Vlagvertoon

‘Want politiek moet ook leuk zijn,’ zegt Lianne van der Aa. De kersverse burgemeester glundert terwijl ze certificaten uitreikt aan twaalf deelnemers van de cursus gemeentepolitiek. ‘U heeft geleerd hoe de structuur van de gemeente en politieke besluitvorming werkt,’ zegt ze trots. Wat niemand nog weet: vanavond volgt een extra les. Vanaf de publieke tribune.

‘We beginnen met het vaststellen van de agenda,’ zegt Van der Aa. ‘Voorzitter?’ Linda Engels (PvdA) steekt haar hand op. ‘Wij willen onze aangehouden motie toevoegen aan de agenda.’ In een vorige vergadering was haar voorstel over het vlaggenprotocol doorgeschoven naar de commissies. Nu wil ze het alsnog in stemming brengen.

‘Wordt daar alleen over gestemd of ook nog over gediscussieerd?’ vraagt Toon Brouwers (PBL). ‘Als het dat laatste is, dan heb ik nog wel een opmerking.’ Van der Aa kijkt naar Engels. ‘Ik heb nog een paar kleine argumenten die ik zou willen mededelen, dan hoeft er wat mij betreft geen discussie plaats te vinden.’

Even wachten. Zó werkt het niet. Argumenten ‘deel je niet mede’. Niet hier. De raadzaal is geen brievenbus voor meningen, daar hoort weerwoord met kerende post retour te komen.

Ook Brouwers voelt ’t al aankomen. ‘We hebben het er in de commissie over gehad, we hebben het er in de raadsvergadering over gehad. Nu creëren we weer een platform,’ moppert hij. ‘Het is mogelijk om de motie een tweede keer in te dienen,’ meent Burgemeester Van der Aa. Al klopt dat niet helemaal: de motie was immers aangehouden. In theorie kan stemming zonder het debat opnieuw te openen. ‘Ik stel voor dat de PvdA de motie alleen toelicht,’ besluit de burgemeester toeschietelijk. ‘Dan heb ik er ook nog wel wat over te zeggen,’ zegt Rick van Bree (De Werkgroep).

‘Ik wil u vragen zich te beperken tot de aanvullende punten,’ waarschuwt de burgemeester Engels voorzichtig. Maar beperkt lijkt ze zich daardoor niet te voelen. Met de motie wil Engels het college verzoeken op het gemeentehuis op Coming Out Day de regenboogvlag te voeren. ‘De provincie doet het ook,’ zegt ze. ‘Om verbondenheid met de bevolking te tonen,’ citeert ze de provincie. ‘Vergelijkbaar met de rol van de burgemeester die meeleeft,’ vindt ze zelf.

‘Het níet hijsen van de vlag heeft immers ook betekenis,’ vindt Engels. Brouwers en Van Bree schuifelen op hun stoel. ‘Ongeacht de stemming wil ik het college vragen na te denken over het vlaggenprotocol.’ Ze haalt de installatietoespraak van Van der Aa aan: ‘U zei: “ik hecht aan een samenleving waar mensen zich welkom voelen, ongeacht religie of geaardheid”’.

Natuurlijk willen anderen reageren. ‘Ons wordt onverschilligheid verweten,’ zegt Bas van Sinten (ABL) korzelig. ‘Ik wil ons betoog uit de commissie herhalen.’ Fractiegenoot Ron Verschuren valt hem bij: ‘Er wordt ons iets heel ergs in de mond gelegd’. ‘We moeten niet de commissievergadering overdoen,’ vindt de burgemeester. ‘Dan doe ik ‘m als stemverklaring,’ antwoordt Van Sinten. ‘Er is hier niemand onverschillig,’ vindt ook Ronnie Tijssen (PBL). Waarmee Van der Aa ook de stemverklaring niet meer kan tegenhouden.

Van Sinten leest een ellenlange lijst voor van mogelijke vlagmomenten: ‘Europadag, Wereld Alzheimerdag, Dierendag…’ Dan wil Engels óók een stemverklaring. ‘Het gaat om artikel 1 van de Grondwet,’ zegt ze, recht in de richting van Van Sinten. Pas dan grijpt Van der Aa in. ‘We zijn in de ronde van stemverklaringen. Wie heeft daar nog behoefte aan?’

Gelukkig voor de burgemeester heeft niemand dat. Tot verdriet van Engels? Misschien niet. ‘Ik wil de discussie niet gaan overdoen,’ zei ze eerder. Dat klopte vast: ze zocht een podium om haar publiek te bereiken. En door het reglement een beetje haar kant op te buigen, is dat gelukt.

Deze column verscheen op 7 april 2025 bij Binnenlands Bestuur.

De mystery burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.

Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

‘Neem dan maar eens een goed afgewogen besluit, los van alle emoties’, zegt John Bijl van het Periklesinstituut. Hij begeleidt gemeenteraden in hun functioneren en ziet met lede ogen aan hoe het lokale debat in Bedum verhardt. ‘Op het moment dat je alleen bezig bent met het verwerken van deze schrik, is het moeilijk om boven de materie te hangen en het over het algemeen belang van de hele gemeente te hebben.’

