Richard Moti verkozen tot beste politicus van Rotterdam

De verkiezing, georganiseerd om het belang van lokale politiek te benadrukken, had dit jaar een jury bestaande uit John Bijl, Peter Groenendijk, Iffet Subașı, Jan-Roelof Visscher en Herman Vriend. Zij kozen unaniem voor Moti. Jurylid Subașı lichtte toe: ‘Hij stond bij iedereen op één.’ Ze prees Moti als ‘het gezicht van de oppositie’ en benadrukte dat zijn vertrek een gemis zal zijn voor de raad.

Moti sluit een terugkeer in de politiek niet uit: ‘Ik ben nog jong, 44 jaar, dus wie weet, over een tijdje, dat het weer zo gaat kriebelen dat ik mij nog een keer verkiesbaar stel.’

De andere genomineerden waren Erik Verweij en Larissa Vlieger. Verweij, sinds juni 2022 raadslid voor de VVD, werd door de jury geprezen als een ‘getalenteerd debater’. Vlieger, actief voor GroenLinks, viel op door haar grondige voorbereiding en kritische houding tijdens raadsvergaderingen.

De verkiezing onderstreept het belang van betrokken en daadkrachtige raadsleden in een tijd waarin steeds meer taken op het lokale bestuur rusten. De verkiezingen zijn een initiatief van Het Periklesinstituut, Stichting Lokaal en Arminius en worden jaarlijks georganiseerd in samenwerking met de Rotterdamse parlementaire pers. Kijk voor meer informatie op www.besteraadslidvanrotterdam.nl.

De nét herkozen Freek Jansen (FvD) vertrekt deze week als Kamerlid. Nog geen 8 weken was hij lid. Maar kiezers, niet getreurd. ‘In zijn brief vertelt hij dat hij zijn zetel tijdelijk ter beschikking stelt’, las Kamervoorzitter Bosma bij zijn afscheid voor.

Jansens vertrek was al eerder aangekondigd. Partijleider Thierry Baudet meldde het al anderhalve week eerder in het eigen YouTube-programma Forum Inside. De partijleider, met kamerlid Jansen naast hem, legde uit dat Jansen vertrekt om plaats te maken voor zijn opvolger Pepijn van Houwelingen. Die zou ‘voor zes maanden’ zijn plaats innemen, om deel uit te kunnen maken van de enquêtecommissie over het regeringsbeleid tijdens de pandemie. ‘Je gaat ze daar helemaal gek maken’, zei Baudet tegen Van Houwelingen.

Kan dit zomaar? Het venijn zit in het woordje ‘tijdelijk’. Kamerleden kunnen natuurlijk opstappen. Zeker de laatste jaren gebeurt het maar al te vaak dat een Kamerlid zijn termijn niet afmaakt, meestal om een andere betrekking te vervullen. Maar zo’n vertrek is definitief. Een volksvertegenwoordiger kan de Kamer verlaten door ziekte of zwangerschap. Dat is inderdaad tijdelijk; de Kieswet heeft het mogelijk gemaakt dat voor een vaste periode van 16 weken dit lid door zijn opvolger op de kieslijst wordt vervangen. Daarna neemt het gekozen Kamerlid zijn zetel automatisch weer in.

Maar van ziekte – laat staan zwangerschap – is bij Jansen geen sprake. De enige manier waarop deze tijdelijkheid tot stand gekomen zou kunnen zijn, is wanneer Jansen en Van Houwelingen daar zélf afspraken over hebben gemaakt. Jansen moet dan Van Houwelingen hebben beloofd terug te treden als Kamerlid wanneer Van Houwelingen op zijn beurt toezegt na het afgesproken halfjaar weer uit de Kamer te vertrekken.

