden dat ze blijkbaar de burgemeester niet steunen en wel de wethouders. Er zitten allerlei ‘veiligheidskleppen’ in het democratische proces en die hebben hier blijkbaar allemaal niet gewerkt’, aldus Bijl.
De gemeenteraad doet er goed aan met meer uitleg te komen, zegt Bijl tegen Omroep Flevoland. ‘Hoe dit gelopen is zegt iets over het dagelijks bestuur in Noordoostpolder’, aldus Bijl.
Dan komt er een menner die zegt: de weg buiten de sporen is begaanbaarder. En hij probeert zijn kar links (of rechts) van de uitgesleten voren in het wegdek te houden. Een moedige opgave. Eentje die constante oplettendheid vraagt, want één stuurfout is genoeg om de wielen van zijn kar terug in het karrenspoor te laten glijden. De zwaartekracht is ongenadig. En kom er dan maar weer eens uit.
Bij de behandeling van de perspectiefnota van de gemeente Smallingerland gebeurde deze zomer iets opmerkelijks. De gemeente moet 12,5 miljoen euro bezuinigen. Bij de perspectiefnota stelde het college een pakket aan bezuinigingsmaatregelen voor waar de hele raad, unaniem dus, geen goed gevoel bij had. En de raad nam zodoende het heft zelf in handen. Via een raadsbrede motie vroegen de raadsleden het college hen te begeleiden bij het maken van keuzes met een stevig financieel effect. In september zou elke fractie dan, in een openbare bijeenkomst, haar oplossingen bekend maken om te komen tot oplossingen die op een meerderheid konden bogen. En dat levert dan weer input op voor de begroting in november.
Hier lag een grote kans voor de fracties om, als gehele gemeenteraad, de regie te pakken op het begrotingsproces. De raad vertegenwoordigt alle inwoners van de gemeente en wat is er mooier dan een gemeenteraad die het door overleg en debat eens wordt over stevige keuzes voor heel Smallingerland? De gemeenteraad is de baas en heeft het budgetrecht. Maar ‘de raad’ is een verzameling mensen en partijen die niet noodzakelijk gelijkgestemd zijn. Des de hoopvoller de beweging van de raad in juli van dit jaar.
In begrotingsland is de rolverdeling is als volgt. Het college bereidt perspectiefnota en begroting voor, de raad beslist uiteindelijk. Interessant is te kijken hoe de raad zijn wensen precies overbrengt op het college, opdat het college een begroting kan voorbereiden die voldoet aan die wensen.
De traditionele manier van overbrengen is in de achterkamers. De coalitiepartijen overleggen voorafgaand aan de perspectiefnota in het voorjaar over wat wenselijk is en wat niet. College maakt dan een perspectiefnota in die geest en alle coalitiepartijen zijn het bij het debat over de perspectiefnota roerend eens. Gefikst. De oppositiepartijen kijken dan meestal grommend toe.
De andere manier is een openbaar kaderstellend debat met moties en amendementen aan de hand van een perspectiefnota die níet van tevoren is overeengekomen. Het college neemt dan een onafhankelijker (noem het dualer) positie in en voegt zich aan de hand van het debat naar de wensen van de raad. De uitkomst van zo’n debat is natuurlijk wel minder voorspelbaar.
Hoe loopt het af in Smallingerland? Daags voor de bijeenkomst op 17 september verscheen er een uitgebreide spreadsheet waarin alle opties waren vervat en welke partij voor welke optie was. Vijf van de tien partijen in de gemeenteraad stonden niet op de lijst. Wel op de lijst stond de partij ‘Koalysje’, met een meerderheid in de raad achter zich. Niet toevallig bleken de collegedragende partijen in de raad zich onder die vlag verenigd te hebben, de andere partijen in de raad vertwijfeld en gefrustreerd achterlatend. Waar hadden ze al die avonden overleg dan voor gedaan? Wat was het nut van de hele exercitie geweest nu de coalitiepartijen het toch niet konden laten?
Met een meerderheid van twee zetels besluiten vijf partijen nu hoe ruim 10 miljoen euro te bezuinigen. Over de rest waren ze het nog niet eens geworden. Ze ontmoetten gek genoeg niet een heel constructieve oppositie om dat probleem op te lossen. Te elfder ure hebben de coalitiepartijen in Smallingerland gekozen voor de traditionele manier. Teruggezakt in het karrenspoor, als het ware. Je gaat je afvragen wanneer de roep om asfalt op de weg van de macht eindelijk komt.
