In de nieuwste tipvideo legt John je uit hoe je het beste op die ene lastige politieke tegenstander reageert. Hij laat zien dat er meer bij komt kijken dan alleen zijn of haar argumenten weerleggen — of zelfs een gevatte een tegenopmerking maken.
Meer tipvideo’s over politieke vaardigheden en het functioneren van de democratie vind je op het YouTube-kanaal van het Periklesinstituut. Abonneer je om direct op te hoogte gehouden te worden van nieuwe tipvideo’s.
Het leidt alle aandacht af van de vraag waarover het werkelijk moet gaan. Hoe pakken we de grote uitdagingen die ons land wachten aan? Klimaat, wonen, volksgezondheid, sociale cohesie? En hoe nemen we daar de burger in mee?
Het spektakel leidde ook af van twee snoeiharde rapporten van hoog aangeschreven adviesorganen van de regering over de verhouding tussen rijksoverheid en gemeenten. Beide rapporten houden het netjes, maar winden er echt geen doekjes om voor wie niet bang is voor een beetje beleidstaal. Er staat feitelijk: u heeft er een prozaïsche puinhoop van gemaakt en u moet nodig aan het werk.
De Raad voor het Openbaar Bestuur schrijft in Rust – reinheid – regelmaat: ‘De financiële verhoudingen zijn te veel een politieke kwestie geworden. Dat zorgt voor instabiliteit, onvoldoende uitvoeringskracht bij decentrale overheden en gespannen verhoudingen tussen de nationale en decentrale overheden’.
De Raad van State stelt in zijn recente antwoord op het verzoek om voorlichting over interbestuurlijke verhoudingen vast dat ‘(…) de rijksoverheid, onder druk van burgers, maatschappelijke organisaties en parlement, reeds na korte tijd ingrijpt in de wijze waarop decentrale bestuursorganen uitvoering geven aan de overgehevelde taken. Wat met de ene hand is gegeven, wordt met de andere hand teruggenomen. (…) Veelal leiden dergelijke ingrepen tot hogere kosten, maar wordt niet (voldoende) voorzien in de financiering van die kosten.’
Allemaal niet nieuw. Wel rond opgeschreven. Vraag is wel wanneer de mensen die ons land besturen nu eindelijk eens gaan luisteren? Naar elkaar, maar ook naar hun geweten? Er is een land te besturen, een complexe samenleving de toekomst in te begeleiden in omstandigheden die op zijn zachtst gezegd labyrintisch ingewikkeld zijn. Gemeenten hebben daar een cruciale rol in te spelen als eerste overheid.
Maar wat doen onze landelijke bestuurders? Ze gaan rollebollend over straat. Als gemeenten intussen bij ze aankloppen met een hardnekkig en structureel probleem, is het antwoord: ‘Njet. We zijn even met andere dingen bezig.’ En dan gaat het op het totaal van de rijksbegroting bezien niet eens over enorme bedragen.
Vertrouwen bouw je met verantwoordelijk gedrag. De Raad van State: ‘Bij een kabinetsformatie wordt de basis gelegd voor het onderling vertrouwen tussen de bestuurders van de verschillende bestuurslagen. Het is van belang dat alle betrokkenen – de onderhandelende fracties uit de Tweede Kamer voorop – tijdens de kabinetsformatie vooral in samenhang de verschillende vragen over de decentrale overheden en de interbestuurlijke verhoudingen bespreken. Voorts is het van belang dat de onderhandelende fracties het gesprek met de medeoverheden oprecht willen voeren.’
Je zou verwachten dat de fracties de verantwoordelijkheid opbrengen om dat overleg ook met open vizier te voeren. De verkiezingsprogramma’s en het tableau van taferelen aan het Binnenhof bieden helaas weinig hoop. Gemeenten betalen ondertussen de rekening en die kunnen niets anders doen dan die bij hun inwoners neerleggen.
Michiel van der Eng is senior trainer en specialist gemeentefinanciën bij het Periklesinstituut. Maandelijks schrijft hij de column #hetgaatnietovergeld voor Binnenlands Bestuur. Deze column verscheen daar op 31 maart 2021.
Al enkele maanden werkt de WOZ-coördinator voor de gemeente Steenwijkerland. Als ZZP’er. De gemeente wist van zijn eigen bureau en maakte afspraken dat hij niet in de gemeente Steenwijkerland bewoners zou helpen met bezwaren. Tot levert het een onwenselijke vermenging van rollen op, vindt John Bijl. ‘Je trekt aan twee kanten van het touw.’