Ook in gemeenteraden komen deze onderhandse vervangingdeals weleens voor

Jansens ‘tijdelijke vervanging’ bestaat in ons kiesstelsel gewoon niet. En dat is niet voor niets.  Je kunt Kamerleden niet als voetballers ‘even’ wisselen omdat het de wedstrijd beter uitkomt. Met de verkiezingen hebben kiezers zich uitgesproken wie hen moet vertegenwoordigen. Kamerleden zijn geen personeel waarvan een partij, een fractie of zelfs het Kamerlid zelf kan bepalen dat iemand tijdelijk het klusje beter zou kunnen doen.

Zo’n onderhandse afspraak is tegen de geest van de wet, en misschien ook wel tegen de letter. Wanneer Van Houwelingen straks de eed of belofte aflegt, verklaart hij ‘om iets in dit ambt te doen of te laten’ geen ‘belofte [heeft] aangenomen of zal aannemen’. In de regel wordt daarbij aan een geldelijke afspraak of financieel gewin gedacht, niet per se de invloed of aandacht die Van Houwelingen ongetwijfeld krijgt. Toch wordt Van Houwelingen ook financieel beter van deze onderhandse afspraak. Zonder de toezegging terug te treden zou Van Houwelingen geen Kamerlid worden. Hij krijgt erdoor een halfjaar schadeloosstelling, twintig procent meer dan zijn huidige wachtgeld. Ook kan hij rekenen op een verlenging van zijn aanspraak op toekomstig wachtgeld. De ironie wil dat juist plaatsvervangers vanwege ziekte of zwangerschap géén aanspraak kunnen maken op wachtgeld; door de onderhandse afspraak kan Van Houwelingen dat wel. Door het halfjaar extra komt Van Houwelingen ineens in aanmerking voor de maximum wachtgeldperiode van 3 jaar en 2 maanden.

Bij elkaar houdt Van Houwelingen aan deze afspraak ruim 56 duizend euro over. Genoeg reden om in te grijpen. Door de Kamer zelf. Om geïnstalleerd te kunnen worden zal de Kamer Van Houwelingens zogeheten geloofsbrieven moeten controleren. De openbaar gemaakte afspraak zijn zetel weer op te geven zou goedkeuring van die geloofsbrieven in de weg moeten staan. Op z’n minst zou de Kamer een toelichting en een bevestiging moet vragen dat er niets is afgesproken over enig terugtreden, of Van Houwelingen direct een sanctie opleggen.

Eerlijk is eerlijk, Van Houwelingens deal is niet uniek. In 1977 maakte drie PvdA’ers een vergelijkbare afspraak. Ook in gemeenteraden komen deze onderhandse vervangingdeals weleens voor. Zo maakte een Haags raadslid eens plaats voor een lijstopvolger toen ze voor ziektevervanging zelf Kamerlid werd. Ze zou daarna als raadslid terugkeren. De studentenpartijen in Groningen, Delft en Utrecht kennen de onwettige afspraak dat de gekozen raadsleden na twee jaar ‘vrijwillig’ het veld ruimten voor hun opvolgers. Meerdere partijen kennen niet te handhaven clausules dat de zetel moet worden opgegeven wanneer het Kamerlid om wat voor reden dan ook de fractie verlaat. Ook elke gemeentelijke of provinciale commissie geloofsbrieven zou kandidaatsstellingsformulieren moeten controleren op afspraken die met de ambtseed in de knel komen.

Dat deze voorvallen tot nu toe zijn gedoogd zijn ook niet goed uit te leggen. Niet in de gemeente, en niet in de Kamer. Dat de FvD-fractie met deze brutale overtreding van democratische principes Kamerleden met willekeur vervangt, is een prima aanleiding om er strenger in te worden. En onjuridische afspraken om tot het ambt te komen als sta-in-de-weg voor een benoeming te zien. Regels veranderen is er niet voor nodig, ze handhaven is genoeg.

Dit artikel verscheen eerst in Binnenlands Bestuur.

Nog voor de zomer zou de naam van de nieuwe burgemeester bekend moeten zijn. Maar eerst moet de zoektocht nog beginnen. Zo’n procedure wordt gevoerd door de gemeenteraad, legt John Bijl uit. Nadat de profieltekst door de raad is opgesteld kunnen mensen solliciteren. Dat kan iedereen. ‘Iedereen kan burgemeester worden,’ aldus Bijl.