Het spoeddebat volgt op een reeks incidenten. Fractievoorzitter Rolf van Bruggen van Hogeland Lokaal wordt beveiligd nadat hij met de dood is bedreigd en zelfs fysiek is aangevallen. ‘Tegen een motorkap duwen; waar hebben we het over?’ zegt Bijl. ‘Het is echt bizar dat mensen zich op deze manier tegen hun volksvertegenwoordigers opstellen.’

Het Periklesinstituut ziet een bredere trend: vier op de tien raadsleden krijgen te maken met agressie, onder wethouders is dat zelfs de helft. Voor burgemeesters loopt dat op tot zestig procent. ‘De toename hiervan zorgt ervoor dat het steeds moeilijker wordt hier nog verbaasd over te zijn’, zegt Bijl.

Hij maakt zich zorgen over het effect van intimidatie op de besluitvorming. ‘Raadsleden moeten kunnen stemmen zonder last. Op het moment dat er sprake is van intimidatie en angst voor eigen lijf en leden, voelen raadsleden zich daar niet prettig bij. Je moet dan gewoonweg constateren dat de democratie op een bepaald moment niet meer functioneert.’

De situatie in Het Hogeland staat niet op zichzelf. Ook elders in het land, zoals in Sint-Michielsgestel, is het debat over opvanglocaties ontspoord. De vraag is hoe gemeenteraden zich daartegen kunnen wapenen.

Bijl heeft daar een duidelijk antwoord op: ‘Houd elkaar vast. Sta voor het vrije woord. Verwerp iedere inzet van buitenaf om mensen te beïnvloeden, zeker wanneer dat met geweld en intimidatie gepaard gaat.’

Toch heeft hij vertrouwen in de raad van Het Hogeland. ‘Het zijn allemaal nuchtere Grunnegers. Dat scheelt een boel.’

‘Ik citeer,’ zegt Serkan Kilickaya (GroenLinks) plechtig. ‘De regeling zorgt dat ik vaker met mijn kleinkinderen iets leuks kan gaan doen.’ Zijn stem buigt nauwelijks mee met de gevoelswaarde van de zin. ‘Einde citaat,’ voegt hij er op dezelfde monotone toon aan toe. Maar Kilickaya krijgt vanavond niet zijn zin. Niet vanwege een gebrek aan empathie bij hem of zijn collega’s in de Schiedamse raad, maar door de manier waarop hij zijn voorstel presenteert.

‘Het zou wel eens een korte vergadering kunnen worden,’ zegt burgemeester Harald Bergmann als hij de vergadering opent. De agenda is kort, en de meeste voorstellen zijn al in de raadscommissie uitgebreid besproken. De meeste meningsverschillen zijn bekend en, om het zo maar te zeggen, bedebatteerd. Dat geldt ook voor de Verordening vrij reizen voor minima van 67 jaar en ouder, waarmee de gemeente het openbaar vervoer vergoedt voor ouderen met een inkomen op bijstandsniveau.

Maar niet als het aan Kilickaya ligt. Hij wil de inkomensgrens verhogen naar 120 procent van de bijstandsnorm en heeft samen met zijn fractie en Alles voor Schiedam een wijzigingsvoorstel ingediend. Met zo’n amendement kan een raadslid letterlijk voorstellen om de beleidsvoorstellen te wijzigen. De oorspronkelijke tekst over de bijstandsnorm eruit — ctrl-x — en de aangepaste versie van Kilickaya en zijn collega’s — ctrl-v — erin. Mits het amendement wordt aangenomen, natuurlijk.

Hoewel de nieuwe verordening vrij reizen al sinds de commissievergaderingen op brede steun kan rekenen, is dat Kilickaya’s voorstel nog niet zeker gesteld. Hij moet de raad overtuigen. ‘Door dit voorstel kunnen meer ouderen sociaal participeren,’ stelt hij. Meer grootouders die met hun kleinkinderen op stap kunnen of andere bezoekjes brengen. En het is ook goed voor hun gezondheid, betoogt hij. ‘Op de lange termijn zullen de zorgkosten dalen,’ denkt het raadslid. En duur? Dat valt volgens hem wel mee. ‘Het kost hooguit 60.000 euro, en niet iedere oudere zal er gebruik van maken.’

Beleid zonder financiering komt al snel neer op onbehoorlijk bestuur

Sterke argumenten, maar steun krijgt hij niet. ‘Wij zijn voorstander van vrij reizen,’ zegt Dick van Belle (PvdA), ‘maar we hebben het moeilijk in de begroting.’ Met de onvermijdelijke verwijzing naar het ravijnjaar. Door rijksbeleid staan volgend jaar vrijwel alle gemeentebegrotingen onder druk – ook die van Schiedam. ‘Zeer sympathiek,’ vindt ook John Maris (Progressief Schiedam), om vervolgens dezelfde maar te laten vallen: ‘We krijgen het al moeilijk genoeg.’

Ook wethouder Petra Zwang noemt het amendement ‘een sympathieke gedachte’, maar wijst op een cruciaal probleem: Kilickaya heeft niet uitgelegd waar extra geld voor zijn voorstel vandaan moet komen. Wel nieuw beleid voorstellen, maar niet aangeven hoe het betaald moet worden. ‘Er is geen dekking voor het amendement,’ legt Zwang uit. ‘Dan maken jullie maar dekking,’ pareert Kilickaya. ‘Er is geld genoeg,’ valt Maarten Reuderink (OuderenPartij) hem bij, ‘het gaat om keuzes.’ De wethouder haalt demonstratief haar schouders op.

