‘Ook uitspraken op persoonlijke titel hebben consequenties’

‘Mensen  worden gedwongen ontslagen.’ ‘Het CDA-bestuur laat raadsleden onzinvragen stellen.’ ‘Deze twee en andere uitspraken bezorgden de Zeewoldse wethouder Winnie Prins een motie van wantrouwen. Volgens de wethouder hadden de opmerkingen niets met haar werk te maken.

Dat klopt niet, zegt John Bijl tegen Omroep Flevoland. ‘Uitspraken over groepen of ontkennen van feiten hebben zo hun consequenties. In de politiek wil je juist op de persoon kunnen vertrouwen,’ zegt Bijl. ‘Daarnaast, als ze zo makkelijk wetenschap ontkent, kun je er dan wel op vertrouwen dat ze haar eigen beleid ook op feiten baseert?’

Wethouder Prins besloot overigens geen ontslag te nemen na de motie van wantrouwen. De raad van Zeewolde nam daarna een ontslagbesluit, waardoor de wethouder alsnog weg moest. Uniek, legt Bijl uit. ‘Sinds de invoering van deze wettelijke mogelijkheid in 2002 zijn er letterlijk honderden wethouders voortijdig vertrokken. Dit is pas de 15e keer dat er een ontslagbesluit voor moest worden genomen.’ Eerder stemde de gemeenraad van Someren ook al op deze manier over het ontslag van een wethouder.

Ruim drie jaar geleden werd Landwehr door de VVD als ‘wethouder van buiten’ voorgedragen door de VVD-fractie. Nu vertrekt hij. ‘Volgens afspraak,’ zo schrijft Landwehr de raad. De VVD-fractie maakte gelijk bekend dat – wat hen betreft – de huidig fractievoorzitter Landwehr zou opvolgen.

‘Zo werkt dat niet,’ zegt John Bijl tegen AD. ‘Zo’n geheime afspraak kan ook helemaal niet in onze duale stelsel. Niet de VVD-fractie, maar de gemeenteraad is de werkgever van wethouder Landwehr.’ Bijl legt uit dat ook een eventuele opvolger van Landwehr door de raad moet worden benoemd, niet door de VVD-fractie.

Ook de overige  fracties laten voor de krant hun onvrede weten over de afspraak tussen Landwehr en de VVD. Bijl begrijpt die boosheid.

‘De raad heeft hem benoemd en heeft het recht op de hoogte te zijn van zulke afspraken. Als dat bewust niet is gebeurd, dan is de Biltse raad besodemieterd. De afspraak is bovendien in strijd met ons duale stelsel, waarin college en raad zijn gescheiden,’ aldus Bijl.

Direct na de kritiek besloot Landwehr het debat in de raad niet af te achten en per direct op te stappen. Waardoor de raad hem niet om verantwoording kan vragen. Eerder had Landwehr aangegeven aan het eind van deze maand zijn werkzaamheden aan een al reeds door de VVD genoemde opvolger over te dragen.

Maar als de signalen niet bedriegen dan gloort er hoop achter twee kleine zinnetjes uit de mond van de demissionaire minister van Binnenlandse Zaken. Zij uitte deze in een lang debat met de Eerste Kamer waaruit toch vooral bleek dat ook senatoren gevaarlijk weinig van ons lokaal bestuur begrepen hebben.

‘Een van de dingen die ik graag tegen de informateur en de onderhandelende partijen zou zeggen, is dat de opschalingskorting echt uit de boeken moet. Die moet gewoon weg, want die drukt heel erg zwaar op de gemeenten.’

Joh.

De opschalingskorting is een jaarlijks oplopende bezuiniging op het Gemeentefonds die door het tweede kabinet-Rutte is ingevoerd als financiële tegenhanger van een plan om gemeenten verplicht te laten fuseren tot een grootte van minimaal 100.000 inwoners. Door die ‘opschaling’ zouden gemeenten efficiënter gaan werken en dan kon er wel een miljard van het Gemeentefonds af, zo was de redenering. Een bewezen onjuiste redenering overigens. Van dat plan kwam niets terecht, maar de korting bleef, in strijd met alle regels van financieel fatsoen en interbestuurlijke hygiëne.

Nu sprak de minister in dat debat uit dat die korting uit de boeken moet. Vervolgens ontraadde ze overigens blijmoedig een motie van precies die strekking en bleek de opmerking te elfder ure en nog altijd gans gratuit te zijn. Heb het jaren tegenhouden, doe dat zelfs nog steeds, maar ik ben toch voor schrappen. Door een volgend kabinet, dat wel.

