Spiegelbeeld vertel eens even

‘Wat heeft het college precies anders gedaan op de momenten dat het beter ging?’ Het is inmiddels al ruim in een tweede termijn wanneer Nathalie Rozendaal (Hart voor Horst aan de Maas) deze behoorlijk reflectieve vraag stelt. De raad van Horst aan de Maas bespreekt naast de gebruikelijke agenda ook een best kritisch rekenkamerrapport over de bestuurlijke samenwerking in de Limburgse gemeente. 

Vooral de kaderstellende rol van de raad komt niet uit de verf, al zijn er ook voorbeelden waar het wél lukte. ‘Wat doen wij als raadsleden anders als het beter gaat?’ mijmert Rozendaal. Zoals dat gaat met reflectieve vragen blijft een direct antwoord uit. Maar gek genoeg kreeg ze het al een agendapunt eerder.

Kort ervoor spreekt de raad over het werkbedrijf. Die gemeenschappelijke regeling wordt opgeheven; er moet dus in Horst aan de Maas een nieuwe organisatie komen die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een dagbesteding biedt. Over de contouren van die nieuwe organisatie zijn de fracties het wel eens. ‘De opzet sluit aan bij onze beleidslijnen,’ vindt Sjaak Jenniskens (Vur iedereen). ‘Over het overgrote deel wat in de contourennota staat zijn we het helemaal eens,’ meent raadslid Rozendaal. Het is de manier waarop die organisatie moet worden opgericht waar ze wél kritisch op is. 

‘Taken, bevoegdheden, rollen en sturing moeten nog worden ingevuld,’ zegt ze. Toch ligt er nu al een raadsbesluit voor een BV op te gaan richten. Daar zou de raad nu ook al bij uitspreken ‘geen wensen en bedenkingen’ ervoor mee te geven. Dat is Rozendaal te gortig. ‘Er zijn voorbeelden in het verleden waar de rol van de raad als opdrachtgever en eigenaar niet goed was geregeld.’ Samen met VVD, DOEN! en Perspectief dient ze een amendement in om passage over de ‘wensen en bedenkingen’ te schrappen. 

Nu komt de frase ‘wensen en bedenkingen’ niet uit de lucht vallen. De Gemeentewet verplicht een college zelfs de raad ernaar te vragen voordat het overgaat tot zoiets als een BV oprichten. Het is dus een formele stap, legt wethouder Roy Bouten uit. Het raadsvoorstel had ook kunnen aangeven dat de raad wél wensen en bedenkingen heeft. ‘Dan hadden we die vanavond genotuleerd,’ zegt Bouten. Maar dit is nu eenmaal makkelijker, vindt hij. De BV wordt toch niet voor januari opgericht. In november wil Bouten dan wel graag met de raad praten over de juridische structuur van de BV. Een toezegging dus, in plaats van dit amendement.

Na een schorsing stelt Rozendaal maar voor het hele beslispunt over de BV te schrappen. ‘Wij willen wel de regie behouden,’ vindt Ton Wismans (Perspectief). ‘We moeten extra scherp zijn op onze rol als raad,’ zegt Peter Lalieu (VVD).

Voor het amendement is niet eens een stemming nodig. De raad kiest voor formele borging, in plaats van erop vertrouwen dat afspraken nog achteraf kunnen worden gemaakt, zoals de wethouder het voorstelde. Daarmee regelt de raad precies wat in het rekenkamerrapport als verbeterpunt was opgenomen: het inrichten van het samenspel tussen raad en college én het organiseren van het opdrachtgeverschap van de raad. 

Wat de gemeentebestuurders dan anders doen als het wel goed gaat in Horst aan de Maas? Rozendaal krijgt al antwoord op haar twee reflectieve vragen voordat ze stelde: een raad die helder is over hoe hij z’n verantwoordelijkheid wenst in te richten, en een college dat een proces begint met een open vraag, in plaats van met een raadsvoorstel.

‘Misschien moeten we een casus nemen om te zien wat er gebeurde wanneer het goed ging,’ zal Rozendaal later bij de behandeling van het rekenkamerrapport nog zeggen. Nou. Ik weet er wel een.

Deze column verscheen op 15 september bij Binnenlands Bestuur.

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.

Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

Het rapport, opgesteld door bureau & Van de Laar, werd geschreven naar aanleiding van het vertrek van twee wethouders in september 2024 en signalen van sociale onveiligheid binnen de ambtelijke organisatie. Uit interviews en enquêtegegevens blijkt dat één op de drie medewerkers ongewenst gedrag ervaart, en dat onderling wantrouwen tussen collegeleden en richting de ambtelijke organisatie heeft geleid tot een verziekt werkklimaat.