‘Als WOZ-coördinator ben je een soort puppeteer achter het systeem waar je tegelijkertijd als ondernemer tegen strijdt. Je kan geen advocaat van twee strijdende partijen tegelijk zijn,’ legt Bijl uit.
Ook onderzoeker Floris Vermeulen (UvA) wijst op de demografische samenstelling van de stad. In gebieden met veel mensen met een migratieachtergrond of een lage sociaaleconomische positie, ligt de opkomst al jarenlang structureel lager. ‘Zij herkennen zichzelf niet in het politieke systeem. De Tweede Kamer is steeds vaker een plek voor hoger opgeleiden’, stelt Vermeulen. ‘Een democratie functioneert alleen als iedereen wordt gehoord en gezien. Als dat niet gebeurt, loop je het risico dat mensen vergeten worden.’
Lage opkomst is geen Rotterdams probleem, maar een democratisch alarmsignaal. Waar mensen zich niet vertegenwoordigd voelen, haken ze af. Het vraagt om politieke verbeeldingskracht én zichtbaarheid: niet alleen in verkiezingstijd, maar juist in de jaren ertussen.
Volgens Bijl waren de dominante thema’s in deze verkiezingen – leiderschap, coronabeleid – mogelijk minder aansprekend in Rotterdam. ‘Als de oorzaak corona is, dan zou je dat overal moeten zien. Maar het verzet tegen de coronamaatregelen kwam vooral uit Amsterdam en Den Haag. Misschien speelde dat hier minder.’
D66 de grootste in Rotterdam. Dat is de eerste keer sinds de oprichting van de partij en is bij de Democraten begrijpelijker wijs reden voor uitzinnigheid. Ook is de vreugde te nuanceren, vindt Bijl.
De 16,74 procent is een mooi aantal, maar het is ook weer niet heel veel. Het lijkt erop dat vooral de centrum-rechtse stemmer is thuisgebleven en dat D66 daarvan profiteert en de grootste partij van de stad is geworden.
De rechtse partijen presteren dan ook onder de verwachting. De PVV, normaal de grootste in Rotterdam, haalt een krappe 10 procent. JA21, de partij van de Rotterdmse fractievoorzitter Joost Eerdmans, moet het doen met 3,38 procent. Dat is bijna even veel als het aantal Rotterdamse stemmers voor Bij1 en Volt. De populariteit van lijsttrekker Joost Eerdmans in zijn eigen stad minder groot is dan werd gedacht.
‘Superslordig,’ vindt John Bijl het wissen van de mailboxen. ‘Sommige mails bevatten informatie over hoe een besluit tot stand is gekomen,’ legt hij uit. Daarmee wordt ook duidelijk hoe iets is gegaan. Die informatie is nu weg.
Bij de gemeente Almere was het gebruikelijk om bij het verstrek van een bestuurder ook de e-mails te wissen. Het argument was dat het te duur zou zijn om de e-mails te archiveren. Flauw, zegt Bijl. ‘Het is belangrijk om de e-mails te bewaren om terug te kunnen kijken in het democratisch proces. Het is natuurlijk superdom dat je er niet bij stil staat dat als een bestuurder weggaat dat zijn correspondentie bewaard moet worden. Dat deden we altijd al zo op papier en dat is digitaal niet anders geworden.’
De aanpassing van het stemrecht gaat gelden voor de Stadsdeelverkiezingen. Het kiesrecht voor gemeenteraden is vast gelegd in de Kieswet, maar voor de decentrale raden van Amsterdam mag de raad zelf bepalingen in de verordeningen opstellen.
John Bijl, deskundige lokale democratie bij het Periklesinstituut, vindt het de hoogste tijd dat 16- en 17-jarigen bij de verkiezingen worden betrokken. Hij reageert vandaag in Het Parool.
De kiesdrempel is ook al eens verlaagd van 21 naar 18 jaar, dus het is geen vreemde suggestie. Deze groep werkt vaak, betaalt belasting en doet op allerlei manieren mee in de samenleving. Politieke participatie hoort daarbij.