Maar even, heel even, was er een streepje licht zichtbaar door de schielijk weer gesloten deur naar een betere toekomst voor gemeenten. Stel nu dat de minister zich toch in haar nadagen aan het richten is op een nieuwe wind voor gemeenten. De vraag is dan alleen hoe dat financieel in zijn werk moet gaan. Zo is in alle ambtelijke voorbereidingen voor de formatie überhaupt geen rekening gehouden met het helemaal schrappen van de opschalingskorting. Wel met het bevriezen ervan. Helemaal schrappen betekent dat de rijksoverheid jaarlijks in een oplopende reeks tot een kleine miljard euro uit de rijksbegroting moet zien te peuteren.

Dit geld zal dus ergens anders gevonden moeten worden. Daar gaat het aankomen op de fermheid van de politieke wens. In hoeverre zullen de formerende partijen straks bereid zijn om andere politieke ambities te laten varen ten gunste van een degelijke financiële basis voor gemeenten? Dat is de grote vraag. Investeren in degelijk decentraal bestuur is niet sexy. Toch ben ik positiever aan het worden over die kans. Het besef is namelijk ook binnen de rijksoverheid aan het groeien dat gemeenten gewoon heel hard nodig zijn voor de uitvoering van cruciaal beleid. Investeren zou van politieke moed getuigen. Op dat punt heeft het vertrekkend kabinet het volkomen laten afweten. Kijken of het nieuwe kabinet voorbij gratuite steunbetuigingen durft te denken.

Michiel van der Eng is senior trainer en specialist gemeentefinanciën bij het Periklesinstituut. Maandelijks schrijft hij de column #hetgaatnietovergeld voor Binnenlands Bestuur. Deze column verscheen daar op 26 mei 2021.

Wanneer de gemeenteraad zijn gezag wil vergroten, moet de raad zelf invulling geven aan onderwerpen als informatieplicht, bestuurscultuur, wijze van debatteren en wat voor type college de raad wenst. Met die boodschap opende John Bijl zijn lezing in de reeks Het gezag van de raad. In de serie lezingen worden wetenschappers en deskundigen op het gebied van democratie en lokaal bestuur gevraagd te spreken over hoe de raad een betere positie kan krijgen.

‘Ik hoor te vaak dat de ‘de raad’ niet bestaat,’ houdt Bijl het publiek voor. ‘Ook van raadsleden, dan heeft men het over fracties en over partijen.’ Volgens Bijl gaat men dan voorbij aan de verantwoordelijkheid van het hoogste bestuursorgaan van de gemeente. ‘Die verantwoordelijkheid is ook nog eens groter dan die van de Tweede Kamer. De gemeenteraad gaat zélf over de bestuurscultuur en alle aspecten ervan, maar laat bijna alles op z’n beloop.’

Bekijk de lezing in z’n geheel hieronder terug.

Uit vrijgegeven documenten blijkt dat vijf ambtenaren in de maanden voor Boumans vertrek melding maakten van ongewenst gedrag. Hoewel hij hiervan op de hoogte was en in gesprek ging met vertrouwenspersonen, blijft onduidelijk wat de klachten precies inhielden. Bouman zelf stelt dat hij ‘geen idee heeft wat hij misdaan zou hebben’ en onderscheidt ‘meldingen’ van formele klachten.

Volgens Bijl voedt het gebrek aan duidelijkheid onzekerheid en speculaties. ‘De gemeente hoeft niet op details in te gaan, maar zou wel moeten aangeven of de klachten bijdroegen aan zijn vertrek.’ Dit zou helpen om het bredere vraagstuk van bestuurscultuur te duiden.

De gemeenteraad is verdeeld over verdere openheid. Raadslid Toon van Steen (Politieke Unie) vindt dat vooral Bouman verantwoordelijkheid heeft om tekst en uitleg te geven. PvdA’er Rien van der Velde wil de kwestie achter zich laten en vooruitkijken naar de nieuwe burgemeester Roger de Groot. De gemeente blijft terughoudend en beroept zich op de vertrouwelijkheid van de procedure.

Bijna alle grote videovergaderprogramma’s kennen inmiddels de optie: virtuele achtergronden. Met 1 klik kun je je achtergrond veranderen om die rommelige kamer uit het zicht te houden. Het lijkt heel erg leuk.

Ze zijn razend populair. Je kunt geen virtuele vergadering binnenlopen of er zit wel meerdere mensen voor hetzelfde palmenstrand, de Golden Gate-brug of in de Teams-kleedkamer.

Maar wat je ook doet, gebruik het niet. In deze video legt Victor uit waarom een virtuele achtergrond er juist voor zorgt dat je mínder goed overkomt.

 

Meer tipvideo’s over politieke vaardigheden en het functioneren van de democratie vind je op het YouTube-kanaal van het Periklesinstituut. Abonneer je om direct op te hoogte gehouden te worden van nieuwe tipvideo’s.

