Wie is een lokale Pieter Omtzigt?

Kritisch, onafhankelijk, kennis van zaken, welbespraakt, betrokkenheid, dichtbij en vasthoudend. Met de eigenschappen die Pieter Omtzigt een opmerkelijk Kamerlid maken, ging de redactie van De Gelderlander op zoek naar opvallende raadsleden. Keus genoeg, zegt John Bijl tegen de krant.

Bijl is helemaal niet ontevreden over de raadsleden, ook zijn het niet allemaal types Omtzigt.

‘Er zijn verschillende stijlen om politiek te bedrijven,’ ligt Bijl toe. ‘Omtzigt is een vasthoudende controleur. Maar je hebt ook iemand nodig die inspirerende verhalen vertelt. Denk aan Frits Bolkestein. Dat was een uitstekend Kamerlid, maar volgens mij was hij afgehaakt als hij de toeslagenaffaire moet controleren.’

Om goed politieke te bedrijven heb je juist verschillende rollen nodig. ‘Belangrijk is dat de raad gezamenlijk optrekt. Dat gebeurt niet altijd. De coalitie blijkt soms meer informatie te hebben dan oppositiepartijen.’ De kracht van Omtzigt is ook dat hij het niet alleen wilde doen, vindt Bijl. ‘Hij stelde niet alleen de wantoestanden aan de orde, hij wees ook de rest van de volksvertegenwoordiging op hun verantwoordelijkheid. Het werk van een gemeenteraad is zo goed mogelijk met elkaar van mening verschillen. Maar daarvoor heb je wel allemaal toegang tot dezelfde informatie nodig!’

Pas wanneer raadsleden samen werken komt het belang van een volksvertegenwoording tot z’n recht. Dat zijn drie taken, zegt Bijl. ‘1: Verhalen uit de samenleving in het debat krijgen. 2: Een goede afweging maken. 3: Laten zien hoe dat besluit tot stand is gekomen. Dat laatste zorgt voor legitimiteit. Als je alleen hoort dat een park moet wijken voor woningen, kun je snel boos worden. Maar als een gemeenteraad kan uitleggen waarom die keuze gemaakt wordt, zorgt dat bij burgers op de publieke tribune ook voor begrip.’

In het radioprogramma Dit is de Dag stelt De Mos dat de uitsluiting van zijn partij Hart voor Den Haag onterecht was. ‘Wij hebben negen zetels, we zijn de grootste partij. Dan hoor je te besturen.’ Daarbij pleit hij voor het openbreken van het coalitieakkoord. Toch klinkt in zijn betoog vooral één ambitie door: zijn eigen terugkeer als wethouder. Dat maakt zijn pleidooi voor democratisch herstel lastig te scheiden van persoonlijk eerherstel.

Bestuurskundige John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, is kritisch: ‘De Mos zit al in het stadsbestuur – als raadslid. Dat is het hoogste orgaan van de gemeente. De suggestie dat je pas meetelt als wethouder, ondermijnt de positie van de raad zelf.’ Bovendien wijst Bijl erop dat de gemeentewet nergens voorschrijft dat een verkiezingsuitslag automatisch moet leiden tot coalitiedeelname: ‘Het is de raad die bepaalt wie er plaatsneemt in het college. Daar hoort ook politieke duiding bij.’

Lokale partijen financieren

De rechtszaak tegen Richard de Mos ging over meer dan alleen strafbare feiten. De uitspraak laat zien hoe dun de scheidslijn is tussen politieke lobby en omkoping — en hoe weinig houvast er bestaat als het gaat om regels voor lokale partijen. Zowel De Mos als Bijl benadrukken dat regels over partijfinanciering ontbreken. Lokale partijen vallen buiten het subsidiekader dat voor landelijke partijen wél geldt. ‘Een groot onontgonnen gebied’, aldus Bijl. ‘En het is absurd, als je ziet hoe groot lokale partijen inmiddels zijn.’

De rechter erkent dat ook. In de uitspraak wordt benoemd dat het ontbreken van duidelijke regels een rol speelt in de interpretatie van donaties en belangenverstrengeling. Maar of dat genoeg is voor een politieke comeback van De Mos als wethouder, staat daar los van, aldus Bijl.

In de nieuwste tipvideo legt John je uit hoe je het beste op die ene lastige politieke tegenstander reageert. Hij laat zien dat er meer bij komt kijken dan alleen zijn of haar argumenten weerleggen — of zelfs een gevatte een tegenopmerking maken.

Meer tipvideo’s over politieke vaardigheden en het functioneren van de democratie vind je op het YouTube-kanaal van het Periklesinstituut. Abonneer je om direct op te hoogte gehouden te worden van nieuwe tipvideo’s.

Het leidt alle aandacht af van de vraag waarover het werkelijk moet gaan. Hoe pakken we de grote uitdagingen die ons land wachten aan? Klimaat, wonen, volksgezondheid, sociale cohesie? En hoe nemen we daar de burger in mee?