(de tekst gaat verder onder video)

Natuurlijk zijn er geschiktheid eisen. ‘De eerste is dat hij voorzitter is van de gemeenteraad. Daarmee ben je toch een beetje verantwoordelijk voor de kwaliteit van de politieke besluitvorming’, vertelt John. Daarnaast heeft de burgemeester de portefeuille Openbare orde & Veiligheid. ‘Dat is misschien wel de zwaarste taak als burgemeester, zeker in een stad als Rotterdam.’

Toch zijn er wel praktische obstakels. ‘Volgens de Arbeidstijdenwet mag je als 16-jarige niet meer dan 40 uur per week werken. En een burgemeester werkt vaak veel méér dan dat’, aldus Bijl. Ook mag een minderjarige niet zelfstandig wonen en niet ’s avonds of ’s nachts vergaderen zonder toezicht. Wie dat toezicht dan moet houden – de ouders of de Commissaris van de Koning – is juridisch onduidelijk.

Lars Westra laat zich daar niet door afschrikken. Hij wil vooral laten zien dat jongeren ook bestuurlijke verantwoordelijkheid kunnen dragen. ‘Kinderen denken in mogelijkheden. Volwassenen zeggen snel: “dat kan niet”. Maar ik wil juist zoeken naar wat wél kan.’ Zijn eerste bestuurlijke actie? ‘Samen met de wethouders en raadsleden het wad op. Teambuilding!’

Hoewel een benoeming op korte termijn niet realistisch is, spreekt Bijl zijn waardering uit voor het initiatief: ‘Lars laat zien wat politiek ook kan zijn: idealisme, betrokkenheid en verbeeldingskracht. En als hij achttien is, verdwijnen de juridische obstakels als sneeuw voor de zon.’

Drie raadsleden maken kans om Rotterdams Beste Politicus te worden. Het zijn René Segers-Hoogendoorn, Mina Morkoç en Simon Ceulemans. Zij zijn door de jury genomineerd  voor de titel ‘Beste politicus van het jaar’ in Rotterdam.

De drie verschillen onderling veel, maar zijn allen goede voorbeelden van wat een raadslid vermag  an dossiervreter tot topdebater. De uitreiking vindt plaats op 17 januari in Arminius.

De prijs voor het beste raadslid is een jaarlijks initiatief van de Rotterdamse politieke pers en het Periklesinstituut, mede mogelijk gemaakt door LOKAAL en debatpodium Arminius. Vorig jaar won Tjalling Vonk (ChristenUnie) de prijs. Eerdere winnaars waren onder meer Vincent Karremans, Nourdin El Ouali en Hugo de Jonge.

De aflevering zoomt in op twee parallelle processen: de vorming van de nieuwe Tweede Kamer en het begin van de kabinetsformatie. Want terwijl de nieuwe Kamerleden hun geloofsbrieven inleveren en de eed afleggen, wordt er achter de schermen al gewerkt aan een nieuw kabinet — eerst met een verkenner, dan met een debat, en misschien met een informateur.

Wat deze aflevering laat zien, is hoe de democratische en staatsrechtelijke logica niet altijd gelijk oplopen. Een Kamer zonder vaste coalitie moet besluiten nemen over de interpretatie van de Grondwet. Er ontstaat direct debat over grondrechten, met stevige confrontaties tussen Wilders en andere fractievoorzitters. De inzet: kan een partij met omstreden standpunten deelnemen aan de formatie zonder zich expliciet te verhouden tot de rechtsstaat?

In die verwarring komt onverwacht een motie over de spreidingswet — gesteund door vier formerende partijen. Een strategisch signaal, maar ook een test voor de geloofwaardigheid van het demissionaire kabinet. En dan is er nog de verkiezing van de Kamervoorzitter, opnieuw onderwerp van discussie over macht en tegenmacht.