De ironie dat Kilickaya in een debat over armoede niet uitlegt hoe de gemeente zelf de eindjes in de begroting maar aan elkaar moet knopen, ontgaat hem. Dat hij zijn eigen voorstel verprutst heeft, vermoedelijk ook. Een amendement zonder dekking – beleid zonder financiering – komt al snel neer op onbehoorlijk bestuur. Vind je het gek dat de rest van de raad er niet aan wil. Met een motie, ingediend voordat het college het beleidsvoorstel had uitgewerkt, had hij wellicht meer kans gehad. Maar tja, dan had hij eerder in actie moeten komen. Waarmee nog maar eens is aangetoond dat politiek niet alleen een kwestie van geld is, maar ook van timing.

Deze column verscheen op 31 maart 2025 bij Binnenlands Bestuur.

De mystery burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.

Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

In Rucphen wordt opvallend kort en achter gesloten deuren vergaderd. Technische vragen – bedoeld om raadsleden beter te informeren – worden als enige in de regio niet gedeeld. Ook informatieavonden blijven binnenskamers, zonder openbare agenda. Volgens Bijl is dat niet alleen ongebruikelijk, maar ronduit onwenselijk: ‘Natuurlijk is het belangrijk om te laten zien hoe besluiten zijn genomen. Noem mij één raadsbesluit dat niet op de een of andere manier elke inwoner raakt.’

Die oproep tot openheid staat niet op zichzelf. In zijn interview wijst Bijl op de bredere democratische uitdaging waar veel gemeenteraden mee kampen: de verbinding met de samenleving staat onder druk. Terwijl de gemeenteraad volgens hem drie kerntaken heeft: maatschappelijke signalen ophalen, daarover in debat gaan én uitleggen waarom een besluit wordt genomen. ‘Het doel van politiek debat is niet om de ander over te halen naar ‘jouw’ kant, maar om een compleet beeld te krijgen van alle ideeën over een onderwerp.’

Maar dat debat vindt in Rucphen amper plaats. Uit onderzoek van BN DeStem blijkt dat de raad in heel 2024 slechts 26 uur openbaar vergaderde. In buurgemeenten ligt dat aantal twee tot vier keer zo hoog. Democratie-expert Julien van Ostaaijen (Universiteit Tilburg) noemt het gebrek aan transparantie ‘op z’n minst erg jammer’: inwoners kunnen zo nauwelijks volgen hoe besluiten tot stand komen.

De gevolgen zijn zichtbaar: lage opkomstcijfers bij verkiezingen, weinig interesse in lokaal beleid, en een publieke opinie die steeds vaker gevormd wordt in digitale echo­kamers. ‘De zuilen van vroeger hebben plaatsgemaakt voor bubbels’, zegt Bijl. ‘Sommige zo groot als een duikhelm: daar past precies één hoofd in.’

Toch ziet hij kansen. Meer raadsleden, meer aandacht voor democratie in het onderwijs en in lokale media, en vooral: een ander besef bij raadsleden zelf. ‘Raadsleden moeten beseffen dat hun debat niet alleen gaat over hun eigen standpunt, maar over het begrijpen van andere perspectieven. En daar vervolgens helder over communiceren.’

Afgelopen donderdag werd ten overstaan van de Rotterdamse gemeenteraad burgemeester Carola Schouten als nieuwe burgemeester geïnstalleerd. Ze begint aan haar ambt nadat Ahmed Aboutaleb bijna 16 jaar het ambtsketen van de havenstad mocht dragen. Natuurlijk zijn de verwachtingen hoog gespannen. En de media-aandacht. Ook grootste publieke omroep van het land maakte een artikel over de vooruitzichten.

Met een beetje human interest, moet iemand op de redactie hebben gedacht. Vijf vrolijke Rotterdammers vertellen waar wat hen betreft Schouten als eerste mee aan de slag moet: verkeersdrempels, stoeptegels, hardrijders en woningbouw. En doe iets aan de bomaanslagen.

De teleurstelling zit ingebakken in die verwachtingen. Het is heel eenvoudig: de burgemeester gaat niet over verkeersveiligheid of woningbouw. Dergelijke politieke verantwoordelijkheden hebben we in ons bestel als eerste bij de gemeenteraad neergelegd, het hoogste bestuursorgaan van de gemeente. Zijn besluiten worden voorbereid en uitgevoerd door het college, waarbij je als eerste naar de wethouders moet kijken. Die dragen als portefeuillehouders de grotere verantwoordelijkheid.

Burgemeesters hebben daarin een ingetogen rol. Of liever gezegd: maar bitter weinig te vertellen. Als ze al ergens overgaan, dan is het over het proces. Ofwel ‘doen we de dingen goed’, in plaats van ‘doen we de goede dingen’. Want wat ‘de goede dingen’ zijn is toch echt aan de gemeenteraad. Niet aan de burgemeester.

Ook al is de burgemeester er een zelfstandig bestuursorgaan, zelfs op het gebied van openbare orde en veiligheid is de burgemeestersrol bescheiden. De grote lijnen voor beleid worden in overeenstemming met de politie en het openbaar ministerie gelegd. De burgemeester geeft aanwijzingen bij rampen en wanordelijkheden, maar gaat sinds al voor de invoering van de nationale politie niet over de inzet van mensen. Meer recherche inzetten om de opdrachtgevers van bomaanslagen op te sporen? De burgemeester gaat er niet over.