Het leek een formaliteit: een motie van wantrouwen, een schorsing, beraad in de fractiekamers — en daarna een stemming. Maar wie woensdagavond de gemeenteraad van Raalte volgde via de livestream, zag ineens niets meer. Tijdens het spannendste deel van de vergadering, na de hervatting, bleef het scherm zwart. De raad stemde tóch. Maar volgens de wet telde dat niet.

‘De Gemeentewet is heel eenvoudig’, zegt John Bijl van het Periklesinstituut. ‘Op het moment dat je in een digitale vergadering zit, moet die openbaar te volgen zijn. Als dat niet zo is, dan is het eigenlijk gewoon geen vergadering.’ Bijl schreef mee aan de spoedwet die digitaal vergaderen tijdens de coronapandemie mogelijk maakte. De wet is glashelder: zonder zichtbaarheid, geen geldigheid.

Techniek is geen detail

Toch ging de raad door. ‘Wij dachten eigenlijk: we nemen het op, dat is wel rechtsgeldig’, aldus burgemeester Martijn Dadema. ‘We kwamen er al heel snel achter dat dat niet het geval was.’ De conclusie was onvermijdelijk: de stemming moest over.

Bijl is stellig: ‘Het telt niet mee wat er is besproken toen de stream het niet deed. Je mag het niet als een formele vergadering zien. Dus ook geen formele stemming. De oplossing is eenvoudig: het moet over.’

Democratisch toneelstukje?

En dus kwam de raad de volgende avond opnieuw bijeen, ditmaal met een werkende livestream. Het enige agendapunt: de herhaling van de stemming. Voor raadslid Egbert den Daas voelde het als een toneelstukje. ‘Dat is jammer. Hoewel ik mijn spreektekst nog wat aangescherpt heb.’

Toch is het geen overbodige herhalingsoefening. Integendeel. De democratische legitimiteit van besluitvorming rust niet alleen op de inhoud, maar óók op de vorm. En in tijden van digitaal vergaderen is techniek geen bijzaak, maar randvoorwaarde voor rechtsgeldigheid.

Alleen al op het gebied van jeugdhulp komen de 352 gemeenten tussen de 1,6 en 1,8 miljard euro tekort. Elk jaar weer. Nu hebben de gemeenten voor 2021 en 2022 al eerder 300 miljoen euro toegezegd gekregen. Over de jaren daarna moest het nieuwe kabinet maar beslissen. In totaal krijgen de gemeenten in 2021 dus 913 miljoen euro te besteden aan de tekorten in de jeugdhulp. Je hoeft geen geleerde te zijn om dan te kunnen constateren dat de gemeenten in 2021 nog steeds minstens 700 miljoen tekort komen op jeugdhulp. Dat verklaart de zuinige reactie.

Bovendien gaat het om een éénmalige storting, die oorspronkelijk natuurlijk niet begroot was. Dus er liggen geen plannen voor klaar. Wel doet de staatssecretaris dringende suggesties waar het geld aan besteed kan worden. Wat kun je halverwege het begrotingsjaar nog doen met 613 miljoen?

Je kunt er hooguit tijdelijk personeel voor aannemen. Vast personeel kost elk jaar geld, dus dat kun je er niet van betalen. Een dilemma, want volgens de staatssecretaris is een deel van die 613 miljoen bedoeld om de ambulante en klinische crisiscapaciteit in de geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd tijdelijk (!) te vergroten. Ook moet het geld gebruikt worden om praktijkondersteuners bij huisartsen speciaal voor geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd te organiseren. Maar de GGZ-instellingen en de huisartsen zullen de benodigde mensen dus niet vast in dienst kunnen nemen. De geschikte mensen zijn natuurlijk ook niet van de ene op de andere dag gevonden. Het zal daarom langer dan ons lief is duren voordat we hiervan effect gaan zien.

Eenmalig geld kun je goed investeren in materieel of gebouwen. Daarmee ben je er nog niet, want dat soort investeringen brengen ook structurele lasten mee. Gebouwen en materieel moeten worden afgeschreven en dat kost structureel geld. Zo bezien kun je met een eenmalig bedrag dus het veiligst een jaar langer het onderhoud van bestaande gebouwen of materieel betalen. Of achterstallig onderhoud laten verrichten. De staatssecretaris noemt ombouw van separatiecellen en verkleinen van woongroepen (meer personeel nodig!) als voorbeelden. Alleen jammer dat veel instellingen voor specialistische jeugdzorg al de keuze hebben gemaakt om hun gebouwen te verkopen wegens structureel geldgebrek.

Tot slot kun je met eenmalig geld een pilotproject opstarten om te kijken of je resultaten boekt met het geld en de inzet. In de hoop dat er daarna structureel geld beschikbaar komt, anders vallen je wellicht hoopvolle resultaten vervolgens dood voor de kast. Ik vermoed dat de staatssecretaris dit soort projecten voor ogen heeft als hij schrijft dat het geld gebruikt moet worden om wachttijden te verkorten op basis van ‘goede data, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben’.

