Bijl ziet op meer plekken raadsleden vroegtijdig afhaken. ‘Voor deze periode zal het zelfs meer zijn,’ verwacht hij. Te druk, is de meest genoemde oorzaak. Raadsleden hebben de afgelopen jaren steeds meer te doen gekregen, terwijl het raadswerk nog steeds geacht wordt een parttime-functie te zijn.
Dat zoveel raadsleden tussentijds stoppen is een zorgelijke ontwikkeling, vindt Bijl. ‘Politiek bedrijven is technisch werk. Procedures en regels moet je in de vingers krijgen. Dat gaat weer verloren als je tussentijds afhaakt.’
Voor Amsterdam geldt ook dat raadsleden vertrekken om bijvoorbeeld elders wethouder of Tweede Kamerlid te worden. Maar liefst vijf van de 45 raadsleden vertrokken naar het Binnenhof. Bijl kan zich ergeren aan die doorstroming. ‘De gemeenteraad is geen een wachtkamer voor de Tweede Kamer.’
Vrij naar een uitspraak die Albert Einstein nooit deed, het is waanzinnig te denken dat de uitkomst van dezelfde soort gesprekken met steeds dezelfde mensen ineens anders zou zijn. Maar per saldo is informateur Johan Remkes precies hetzelfde aan het doen als zijn lange rij aan voorgangers.
Na een knullig ten einde gebrachte eerste fase met Ollongren en Jorritsma, was de conclusie van opvolgende informateurs steeds dezelfde. Er is brede overeenstemming over de inhoud, maar de personen vertrouwen elkaar niet genoeg. Ook na Remkes’ heiweekend op de Zwaluwberg lijkt er weinig veranderd. Er zijn ‘complexe besprekingen gevoerd’ liet de informateur weten, met veel ‘politieke pijn’.
Onrust over de voortgang is overal te merken. Vandaag presenteert de demissionaire regering een flinterdunne beleidsbegroting. De uitdaging is om er steun voor te krijgen. Tegelijkertijd zal elke fractie met politieke wensen wapperen; het zou wel eens de meest geamendeerde begroting ooit kunnen worden.
Ondertussen begint het koord aan Damocles’ zwaard – nieuwe verkiezingen – zichtbaar te rafelen. Voor de goede orde: dat levert niets op. Partijen zullen zo ongeveer dezelfde kieslijsten indienen en een leiderschapswissel zit er voor de meeste partijen niet in. Voor D66 en CDA zou dat een te grote verliesbeurt zijn. De anderen zien er vast geen aanleiding toe. En de VVD vindt het wel best. Rutte’s populariteit is misschien dalende, maar vooral bij de niet-VVD-stemmer. In peilingen stijgt de partij zelfs licht.
Numeriek zal er ook niets substantieel veranderen, het leidt zeker niet tot iets wat de formatie makkelijker maakt. Het CDA implodeert vast, maar ten faveure van wat? Een grotere BBB, met een groep Kamerleden die niemand kent? En stel dát Omtzigt mee zou doen, levert zijn gepeilde 15 zetels van een amalgaam aan pragmatisch dan wel rechtse politici een fractie op waar wel stabiliteit te vinden is? En dan nog: als het met de – toen nog – 15 zetels van het CDA nu ook al niet lukt, waarom wel met ‘Groep Omtzigt’? Ook zonder Omtzigt verandert er niet veel. De omvang van BVNL of JA21 neemt misschien toe, maar dat maakt hen hooguit grotere splinters. Als de programma’s van FvD en PVV niet veranderen, zal niemand er een coalitie mee willen vormen.
Dus ook na nieuwe verkiezingen start het hele circus van vooraf aan, met dezelfde startpositie. Misschien met een andere informateur, maar wel met dezelfde gesprekspartners. Als een Groundhog Day, waar alleen de hoofdrolspeler wijzigt, maar het publiek dagelijks de verder identieke film krijgt getoond.
Als er een uitweg uit deze dramatische impasse moet komen, moet hij worden gevonden in het hier en nu. Gelukkig zijn Remkes’ mogelijkheden groter dan hij zelf ziet. Zijn aanpak is vast gebaseerd op respect voor de huidige structuren van de macht, maar het is toch niet zo dat de kiezer alleen zijn huidige gesprekspartners heeft gekozen? Ja, Rutte, Kaag, Hoekstra, Ploumen en Klaver stonden boven aan hun kieslijsten, maar er zijn ook 145 andere Kamerleden gekozen. Ook bij de fracties waar eerstgenoemden deel van uit maken.
