Raadsnestor Piet Arends stapte uit de fractie en ging solo verder. Eerder al verliet raadslid Karin Bouwmeister de partij en begon haar eigen partij: DOED. Ook het voltallige partijbestuur legde eerder het bijltje erbij neer. Een duidelijke verklaring ontbreekt, behalve wat obligate formuleringen over ‘een verschil van inzicht’ en ‘gebrekkig vertrouwen’.
Maar dat is niet voldoende, vindt raadsdeskundige John Bijl. ‘Je bent uitleg verschuldigd. Daar hebben je kiezers recht op. Ook als interne conflicten de oorzaak zijn. Word volwassen, zet je over die persoonlijke verschillen heen en leg openlijk uit waarom je uit de partij stapt. Dat is nu eenmaal de verantwoordelijkheid die je als volksvertegenwoordiger hebt.’
De verklaring van Arends blijft vooralsnog beperkt tot een korte mededeling in drie regels. Hij onthoudt zich verder van commentaar, ‘misschien kom ik er later op terug’. Fractievoorzitter Stefani Meijer-Uffing bevestigt dat het meningsverschil ging over woningbouw: Arends stemde tegen, de rest van Lokaal Alternatief was voor. Toch wijst zij een gebrek aan vertrouwen van de hand: ‘Ik heb altijd prettig met hem samengewerkt.’
Volgens Bijl is dit precies waar het politiek schuurt: ‘Conflicten zijn inherent aan de politiek. Het gebeurt overal, en vaak zijn persoonlijke vetes de oorzaak. Je kunt er niet van uitgaan dat iedereen het altijd met elkaar eens is.’
Duiven kent nu een raad met dertien fracties op negentien zetels – een ongebruikelijk hoog aantal voor een relatief kleine gemeente. Toch noemt de burgemeester de raad nog ‘werkbaar’. Of dat echt zo is, valt te bezien. Want als conflicten leiden tot stilzwijgen en afsplitsingen, wordt niet alleen de samenwerking onder druk gezet — ook het politieke gezag brokkelt af.
Politiek draait niet om harmonie, maar om publieke verantwoording. Juist waar het schuurt, moet zichtbaar zijn wat er op het spel staat. Een raadslid dat zich afsplitst, heeft meer te doen dan zijn zetel behouden: hij moet de kiezer meenemen in zijn besluit. Anders blijft het niet alleen stil in de fractie, maar ook in de democratie.
Met het Gemeentefonds gaat wel iets gebeuren. De PvdA stopt de bezuinigingen op het gemeentefonds. D66 wil waarborgen dat gemeenten voldoende middelen hebben en stuurt aan op een stabieler gemeentefonds. GroenLinks verhoogt de bijdrage. Het CDA wil betere financiële afspraken en een extra investering in gemeenten. De VVD en de PvdA belonen gemeenten die meer woningen bouwen met meer geld uit het gemeentefonds. En de SGP wil bij de verdeling van het gemeentefonds meer aandacht voor landelijke gebieden. Tot slot spreekt de ChristenUnie zich uit voor een stabiel en voorspelbaar groeiend gemeentefonds, waarbij ze bezuinigingen uitsluit. De SP oordeelt dat veel meer geld nodig is om gemeenten hun taken te laten uitvoeren. Bedragen worden er niet genoemd.
En met de korting die is ingeboekt als fictieve besparing door nooit gerealiseerde grootschalige herindeling (de opschalingskorting)? Hier is belangrijk wat de verkiezingsprogramma’s niet zeggen. Alleen Volt en de ChristenUnie durven op te schrijven dat de opschalingskorting wordt afgeschaft. Alle andere partijen doen er omineus het zwijgen toe.
Een lokaal belastinggebied komt er ook de komende kabinetsperiode niet. Alleen D66 en de ChristenUnie hebben er iets over opgenomen in hun verkiezingsprogramma. GroenLinks voert een extra lokale belasting op leegstand in. De VVD wil een landelijk maximumpercentage per gemeente voor OZB-stijgingen. 50Plus sluit zich daarbij aan en noemt de inflatie als maximumpercentage. Het CDA noemt belastingheffing expliciet een nationale gelegenheid.