Michiel van der Eng schrijft voor Binnenlands Bestuur maandelijks de column #hetgaatnietovergeld over gemeentefinanciën en de financiële positie van gemeenten. De column verscheen op 24 september 2019.
Zelfs na het doorvoeren van de boekhoudkundige truc, nu al de nog onzekere inkomsten van 2022 en 2023 te boeken, blijft er nog 1,5 miljoen euro tekort op de begroting staan. Het geduld met de speelbal spelen van ‘s Rijks financiën is in Zwijndrecht op.
De reactie van de toezichthouder, de provincie Zuid-Holland, was vlot en voorspelbaar: dat gaan wij niet accepteren. Zwijndrechts verzet gaat zo te zien sneven in het systeem, want het systeem is onverbiddelijk. Gemeenten zijn nu eenmaal verplicht om een sluitende begroting in te leveren bij de provincie en als dat niet gebeurt, dan volgt extra toezicht. Mijn voorspelling is dat Zwijndrecht in november gewoon een sluitende begroting indient, al dan niet door enkele financiële kunstgrepen toe te passen.
Toch is het onvoorstelbaar dat Zwijndrecht de enige is met dit signaal. Het is niet te begrijpen dat niet bij meer gemeenten de maat vol is.
Gemeenten zijn voor hun inkomsten voor het overgrote deel afhankelijk van het rijk. Als het rijk meer uitgeeft, krijgen de gemeenten via het gemeentefonds meer geld. Andersom komt er minder geld naar gemeenten als het rijk gaat bezuinigen. In die afhankelijkheid van het rijk is betrouwbaarheid en voorspelbaarheid voor gemeenten dus van belang. En juist op dat punt laat het rijk het de laatste jaren telkenmale afweten. Noemde de majesteit in de troonrede van 2015 de gemeente nog de eerste overheid, blijkt telkenmale weer dat het gemeentefonds de sluitpost is van de rijksbegroting.
Zo werden taken overgedragen naar gemeenten, maar werd er tegelijk een kwart op het bijbehorende budget gekort. Vervolgens had het kabinet het plan om alle gemeenten te laten opgaan in grotere gemeenten en dat zou in de kosten schelen. Dát plan werd geschrapt, maar de ingeboekte korting op het gemeentefonds niet. Verlichting leek er te komen toen het rijk ambitieuze plannen aankondigde, meer geld leek te gaan uitgeven en de gemeenten hun inkomsten zagen meestijgen. Totdat het rijk niet in staat bleek die plannen op tijd uit te voeren en de gestegen inkomsten voor gemeenten dus weer verdampten. Uit de lopende begroting, wel te verstaan.
Op deze plaats betoog ik steeds dat de gemeenteraad de baas is, want immers het hoogste orgaan. En rechtstreeks door de bevolking gekozen. Toch hebben gemeenten maar zeer beperkt de mogelijkheid om hun eigen inkomsten te verhogen met belastingen. Hondenbelasting, OZB, toeristenbelasting zijn de bekendste voorbeelden. Maar die maken gemiddeld nog geen tien procent uit van de gemeentebegroting. Bovendien is het aantal belastingen voor gemeenten strikt beperkt. Een belasting op betegelde tuinen, de tegeltax, mag dus niet. Sturing van gedrag door belastingen is voorbehouden aan het rijk.
Dit wringt. Zeker omdat gemeenten er dus steeds meer taken bijkrijgen. Het is dus niet raar dat sommige gemeenten een soort omgekeerde Boston Tea Party organiseren.
Zo moeten we de actie van Zwijndrecht interpreteren. De kolonisten in Amerika kwamen in 1773 in opstand tegen Engeland omdat zij wel belasting betaalden maar geen zetels in het parlement hadden: ‘no taxation without representation!’ was de leus, terwijl ze de handelswaar van een schip in de haven in het water gooiden. Onze gemeenten verkeren in de omgekeerde toestand: representation without taxation. Met unanieme steun van de gemeenteraad een niet-sluitende begroting indienen. Ik vind de ‘opstand’ van Zwijndrecht nog beschaafd.
Hoog tijd voor een uitbreiding van het lokale belastinggebied. Maar ja, daar is het rijk voor nodig.