Bijl ziet in de analyse vooral het gevolg van een langdurige strijd tussen twee dominante lokale partijen. ‘Deze twee strijdende clubs vechten om de macht en zijn bezig met niks anders dan het creëren van een zwart gat waar alles naartoe wordt getrokken. Op een gegeven moment draait het alleen nog maar daar om en raakt alles ondergeschikt aan dat conflict.’

Wat hem vooral opvalt is de stilte rond de ambtelijke top. ‘Als het gaat over een ambtelijke organisatie waar mensen zich onveilig voelen, kijk je eerst naar de gemeentesecretaris. Die is immers het hoofd van die organisatie en had een veel actievere rol moeten nemen.’ In het rapport wordt de gemeentesecretaris slechts drie keer genoemd, terwijl de burgemeester ‘nog net niet op iedere pagina staat’.

Volgens Bijl ligt het probleem dieper dan één bestuursperiode. ‘Bij de wisseling van het college in 2022 kwam er een groep die dacht: nu is het aan ons. Wij gaan het zo doen. Maar dat college komt er dan achter dat het toch niet zo werkt.’ Een goede bestuurscultuur vereist, zegt hij, onderlinge omgangsvormen die de democratische spelregels overeind houden — juist als de meningen botsen. ‘Je moet elkaar kunnen bestrijden op de inhoud, en daarna samen een biertje kunnen drinken. Dat is niet soft, dat is democratie.’

De gemeenteraad bespreekt in september het rapport. Bijl hoopt dat het niet verdwijnt in een la: ‘Dan blijf je bezig met het teleurstellen van je inwoners. Niet alleen je eigen kiezers, maar alle inwoners van je gemeente.’

‘Verdacht worden in zo’n zaak is een vreselijk heftige aantijging’, zegt Bijl. ‘Deze zaak van Achbar is van een hele andere orde. Je eigen huis in de fik steken lijkt mij een zwaar vergrijp. Dat maakt het bijzonder en opvallend. Aan de andere kant, wethouders zijn ook maar gewoon mensen die beschuldigd worden van dingen die ze niet gedaan hebben.’

Dat Achbar tijdens de maandenlange procedure niet publiekelijk reageerde, noemt Bijl verstandig. ‘Op het moment dat hij geknipt en geschoren werd, bleef hij rustig zitten. Het geeft ook aan dat hij vertrouwen had in de uitkomsten van het proces.’ Tegelijkertijd onderstreept hij dat het OM niet anders kon dan de verdenking serieus onderzoeken. ‘Ik had het juist verwijtbaar gevonden als ze de aantijgingen richting hem compleet hadden laten liggen.’

Voorzichtig herstel

Nu de verdenking van tafel is, ziet Bijl ruimte voor herstel, al vraagt dat om behoedzaamheid. ‘Wat mij betreft kan hij langzaamaan weer naar voren treden. Maar hij moet telkens blijven aftasten of zijn positie niet wordt ondermijnd. Als hij bijvoorbeeld als locoburgemeester aanwezig moet zijn bij een bijeenkomst over wonen en veiligheid, dan kan hij dat beter overlaten aan iemand anders. Anders roep je de herinnering aan de zaak onnodig op.’

De zaak-Achbar laat zien hoe zwaar een onterechte verdenking weegt in de politiek. Raadsleden spraken hun opluchting uit, maar wezen ook op de ongemakkelijke positie waarin de verdenking de raad en het college plaatste. Voor de Denk-fractie waren de maanden ‘buitengewoon zwaar’. En voor inwoners blijft er onvermijdelijk een beeld hangen.

Het OM heeft de wethouder volledig gezuiverd van blaam. Toch blijft de bredere vraag staan hoe politieke ambtsdragers hun gezag kunnen herstellen na een valse beschuldiging. Want al is de rechtszaak afgesloten, het publieke vertrouwen vraagt om zorgvuldige opbouw – zonder dat dit automatisch een levenslange straf hoeft te betekenen.

‘Dit kan hij doen,’ zegt bestuurskundige John Bijl. ‘Een spreekverbod opleggen kan hij niet. Dit is een verstandige oproep van “denk twee keer na voor je iets zegt”. En dat vanuit de optiek dat het zijn werk is de boel bij elkaar te houden.’

Volgens de reconstructie zou op de griffie sprake zijn van vriendjespolitiek, dubieuze declaraties en ongebruikelijke promoties. De interne werkgeverscommissie noemt in haar vertrouwelijke brief dat grenzen van fatsoen en rechtmatigheid zijn overschreden. De brief lekte uit naar de media.