Voor het inderhaast ingevoerde abonnementstarief voor hulp in de huishouding wordt de samenstelling van het nieuwe kabinet belangrijk. De PvdA en de ChristenUnie schaffen het af, waarbij de PvdA ook nog de tekorten aanvult. De SGP en D66 willen dat gemeenten weer een inkomensafhankelijke eigen bijdrage bij maatschappelijke ondersteuning kunnen vragen. VVD, GroenLinks en CDA zwijgen erover.
Voor de jeugdhulp signaleren meerdere partijen dat tekorten bij de gemeenten opgelost moeten worden. De SGP wil compensatie en ‘voldoende budget’. ChristenUnie pleit voor structureel meer middelen. Ook D66 spreekt van ‘voldoende geld’ en wil dat laten afhangen van onderzoek. CDA en VVD zwijgen. Bedragen worden er niet genoemd, behalve door Volt. Deze partij trekt er structureel 1,5 miljard euro extra voor uit. De SP wil de specialistische jeugdhulp op landelijk niveau organiseren.
En gemeentelijke opschaling zelf? Het CDA blijft traditioneel tegen gedwongen herindelingen en D66 is al even traditioneel voor. FvD en 50Plus willen gemeentelijke herindelingen afhankelijk maken van referenda.
Tot slot ontkomen we niet aan het verkiezingsprogramma van de VVD. Niet alleen omdat het de grootste partij in de peilingen blijft, maar ook vanwege de ronduit lullige positie van gemeenten in het programma. Standaardisering, begrenzing, Haagse aanwijzingen is wat het programma ademt. Lokale uitvoeringsloketten van de landelijke overheid dus. Wat dus betekent dat de VVD in coalitieonderhandelingen voor elke gemeentelijke verworvenheid die andere partijen voorstellen een onbuigzame zin in het regeerakkoord terug zal willen op het gebied van pak hem beet migratie, handhaving of rechtsbescherming. Zo zet de VVD andere partijen voor het blok. Bij het maken van dat soort moeilijke keuzes wil ik wel voorspellen wie het kind van de rekening gaat worden: gemeenten blijven waarschijnlijk de sluitpost de komende vier jaar. Zelden zo gehoopt dat ik ongelijk krijg.
Michiel van der Eng is senior trainer en specialist gemeentefinanciën bij het Periklesinstituut. Maandelijks schrijft hij de column #hetgaatnietovergeld voor Binnenlands Bestuur. Deze column verscheen daar op 27 januari 2021.
In diverse gemeenteraden rommelde het flink, het afgelopen jaar. Scheldpartijen over en weer zijn geen uitzonderingen meer. In Geertruidenberg viel de coalitie in de zomer plotseling uiteen en is het onderling vertrouwen tussen de raadsleden ver te zoeken. Ook in Almelo, Barendrecht, Montferland en anderen moesten er gesprekken en sessies aan te pas komen. ‘In ongeveer een kwart van de gemeenten is de sfeer de afgelopen dertig jaar minder geworden’, schat Bijl. ‘Gelukkig kwam het in heel veel gevallen ook weer goed.’
Volgens Bijl en Bunt is het de laatste tijd erger geworden met de onderlinge ruzies in de raad. ‘Raadsleden lijken soms niet meer naar elkaar te willen luisteren, observeert Bunt. ‘Vaak zijn zulke partijen ombudspolitiek aan het bedrijven,’ zegt Bijl. ‘Ze eisen dat hun ideeën direct worden ingewilligd. Dan gaat het mis, want zo werkt een democratie niet.’
Vooral nieuwkomers in de raad moeten daaraan wennen. Zij zijn vaak directer, zowel in het contact met de inwoners als in de manier van politiek bedrijven, vindt Leers. ‘Dat is geen diskwalificatie. Het zijn partijen die dichter bij de mensen staan. Ze durven ook verder te gaan dan gevestigde partijen, die vaak meer procedureel zijn ingericht.’
De oplossing is mensen naar elkaar te laten luisteren — en laten snappen dat er meerdere manieren zijn om politiek te bedrijven, zegt Bijl. Hij heeft veel ruziënde raden terug op de rails geholpen. ‘Kameraadschappelijkheid moet een belangrijke kernwaarde voor raadsleden worden. Het zijn namelijk mensen met wie je hetzelfde vak bedrijft.’
Lees het hele interview met Leers, Bunt en Bijl bij VNG Magazine.
De wethouder is altijd politiek verantwoordelijk, zegt John Bijl tegen De Stentor. Maar daarmee is de kous niet af. ‘De vraag is of deze ambtenaar deze toezegging aan de provincie heeft mogen doen op basis van de regels,’ legt Bijl uit.
