Het Kamergesprek: Voorzitter!

Samen met Wim Deetman (Kamervoorzitter van 1989 tot 1996), historica Anne Bos en voormalig Kamerlid en burgemeester Anne-Liese van der Stoel, bespreekt hoofduitlegger John Bijl de kunst van het voorzitten. Van interruptiebeheer tot het leiden van het Presidium, van kersttoespraken tot de dresscode op de publieke tribune — alles komt voorbij.

Wat deze aflevering laat zien: een Kamervoorzitter is veel meer dan een gespreksleider. Hij of zij zit weliswaar boven de partijen, maar staat midden in het parlementaire proces. De voorzitter leidt niet alleen het debat, maar vertegenwoordigt ook het hele parlement — in ceremoniën, in het contact met het kabinet en in de dagelijkse organisatie van het Kamerwerk. Daarbij is het voorzitterschap géén neutrale functie buiten de politiek: de voorzitter is nog altijd Kamerlid, met stemrecht en eigen opvattingen, al worden die tijdens het voorzitten zorgvuldig opzijgezet.

Wie goed kijkt, ziet dat gezag niet alleen zit in de hamer of de stoel — maar vooral in de stijl, het ritme, en het gevoel voor de ruimte. Soms is één opgetrokken wenkbrauw genoeg, of een hand op de knop van de geluidsinstallatie. En altijd geldt: wie voorzit, moet anderen de ruimte geven, maar ook weten wanneer het moment daar is om die ruimte weer te begrenzen.

Met unieke fragmenten, een vleugje parlementaire folklore én verrassend veel gevoel voor stijl is deze aflevering een kleine ode aan het vakmanschap van voorzitters — in de Kamer én daarbuiten.

Het Kamergesprek: parlementaire debatten uitgelegd is de politieke talkshow om het parlementaire debat beter te begrijpen. Het Kamergesprek wordt gemaakt door ProDemos in samenwerking met Nieuwspoort.

Welke rollen heeft de Kamervoorzitter in het debat en welke functies heeft die daarbuiten nog meer? Wat maakt voorzitten zo uitdagend? En hoe gaat het er achter de schermen aan toe? Presentator Kemal Rijken bespreekt het met politiek- en debatdeskundige John Bijl, oud-Tweede Kamervoorzitter Wim Deetman, ex-Tweede Kamerlid Anne Lize van der Stoel en politiek historicus Anne Bos.

Bekijk de aflevering op vrijdag 14 maart 2025 om 20.00 uur via de livestream hier, of bekijk het later hier terug. Je kunt het ook (terug)zien op de zender NPO Politiek en Nieuws en op Salto 1 Amsterdam.

De keuze van de gemeenteraad komt na aanhoudende kritiek op wethouder Paul Slettenhaar. Deze kritiek leidde eerder aan tot een breuk in de coalitie, waardoor het college met een minderheidssteun van slechts VVD en Lokaal Vitaal en een nieuwe, onafhankelijke wethouder verder moet. Deze laatste neemt het sociaal domein én het beheer van statushoudershuisvesting op zich, terwijl Slettenhaar zich alleen nog op de woningbouw zal richten.

Van de raad moet Slettenhouder dan de portefeuille statushoudershuisvesting neerleggen. Formeel is dat een verzoek, legt bestuurskundige John Bijl uit. Al verwacht hij dat de portefeuillehouders gehoor zullen geven aan de oproep van de raad, ‘De wethouders kunnen zeggen: we doen het lekker toch niet. Maar ik vermoed dat ze zich eraan gaan houden. Anders los je de bestuurscrisis nooit op.’

In de praktijk zal overigens deze portefeuille niet helemaal uit het zicht van de wethouder verdwijnen, legt Bijl uit. ‘Het college spreekt namelijk altijd met een mond, dus hij blijft mede-verantwoordlijk.

Ook over dit onderwerp

Minderheidscoalitie in Castricum ‘is democratischer’

 

 

Het waarnemerschap van Hugo de Jonge als commissaris van de Koning in Zeeland heeft één ding glashelder gemaakt: het ambt leeft als nooit tevoren. Waar de meeste commissarissen hun werk grotendeels buiten het publieke oog verrichten, slaagt De Jonge erin om zichzelf én de provincie volop in het nieuws te houden. ‘Ik heb nog nooit zoveel over Zeeland gehoord en gelezen als in de afgelopen maanden’, constateert Marja van Bijsterveldt.

Of De Jonge daadwerkelijk heeft gesolliciteerd op de vacature, blijft onduidelijk. Maar dat zijn optreden als een publieke campagne voelt, is geen geheim. Volgens John Bijl van het Periklesinstituut past zijn profiel goed bij wat Zeeland vraagt: ‘Uitgesproken, proactief, bewust van de publieke kant van het ambt.’ Toch waarschuwt hij: ‘Het komt me niet over als een profiel dat voor hem is geschreven – ik heb vacatureteksten gezien die veel opzichter hengelden naar een specifieke kandidaat.’