De meeste fractievoorzitters geven gehoor aan het verzoek van de burgemeester en houden zich stil. Anderen vragen zich hardop af waarom de raad niet eerder is geïnformeerd. Weer anderen uiten hun onbegrip over het lek naar de pers. Intussen houdt de onrust aan, met de installatie van een nieuwe burgemeester in aantocht.

‘Het hele jaar door zijn er vergaderingen gepland. Dan is het wel fijn dat je een paar weken in het jaar een periode hebt dat er geen vergaderingen zijn’, aldus Bijl. ‘Maar een reces is geen vakantie. Zoals oud-VVD-Kamerlid Hofstra ooit zei: een reces is geen vakantie, maar je vakantie valt wel in het reces.’

In Zeeland duurt dat reces in veel gemeenten zes tot zeven weken. Gemeenteraden en Provinciale Staten vergaderen niet, en in sommige gemeenten ligt ook het college van B en W stil. Dat is volgens Bijl niet nodig: ‘Colleges kunnen tijdens de zomer best doorvergaderen. Vakantiespreiding is mogelijk, en niet het hele college hoeft aanwezig te zijn. Zes of acht weken de tent dichtgooien omdat anders vakanties niet mogelijk zijn, lijkt me niet nodig.’

Volgens Bijl is het reces juist een kans voor bestuurders en raadsleden om dingen te doen waar ze tijdens de drukte van het jaar niet aan toekomen. ‘Lees een stapel rapporten, ga op werkbezoek of schrijf aan een verkiezingsprogramma. Ik ken een burgemeester die elk jaar tijdens het reces een fietstocht door zijn gemeente maakt om inwoners beter te leren kennen.’

Of je nu in de raadszaal zit of op een campingstoel aan een Zuid-Europees strand: politieke verantwoordelijkheid kent geen seizoenssluiting. Reces is bedoeld voor reflectie en voorbereiding — niet voor stilstand.

Langzaam fleurt het democratisch straatbeeld weer op. Lantaarnpalen, bushokjes en gemeenteborden raken weer bedekt met verkiezingsposters. Een zichtbaar teken van een levendige democratie, zou je denken. Maar achter al die stralende gezichten en slogans gaat een ongemakkelijke realiteit schuil. Er zit een eigenaardig randje aan hoe sommige posters – en kieslijsten – worden samengesteld.

Voor de Tweede Kamerverkiezingen lijkt het premierschap al een centraal thema te worden. Geert Wilders laat er in ieder geval geen misverstand over bestaan (1). Hij doet mee om premier te worden; de rest van zijn kieslijst is bijzaak.

Wilders is niet de enige. De achterban van PvdA/GroenLinks houdt zich opvallend – en voor de PvdA-vleugel een tikje onkarakteristiek – bescheiden, maar de ambitie is duidelijk: Frans Timmermans moet naar het Torentje (2). In sommige krantenkolommen wordt CDA-leider Henri Bontenbal alvast genoemd als mogelijke kandidaat (3). Bij de vorige verkiezingen speelde de VVD nog de campagnekaart ‘de eerste vrouwelijke premier’ (4), recente ervaringen lijken die ambitie wat te hebben bijgesteld.

De laatste weken zien we lokaal eenzelfde verschijnsel. Via sociale media melden partijbesturen vol trots hun voordrachten voor het lijsttrekkerschap bij de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar maart. Heel vaak zijn dat zittende wethouders.

Je vraagt je dan af: willen die wel raadslid worden, of is het ze om het wethouderschap te doen? Nu zijn er bij elke gemeenteraadsverkiezing kandidaten die zich laten ontvallen niet verkiesbaar zijn om in de raad te gaan zitten. Vier jaar geleden was dat PvdA’er Floor Roduner in Haarlem (5). Hij trok als lijsttrekker de campagne, maar verklaarde in een interview alvast dat hij alleen door wil als wethouder. Vier jaar daarvoor was het CDA’er Ingrid Voncken, die in een interview aankondigde dat ze alleen wethouder wilde blijven en de raad niet in wilde. Sterker nog: ze wilde niet eens in de gemeente wonen waar ze zich kandidaat stelde (6). Dergelijke kandidaten horen niet op een kieslijst. De raad kiest het college, niet de kiezer. Wie anders suggereert, pleegt staatsrechtelijke volksverlakkerij.

