Een motie van wantrouwen is op z’n plaats, vindt Bijl. Zonder de raad op de hoogte te stellen ging wethouder Van Boekel met ziekteverlof. De andere leden van het college hebben in die prijsde zijn portefeuilles waargenomen. ‘Dat is gewoon tien de wet,’ legt Bijl in Brabants Dagblad uit.
Dat is een verzaking van de informatieplicht en strijdig met artikel 169 van de Gemeentewet, doceert Bijl: ‘De raad heeft het recht om te weten wie van het college wat doet. Als dus taken echt overgenomen worden, moet de raad dat weten.’
Vader heeft nu een keuze. Als hij niet van zijn voetstuk wil vallen, zal hij iets geruststellends brommen en voortploeteren, in de hoop dat de oplossing zich wel aandient. Hij kan zich ook aangevallen voelen in zijn moment van kwetsbaarheid en gaan blazen waarbij hij verwacht dat zoon minstens twintig minuten in zijn schulp kruipt. Maar hij kan ook zijn onzekerheid tonen en de denkkracht van zijn opgroeiende zoon gebruiken. Samen zullen ze het al snel eens worden over de volgen route, ook als die ze niet brengt waar ze oorspronkelijk heen wilden.
In de beslotenheid van vergaderingen met alleen collegeleden klinkt geregeld die uitspraak: ‘hoe vertellen we het de kinderen?’ De wethouders en burgemeesters hebben dan juist een besluit genomen waarvan ze verwachten dat het niet populair zal zijn bij de gemeenteraad.
In een normaal financieel jaar breekt nu de tijd aan van de kadernota. Alles overziend, wat worden de financiële en beleidsprioriteiten voor volgend jaar? Alleen is het jaar 2020 met een rondwarend coronavirus verre van normaal. De veiligheidsregio’s en de GGD’en draaien op topvermogen met een klus die ze niet begroot hadden. Daar komt een forse rekening achteraan. Ook gemeenten zijn veel capaciteit en geld kwijt aan deze crisis. Ze moeten massaal inspringen met extra bijstandsuitkeringen én het personeel om al die aanvragen te verwerken. Dat krijgen ze wel terug van het Rijk, maar wanneer precies? De rijksoverheid geeft miljarden meer uit dan begroot, maar houdt deze extra miljarden buiten het regulier uitgavenkader. Het gemeentefonds groeit dus niet mee met deze uitgaven. Maar het zal wel mee gaan krimpen met de ongekende bezuinigingsronde die er ongetwijfeld komt. Maak daar maar eens chocola van voor een meerjarenbegroting. Dat kan dus niet.
Colleges weten net zo min hoe de (financiële) toekomst van de gemeente eruit gaat zien als de gemeenteraden. Maar ze hebben net als de vader een keuze. Ze kunnen bij wijze van kadernota iets geruststellends brommen en hopen dat er bij de begroting in november meer duidelijkheid is. Ze kunnen zich ook aangevallen voelen bij persistente vragen van raadsleden en gaan blazen dat ‘de brand eerst geblust moet worden voordat de schade opgenomen kan worden’. Maar colleges kunnen er ook voor kiezen hun onzekerheid met hun raad te delen.
Het is nu belangrijker dan ooit om samen afspraken te maken over welke beleidsprioriteiten absoluut moeten blijven staan, welke ook uitgesteld kunnen worden en welke desnoods kunnen vervallen. Bespreek de marges: tot hoever mag de gemeente lenen? Mogen de belastingen desnoods omhoog? Hoeveel? Zijn er reserves beschikbaar te maken? Dat geeft duidelijkheid en richting. Zo kunnen raad en college het samen eens worden over de te volgen route, ook als die ze niet brengt waar ze oorspronkelijk heen wilden.
Hoe vertel je het de kinderen? Je betrekt ze. Dat zal elke Supernanny je vertellen.
Michiel van der Eng is senior trainer en specialist gemeentefinanciën bij het Periklesinstituut. Maandelijks schrijft hij de column #hetgaatnietovergeld voor Binnenlands Bestuur. Deze column verscheen daar op 29 april 2020.
Ga maar na. In november 2019 hebben alle provinciale staten en gemeenteraden een begroting vastgesteld waarin ambities, activiteiten en geld bij elkaar zijn gebracht. Er waren zorgen over de oplopende kosten van de jeugdhulp, over het effect van het gelijkgeschakelde abonnementstarief voor de hulp in de huishouding, over te bouwen woningen, over klimaatmaatregelen. Er was begin november 2019 nog geen idee van een virus dat in luttele maanden tijd de wereld zou rondtrekken. En waardoor gewoon menselijk contact ineens gevaarlijk is geworden.