Bijl verwacht niet dat de impact op de uitslag groot zal zijn. Al eerder vierde de gemeente Rotterdam het stemrecht voor 16- en 17-jarige voor de stadsdelen in. De evaluaties laten zien dat de uitslagen niet wezenlijk veranderen. ‘Zoveel wijkt het immers niet af van wat 18-35 stemt,’ ligt John op Twitter toe. Ook d opkomst liet te wensen over, zoals Parool memoreert.
In Rotterdam ging ongeveer een kwart van deze jongeren naar de stembus. ‘De opkomst wordt in grote mate bepaald door de stembereidheid van de ouders,’ aldus Bijl.
Maar wat is dan de rol van de gemeenteraad? Deze vraag is de voornaamste die voorligt in de Leergang Participatie van Vereniging van Groninger Gemeenten (VGG) en het programma Democratie in Actie van BZK en VNG.
Met de leergang beogen VGG en Democratie in Actie raadsleden voor te bereiden op het maken van weloverwogen keuzes hoe de participatie in te richten. Met welke middelen betrek je bewoners? Op welk niveau en op welk moment van de besluitvorming worden ze benaderd? Hoe om te gaan met eigen initiatieven? Daarnaast komen voor de Omgevingswet, de WMO en de Energietransitie specifieke vraagstukken aanbod.
In de eerste bijeenkomst van vanavond laat Pascale Georgopoulou van Democratie in Actie neemt de leden mee in de dilemma’s bij het ontwerpen van een participatiebeleid. John Bijl van het Periklesinstituut zien welke modellen er voor een participatiebeleid zijn én op welke wijze de rol van de raad als hoogste orgaan daar een plaats in neemt. Bijl zal ook de gehele reeks begeleiden.
De totale leergang bestaat uit vier avonden. Geïnteresseerde Groninger raadsleden melden zich aan bij de VGG.
Het abonnement werkt als een strippenkaart, die je in staat stelt om een adviesvraag aan het Periklesinstituut voor te leggen, of een consult te voeren. John Bijl, of een van de andere specialisten van het Periklesinstituut — afhankelijk van het onderwerp van je vraag — kunnen je op deze wijze snel van advies voorzien zonder dat daar een nieuw traject voor op moet starten.
De strippenkaart kent twee varianten, vijf strippen en tien strippen. Voor beiden geldt dat elke strip je recht geeft op een advies van of een consult met een specialist van het Periklesinstituut, van ongeveer 30 à 45 minuten. Van elk advies krijg je de uitwerking per e-mail toegestuurd, eventueel met aanvullende informatie of leestips.
Voor beide varianten geldt een tarief van € 120 per strip (ex BTW). Beide strippenkaarten zijn onbeperkt geldig. Bij het afnemen van de tien-strippenkaart krijg je als gemeente of provincie bovendien 10% op ons reguliere trainingsaanbod, totdat de strippenkaart vol is. Deze korting geldt alléén voor trainingen en bijeenkomsten waarop onze standaardtarieven van toepassing zijn, speciale campagnes zoals bijvoorbeeld onze inwerkprogramma’s vallen hier niet onder.
Indien er uit het advies of consult aanvullende werkzaamheden voortvloeien, worden daar separaat afspraken over gemaakt, uiteraard afhankelijk van de aard van deze werkzaamheden.
In opdracht van het programma Democratie in Actie schreven John Bijl en Victor Vlam van het Periklesinstituut eerder dit jaar een handboek voor virtueel vergaderen.
Dit Handboek beoogt raden, Staten en waterschapsbesturen te ondersteunen in het zelf beantwoorden van deze vragen én de politieke deliberatie ook in een virtuele omgeving plaats te kunnen laten vinden. Het bevat uitleg en toelichting maar ook een praktische Snel aan de slag- gids voor je eerste virtuele vergadering én een evaluatieformulier om de volgende nóg beter te laten zijn.
Het handboek is hier te downloaden
Omschakelen naar effectieve politieke besluitvorming in een virtuele omgeving is nog best lastig. Het vraag niet alleen een aanpassing in vergadervaardigheden, maar het heeft ook invloed op de vergaderstructuur en vergadercultuur. Om raden en Staten te helpen bij het effectief virtueel vergaderen en ze te leren hoe je ook in een virtuele omgeving je eigen vergadercultuur kan ontwikkelende ontwierp het Periklesinstituut de training ‘Virtueel vergaderen’. Hier vind je meer informatie over deze training.