Ik zou zeggen: als niet de inhoud het probleem is, probeer het eens met andere personen. De komende begrotingsbehandelingen zijn een mooie auditie om op zoek te gaan naar de mensen die wél over de inhoud willen praten, in plaats ‘langs de lijnen’ ervan persoonsconfrontaties uit de weg te gaan.
De VVD schoof al Hermans naar voren. CDA’er Boswijk viel al op. Net als PvdA’er Piri en GroenLinker Bromet. Misschien luistert de Kamer meer naar onderwijswoordvoerder Van Meenen (D66). Zo ja, dan moet de informateur maar eens met hen als vertegenwoordigers van de fracties gaan praten. Zelfs in het slechtst denkbare geval kan Remkes dubbelblind bevestigen dat het probleem niet bij de inhoud, maar bij personen zit. En daarmee concluderen dat niet hele fracties, maar dan individuen moeten worden uitgesloten.
Deze column verscheen op 21 september eerst op Binnenlands Bestuur.
Het uitbrengen van je stem is er de laatste jaren niet makkelijker op geworden. Niet alleen is het soms moeilijk om door de oneliners de politieke standpunten te zien, ook campagnes lijken wel ellebogenraces om aandacht van de media. Het toenemende aantal politieke partijen helpt er niet bij. Voor de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen kon er gekozen worden uit maar liefst 37 kieslijsten, negen meer dan vier jaar ervoor. Maar ook in de gemeenteraden groeit het aantal fracties.
De groei van het aantal politieke partijen is gerelateerd aan de ontzuiling en individualisering van de laatste halve eeuw. Die zijn er mede de oorzaak van dat kiezers zich minder thuisvoelen bij grote volkspartijen. In 2002 haalde het CDA nog een comfortabele 43 zetels. De vier grootste fracties (CDA, LPF, VVD en PvdA) telden samen op tot 116 zetels. Op dit moment is alleen de VVD met 34 zetels een relatief grote fractie. De vier grootste halen net 60 procent van alle 150 Kamerzetels, en de verwachting is dat het percentage de komende jaren alleen maar daalt. Lokaal is het beeld niet anders. In Lelystad gunde de stemmer bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 maar liefst 14 partijen een plekje in de raad.
Het grote aantal partijen dat kennelijk hoort bij een pluriforme samenleving als de onze, heeft geleid tot nadenken over het stembiljet dat steeds groteskere vormen heeft aangenomen. Het leidt in het stemhokje tot verkiezingshandelingen waar alleen kiesgerechtigden met ervaring met papieren wegenkaarten in het voordeel zijn.
Bij wijze van proef wil het kabinet bij de herindelingsverkiezingen in november een experimenteel biljet inzetten. Het ontwerp lijkt verrassend veel op wat nu al gebruikt wordt door poststemmers. In plaats van één biljet met namen van kandidaten krijgt de kiezer nu de vraag twee vakjes rood te maken. De eerste is voor de keuze van de kieslijst, kek voorzien van een partijlogootje. Pas bij het tweede vakje wordt de daadwerkelijke stem uitgebracht. In een reeks van nummertjes 1 tot en met 50 geeft de kiezer daar pas aan naar wie zijn stem gaat, door het vakje bij het nummer van de kandidaat op de kieslijst te kleuren.
Bijvoorbeeld: wanneer je bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen wilde stemmen op Geert Wilders, kleurde je éérst het vakje bij de PVV aan en daarna het vakje bij het cijfer 1 – Wilders was immers de eerste kandidaat op de lijst. Wilde je je stem uitbrengen op Lisa Westerveld, selecteerde je eerst GroenLinks (lijst 5) en kleurde je daarna het vakje in bij nummer 10.
Op het eerste gezicht is het een overzichtelijk biljetje. Alleen, met het inkleuren van twee vakjes wordt het biljet foutengevoeliger. Veel erger is, dat dit ontwerp niet past bij de manier waarop onze parlementaire democratie werkt.
In ons kiesrecht brengen we stemmen uit op kandidaten. De term ‘politieke partijen’ komt in ons staatsrecht niet voor. Dat hoort zo. Partijen hebben wel een functie in het selecteren en ondersteunen van kandidaten – maar geen macht. Zo voorkom je dat politiek wordt bedreven door een paar notabelen en zorg je dat besluiten worden genomen waar ze in een democratie genomen horen te worden: na een openbaar debat, in het parlement.