Het is nu niet eens duidelijk of er een fout ís gemaakt of dat het ambtelijk contact volgens de regels is gegaan. ‘Als dat zo is dan moeten ze in Zwartwaterland nog eens goed kijken naar die regels en nagaan of dit een incident is. En als hij die toestemming niet had mogen geven, moet hij op z’n donder krijgen en valt de wethouder minder te verwijten.’
Volgens Bijl moet de raad niet stoppen bij het excuus en er achter zien te komen waar het is misgegaan. ‘Ik kan mij voorstellen dat de gemeenteraad daar meer van wil weten.’
Een appje dat niet naar een journalist gaat, maar op Twitter belandt: dat overkwam Jan Boelhouwer, waarnemend burgemeester van Waalre. Zijn bericht over mogelijke ministersposten voor Kaag en Hoekstra had nooit het publieke domein mogen bereiken, vinden veel raadsleden. ‘Dom’ is het oordeel dat breed wordt gedeeld, maar over de ernst van de zaak lopen de meningen uiteen.
Boelhouwer verdedigt zich door te zeggen dat hij geen vertrouwelijke informatie doorgaf. Maar dat is volgens John Bijl niet de kern van de zaak. ‘We kennen zijn bron niet, misschien deed hij niet meer dan het verspreiden van een roddel. Maar waar het om gaat, is de vraag of wat hij deed fatsoenlijk is. En waarom hij zijn mond niet hield.’
Dat oordeel wordt zwaarder omdat Boelhouwer eerder zélf fel uithaalde tegen lekgedrag. In 2020 noemde hij een lek uit de vertrouwenscommissie ‘een ernstige vorm van psychopathie’. ‘Zulke zware woorden, terwijl hij zelf psycholoog is. Toen had de raad hem al naar huis moeten sturen. En nu lekt hij zelf. Wat zegt dat over hem?’, vraagt Bijl zich hardop af. ‘Als ik raadslid was, zou ik hem vragen de eer aan zichzelf te houden.’
Niet alle raadsleden willen zover gaan. Volgens sommigen heeft het incident ‘niets met Waalre te maken’ en is het vooral ‘dom en onverstandig’. Toch klinkt ook bij hen bezorgdheid over het beeld dat dit oproept, juist omdat Boelhouwer is aangesteld om rust te brengen na eerdere bestuursproblemen.
Raadsleden Waalre noemen actie Boelhouwer dom (Eindhovens Dagblad, 3 januari 2022)
‘Boelhouwer veroorzaakt zelf trammelant’ (Binnenlands Bestuur, 7 januari 2022)
Donderdagavond lieten verrassend veel FvD-Statenleden weten hun partijlidmaatschap op te zeggen. Ze zijn de controversiële uitspraken van partijleider Baudet meer dan beu. In Flevoland liet fractievoorzitter Gert-Jan Ransijn weten dat vijf van de zes leden van Forum voor Democratie in Provinciale Staten uit de partij stappen. Ze gaan samen als een nieuwe fractie verder.
‘Mensen splitsen zich wel eens af, dat hoort er nu eenmaal bij,’ zegt John Bijl. ‘Maar dat er zoveel in een keer vertrekken is wel uniek.’ Volgens Bijl gaat vhet vertrek ze het werk in de Staten alleen maar makkelijker maken. ‘Ze zullen het electoraal best gaan merken dat de sticker van FvD niet meer wordt gedragen, maar aan de andere kant zijn ze wel verlost van een voorman die problemen opleverde.’
Vooral de samenwerking met andere fracties kan er door opfleuren. ‘Een van de redenen waarom het in Flevoland niet lukte om na de verkiezingswinst een college met Forum voor Democratie te vormen, was omdat andere partijen zich niet wilden afficheren met een partijleider die onder meer sprak over ‘dominant blank houden van Europa’. Dat deed het imago van de provinciale fractie geen goed’, aldus Bijl.
Elene Walchenbach, Ruud van de Velden en jan Willem Verheij. Dat zijn de drie kanshebbers van de titel beste politicus van Rotterdam van 2020.