Natuurlijk kun je de NOS niet rechtstreeks verwijten dat deze burgers verkeerde verwachtingen hebben bij het burgemeesterschap. Maar wel dat ze deze misconcepties verspreiden en versterken. De verkeerde uitleg maakt het NOS-bericht minder onschuldig dan het lijkt. De genoemde onhaalbare verwachtingen zijn kant-en-klaar recept zijn voor teleurstelling. En daarmee verlies van vertrouwen in de overheid.

Naast de verkeerde voorstelling van zaken geeft ook verkeerd beeld van onze democratie. Het NOS-artikel doet voor komen of dat één iemand jouw problemen oplost, en dat je via één persoon je zin door kan drijven. Zo werkt het bij presidentiële systemen zoals in de VS, gemeenten met rechtstreeks gekozen burgemeesters zoals in Duitsland of districtenstelsels zoals in het Verenigd Koninkrijk, waar na verkiezingen heeft daar één iemand vanuit één deel van de samenleving het voor het zeggen heeft. Niet bij ons.

In ons parlementaire stelsel is macht nooit bij personen belegd maar bij instituties. We kiezen een gemeenteraad of Tweede Kamer, vooral om namens ons het politieke debat te blijven voeren. Ook na de verkiezingen blijft de pluriformiteit van het volk behouden.

Juist het na de verkiezingen een stem geven aan zo veel mogelijk verschillende geluiden maakt ons bestel bijzonder. En democratischer dan persoonsdemocratieën. In dit land zijn ‘ministers geen beleid’ en kunnen partijleiders van de grootste coalitiefractie niet hen onwelgevallige ambtsdragers laten ontslaan. Een eigenschap die je best mag koesteren. En verspreiden. In plaats van met goedbedoelde berichtjes verkeerd uitleggen.

‘Ik ben blij dat we hier weer zijn,’ zegt burgemeester Annemieke van de Ven opgetogen. Sinds lange tijd zijn de raadsleden van Reusel-De Mierden weer in de échte raadszaal. ‘Het is in een virtuele vergadering niet altijd makkelijk om ook de non-verbale communicatie mee te krijgen,’ weet ze, ‘en die komt de discussie in de raad ten goede.’

Zo is Peter van Gompel (VVD) zichtbaar blij met het collegevoorstel een plan een vrijliggend fietspad aan de Sleutelstraat aan te leggen. In woord – ‘ik had een een feestmuts op willen zetten,’ zegt hij – maar ook in daad. Achter een webcam hadden zijn pretoogjes vast minder goed opgevallen. PvdA’er Fiona Bijl (geen familie) deelt in die vreugde, maar is niet gelukkig met de manier waarop het college de omwonenden heeft betrokken. ‘Ik vind het te zwak voor een motie, maar ik wil wel de toezegging dat er beter gecommuniceerd gaat worden,’ zegt ze streng.

‘Dit voorstel is ontstaan uit be-le-ving’ – hij spreekt het staccato uit – ‘van verkeersonveiligheid,’ zegt Peter van Gool (CDA). Hij wijst op een uitspraak van de wethouder dat eerdere tellingen geen aanleiding waren te twijfelen aan de verkeersveiligheid. ‘We moeten beleving serieus nemen, maar er hangt wel een prijskaartje aan.’

Van Gool vraagt zich af of dat nu eerlijk is gegaan. ‘Bij de N284 komt een veelvoud aan fietsers.’ Voor een plan daar een fietstunnel aan te leggen was alleen het CDA voor. ‘Het werd door de andere fracties als minder urgent ervaren,’ zegt Van Gool.

‘Ik zal direct effe reageren op de vragen,’ zegt Marc Lauwers (Samenwerking) meteen na zijn eigen termijn. ‘Wat was dat nou van het CDA?’ Van Gool drukt zijn microfoon weer in. ‘De relatie tussen het aantal fietsbewegingen bij dit fietspad en bij de N284.’

Nu begint iedereen in zijn stoel te schuifelen. ‘En wat is dan uw vraag? Of was het gewoon een opmerking?’ vraagt burgemeester Van de Ven. ‘Nou ja,’ zegt Van Gool, ‘men trekt hier de buidel en hoe zich dat verhoudt tot de N284.’ ‘Ik dacht dat het daar niet kon,’ denkt Lauwers, maar zo te zien is het voor hem ook gissen.

‘De communicatie is inderdaad onvoldoende geweest,’ erkent wethouder Peter van de Noort. Hij belooft Bijl beterschap. Zijn collega Frank Rombouts heeft voor de opmerking van Van Gool meer woorden nodig. ‘Er is een aantal redenen geweest om geen fietstunnel bij de N284 aan te leggen.’ Uitvoerig somt hij ze op – het bleek praktisch en financieel niet haalbaar. Dat is een reactie op van Gools vergelijking, en geen antwoord op zijn vraag.