Het spektakel leidde ook af van twee snoeiharde rapporten van hoog aangeschreven adviesorganen van de regering over de verhouding tussen rijksoverheid en gemeenten. Beide rapporten houden het netjes, maar winden er echt geen doekjes om voor wie niet bang is voor een beetje beleidstaal. Er staat feitelijk: u heeft er een prozaïsche puinhoop van gemaakt en u moet nodig aan het werk.

De Raad voor het Openbaar Bestuur schrijft in Rust – reinheid – regelmaat: ‘De financiële verhoudingen zijn te veel een politieke kwestie geworden. Dat zorgt voor instabiliteit, onvoldoende uitvoeringskracht bij decentrale overheden en gespannen verhoudingen tussen de nationale en decentrale overheden’.

De Raad van State stelt in zijn recente antwoord op het verzoek om voorlichting over interbestuurlijke verhoudingen vast dat ‘(…) de rijksoverheid, onder druk van burgers, maatschappelijke organisaties en parlement, reeds na korte tijd ingrijpt in de wijze waarop decentrale bestuursorganen uitvoering geven aan de overgehevelde taken. Wat met de ene hand is gegeven, wordt met de andere hand teruggenomen. (…) Veelal leiden dergelijke ingrepen tot hogere kosten, maar wordt niet (voldoende) voorzien in de financiering van die kosten.’

Allemaal niet nieuw. Wel rond opgeschreven. Vraag is wel wanneer de mensen die ons land besturen nu eindelijk eens gaan luisteren? Naar elkaar, maar ook naar hun geweten? Er is een land te besturen, een complexe samenleving de toekomst in te begeleiden in omstandigheden die op zijn zachtst gezegd labyrintisch ingewikkeld zijn. Gemeenten hebben daar een cruciale rol in te spelen als eerste overheid.

Maar wat doen onze landelijke bestuurders? Ze gaan rollebollend over straat. Als gemeenten intussen bij ze aankloppen met een hardnekkig en structureel probleem, is het antwoord: ‘Njet. We zijn even met andere dingen bezig.’ En dan gaat het op het totaal van de rijksbegroting bezien niet eens over enorme bedragen.

Vertrouwen bouw je met verantwoordelijk gedrag. De Raad van State: ‘Bij een kabinetsformatie wordt de basis gelegd voor het onderling vertrouwen tussen de bestuurders van de verschillende bestuurslagen. Het is van belang dat alle betrokkenen – de onderhandelende fracties uit de Tweede Kamer voorop – tijdens de kabinetsformatie vooral in samenhang de verschillende vragen over de decentrale overheden en de interbestuurlijke verhoudingen bespreken. Voorts is het van belang dat de onderhandelende fracties het gesprek met de medeoverheden oprecht willen voeren.’

Je zou verwachten dat de fracties de verantwoordelijkheid opbrengen om dat overleg ook met open vizier te voeren. De verkiezingsprogramma’s en het tableau van taferelen aan het Binnenhof bieden helaas weinig hoop. Gemeenten betalen ondertussen de rekening en die kunnen niets anders doen dan die bij hun inwoners neerleggen.

Michiel van der Eng is senior trainer en specialist gemeentefinanciën bij het Periklesinstituut. Maandelijks schrijft hij de column #hetgaatnietovergeld voor Binnenlands Bestuur. Deze column verscheen daar op 31 maart 2021.

Al enkele maanden werkt de WOZ-coördinator voor de gemeente Steenwijkerland. Als ZZP’er. De gemeente wist van zijn eigen bureau en maakte afspraken dat hij niet in de gemeente Steenwijkerland bewoners zou helpen met bezwaren. Tot levert het een onwenselijke vermenging van rollen opa, vindt John Bijl. ‘Je trekt aan twee kanten van het touw.’

‘Als WOZ-coördinator ben je een soort puppeteer achter het systeem waar je tegelijkertijd als ondernemer tegen strijdt. Je kan geen advocaat van twee strijdende partijen tegelijk zijn,’ legt Bijl uit.

Ook onderzoeker Floris Vermeulen (UvA) wijst op de demografische samenstelling van de stad. In gebieden met veel mensen met een migratieachtergrond of een lage sociaaleconomische positie, ligt de opkomst al jarenlang structureel lager. ‘Zij herkennen zichzelf niet in het politieke systeem. De Tweede Kamer is steeds vaker een plek voor hoger opgeleiden’, stelt Vermeulen. ‘Een democratie functioneert alleen als iedereen wordt gehoord en gezien. Als dat niet gebeurt, loop je het risico dat mensen vergeten worden.’

Lage opkomst is geen Rotterdams probleem, maar een democratisch alarmsignaal. Waar mensen zich niet vertegenwoordigd voelen, haken ze af. Het vraagt om politieke verbeeldingskracht én zichtbaarheid: niet alleen in verkiezingstijd, maar juist in de jaren ertussen.