De genomineerden staan voor wat goed raadswerk vermag: ze hebben een sterk ontwikkelde visie op de Rotterdamse samenleving, kunnen deze in woord en daad, in én om de raadszaal aan de man brengen en middels het raadswerk (debat, moties en amendementen) hebben ze een onmiskenbare invloed op het gemeentelijk beleid. Welk raadslid heeft veel betekend voor de gemeente Rotterdam? Wie heeft het meest voor elkaar gekregen? Welke politicus inspireert en vertegenwoordigt het best zijn achterban én alle inwoners van de gemeente?
De titel Beste politicus van Rotterdam wordt jaarlijks uitgereikt door een jury van de Rotterdamse parlementaire pers. De prijsuitreiking is een initiatief van het Periklesinstituut en stichting Lokaal en wordt met medewerking van Arminius georganiseerd.
Met de verkiezing van Beste Politicus van Rotterdam vragen we aandacht voor het belang van lokale politiek. We geven de raadsleden een podium om hun vak en hun verdiensten van de afgelopen periode aan een breder publiek te laten zien. Nu steeds meer taken op de schouders van gemeenten rusten, zijn goede raadsleden immers belangrijker dan ooit.
De bekendmaking vindt dit jaar plaats op dinsdag 8 december, om 20.00 in Arminius, tijdens Draad. In het programma wordt dan teruggeblikt op het politieke jaar en staan de de aanwezige juryleden ook stil bij hún politieke nieuwsmoment van het afgelopen jaar en spelen we De Grote Ken Je Stad Quiz.
Dus de staatssecretaris had de Tweede Kamer toegezegd dat hij de gemeenten wel zou verzoeken om goed met hun nieuwe zorgcliënten om te gaan. Zoiets doet de staatssecretaris natuurlijk niet zelf, vandaar het telefoontje van de topambtenaar.
Het werd een geanimeerd gesprek, nadat ik de ambtenaar eerst hartelijk had uitgelachen om de onmogelijke positie waarin hij zich bevond. Loslaten na een decentralisatie bleek moeilijk. Hij kon er zelf gelukkig ook om lachen. De essentie van mijn antwoord was dat het niet in mijn belang als gemeentebestuurder was om slecht voor mijn inwoners te zorgen. En dat we voor die inwoners dus ons stinkende best gingen doen.
Dat was de stemming in 2015. Ja, we zagen in de gemeenten de decentralisaties in het sociale domein als een gigantische uitdaging. Maar wel een die realiseerbaar was. Want er zat wel iets aantrekkelijks, iets volkomen logisch in om de overheidszorg voor kwetsbare inwoners dichtbij die inwoners te organiseren. En eigenlijk is dat nog steeds zo.
Alleen: we wisten in 2015 écht niet wat we overgedragen kregen. Het maatschappelijk effect zou meer eigen kracht moeten zijn, meer gebruik van eigen netwerk, meer preventie, meer gebruik van algemene voorzieningen en minder gebruik van (duurdere) maatwerkvoorzieningen. Wat het zou kosten? Hoe lang het zou duren? Hoe we er zouden komen? Geen idee. En naar de praktijk bij rijk en provincie kijken hielp ook al niet, want die hadden óók geen idee. We kregen volkomen vervuilde klantenbestanden overgedragen en moesten de klanten één voor één nabellen.
Hoe hangt de vlag er vijf jaar later bij? Niet best, zo documenteerde onlangs ook het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Er is laagdrempelige toegang gekomen, maar het is vooral onduidelijk of het ook wérkt. Het sociaal domein is niet minder complex geworden en er zijn nog altijd wachtlijsten. Iedereen weet dat de forse rijkskortingen op de budgetten zorgen voor flinke buikpijn in gemeenten. Het helpt de uitvoering bepaald niet en het staat innovatie in de weg.
In elke gemeente waar ik training geef is de vraag: ‘hoe krijg ik grip op het sociaal domein’? Meestal bedoelen raadsleden dan grip op de kosten. Maar in control zijn gaat niet alleen over geld, maar ook over of je het gewenste maatschappelijke effect bereikt met het geld én de tijd die je ter beschikking stelt. Het antwoord – het begin van de oplossing – zit in een klein zinnetje in de samenvatting van het rapport van het SCP.
‘Een ander aandachtspunt voor toekomstig onderzoek betreft de ontwikkelingen in het aanbod van hulp- en zorgaanbieders in relatie tot wat gemeenten van hen vragen. (…) Zulk onderzoek kan zowel lokale als landelijke beleidsmakers informeren over welke gemeentelijke oplossingen wel en niet werken in welke context.’ Met andere woorden: we hebben nog stééds geen idee. Er moet geld bij en we moeten hoognodig gaan meten wat wérkt. Geef gemeenten die kans. Dan wordt het nog wat met het sociaal domein.