Onze kwetsbaarste kinderen betalen momenteel letterlijk de rekening. Structurele problemen vragen structureel geld. Waar een beschaafd land barbaars in kan zijn.

Michiel van der Eng is senior trainer en specialist gemeentefinanciën bij het Periklesinstituut. Maandelijks schrijft hij de column #hetgaatnietovergeld voor Binnenlands Bestuur. Deze column verscheen daar op 28 april 2021.

Kritisch, onafhankelijk, kennis van zaken, welbespraakt, betrokkenheid, dichtbij en vasthoudend. Met de eigenschappen die Pieter Omtzigt een opmerkelijk Kamerlid maken, ging de redactie van De Gelderlander op zoek naar opvallende raadsleden. Keus genoeg, zegt John Bijl tegen de krant.

Bijl is helemaal niet ontevreden over de raadsleden, ook zijn het niet allemaal types Omtzigt.

‘Er zijn verschillende stijlen om politiek te bedrijven,’ ligt Bijl toe. ‘Omtzigt is een vasthoudende controleur. Maar je hebt ook iemand nodig die inspirerende verhalen vertelt. Denk aan Frits Bolkestein. Dat was een uitstekend Kamerlid, maar volgens mij was hij afgehaakt als hij de toeslagenaffaire moet controleren.’

Om goed politieke te bedrijven heb je juist verschillende rollen nodig. ‘Belangrijk is dat de raad gezamenlijk optrekt. Dat gebeurt niet altijd. De coalitie blijkt soms meer informatie te hebben dan oppositiepartijen.’ De kracht van Omtzigt is ook dat hij het niet alleen wilde doen, vindt Bijl. ‘Hij stelde niet alleen de wantoestanden aan de orde, hij wees ook de rest van de volksvertegenwoordiging op hun verantwoordelijkheid. Het werk van een gemeenteraad is zo goed mogelijk met elkaar van mening verschillen. Maar daarvoor heb je wel allemaal toegang tot dezelfde informatie nodig!’

Pas wanneer raadsleden samen werken komt het belang van een volksvertegenwoording tot z’n recht. Dat zijn drie taken, zegt Bijl. ‘1: Verhalen uit de samenleving in het debat krijgen. 2: Een goede afweging maken. 3: Laten zien hoe dat besluit tot stand is gekomen. Dat laatste zorgt voor legitimiteit. Als je alleen hoort dat een park moet wijken voor woningen, kun je snel boos worden. Maar als een gemeenteraad kan uitleggen waarom die keuze gemaakt wordt, zorgt dat bij burgers op de publieke tribune ook voor begrip.’

In het radioprogramma Dit is de Dag stelt De Mos dat de uitsluiting van zijn partij Hart voor Den Haag onterecht was. ‘Wij hebben negen zetels, we zijn de grootste partij. Dan hoor je te besturen.’ Daarbij pleit hij voor het openbreken van het coalitieakkoord. Toch klinkt in zijn betoog vooral één ambitie door: zijn eigen terugkeer als wethouder. Dat maakt zijn pleidooi voor democratisch herstel lastig te scheiden van persoonlijk eerherstel.

Bestuurskundige John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, is kritisch: ‘De Mos zit al in het stadsbestuur – als raadslid. Dat is het hoogste orgaan van de gemeente. De suggestie dat je pas meetelt als wethouder, ondermijnt de positie van de raad zelf.’ Bovendien wijst Bijl erop dat de gemeentewet nergens voorschrijft dat een verkiezingsuitslag automatisch moet leiden tot coalitiedeelname: ‘Het is de raad die bepaalt wie er plaatsneemt in het college. Daar hoort ook politieke duiding bij.’

Lokale partijen financieren

De rechtszaak tegen Richard de Mos ging over meer dan alleen strafbare feiten. De uitspraak laat zien hoe dun de scheidslijn is tussen politieke lobby en omkoping — en hoe weinig houvast er bestaat als het gaat om regels voor lokale partijen. Zowel De Mos als Bijl benadrukken dat regels over partijfinanciering ontbreken. Lokale partijen vallen buiten het subsidiekader dat voor landelijke partijen wél geldt. ‘Een groot onontgonnen gebied’, aldus Bijl. ‘En het is absurd, als je ziet hoe groot lokale partijen inmiddels zijn.’

De rechter erkent dat ook. In de uitspraak wordt benoemd dat het ontbreken van duidelijke regels een rol speelt in de interpretatie van donaties en belangenverstrengeling. Maar of dat genoeg is voor een politieke comeback van De Mos als wethouder, staat daar los van, aldus Bijl.