‘Het is appels met peren vergelijken,’ zegt Van Gompel in zijn tweede termijn. ‘De vergelijking met de fietstunnel gaat volledig mank,’ vindt Bijl. De tunnel was niet haalbaar, leggen ze uit. ‘Het CDA was ook eerder voorstander van het vrijliggende fietspad,’ merkt Van Gompel verontwaardigd op. Maar opmerkingen over de realiseerbaarheid van een fietstunnel aan de N284, zeggen niets over de urgentie van een vrijliggend fietspad aan de Sleutelstraat. En hoe dat bijdraagt aan de verkeersveiligheid.

Al valt dat Van Gool zelf ook niet meer op. ‘Het CDA is nog steeds voor verkeersveiligheid,’ verdedigt hij. Zijn oorspronkelijke punt – wat is nou de wenselijkheid van het vrijliggende fietspad in het kader van ons hele verkeersveiligheidsbeleid – komt in de tweede termijn helemaal niet meer aan de orde.

Jammer, want daarmee had het nog duidelijker geweest waarom het fietspad zo belangrijk is en hoe het past in het hele verkeersveiligheidsbeleid. Nu ging alle aandacht naar de haalbaarheid van Van Gools’ fietstunnelvoorbeeld in plaats van een debat over de wenselijkheid van het vrije fietspad aan de Sleutelstraat. Al heeft van Gool door knullig gekozen bewoordingen vooral zichzelf in de wielen gereden.

Deze column verscheen op 4 oktober 2021 bij Binnenlands Bestuur.

De mystery burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.

Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

Vrij naar een uitspraak die Albert Einstein nooit deed, het is waanzinnig te denken dat de uitkomst van dezelfde soort gesprekken met steeds dezelfde mensen ineens anders zou zijn. Maar per saldo is informateur Johan Remkes precies hetzelfde aan het doen als zijn lange rij aan voorgangers.

Na een knullig ten einde gebrachte eerste fase met Ollongren en Jorritsma, was de conclusie van opvolgende informateurs steeds dezelfde. Er is brede overeenstemming over de inhoud, maar de personen vertrouwen elkaar niet genoeg. Ook na Remkes’ heiweekend op de Zwaluwberg lijkt er weinig veranderd. Er zijn ‘complexe besprekingen gevoerd’ liet de informateur weten, met veel ‘politieke pijn’.

Onrust over de voortgang is overal te merken. Vandaag presenteert de demissionaire regering een flinterdunne beleidsbegroting. De uitdaging is om er steun voor te krijgen. Tegelijkertijd zal elke fractie met politieke wensen wapperen; het zou wel eens de meest geamendeerde begroting ooit kunnen worden.

Ondertussen begint het koord aan Damocles’ zwaard – nieuwe verkiezingen – zichtbaar te rafelen. Voor de goede orde: dat levert niets op. Partijen zullen zo ongeveer dezelfde kieslijsten indienen en een leiderschapswissel zit er voor de meeste partijen niet in. Voor D66 en CDA zou dat een te grote verliesbeurt zijn. De anderen zien er vast geen aanleiding toe. En de VVD vindt het wel best. Rutte’s populariteit is misschien dalende, maar vooral bij de niet-VVD-stemmer. In peilingen stijgt de partij zelfs licht.

Numeriek zal er ook niets substantieel veranderen, het leidt zeker niet tot iets wat de formatie makkelijker maakt. Het CDA implodeert vast, maar ten faveure van wat? Een grotere BBB, met een groep Kamerleden die niemand kent? En stel dát Omtzigt mee zou doen, levert zijn gepeilde 15 zetels van een amalgaam aan pragmatisch dan wel rechtse politici een fractie op waar wel stabiliteit te vinden is? En dan nog: als het met de – toen nog – 15 zetels van het CDA nu ook al niet lukt, waarom wel met ‘Groep Omtzigt’? Ook zonder Omtzigt verandert er niet veel. De omvang van BVNL of JA21 neemt misschien toe, maar dat maakt hen hooguit grotere splinters. Als de programma’s van FvD en PVV niet veranderen, zal niemand er een coalitie mee willen vormen.

Dus ook na nieuwe verkiezingen start het hele circus van vooraf aan, met dezelfde startpositie. Misschien met een andere informateur, maar wel met dezelfde gesprekspartners. Als een Groundhog Day, waar alleen de hoofdrolspeler wijzigt, maar het publiek dagelijks de verder identieke film krijgt getoond.

Als er een uitweg uit deze dramatische impasse moet komen, moet hij worden gevonden in het hier en nu. Gelukkig zijn Remkes’ mogelijkheden groter dan hij zelf ziet. Zijn aanpak is vast gebaseerd op respect voor de huidige structuren van de macht, maar het is toch niet zo dat de kiezer alleen zijn huidige gesprekspartners heeft gekozen? Ja, Rutte, Kaag, Hoekstra, Ploumen en Klaver stonden boven aan hun kieslijsten, maar er zijn ook 145 andere Kamerleden gekozen. Ook bij de fracties waar eerstgenoemden deel van uit maken.

Ik zou zeggen: als niet de inhoud het probleem is, probeer het eens met andere personen. De komende begrotingsbehandelingen zijn een mooie auditie om op zoek te gaan naar de mensen die wél over de inhoud willen praten, in plaats ‘langs de lijnen’ ervan persoonsconfrontaties uit de weg te gaan.