Bij zo’n democratie hoort dat kandidaten hun éigen mandaat hebben. En dat voelen. Een uitgebrachte stem is een stem op een mens, niet op een nummer van de kandidatenlijst. Eerlijk is eerlijk, niet iedere volksvertegenwoordiger voelt dat persoonlijk mandaat. We kennen ze dan ook nauwelijks. Negentig procent van de kiezers kan geen enkel gemeenteraadslid bij naam noemen.
Voor de Kamer is de naamsbekendheid misschien iets hoger, maar ik vraag me af of de gemiddelde stemgerechtigde Nederlander verder komt dan de fractievoorzitters. Uit het stemgedrag blijkt al van niet. Hoewel het percentage stemmen op lager geplaatste kandidaten de laatste decennia alleen maar stijgt, stemde bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen 71,4 procent van alle kiezers op een lijsttrekker.
Voor een democratie waar volksvertegenwoordigers de plicht hebben om hun stem op persoonlijke overwegingen te baseren en zich daarvoor zelf te laten voeden en inspireren door wat ze horen in de samenleving is dat verdomd lastig werken. Het hebben van voorkeursstemmen helpt, vraag maar aan Pieter Omtzigt of Wybren van Haga.
Maar door het persoonlijk inkleuren van een nummertje maakt dit biljet het persoonlijk mandaat alleen maar… onpersoonlijker. Je kunt ook gewoon accepteren dat een groot biljet nu eenmaal hoort bij een levendige democratie. De lap papier is een tastbaar bewijs dat zich voor de Tweede Kamerverkiezingen maar liefst 1.579 kandidaten beschikbaar stelden.
Waar ik me het meest zorgen om maak, is wat er gebeurt wanneer het nieuwe biljet een succes is. Nemen we dan maar voor lief dat we de meeste Kamerleden, en nog vaker raadsleden, Statenleden en waterschapsbestuurders volstrekt anoniem voor en namens ons besluiten laten nemen? En daarmee kiezers in de waan laten dat in ons land partijen het voor het zeggen hebben? En dat we – de facto – een particratie zijn geworden?
Dat kiezers soms geen flauw benul hebben welke volksvertegenwoordigers ze gekozen hebben, acht ik een groter probleem dan de onhandigheid van het stemformulier. Ik zou dat democratisch tekort niet met een stembiljet willen legaliseren. Laten we deze kiezers niet nog meer faciliteren in hun onwetendheid.
Een versie van dit artikel verscheen op 13 september 2021 eerst in NRC.
Na een integriteitsmelding over twee gemeentebestuurders besloot burgmeester Tom Horn tot een onderzoek. Volgens de melding zouden een wethouder en een voormalig burgemeester andere dan politieke motieven hebben gehad voor hun handelen.
Burgemeester Tom Horn besloot een onderzoek in te laten stellen. Hij liet dat uitvoeren door het Periklesinstituut. Dat beoordeelt de integriteitsmelding als ‘speculatie’. De melding tegen de Epese wethouder Jan Aalbers (GroenLinks) en oud-burgemeester Hans van der Hoeve gaat uitgebreid in op mogelijke motivaties van de betrokken bestuurders, maar levert geen bewijslast voor deze motivaties, schrijven de onderzoekers.
In zes bijeenkomsten kunnen politici, directieleden en leidinggevenden zich laten inspireren door verfrissende sprekers over de vraagstukken waar we in Zuid Holland voor staan. De sprekers zijn ondermeer Beatrice de Graaf, Daan Prevoo, John Bijl en Tom Middendorp.
Met de thema’s als morele oordeelsvorming, persoonlijk leiderschap en innovatie en samenwerking binnen systemen zoeken de deelnemers met de sprekers naar inhoudelijke verdieping, inspiratie en het vinden van nieuwe perspectieven. Juist omdat de vraagstukken van vandaag vragen om elkaar te ontmoeten, nieuwe werelden te ervaren en kennis te verrijken.
De bijeenkomsten zijn voor iedereen die werkt bij gemeenten, provincie, waterschappen, veiligheidsregio’s of publieke (regionale) samenwerkings- en/ of uitvoeringsorganisaties binnen de grenzen van Zuid-Holland. Meer informatie over de leergang vind je hier.
De gemeentewet, het reglement van orde, raadsinstrumenten en oh ja, de begroting en het Besluit Begroten en Verantwoorden. Het raadswerk zit bomvol techniek die zelfs een ervaren raadslid kan laten duizelen. Met het Handboek Raadsleden pogen de auteurs orde te scheppen en zo de raadsleden te ondersteunen in hun belangrijke volksvertegenwoordigende werk.