Volgens Bijl waren de dominante thema’s in deze verkiezingen – leiderschap, coronabeleid – mogelijk minder aansprekend in Rotterdam. ‘Als de oorzaak corona is, dan zou je dat overal moeten zien. Maar het verzet tegen de coronamaatregelen kwam vooral uit Amsterdam en Den Haag. Misschien speelde dat hier minder.’

D66 de grootste in Rotterdam. Dat is de eerste keer sinds de oprichting van de partij en is bij de Democraten begrijpelijker wijs reden voor uitzinnigheid. Ook is de vreugde te nuanceren, vindt Bijl.

De 16,74 procent is een mooi aantal, maar het is ook weer niet heel veel. Het lijkt erop dat vooral de centrum-rechtse stemmer is thuisgebleven en dat D66 daarvan profiteert en de grootste partij van de stad is geworden.

De rechtse partijen presteren dan ook onder de verwachting. De PVV, normaal de grootste in Rotterdam, haalt een krappe 10 procent. JA21, de partij van de Rotterdmse fractievoorzitter Joost Eerdmans, moet het doen met 3,38 procent. Dat is bijna even veel als het aantal Rotterdamse stemmers voor Bij1 en Volt. De populariteit van lijsttrekker Joost Eerdmans in zijn eigen stad minder groot is dan werd gedacht.


Andere nieuwe partijen, zoals Denk en Nida worden vooral geplaag door thuisblijvende kiezers. De tegenvallende opkomst in Rotterdam, slechts 67 procent heeft hen het meest dwars gezeten, denkt Bijl.

‘Superslordig,’ vindt John Bijl het wissen van de mailboxen. ‘Sommige mails bevatten informatie over hoe een besluit tot stand is gekomen,’ legt hij uit. Daarmee wordt ook duidelijk hoe iets is gegaan. Die informatie is nu weg.

Bij de gemeente Almere was het gebruikelijk om bij het verstrek van een bestuurder ook de e-mails te wissen. Het argument was dat het te duur zou zijn om de e-mails te archiveren. Flauw, zegt Bijl. ‘Het is belangrijk om de e-mails te bewaren om terug te kunnen kijken in het democratisch proces. Het is natuurlijk superdom dat je er niet bij stil staat dat als een bestuurder weggaat dat zijn correspondentie bewaard moet worden. Dat deden we altijd al zo op papier en dat is digitaal niet anders geworden.’

De aanpassing van het stemrecht gaat gelden voor de Stadsdeelverkiezingen. Het kiesrecht voor gemeenteraden is vast gelegd in de Kieswet, maar voor de decentrale raden van Amsterdam mag de raad zelf bepalingen in de verordeningen opstellen.

John Bijl, deskundige lokale democratie bij het Periklesinstituut, vindt het de hoogste tijd dat 16- en 17-jarigen bij de verkiezingen worden betrokken. Hij reageert vandaag in Het Parool.

De kiesdrempel is ook al eens verlaagd van 21 naar 18 jaar, dus het is geen vreemde suggestie. Deze groep werkt vaak, betaalt belasting en doet op allerlei manieren mee in de samenleving. Politieke participatie hoort daarbij.

Bijl verwacht niet dat de impact op de uitslag groot zal zijn. Al eerder vierde de gemeente Rotterdam het stemrecht voor 16- en 17-jarige voor de stadsdelen in. De evaluaties laten zien dat de uitslagen niet wezenlijk veranderen. ‘Zoveel wijkt het immers niet af van wat 18-35 stemt,’ ligt John op Twitter toe. Ook d opkomst liet te wensen over, zoals Parool memoreert.

In Rotterdam ging ongeveer een kwart van deze jongeren naar de stembus. ‘De opkomst wordt in grote mate bepaald door de stembereidheid van de ouders,’ aldus Bijl.

Maar wat is dan de rol van de gemeenteraad? Deze vraag is de voornaamste die voorligt in de Leergang Participatie van Vereniging van Groninger Gemeenten (VGG) en het programma Democratie in Actie van BZK en VNG.

Met de leergang beogen VGG en Democratie in Actie raadsleden voor te bereiden op het maken van weloverwogen keuzes hoe de participatie in te richten. Met welke middelen betrek je bewoners? Op welk niveau en op welk moment van de besluitvorming worden ze benaderd? Hoe om te gaan met eigen initiatieven? Daarnaast komen voor de Omgevingswet, de WMO en de Energietransitie specifieke vraagstukken aanbod.

In de eerste bijeenkomst van vanavond laat Pascale Georgopoulou van Democratie in Actie neemt de leden mee in de dilemma’s bij het ontwerpen van een participatiebeleid. John Bijl van het Periklesinstituut zien welke modellen er voor een participatiebeleid zijn én op welke wijze de rol van de raad als hoogste orgaan daar een plaats in neemt. Bijl zal ook de gehele reeks begeleiden.

De totale leergang bestaat uit vier avonden. Geïnteresseerde Groninger raadsleden melden zich aan bij de VGG.