De VVD schoof al Hermans naar voren. CDA’er Boswijk viel al op. Net als PvdA’er Piri en GroenLinker Bromet. Misschien luistert de Kamer meer naar onderwijswoordvoerder Van Meenen (D66). Zo ja, dan moet de informateur maar eens met hen als vertegenwoordigers van de fracties gaan praten. Zelfs in het slechtst denkbare geval kan Remkes dubbelblind bevestigen dat het probleem niet bij de inhoud, maar bij personen zit. En daarmee concluderen dat niet hele fracties, maar dan individuen moeten worden uitgesloten.

Deze column verscheen op 21 september eerst op Binnenlands Bestuur.

Het uitbrengen van je stem is er de laatste jaren niet makkelijker op geworden. Niet alleen is het soms moeilijk om door de oneliners de politieke standpunten te zien, ook campagnes lijken wel ellebogenraces om aandacht van de media. Het toenemende aantal politieke partijen helpt er niet bij. Voor de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen kon er gekozen worden uit maar liefst 37 kieslijsten, negen meer dan vier jaar ervoor. Maar ook in de gemeenteraden groeit het aantal fracties.

De groei van het aantal politieke partijen is gerelateerd aan de ontzuiling en individualisering van de laatste halve eeuw. Die zijn er mede de oorzaak van dat kiezers zich minder thuisvoelen bij grote volkspartijen. In 2002 haalde het CDA nog een comfortabele 43 zetels. De vier grootste fracties (CDA, LPF, VVD en PvdA) telden samen op tot 116 zetels. Op dit moment is alleen de VVD met 34 zetels een relatief grote fractie. De vier grootste halen net 60 procent van alle 150 Kamerzetels, en de verwachting is dat het percentage de komende jaren alleen maar daalt. Lokaal is het beeld niet anders. In Lelystad gunde de stemmer bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 maar liefst 14 partijen een plekje in de raad.

Het grote aantal partijen dat kennelijk hoort bij een pluriforme samenleving als de onze, heeft geleid tot nadenken over het stembiljet dat steeds groteskere vormen heeft aangenomen. Het leidt in het stemhokje tot verkiezingshandelingen waar alleen kiesgerechtigden met ervaring met papieren wegenkaarten in het voordeel zijn.

Foutengevoeliger

Bij wijze van proef wil het kabinet bij de herindelingsverkiezingen in november een experimenteel biljet inzetten. Het ontwerp lijkt verrassend veel op wat nu al gebruikt wordt door poststemmers. In plaats van één biljet met namen van kandidaten krijgt de kiezer nu de vraag twee vakjes rood te maken. De eerste is voor de keuze van de kieslijst, kek voorzien van een partijlogootje. Pas bij het tweede vakje wordt de daadwerkelijke stem uitgebracht. In een reeks van nummertjes 1 tot en met 50 geeft de kiezer daar pas aan naar wie zijn stem gaat, door het vakje bij het nummer van de kandidaat op de kieslijst te kleuren.

Bijvoorbeeld: wanneer je bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen wilde stemmen op Geert Wilders, kleurde je éérst het vakje bij de PVV aan en daarna het vakje bij het cijfer 1 – Wilders was immers de eerste kandidaat op de lijst. Wilde je je stem uitbrengen op Lisa Westerveld, selecteerde je eerst GroenLinks (lijst 5) en kleurde je daarna het vakje in bij nummer 10.

Op het eerste gezicht is het een overzichtelijk biljetje. Alleen, met het inkleuren van twee vakjes wordt het biljet foutengevoeliger. Veel erger is, dat dit ontwerp niet past bij de manier waarop onze parlementaire democratie werkt.

In ons kiesrecht brengen we stemmen uit op kandidaten. De term ‘politieke partijen’ komt in ons staatsrecht niet voor. Dat hoort zo. Partijen hebben wel een functie in het selecteren en ondersteunen van kandidaten – maar geen macht. Zo voorkom je dat politiek wordt bedreven door een paar notabelen en zorg je dat besluiten worden genomen waar ze in een democratie genomen horen te worden: na een openbaar debat, in het parlement.

Naamsbekendheid

Bij zo’n democratie hoort dat kandidaten hun éigen mandaat hebben. En dat voelen. Een uitgebrachte stem is een stem op een mens, niet op een nummer van de kandidatenlijst. Eerlijk is eerlijk, niet iedere volksvertegenwoordiger voelt dat persoonlijk mandaat. We kennen ze dan ook nauwelijks. Negentig procent van de kiezers kan geen enkel gemeenteraadslid bij naam noemen.

Voor de Kamer is de naamsbekendheid misschien iets hoger, maar ik vraag me af of de gemiddelde stemgerechtigde Nederlander verder komt dan de fractievoorzitters. Uit het stemgedrag blijkt al van niet. Hoewel het percentage stemmen op lager geplaatste kandidaten de laatste decennia alleen maar stijgt, stemde bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen 71,4 procent van alle kiezers op een lijsttrekker.

Voor een democratie waar volksvertegenwoordigers de plicht hebben om hun stem op persoonlijke overwegingen te baseren en zich daarvoor zelf te laten voeden en inspireren door wat ze horen in de samenleving is dat verdomd lastig werken. Het hebben van voorkeursstemmen helpt, vraag maar aan Pieter Omtzigt of Wybren van Haga.