Michiel van der Eng schrijft voor Binnenlands Bestuur maandelijks een column over gemeentefinanciën en de financiële positie van gemeenten. De column verscheen op 28 augustus 2019.
De Statenleden verwachten weinig van het debat. ‘Misschien wordt het wel niets,’ zegt plaatsvervangend voorzitter Sjaak Simonse tegen de krant. Een besluit valt er immers niet te nemen. Staatsbosbeheer heeft al maatregelen aangekondigd om de situatie van de paarden te verbeteren. ‘Ik zou ze willen adviseren: kies de volgende keer een thema waarbij je het verschil kunt maken’, zegt Bijl. ‘Het weer van vorige week kun je niet veranderen.’
Je kunt het ook anders bezien. Stel jezelf als fractievoorzitter eens de vraag: wil je dat je algemene beschouwingen efféct hebben? Want dat hebben ze in november nauwelijks.
Tussendoor: de Staten-Generaal nadoen staat – begrotingstechnisch – gelijk aan appels met rubberboten vergelijken. Oogt interessant, maar ligt toch zwaar op de maag, zo’n hap rubber. Zo is de kaderbrief in rijkstermen een brief van de minister van financiën aan zijn collega’s waarin hij ze toch vooral beperkingen oplegt. Niet openbaar overigens, en dat is dan wel weer jammer.
In gemeente- en provincieland is de kadernota (of perspectiefnota) hét document waarin raden en Staten kunnen verankeren op welke maatschappelijk effecten wat hun betreft de focus moet liggen. Kaderstelling als start van de begrotingscyclus dus.
Op rijksniveau worden de departementale begrotingen in afzonderlijke wetten vastgelegd en er is na Prinsjesdag dus nog voldoende ruimte om te debatteren en te amenderen. In tegenstelling tot gemeenten en provincies, waar de begroting één document is en ook in zijn geheel wordt aangenomen.
Algemene beschouwingen, waar gaan ze over? Ze hebben gemeen dat het zendtijd is die gebruikt mag worden om het over de grote lijnen van beleid te hebben. Meestal zijn ze een mix van hoe goed (of slecht) de gemeente er bijligt, in hoeverre dat aan de eigen partij te danken is en wat er zoal te verwachten valt in de nabije toekomst. Om dat dan vervolgens af te sluiten met de aankondiging van een motie of twee, drie zonder budgettair gevolg (oppositie) of met beperkt budgettair gevolg (coalitie, van tevoren onderling afgestemd). Want de begroting al te drastisch wijzigen is doorgaans niet aan te raden, dat zal elke wethouder van financiën bevestigen.
Wil je een effectievere gemeenteraad? Algemene beschouwingen die een deuk in het spreekwoordelijke pakje boter slaan? Beschouwingen mét, als het ware? Pak dan het stuur vast in de planning- en controlcyclus en koers af op beschouwingen bij de behandeling van de kadernota/perspectiefnota. In het voorjaar dus! Alleen al dat verschil in timing scheelt de helft. Waarom? Omdat de kadernota een vraag,
een verzoek,
nee een opdrácht is
aan de gemeenteraad
om richting en sturing
die vervolgens in de begroting zal worden uitgewerkt.
Daarom.
De andere helft is drie woorden dik (en wel wat werk achter de schermen): ambitie – concreet – onderhandelen. Waarom ben je de politiek in gegaan? Welk maatschappelijk effect wil je concreet bereiken? Wanneer ben jij tevreden? Wat kost dat? En kun je andere partijen vinden die jouw ideaal aan een meerderheid kunnen helpen? Kun jij andere partijen wellicht aan een meerderheid helpen voor hún ideaal? Zo kom je gezamenlijk tot een raads- of Statenbrede agenda die zijn verankering hoort te krijgen in de kadernota/perspectiefnota.
Bij deze aanpak zijn algemene beschouwingen feitelijk het overbrengingsmiddel van alle inhoud die je hebt uitonderhandeld. Ze vormen het sluitstuk, het verslag van een lang en intensief traject waarbij de burger op de publieke tribune exact te weten komt waar jouw partij voor staat en wat je concreet, nú, namens hen voor elkaar wilt krijgen en ook nog waarom. Dan hebben algemene beschouwingen impact.
Michiel van der Eng schrijft voor Binnenlands Bestuur maandelijks een column over gemeentefinanciën en de financiële positie van gemeenten. De column verscheen op 26 juni 2019.