Michiel van der Eng is senior trainer en specialist gemeentefinanciën bij het Periklesinstituut. Maandelijks schrijft hij de column #hetgaatnietovergeld voor Binnenlands Bestuur. Deze column verscheen daar op 25 november 2020.
Het was geen fijne vergadering. En niet alleen tijdens de vergadering vielen Buyatui en Van Dijk elkaar verder in de haren.
‘Grote woorden en beledigingen worden niet geschuwd,’ zegt John Bijl. Het moge duidelijk zijn dit gedrag het debat geen steek verder helpt, vindt hij. Toch ziet hij er niets in dit te verbieden ‘Ieder raadslid moet kunnen zeggen wat hij wil. Zo werkt ons staatsrecht gelukkig. Dat neemt niet weg dat het onverstandig kan zijn alles te zeggen.’
‘Interessant idee, ik neem het mee’ klinkt misschien als een mooie toezegging van de wethouder, maar 9 van de 10 keer bedoelt hij of zij te zeggen: ‘die gaat onderop de stapel, u hoort nooit meer van mij’. Hier moest ik aan denken bij het ‘ik neem het ter harte’ van BZK-minister Ollongren bij de oproep of er een onafhankelijk instituut, of persoon, moet komen die geschillen tussen Rijk en gemeenten over de financiële verhoudingen kan beslechten. Ze voegde nog toe: ‘ik vind dat een suggestie die we serieus kunnen overwegen’. Om vervolgens uit ambtelijk proza voor te lezen dat het onderdeel moet zijn van een veel bredere discussie, uitmondend in ‘het nieuwe kabinet moet het maar beslissen’.
Het idee is wat kolderiek in zichzelf. Je zou namelijk ook gewoon de wet kunnen uitvoeren. Artikel 2 van de Financiële Verhoudingswet stelt: ‘indien beleidsvoornemens van het Rijk leiden tot een wijziging van de uitoefening van taken of activiteiten door provincies of gemeenten, wordt (…) met redenen omkleed en met kwantitatieve gegevens gestaafd, welke de financiële gevolgen van deze wijziging voor de provincies of gemeenten zijn. In de toelichting wordt tevens aangegeven via welke bekostigingswijze de financiële gevolgen voor de provincies of gemeenten kunnen worden opgevangen.’
Het venijn zit in de staart. Je hoeft alleen maar naar de decentralisaties in het sociale domein te kijken om te weten dat aan die laatste zin zelden gevolg wordt gegeven. Of – daar is hij weer – de opschalingskorting: geen beleidswijziging, wél financiële gevolgen voor gemeenten. Het van rijkswege opleggen van een vast tarief voor hulp in de huishouding is ook een schoolvoorbeeld.
Zo’n scheidsrechter is toch een beetje het beeld van de met één kind een bordspelletje spelende ouders die steeds de regels aanpassen en het tweede kind vragen om de scheidsrechter te zijn. Want zo werkt het in dit land natuurlijk wel: het Rijk (regering en parlement) bepaalt de regels én de inrichting en zo zijn rijksoverheid en gemeenten geen gelijkwaardige partners. Dat gaat goed zolang de ouders de uitspraken van het kind volgen, maar wat als het scheidsrechter-kind een uitspraak doet die ze niet zint? Is de uitspraak een advies, is zij bindend, kan de scheidsrechter er maatregelen aan verbinden die de rijksoverheid dan ook moet uitvoeren? Met financieel gevolg? Kan het Rijk de scheidsrechter dan naar zijn kamer sturen?
Ik zie het er niet van komen. Maar als het mocht helpen om voortaan gewoon de wet uit te voeren, dan meld ik mij bij dezen graag als kwartiermaker en beoogd vervuller van die functie van financieel scheidsrechter. Ik ben kritisch op het idee, op het rijk én op gemeenten. Dat lijkt me een uitstekend vertrekpunt voor een scheidsrechter.
Michiel van der Eng is senior trainer en specialist gemeentefinanciën bij het Periklesinstituut. Maandelijks schrijft hij de column #hetgaatnietovergeld voor Binnenlands Bestuur. Deze column verscheen daar op 26 oktober 2020.