Handige checklisten, praktische tips van ervaren raadsleden, raadsgriffiers, wethouders, burgemeesters en tot slot een uitgebreide begrippenlijst maken dit Handboek tot een unieke gereedschapskist waarmee zowel net gekozen volksvertegenwoordiger als ervaren Raadsleden aan de slag kunnen. Peter van den Berg, Dorien van der Kamp en Trudy Veeninga vormde de redactie van het boek. Voor elk onderdeel zochten ze een expert als auteur.
John Bijl, directeur bij het Periklesinstituut en columnist bij Binnenlands Bestuur, schreef het voorwoord voor het Handboek. ‘Het raadslidmaatschap is prima in te vullen door vanaf je installatie in de tobbe te stappen en je in de wildwaterbaan van vier jaar mee te laten voeren,’ schrijft hij. ‘Maar of je daarmee aan de knoppen van het gemeentebestuur zit? Nee. Niet echt.’
Het Handboek geeft lokale volksvertegenwoordigers handvatten bij de uitvoering van hun taken en verantwoordelijkheden. ‘De wet- en regelgeving van het raadswerk zijn de beste garantie voor democratie en goed democratisch bestuur — en die regels staan in dit handboek,’ legt Bijl uit.
Op 17 september 2021 werd het Handboek feestelijk uitgereikt in de gemeentehuizen van Gouda en Nieuwkoop en Overbetuwe. Het is verkrijgbaar bij uw lokale boekhandel.
Met zijn actie overtrad het raadslid de wet. Het je uitgeven voor de overheid is strafbaar. ‘Als je raadslid bent, is dat voor jou een extra probleem,’ vindt Bijl. ‘Van een raadslid mag je verwachten dat hij een hogere graad van rechtskennis heeft dan de gemiddelde burger.’
Dat raadsleden over de schreef gaan is al bijzonder, weet Bijl. ‘De meeste kennen hun verantwoordelijkheid goed,’ zegt hij. Maar op deze manier de wet overtreden is helemaal uniek. ‘Het doet me wel enigszins denken aan een actie van een groep raadsleden in Den Haag. Die schilderden fietsparkeervakken voor het gemeentehuis in Den Haag. Ze hadden daar al een paar keer op aangedrongen, maar er kwam niets van.’
Dat was compleet anders, vindt Bijl. ‘Dat was een politieke actie. De vakken waren met waterverf geschilderd. Wat hier in Bunschoten gebeurt is, is voor eigen rechter spelen. De regels die gelden voor iedere individuele burgers gelden ook voor politici.’
Al vanaf het begin ervan, worstelt de gemeenteraad van Alphen aan den Rijn met het virtueel vergaderen. Te vaak verliest de verbinding en kunnen burgers de vergaderingen van raad én commissies niet meer volgen.
Dat hoort natuurlijk niet, zegt Bijl. ‘Bij techniek kan altijd iets gebeuren. Maar als een vergadering niet of niet goed te volgen is, kun je beter schorsen en een andere keer verder gaan. Een raadsvergadering moet sowieso openbaar te volgen zijn, dat is wettelijk vastgelegd.’
Dat levert uiteraard allemaal logistieke problemen op. ‘Het is vervelend,’ erkent Bijl. Maar een andere echte oplossing is er ook weer niet. ‘Waar een wil – in dit geval een portemonnee – is, is een weg. Maar je gaat het niet met een ton redden. En dan raak je aan een wezenlijk punt: ga je 5 miljoen bezuinigen op jeugdzorg en tegelijkertijd een paar ton steken in beter vergaderen? Ga dat maar eens uitleggen.’
De laatste meer-dan-een-voetnoot in de geschiedenis is de benoeming van een drietal interim-bewindspersonen in het kabinet: Wiersma, Weyenberg en Yesilgöz. Op zich geen bijzonderheid. Al vorig jaar trad er een tijdelijk minister aan; een met een andere partijpas in z’n zak dan de coalitiepartijen. Dát was een novum.
Dit keer is het niet het partijlidmaatschap dat de benoeming bijzonder maakt, maar hun besluit met hun staatssecretariaat ook lid te blijven van de Kamer. Een dubbelfunctiemogelijkheid die in ons duaal politiek-bestuurlijk stelsel eigenlijk niet kan. In ons staatsrecht hoort het stellen van kaders en de controle erop van de uitvoering van beleid gescheiden te zijn.
Maar niet helemaal. In de Grondwet is het dan wel weer zo geregeld dat er een uitzondering is voor de periode na de verkiezingen. Gekozen kandidaten die al staatssecretaris of minister waren, kunnen aanblijven.