Maar door het persoonlijk inkleuren van een nummertje maakt dit biljet het persoonlijk mandaat alleen maar… onpersoonlijker. Je kunt ook gewoon accepteren dat een groot biljet nu eenmaal hoort bij een levendige democratie. De lap papier is een tastbaar bewijs dat zich voor de Tweede Kamerverkiezingen maar liefst 1.579 kandidaten beschikbaar stelden.

Particratie

Waar ik me het meest zorgen om maak, is wat er gebeurt wanneer het nieuwe biljet een succes is. Nemen we dan maar voor lief dat we de meeste Kamerleden, en nog vaker raadsleden, Statenleden en waterschapsbestuurders volstrekt anoniem voor en namens ons besluiten laten nemen? En daarmee kiezers in de waan laten dat in ons land partijen het voor het zeggen hebben? En dat we – de facto – een particratie zijn geworden?

Dat kiezers soms geen flauw benul hebben welke volksvertegenwoordigers ze gekozen hebben, acht ik een groter probleem dan de onhandigheid van het stemformulier. Ik zou dat democratisch tekort niet met een stembiljet willen legaliseren. Laten we deze kiezers niet nog meer faciliteren in hun onwetendheid.

Een versie van dit artikel verscheen op 13 september 2021 eerst in NRC.

‘We behandelen eerst de moties vreemd uit de vorige vergadering,’ stelt burgemeester Harald Bergmann voor. ‘Het zijn er vijf.’ Daarnaast zijn er voor deze vergadering ook nog eens zes nieuwe moties zonder agendapunt ingediend. Het belooft voor de raad van Middelburg weer een lange avond te worden.

Met de eerste motie vreemd vraagt Bram de Buck (LPM) om een zebrapad op de Bierkaai. Veel woorden ter introductie heeft hij niet nodig. ‘Als de raad verkeersveiligheid serieus neemt, stemt hij voor deze motie.’

‘De motie is uitvoerbaar maar het college ontraadt de motie,’ zegt wethouder Chris Simons. Volgens de wethouder heeft de gemeente gewoonweg het geld niet voor de aanleg. Een zebrapad zou ook niet passen op een weg waar de maximum snelheid al 30 km/u is.

Rob Eijkelenburg (D66) is het met dat laatste eens. ‘Daar nu een zebrapad leggen levert onveilige situaties op,’ vindt hij. ‘Dan kun je wel overal een zebrapad neerleggen’, meent Mehmet Kavsitli (PvdA). Huib Ghijsen (SP) wil wel maatregelen. ‘Zeker als je daar grote groepen toeristen laat oversteken.’

‘Mensen steken over bij de verkeerde straat,’ vindt Raquel Jimenez (VVD). ’Wij zouden willen voorstellen een klein bordje te plaatsten dat mensen zich richting de bibliotheek moeten begeven,’ oppert Ella Poppe (CDA). ‘Dat hoeft niet veel te kosten.’ Marianne Golsteijn (GroenLinks) steunt de motie. ’Er wordt gewoon te hard gereden,’ zegt ze. Met een zebrapad zou men moeten remmen. ‘De gemiddelde snelheid is 38 km/u,’ weet De Buck.

‘Als verkeersveiligheid het punt is, moeten we misschien verder kijken dan alleen een zebrapad,’ vindt Bas van der Reest (D66). Hij twijfelt of de voetgangersoversteek de beste oplossing is. ‘U kunt tot Tokio blijven nadenken,’ foetert Piet Kraan (LPM) terug. ‘Er moet gewoon een zebrapad komen.’

De gemeenteraad van Middelburg in vergadering (screenshot: Gemeente Middelburg)

Die onwrikbare onderbouwing verandert natuurlijk niemands mening. Ghijsen stelt nog voor de motie nog eens in de commissie te agenderen. ‘Daar hebben we ‘m al twee keer besproken,’ zegt De Buck. En na een halfuurtje welles-nietes wordt De Buck’s motie verworpen — en is er niets bedebateerd en niets veranderd.

In een volgende motie vragen de fracties van D66 en de PvdA meer ruimte te geven aan evenementen in de stad. ‘In coronatijd zijn veel evenementenorganisaties in financiële problemen gekomen,’ licht Jeroen Louws (PvdA) toe. Dat kan niet met geld. ‘De gemeente heeft weinig mogelijkheden,’ zegt Louws. Daarom stelt hij voor vaker evenementen te laten organiseren. En dan ook op zondag.

‘De vraag is of de zinsnede over zondag er uit kan,’ zegt Wilfried Boonman (VVD). ‘Ik mis de onderbouwing bij dat verzoek,’ vraagt Van der Reest. Het was inderdaad Boonmans enige zin. ‘Het is afgesproken in de coalitie in 2018,’ antwoordt Kraan. ‘Als u zondag er uit haalt stemmen we in.’ Boonman vindt hetzelfde. ‘Als de zondag blijft staan, stemmen we niet in. Louter en alleen omdat we daar in 2018 een afspraak over hebben gemaakt.’

Zo te zien zit hun standpunt muurvast. Al verklaart het niet waarom de heren nu een afweging uit 2018 nog geldig vinden. ‘De handtekening onder het coalitieakkoord is van voor corona,’ probeert Van der Reest nog. ‘Dat vind ik flauw,’ interrumpeert Boonman. ‘We hebben corona gehad en dan moet je ineens anders doen? Als wij een afspraak maken dan staat die afspraak.’