De Jonge zet stevig in op zichtbaarheid en ambitie, met als opvallend voorbeeld zijn pleidooi voor een forse bevolkingsgroei. Die publieke profilering levert hem zowel bijval als weerstand op. ‘Bij mensen die heel graag een functie willen, wordt eerder getwijfeld of ze het voor zichzelf doen in plaats van voor de gemeenschap’, merkt Bijl op. Bovendien kunnen Statenleden zich ‘knorrig’ gaan voelen bij openlijke speculaties: ‘Het vergroot niet je gunfactor.’

Ook De Jonges verleden als coronaminister blijft op de achtergrond meespelen. Niet vanwege nieuwe feiten, maar vanwege het beeld. Een aanstaande parlementaire enquête en een zichtbaar verdeeld publiek maken hem kwetsbaar. ‘Als mensen zich gedwongen voelen een bepaalde keuze te maken, zijn ze eerder geneigd voor een andere optie te gaan’, zegt Bijl. Paradoxaal genoeg kan zijn populariteit buiten de commissie hem binnen de commissie juist in de weg zitten.

Toch is er ook waardering voor zijn leiderschap in moeilijke tijden. ‘Hugo had het lef om naar voren te stappen in die coronaperiode’, zegt Van Bijsterveldt. ‘Dat is wat we nodig hebben.’ En hoe de enquête ook uitpakt, John Bijl verwacht dat De Jonge zich er niet door laat verrassen: ‘Ik denk dat hij zijn beleid vanuit oprechtheid zal verdedigen. In de wetenschap dat de dingen niet altijd gelopen zijn zoals hij had gewild. Zo gaat dat altijd met besturen. En al helemaal tijdens een pandemie waar je nog niks van weet.’

De uiteindelijke beslissing ligt bij Provinciale Staten. Hun afweging zal iets moeten zeggen over het ambt, over het type leiderschap dat Zeeland nu nodig heeft – en misschien ook over wat voor provincie Zeeland zelf wil zijn. Stilstand is geen optie, zei De Jonge zelf. Maar te veel beweging kan óók vragen oproepen.

‘Wij als raadsleden mochten het rapport inzien waarop de keus is gebaseerd’, zegt raadslid Janneke Krajenbrink (IBV). ‘Daarin stond vertrouwelijke bedrijfsinformatie. Twee raadsleden en een commissielid hebben gegevens gedeeld die de bedrijven nog niet wisten. Dat vind ik echt heel kwalijk.’

D66’er Erik Mulder, initiatiefnemer van het gesprek met de afgevallen bedrijven, wilde vooral hun bezwaren horen. ‘Over de inhoud kan ik niets zeggen. Het ging om vertrouwelijke zaken.’

Volgens gemeentepolitiekdeskundige John Bijl heeft de burgemeester geen sanctiemogelijkheden. ‘Hij kan alleen een vooronderzoek doen en, als de informatie klopt, aangifte doen.’ De maximale straf voor het lekken van vertrouwelijke informatie is een jaar cel of een boete van 25.000 euro, maar volgens Bijl is dat nog nooit opgelegd.

Reinis onderneemt geen juridische stappen, maar Irado en RAD beraden zich nog op mogelijke vervolgstappen. Met dit onderzoek staat de gemeenteraad voor de uitdaging integriteit te bewaken zonder de politieke verhoudingen te verstoren.

John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, benadrukt het belang van zo’n register. ‘Het is er niet alleen om vast te leggen welke geschenken worden aangenomen, maar ook om inzichtelijk te maken wie politici benadert en met welke intenties.’ Volgens Bijl is het problematisch als er geen zicht is op ontvangen giften. ‘Het register beschermt de democratie tegen ongewenste beïnvloeding en helpt politici ook zelf om “nee” te zeggen tegen ongepaste aanbiedingen.’

Het Rotterdamse beleid schrijft voor dat geschenken boven de 75 euro eigendom worden van de gemeente en openbaar worden gemaakt. Toch blijkt uit onderzoek dat de registratie sinds 2022 stilligt. Dit roept vragen op over hoe serieus de gemeente haar eigen integriteitsregels naleeft. Volgens Bijl is het ongeloofwaardig dat er in drie jaar tijd geen enkele gift is geweest die geregistreerd had moeten worden.

Naast Rotterdam houden slechts enkele andere gemeenten een geschenkenregister bij. Transparency International Nederland concludeerde in 2021 dat bij 83 procent van de onderzochte gemeenten een dergelijk register niet openbaar beschikbaar is. Bijl benadrukt dat transparantie essentieel is voor het vertrouwen in het openbaar bestuur. ‘Alle belangen in de samenleving moeten op hun eigen merites worden gewogen, niet op basis van persoonlijke banden met politici.’

De kwestie onderstreept de noodzaak van actieve handhaving van integriteitsregels binnen het lokaal bestuur. De komende periode zal moeten blijken of de gemeente Rotterdam het register alsnog gaat bijwerken en maatregelen neemt om herhaling te voorkomen.