Geen gekke gedachte, doorgaans stelt het merendeel van de kabinetsleden zich kandidaat voor de verkiezingen. Het zou toch knap vervelend zijn wanneer je al die tot het parlement gekozen bewindspersonen allemaal uit het ministers- of staatssecretrissenambt moet ontslaan.
Nog vorige week verklaarde de minister-president dat hij deze uitzonderingsregel ook van toepassing zag op de benoeming van nieuwe staatssecretarissen. De Grondwet zegt dan wel dat bij een benoeming tot minister of staatssecretaris het Kamerlid automatisch vervalt, maar – zo redeneerde de premier – de Grondwettelijke uitzonderling slaat óók daarop.
De Raad van State volgde die lezing, zij het knarsetandend. Dat de huidige formulering in de Grondwet de benoemingen nu toch toelaat is misschien voor de letter wel mogelijk — er staat niet dat het niet kan. Maar in de geest ervan is het zeker niet. Het is, om het zo maar te zeggen, een constitutioneel bedrijfsongeval. Ongedaan gemaakt nu de nieuwe staatssecretarissen toch hun Kamerlidmaatschap hebben neergelegd.
Allemaal veroorzaakt omdat de Grondwet een denkfout maakt. Natuurlijk is het niet goed als het kabinet na de verkiezingen leegloopt omdat de bewindspersonen zijn verkozen. Maar waarom zouden mensen die eigenlijk beschikbaar zijn voor het kabinet überhaupt op een kieslijst voor de Kamer moeten staan? Hoezo zijn mensen die we net het vertrouwen hebben gegeven ‘ons’ in het parlement te vertegenwoordigen al direct genoemd voor een ander baantje? Bij hun kandidaatstelling horen ze het volksvertegenwoordigersschap te ambiëren, niet de kieslijst al lekkerbekkend te gebruiken als springplank voor het ministersschap.
Minister-president-schuine-streep-VVD-lijsttrekker Mark Rutte is misschien het beste voorbeeld dat er hier iets niet klopt. In april verdedigde hij zijn positie als toekomstig premier door te stellen dat er ‘nu eenmaal 1,7 miljoen mensen op hem hebben gestemd’ terwijl die stemmen toch echt voor het Kamerlidmaatschap zijn uitgebracht. Als hij de kiezerssteun echt serieus zou nemen en onze parlementaire democratie recht wil doen, bleef hij met die stemmen juist in de Kamer.
Ons duaal stelsel vraagt het dat Kamer en regering gescheiden opereren. Deze formatie en eigenlijk ook de laatste bestuursperiode laten goed te zien dat deze gescheiden werelden helemaal niet zo gescheiden werken. Niet alleen de benoeming van Wiersma, Weyenberg en Yesilgöz is niet naar ‘de geest van de wet’ maar het inmiddels 175 dagen aanblijven van het hele Kabinet doet geen recht aan het de grondgedachte van onze parlementaire democratie. Het is toch een beetje alsof je je oude baan aanhoudt terwijl je bij je nieuwe functie bij nota bene de concurrent (of netter gezegd: een ketenpartner) nog in de proeftijd zit.
Laat dit constitutionele bedrijfsongeval een aanleiding zijn om de wet op het hebben van dubbelmandaten strak te trekken. En gekozenen helemaal te verbieden zich te laten benoemen tot bewindspersoon. Gekozen worden tot de Kamer, de volksvertegenwoordiging en de facto het hoogste orgaan van het land, zou een hele eer moeten zijn. En geen wachtkamer voor het kabinet. Juist onze constitutie zou dat kiezers én helaas blijkbaar ook gekozenen duidelijk moeten maken.
Dit artikel verscheen op 8 september 2021 op Binnenlands Bestuur.
Politiek is het vak van met elkaar van mening verschillen. Het liefst zo goed mogelijk. Zeker in een virtuele vergadering blijkt dat kan lastig. Mensen zien elkaar niet, en missen vooral elkaar non-verbale communicatie. En ook de koetjes-en-kalfjes blijken een belangrijk ingrediënt voor de bestuurscultuur.
Maar ook wanneer je wel in de raadzaal vergadert is het heel belangrijk om er voor meer te komen dan alleen het poneren van je mening of het interrumperen van een ander. Politiek is immers mensen werk, en mensen zijn op hun best wanneer ze elkaar ook snappen.
In deze tipvideo geeft John je twee praktische tips om er toch voor te zorgen dat de vergadersfeer goed blijft.
Meer tipvideo’s over politieke vaardigheden en het functioneren van de democratie vind je op het YouTube-kanaal van het Periklesinstituut. Abonneer je om direct op te hoogte gehouden te worden van nieuwe tipvideo’s.