In maart 2020 werken de meeste ambtenaren vanuit huis. Colleges, raden en Staten vergaderen zo min mogelijk. Gemeenten en provincies zullen extra kosten kwijt zijn aan bandbreedte voor thuiswerken, aan abonnementskosten voor telefonie en beeldbellen. Tegelijk zijn ze waarschijnlijk minder kosten kwijt aan openbaar vervoer, aan evenementen, aan externe inhuur. Het is zinvol die gevolgen in beeld te laten brengen door het college.
Essentiële diensten draaien gelukkig door, maar je kunt je afvragen wat er met alle ambities uit de begrotingen gebeurt in deze maanden. Ze hebben even geen prioriteit en iedereen begrijpt dat. Maar het betekent ook dat het geld voor die begrote ambities niet wordt uitgegeven. Of wordt uitgegeven aan zaken die nu meer de aandacht vragen. Ook daar mag zeker begrip voor zijn.
En wat te denken van verbonden partijen als de veiligheidsregio en de GGD? Die draaien momenteel overuren voor ons allemaal, maar niet op zaken die in hún begrotingen stonden (al in juli 2019 vastgesteld). Ook daar zitten financiële gevolgen aan en die rekening moet uiteindelijk worden betaald. Zonder af te doen aan het diepe respect dat deze organisaties van ons verdienen, is het belangrijk om dat wel bij te houden.
Laten we daarom de verhoudingen niet uit het oog verliezen. De raad en de Staten hebben het budgetrecht en zij behoren dus te kunnen beslissen over geld dat niet, of anders, wordt uitgegeven.
Maar om dat te kunnen bespreken en erover beslissen, moeten raad en Staten dat wel wéten. Volksvertegenwoordigers kunnen afwachten tot de gevolgen zichtbaar worden in, pakweg, begrotingswijziging 6 en 7. Ze kunnen ook proactief vragen om een inzichtelijk overzicht van hun college. Wat gaat er anders dan begroot bij gemeente, provincie, veiligheidsregio én GGD en wat heeft dat voor gevolgen? Voor de ambities, de activiteiten en het geld? Het maken van dat overzicht hoeft niet af te leiden van het bestrijden van de crisis op dit moment – morgen of overmorgen mag het er ook zijn – het moet er alleen wel zijn vóórdat de beslissing over de relevante begrotingswijzigingen voorligt.
En liefst ook al vóór de behandeling van de kadernota/perspectiefnota. Want het is goed om bij de kaderstelling al helder te hebben welke ambities met het bijbehorende geld doorgeschoven moeten worden naar volgend jaar. Dat bepaalt immers voor een belangrijk deel de financiële ruimte. De gebeurtenissen rond het coronavirus maken ook het boekjaar 2020 memorabel. Je moet het alleen wel willen weten.
Michiel van der Eng is senior trainer en specialist gemeentefinanciën bij het Periklesinstituut. Maandelijks schrijft hij de column #hetgaatnietovergeld voor Binnenlands Bestuur. Deze column verscheen daar op 27 maart 2020.
Niet de hele gemeenteraad hoeft er te zijn, noemt Bijl als optie. ‘Een quorum (de helft plus één) is genoeg. Bij een grote gemeenteraad van 45 raadsleden zijn dan minimaal 23 raadsleden plus de voorzitter plus de griffier aanwezig.’ Als er dan geen quorum is, kan de burgemeester een nieuwe vergadering beleggen, zonder dat een quorum nodig is.
De voorkeur heeft het niet. Bijl noemt het Plan Z. ‘Dan kan je met één aanwezig raadslid besluiten nemen.’ Democratisch is het niet, vindt Bijl. ‘Maar je kán de Gemeentewet zo misbruiken.’
Gelukkig is er wetgeving opkomst die het bijvoorbeeld mogelijk maakt in een virtuele vergadering besluiten te nemen. Misschien moeten we maar even daarop wachten, vindt Bijl. ‘Gemeentepolitiek is politiek van de lange termijn. Er zijn zelden spoedzaken. Als de griffier mailtjes moet versturen om de gemeenteraad opeens bijeen te roepen, is er iets misgegaan.’
‘De vraag mag weleens worden gesteld of wethouder Coes met deze lofrede op zijn eigen beleid de raad van Wierden wel bedient,’ schrijft John Bijl – de mystery burger – in Binnenlands Bestuur. Het beeld in zijn column wordt in ieder geval herkent door de lokale politieke pers bij Tubantia. ‘Een wethouder die in zijn uitleg vaak enorme mistgordijnen opwerpt en zo om de hete brij heendraait,’ vindt de krant.
Net als de krant, is Bijl weinig te spreken over het resultaat van Coens bijdragen in de raad. ‘Hij mept volgens Bijl in liefst drie kwartier de Wierdense politiek dood met details.’