Met actuele fragmenten, historische parallellen (zoals het gedoogkabinet in 2010) en politieke beeldspraak van Finding Nemo tot rampenfilms, laat deze aflevering zien hoe rommelig democratie mag zijn — en hoe belangrijk het is dat iemand uitlegt wat er gebeurt.

Het Kamergesprek: parlementaire debatten uitgelegd is de politieke talkshow om het parlementaire debat beter te begrijpen. Het Kamergesprek wordt gemaakt door ProDemos in samenwerking met Nieuwspoort.

In Dronten wil de gemeente op meerdere locaties huisvesting realiseren voor in totaal ruim zevenhonderd arbeidsmigranten. Veel omwonenden werden pas laat geïnformeerd. Volgens de gemeente komt er nog een participatietraject, maar dat begint pas na de besluitvorming in de raad. Verwarrend? Dat is het voor veel inwoners wél.

Toch is de gang van zaken niet ongebruikelijk, zegt John Bijl van het Periklesinstituut. ‘Zulke plannen beginnen meestal met een voorstel van het college aan de raad’, legt hij uit. ‘Dat wordt eerst besproken in beeldvormende of commissievergaderingen. Daar stellen raadsleden vooral verkennende vragen. Daarna volgt het oordeel, en pas aan het eind het besluit.’

De meeste invloed zit aan het begin

Wie als inwoner echt invloed wil uitoefenen, doet er goed aan zich vroeg te melden. ‘Meestal ligt er dan al een conceptvoorstel’, zegt Bijl. ‘Maar dan is er nog ruimte om raadsleden mee te geven wat je belangrijk vindt. Die kunnen daar in de verdere behandeling rekening mee houden.’

Dat vraagt wel om timing én toegankelijkheid. In Dronten ontdekten buurtbewoners het bestaan van de plannen pas via een nieuwsbericht. ‘Ik ben automonteur, ik zit helemaal niet in de materie van de gemeente of politiek’, zegt inwoner Eric Velstra. ‘En het staat allemaal heel moeilijk beschreven.’ Griffier Erwin Geldorp herkent het probleem. ‘Het is best lastig om op het juiste moment te zien dat er een voorstel wordt aangeboden waar jij iets van vindt.’

Omgevingswet verandert het speelveld

Vanaf 1 januari 2024 verandert de wetgeving: de nieuwe Omgevingswet verplicht gemeenten om inwoners eerder te betrekken bij plannen voor de leefomgeving. Maar hoe dat precies gebeurt, verschilt per gemeente. ‘We zijn er al jaren mee bezig’, aldus Bijl. ‘De wet verplicht vroegtijdige participatie, maar het succes ervan hangt vooral af van hoe gemeenten dat in de praktijk invullen.’

In Dronten hoopt de griffie dat inwoners de weg naar de raad weten te vinden. ‘De raad zit er voor álle inwoners’, zegt Geldorp. Het helpt dan wel als die inwoners op tijd weten wanneer en waar hun stem verschil kan maken.

Bijl wijst erop dat onervaren volksvertegenwoordigers vaak blijven steken in abstracte termen als ‘menselijke maat’ of ‘goed bestuur’, terwijl ervaren politici beter kunnen verwoorden wat beleid moet opleveren. ‘Fracties die elkaar nog niet kennen, moeten eerst leren samenwerken voordat ze als politieke eenheid effectief kunnen opereren. Dat vraagt training en begeleiding – en een goede aanvoerder.’

Ook Eerste Kamerlid Ilona Lagas (BBB) ziet het belang van teamvorming. ‘We hebben vóór installatie een teambuilding georganiseerd, en binnen onze fractie commissies gevormd. Politiek is samenwerking, ook – of juist – als je inhoudelijke kennis al meebrengt.’ Ervaring is niet alleen een kwestie van jaartallen, stelt Lagas. ‘Ook als je buiten Den Haag veel ervaring hebt, moet je leren hoe de Kamer werkt. En fouten maken hoort erbij.’