‘De middenstand vraagt om mogelijkheden,’ probeert Louws nog, maar Boonman en Kraan laten zich niet verleiden tot een inhoudelijke afweging. Als de motie wordt verworpen is dat alleen nog te verklaren omdat ‘de coalitie het niet wilde’. Maar ook omdat de Middelburgse leden zich verschuilen achter standpunten — en daarmee het democratisch debat uit de weg gaan.

Deze column verscheen op 31 maart 2025 bij Binnenlands Bestuur.

De mystery burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.

Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

‘U bent blij elkaar weer te zien,’ constateert burgemeester Vincent van Neerbos blijmoedig. Na maanden virtueel vergaderen treft de gemeenteraad van West Maas en Waal elkaar in anderhalve meteropstelling. ‘Het presidium heeft besloten dat de agendapunten dat vragen,’ legt de raadsvoorzitter uit. Het is namelijk een nogal een persoonlijk besluit wat de raadsleden voorligt. En het gaat niet eens over de gevraagde beslissing.

Het agendapunt blijkt de RES te zijn, de Regionale Energie Strategie. Een akkoord waar de gemeente zich in regionaal verband verbindt aan een vermindering van uitstoot door energieopwekking op andere wijze mogelijk te maken.

‘Er is me deze week ter ore gekomen dat meerdere raadsleden lid zijn van de lokale energie coöperatie,’ begint burgemeester Van Neerbos. Een organisatie van burgers die zelf duurzaam energie opwekken. ‘Is er dan geen belang?’ vraagt Van Neerbos. ‘Moet je als raadslid dan wel meedoen aan de beraadslaging?

Nu zegt de Gemeentewet dat een raadslid belangenverstrengeling moet vermijden. Als lid van een energiecoöperatie zou er ‘rechtstreeks en middelijk’ persoonlijk belang kunnen zijn wanneer de raad mogelijke verruiming van de energiemogelijkheden bespreekt. ‘Ik vind wel dat we daar transparant over van gedachten moeten wisselen,’ denkt de burgemeester.

‘Ja, ik ben lid van de coöperatie,’ bekent Frans van Gelder (CDA). Maar hij is ook van plan zijn lidmaatschap weer op te zeggen. ‘Het bestuur doet heel veel dingen zonder eerst de leden te consulteren,’ meent Van Gelder. Zo maakte de organisatie gisteren een plan voor de bouw van zes windturbines bekend. De leden zijn kort voor het krantenbericht per e-mail geïnformeerd. Dus zegt Van Gelder op. ‘En kan ik lekker meedebatteren.’

‘Ook ik ben lid,’ gniffelt Ronald Oerlemans (FD Beneden-Leeuwen). ‘Maar ik ben niet lid geworden uit geldelijk belang, ik was gewoon nieuwsgierig hoe zoiets werkt.’ Net als Van Gelder voelde Oerlemans zich overvallen door het windturbineplan. ‘Ze hadden al eens gezegd bezig te zijn.’ Maar doorat het nét voor het vaststellen van de RES naar buiten komt, komt hij in een lastig pakket, vindt Oerlemans. Hij zal zijn lidmaatschap ook op zeggen.

De gemeenteraad van West Maas en Waal

Cees Roffelsen (FD Maasdorpen) heeft dat zelfs al eerder gedaan. ‘Ik voorzag dit al,’ zegt hij. ‘Het is voor mij niet alleen interesse maar ook belang,’ zegt Frans van Echteld (FD Wamel) erna. ‘Ik ben niet alleen al jaren lid maar zat ook in het bestuur.’ Van Echteld zal daarom niet meedoen aan het debat. ‘Maar wij zijn ook bedrijfsmatig lid,’ gaat Van Echteld verder, ‘in hoeverre is dat dan een probleem? Of waneer een echtgenoot of een partner in het bedrijf lid is?’

Frans van Gelder fronst. ’Meer mensen in onze raad hebben bedrijven of kennen mensen,’ zegt hij. ‘Als je dat mee moet nemen krijgen we onze raad niet meer vol.’ Hij ziet er geen probleem in. ‘Een goed politicus heeft nou eenmaal een netwerk,’ valt Geert de Jong (SP) hem bij. Dus kent hij ook leden van de coöperatie. ‘Daar krijg ik juist mijn informatie van.’

‘Ik ben lid geworden om iets te doen met de duurzaamheid,’ legt Conny van Coolwijk (FD Dreumel) uit. ‘Nog niet eens om het geldelijk belang.’ Ze vond de coöperatie juist voortvarend en wilde het initiatief steunen. ‘We zien allemaal dat een persoonlijk lidmaatschap schuurt,’ meent Ellen Jagtenberg (VVD).

Maar wanneer het debat aanvangt, blijven meerdere coöperatieleden toch zitten. Blijkbaar wordt Jagtenbergs conclusie niet gedeeld. Al is de coöperatie na vanavond wel een paar actieve burgers kwijt. En waar wet- en regelgeving – zoals de komende Wet Versterking Participatie – op meerdere manieren burgers dwingt zelf meer verantwoordelijkheid te nemen, is het toch jammer te constateren dat dit pad voor juist raadsleden vol doornstruiken en valkuilen zit.

Deze column verscheen op 31 maart 2025 bij Binnenlands Bestuur.

De mystery burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.

Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.