(meer…)

De recente afsplitsing van Mylou Deurloo uit VoorBaarn voegt een nieuwe dimensie toe aan de politieke complexiteit in Baarn. Hoewel ze glimlachend werd ontvangen in haar eerste raadsvergadering als eenmansfractie, leidde haar stap ook tot kritiek. ‘Politiek beschamend,’ vond VoorBaarn-fractievoorzitter Maike Koenders, die benadrukte dat Deurloo vorig jaar nog vergelijkbare acties van een ander raadslid afkeurde.

Bijl plaatst het fenomeen van ‘afsplitsers’ in perspectief: ‘Het zou heel raar zijn als je je blijft binden aan een partij waar je jezelf niet meer thuisvoelt,’ zegt Bijl. ‘Het is als een relatiebreuk. Je kunt kiezen voor een vechtscheiding of de inboedel eerlijk verdelen.’

De verhoudingen in Baarn lijken relatief harmonieus, maar CDA-fractievoorzitter Rik van Hardenveld erkent dat de fragmentatie de besluitvorming bemoeilijkt: ‘Het wordt ingewikkelder naarmate de raad gefragmenteerder wordt.’ Bijl is het daar mee eens. ‘Het betekent dat je moet kiezen welke onderwerpen je wel oppakt en welke je laat liggen. Dat is voor raadsleden die alles belangrijk vinden heel moeilijk.’

Toch biedt de situatie ook kansen. Door het ontbreken van een meerderheid wordt de raad gedwongen meer samen te werken en inhoudelijk te debatteren. ‘Het wegvallen van een meerderheid kan voorkomen dat de coalitie achteroverleunt. Dat is positief voor de democratie.’

De Baarnse casus weerspiegelt een landelijke trend van toenemende fragmentatie in gemeenteraden. Het is een uitdaging om een balans te vinden tussen diversiteit aan stemmen en slagvaardig bestuur. De vraag blijft of fragmentatie een verrijking of een obstakel voor de lokale democratie is. Eén ding is zeker: de verantwoordelijkheid voor samenwerking rust op ieders schouders.

De plannen van wethouder Robert Barker (Partij voor de Dieren) om vervuilende voertuigen te weren vanaf 2026, zorgen voor controverse. Het CDA, ondanks haar eerdere steun, dreigt nu tegen te stemmen. Ondernemers uit Scheveningen, waaronder prominente stemmen zoals Allie Simonis, hebben hun verzet uitgesproken, en hun druk lijkt effect te hebben. Deze draai maakt de breuklijnen binnen de coalitie zichtbaar.

Het is niet de eerste crisis. Eerder botsten Denk en GroenLinks over het autoluw maken van het Hobbemaplein, een plan dat uiteindelijk werd ingetrokken. De coalitie, al verzwakt door het verlies van twee raadsleden aan Hart voor Den Haag, hangt nu volledig af van eenheid binnen de partijen en de steun van de oppositie.

John Bijl relativeert de heiligheid van coalitieafspraken: ‘Een coalitieakkoord is een stapel compromissen, geen bindend contract.’ Toch benadrukt hij dat het CDA’s draai politieke gevolgen kan hebben, zoals andere partijen die concessies eisen. De kern van de problematiek? Een minderheidscoalitie zonder stevige basis.

Donderdag wordt gestemd over de zero-emissiezone. Ongeacht de uitkomst, blijft de vraag hoe Den Haag kan ontsnappen aan een bestuursstijl die gekenmerkt wordt door crises. Kan het bestuur ooit weer ‘saai’ worden, zoals Bijl hoopt? Of is het huidige gekrakeel de nieuwe norm?

Het voordeel van partijloze bestuurders is duidelijk: ze worden als neutraal gezien. Nelly Kalfs, burgemeester van Lingewaard, illustreert dit. Ondanks haar achtergrond bij overheidsinstellingen stond zij politiek ongeschreven. ‘Ik word als burgemeester nooit in verband gebracht met uitspraken van een partij,’ aldus Kalfs. Deze perceptie maakt partijloze bestuurders geschikt om boven politieke verdeeldheid uit te stijgen.

Toch brengt neutraliteit ook uitdagingen met zich mee. ‘Ik heb echt de politiek moeten leren kennen,’ zegt Kalfs. Voor bestuurders zonder politieke ervaring kan het gebrek aan affiniteit met partijstructuren een leercurve betekenen. Bijl benadrukt echter dat de waarde van partijloze bestuurders vooral ligt in de frisse perspectieven die zij inbrengen: ‘Het is verfrissend als iemand met een andere ervaring en een andere manier van besturen de politiek in komt.’

Neutraliteit als competentie

Bijl wijst echter ook op een zorgelijke tendens. ‘In de publieke opinie wordt te vaak iemand weggezet vanwege partijlidmaatschap,’ stelt hij. Het idee dat partijgebonden bestuurders per definitie niet neutraal kunnen zijn, vindt hij onterecht. ‘Daar is in hun gedrag vaak geen aanleiding voor.’

De verschuiving naar meer partijloze bestuurders roept vragen op over hoe we neutraliteit en competentie waarderen. Kunnen partijgebonden en partijloze bestuurders elkaar versterken? Dat debat is cruciaal om het vertrouwen in het openbaar bestuur te behouden.

Ook over dit onderwerp