Politiek verslaggever en Volkskrant-redacteur Ariejan Korteweg nuanceert de zorg. ‘De Kamer is nu representatiever dan ooit. Minder hoogopgeleid, meer praktisch geschoolden, meer mensen met een echte baan achter de rug. Dat is winst.’ Tegelijkertijd waarschuwt hij voor kennisleemtes op belangrijke dossiers. ‘Zonder diepgaande expertise op bijvoorbeeld digitalisering, veiligheid of wetgeving wordt de Kamer afhankelijker van externe adviseurs en lobbyisten. En dat maakt haar kwetsbaar.’

Het politieke werk is en blijft een ambacht. Bijl: ‘Democratie draait niet alleen om idealen, maar ook om uitvoering. Wie in de Kamer zit, moet beleid kunnen maken én controleren. Een frisse blik is welkom, maar ervaring maakt het verschil.’

In de uitzending valt op hoe moeilijk mensen het vinden om een keuze te maken. ‘Het is tegenwoordig veel harder werken om kiezer te zijn’, aldus John Bijl. ‘Waar je vroeger in een zuil zat en je stem een automatisme was, moet je je nu echt verdiepen. En dat vraagt veel van mensen die al druk genoeg zijn.’ Dat is vooral in Rotterdam een probleem: de stad scoort traditioneel laag bij verkiezingsopkomst.

De uitzending maakt inzichtelijk waarom dat zo is. Veel Rotterdammers voelen zich niet gehoord, en zien hun zorgen niet terug in Den Haag. ‘Wat ik vooral hoor, is dat mensen weten wat ze belangrijk vinden – armoede, wonen, bestaanszekerheid – maar zich niet herkennen in de politieke cultuur’, vertelt verslaggever Rachid Benhammou. ‘De manier waarop politici met elkaar omgaan schrikt af.’

Daar zit volgens Bijl een belangrijke les voor de politiek. ‘Ongeveer een kwart van de mensen die niet stemmen, zegt dat ze afhaken vanwege het gedrag van politici. Als ze het vragenuurtje aanzetten en ze zien alleen maar getrek en ellebogenwerk, dan haken ze af. Niet omdat ze het niet belangrijk vinden, maar omdat ze zich niet vertegenwoordigd voelen.’

Hoe dan wel? Bijl raadt aan niet alleen te stemmen op programma’s, maar juist ook op mensen. ‘Je stemt op kandidaten die voor jou het werk moeten gaan doen. Volg ze op sociale media, kijk wat ze eerder gedaan hebben, en praat erover met mensen in je omgeving.’ Democratie, besluit hij, is geen solospel. ‘Niet alleen de Tweede Kamer moet het goede voorbeeld geven. Ook thuis, op straat, in de kroeg begint de dialoog.’

De prioriteiten van de Zuid-Hollandse kiezers liggen voornamelijk bij wonen en de betaalbaarheid van levensonderhoud, gevolgd door asiel en migratie, natuur en klimaat, en gezondheidszorg. Economie, verkeer en vervoer worden als minder belangrijk beschouwd, met de toekomst van de luchtvaart helemaal onderaan de lijst.

John Bijl van het Periklesinstituut merkt op dat sommige genoemde onderwerpen, zoals zorg en asielbeleid, buiten de directe invloedssfeer van de provincie vallen. Hij wijst erop dat de aandacht voor landelijke politici en thema’s de focus op provinciale kwesties, zoals openbaar vervoer en energietransitie, overschaduwt.

Het onderzoek toont ook aan dat inwoners van Zuid-Holland hun provinciale politiek een magere 5,5 als rapportcijfer geven. Bovendien kan de overgrote meerderheid geen namen noemen van Statenleden, gedeputeerden of de commissaris van de Koning. Volgens Bijl draagt de sterke positie van grote steden als Den Haag en Rotterdam, die nauw samenwerken met omliggende gemeenten, bij aan de beperkte zichtbaarheid van de provincie voor de inwoners.