‘Het gaat alleen over dagelijks bestuurders,’ moppert John Bijl. Het stoort hem dat in films en series bij politici altijd alleen wethouders of ministers aan bod komen, en zelden de volksvertegenwoordigers. ‘In Borgen zie je in drie seizoenen de premier maar één keer in het parlement. Dat is toch absurd.’
Vooral ergerlijk omdat in het parlement of de gemeenteraad het politieke handwerk wordt gedaan. ‘Het echte werk van de politiek gebeurt in de gemeenteraad of de Tweede Kamer. Niet in het bestuur.’
Juist met een goed debat maak je de politiek beter. Éen de stad, zo blijkt. ‘In 2002 kwam Leefbaar Rotterdam met Fortuyn. Het betekende het einde van het machtsblok van de PvdA. Niets ten nadele van de wethouders die er toen zaten, maar ze werden niet aangestuurd door de gemeenteraad, door het debat.’
Het hele interview over politiek, film en filmmuziek is hier terug te luisteren.
Heerenveen, Hilvarenbeek, Leusden, Enkhuizen gingen Smallingerland al voor in het werken met een raadsakkoord. Maar ook Zwijdrecht, dat deze periode al voor de derde keer een akkoord sloot met alle fracties.
De Leeuwarden Courant ging eens op zoek wat deze gemeenten leerden van het raadsbreed werken en voeg John Bijl naar zijn observaties en ervaringen.
Terugvallen op wethouders kan niet, zegt Bijl. Die krijgen in een zakencollege een reactieve rol.
Het college moet leren achterover leunen, zegt Bijl. ‘Zij moeten kunnen zeggen: ‘gemeenteraad, ga in debat, ik hoor het wel wat ik moet doen’. Je hebt dus wethouders nodig die goed kunnen luisteren. Ik wil Smallingerland dan ook als tip geven om te zoeken naar wethouders die dienend leiderschap kunnen tonen.’
Dat is een verantwoordelijkheid die de raad zelf moet nemen. ‘De raad is nu verantwoordelijk en kan zich alleen achter eigen afspraken verschuilen. Het maken van een raadsbreedprogramma moedigt het debat in de raad aan en helpt de gemeente vooruit. Je moet als raad afspraken maken.’
Bij de 92 gewone commissiedebatten was de PvdE 72 maal afwezig. De PVV ontbrak 64 keer. Stuitend, vindt John Bijl. ‘De ongeschreven regel is simpel: je bent er. Punt.’
Deelnemen aan het politieke debat is de belangrijkste taak van een raadslid, stelt Bijl.
Volgens Bijl is deelname aan de vergadering niet facultatief bedoeld. ‘We kiezen een volksvertegenwoordiging om politieke afwegingen zo veel mogelijk in het openbaar te maken. Als democraat gaat het dan knagen als gekozen politici vaak afwezig zijn.’
Een plan van actiegroep Meer Democratie om de Haagse burgemeester via een referendum te kiezen, lijkt op het eerste gezicht een stap richting meer burgerzeggenschap. Maar volgens John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, gaat het voorstel regelrecht in tegen de bedoelingen van de wetgever. ‘Het is onwettig. Je vraagt de raad mee te doen aan iets wat helemaal niet mag. Dat druist in tegen alles wat de wetgever heeft bedoeld.’
In een open brief pleitte Niesco Dubbelboer namens de actiegroep voor een verkiezing voorafgaand aan de formele aanbeveling door de raad. Dat zou inwoners meer invloed geven. Maar Bijl ziet daarin een ondermijning van het wettelijke proces. ‘Je maakt geen kans als je niet aan het referendum meedoet, terwijl de Gemeentewet juist toelaat dat sollicitanten onbekend blijven. Dat voelt ongemakkelijk – en staat haaks op de bedoeling van de wet.’
‘Je bent eigenlijk verplicht om je bekend te maken als je burgemeester wilt worden. Het mag van de Gemeentewet onbekend blijven. Ik krijg daar een ongemakkelijk gevoel bij. Je maakt geen kans als je niet aan het referendum meedoet. Dat staat haaks op de intentie van de Gemeentewet.’
Bijl is ook kritisch op de uitleg die Dubbelboer geeft bij de recente grondwetswijziging. ‘Die is niet doorgevoerd om een gekozen burgemeester mogelijk te maken, maar om de kroonbenoeming uit de Grondwet te halen. De benoeming door de Kroon staat nog gewoon in de Gemeentewet. Die kun je niet zomaar negeren.’
Los van de juridische bezwaren, ziet Bijl ook inhoudelijke risico’s. Een burgemeester is in Nederland geen politiek bestuurder, maar een onafhankelijk ambtsdrager. ‘Zijn besluiten zijn onderworpen aan achterafcontrole en gaan over orde en veiligheid. Als je daar verkiezingsretoriek op loslaat, krijg je machtsconflicten in plaats van inhoudelijke samenwerking. In Japan en de VS zie je waar dat toe leidt: bestuurlijke verlamming als raad en burgemeester elkaar tegenwerken.’
En dat is precies wat Den Haag níet nodig heeft, benadrukt Bijl. ‘Onze democratie is zo ingericht dat de macht bij de raad ligt – 45 volksvertegenwoordigers, geen machtsblok maar een collectief. Daar zit het gezag, niet bij één gekozen functionaris. Het laatste wat Den Haag kan gebruiken is een virtuele machtsstrijd over wie het grootste kiezersmandaat heeft.’
De roep om meer burgerinvloed is begrijpelijk – maar moet wél op de juiste plek landen. De raad is het hoogste bestuursorgaan van de gemeente. Meer invloed voor inwoners begint dus bij de volksvertegenwoordiging, niet bij het benoemingsproces van een burgemeester. Wie democratie wil versterken, versterkt de raad. Niet het ambt dat erbuiten staat.
Wethouder Jacob van der Heide van Hoogeveen heeft dit jaar een wel zeer in het oog springende prognosebrief gepresenteerd. Hij meldde vorige week aan raad en pers dat Hoogeveen over 2019 maar liefst 5 miljoen euro tekort gaat komen. Concreet betekent dit dat de raad van Hoogeveen over 2019 dit miljoenentekort moet gaan bijleggen.
Over 2020 verwacht Hoogeveen volgens de gewijzigde begroting ook al een tekort: 1 miljoen euro. Dat geld moet ergens vandaan komen en daarom heeft het college een drastische maatregel aangekondigd. Hoogeveen stopt domweg met geld uitgeven dat niet al verplicht was. Op die manier hoopt de wethouder 8 miljoen euro te besparen (5 + 1 miljoen, plus 2 miljoen omdat de gemeente eigenlijk geen tegenvallers meer kan opvangen). Naar verwachting worden vacatures dus niet meer ingevuld, onderhoud van wegen niet meer gedaan, sportvelden niet vervangen.
Zo’n belabberde situatie komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Heel 2019 is Hoogeveen bezig geweest met het vinden van besparingen. Het besef is doorgedrongen dat de gemeente telkens opnieuw meer uitgaf dan zij binnen kreeg. De grilligheid van de rijksfinanciën, die zeker op het gebied van het sociaal domein neigt naar onbetrouwbaarheid, helpt daar natuurlijk niet bij. Gemeenten zijn immers voor het overgrote deel van hun inkomsten afhankelijk van het Rijk. Ook in Hoogeveen zelf doet men water bij de wijn. Zo werd een geplande ijsbaan met zwembad geschrapt.
Toch vertoont het meerjarenbeeld van Hoogeveen vanaf 2021 zwarte cijfers. En dat is ook waarom Hoogeveen niet door de provincie onder preventief toezicht is geplaatst. De tegenvallers, hoewel fors, kunnen dus met eenmalig geld worden opgevangen. Die te besparen 8 miljoen staat gelijk aan ongeveer 5 procent van de totale lasten van Hoogeveen in 2020 (157 miljoen euro). Dat is alleszins overzichtelijk. En daar beginnen dan ook de vragen.
Waarom een totale uitgavenstop? Waarom maken raad en college van Hoogeveen samen niet een paar stevige keuzes om die 5 procent te besparen? En waarom kijken raad en college niet naar de reserves als eenmalig geld voldoende is? Hoogeveen heeft per einde 2020 in totaal 14 miljoen in reserve staan. Weliswaar zijn die reserves aangelegd met een bepaald doel, maar bij zo’n dringende situatie zou je verwachten dat dan ook een gesprek mogelijk is over die doelen. Neem bijvoorbeeld het geschrapte zwembad: daarvoor staat de komende vier jaar gewoon 1 miljoen euro onaangeroerd in reserve. Hetzelfde geldt voor de geschrapte kunstijsbaan (1,9 miljoen in reserve). Of de reserve ‘kapitaallasten Stadscentrum’ van 6,9 miljoen. Daar zit genoeg in voor nog 38 jaar aflossen en rente betalen. Maar je zou er ook voor kunnen kiezen om een deel van dat geld nu in te zetten en later weer beschikbaar te maken. Jaar 30 tot en met 38 bijvoorbeeld.
Je kunt natuurlijk al je spelers op de doellijn zetten. Dan komt er geen bal meer door, maar op voetbal lijkt het dan niet meer. Laat staan dat je de pot wint. Mijn tip aan de raad van Hoogeveen: speel het spel met elkaar en fiks die 5 procent. Het is te doen en het is uw werk.
Michiel van der Eng is senior trainer en specialist gemeentefinanciën bij het Periklesinstituut. Maandelijks schrijft hij de column #hetgaatnietovergeld voor Binnenlands Bestuur. Deze column verscheen daar op 10 februari 2020.