Die scheiding is er niet voor niks. Met de invoering van het dualisme in 2002 is expliciet gekozen voor een helder onderscheid tussen het dagelijks bestuur en de volksvertegenwoordiging. Democratie is zo geen vierjaarlijkse machtsvraag, maar een continu proces van publieke afweging: wat moet er gebeuren, voor wie, en waarom? De gemeenteraad stelt de kaders en functioneert als politiek opdrachtgever; het college voert uit. Het is geen technische verdeling, maar een principiële. Ze zorgt ervoor dat het bestuur van de gemeente draagt op het breedst mogelijke politieke fundament, en dat er via debat en politiek opdrachtgeverschap ruimte is voor álle stemmen — niet alleen voor die van de meerderheid.

Met lijsttrekkende wethouderskandidaten schuiven de rollen politiek opdrachtgever en dagelijks bestuurder weer in elkaar. De campagne verandert van toon. Het politieke gesprek wordt een voortgangsrapportage: wat is er bereikt? Wat moet ‘afgemaakt’ worden? Of met welk – of wiens – beleid moet worden afgerekend? Dat klinkt aantrekkelijk — praktisch, herkenbaar, resultaatgericht — maar het ontneemt de kiezer het grotere verhaal. Wat zijn de keuzes, de prioriteiten, de dilemma’s voor de toekomst? Campagnes worden geen botsing van ideeën meer, maar een afvinklijst. Het debat verschraalt tot beheer.

In plaats van een raad die het college benoemt, lijkt het alsof de wethouder zélf zijn mandaat uit de stembus haalt. Daarmee verschuift de legitimiteit van het bestuur van de volksvertegenwoordiging naar het boegbeeld van een partij. En dat is precies wat het dualisme moest voorkomen: een bestuurscultuur waarin het college zich niet meer hoeft te verantwoorden, omdat het zich gesterkt weet door ‘de kiezer’.

Dat ongemak blijft niet beperkt tot verkiezingstijd. Na de verkiezingen zijn fracties volgzamer en minder kritisch. De oud-lijsttrekker, inmiddels wethouder, blijft de informele leider van de partij. Te vaak spreken fracties over hun voormalig lijstaanvoerder als ‘onze wethouder’. De VVD-fractie in de Tweede Kamer zocht bij gevoelige kwesties steevast ‘hun’ Mark Rutte op — ook al zat hij niet meer in het parlement. De loyaliteit is begrijpelijk, maar het ondermijnt het dualisme.

Het gevolg is verwarring. Voor de kiezer, die denkt dat hij de wethouder kiest. Voor de raad, die zijn regierol verliest. En voor het bestuur, dat wordt gepolitiseerd voordat het is benoemd. Politiek wordt geen strijd om ideeën, maar een strijd om het pluche — met een kieslijst die daarvoor misbruikt wordt.

De oplossing is eenvoudig. Een kleine aanpassing in de Gemeentewet kan voorkomen dat wie gekozen is als raadslid, nog wethouder wordt. Het dwingt partijen om keuzes te maken. Willen ze een boegbeeld op de lijst? Prima, maar dan moet die persoon het debat voeren namens de kiezer. Geen schimmenspel met wethouders die zich verstoppen achter de raad — of die hun verkiezing als mandaat voor het college zien.

Een kieslijst is immers geen vacaturesite voor het wethouderschap. Het is een lijst van mensen die zeggen: ik wil u vertegenwoordigen. Wie zich daarop laat zetten zonder die ambitie, bedriegt de kiezer, zichzelf en de democratie.

Overvallen, ingewerkt en verantwoordelijk. Deze aflevering van het Kamergesprek laat zien dat ‘ingewerkt raken’ in de Kamer allerminst vanzelf gaat. Maatoug vertelt hoe ze zich het Kamerwerk eigen maakte door veel te kijken, luisteren en terug te lezen. Elias schetst hoe hij als vervanger van Ayaan Hirsi Ali onverwacht en onvoorbereid in het diepe werd gegooid. Yücel benadrukt juist hoe belangrijk het is om vanuit overtuiging en inhoud je plek te vinden.

John Bijl (Periklesinstituut) duidt de ervaringen in het bredere kader van parlementair vakmanschap: hoe verhouden leren, verantwoordelijkheid nemen en politieke identiteit zich tot elkaar? En wat kunnen fracties, Kamercommissies of zelfs de Kamer als geheel doen om nieuwe leden sterker te ondersteunen in hun ontwikkeling?

Zo biedt deze slotaflevering niet alleen persoonlijke reflecties, maar ook lessen over politieke professionalisering en de waarde van een goed functionerend parlement. Een passende afsluiter van een reeks gesprekken die het Binnenhof van binnenuit laten zien.

Het Kamergesprek: parlementaire debatten uitgelegd is de politieke talkshow om het parlementaire debat beter te begrijpen. Het Kamergesprek wordt gemaakt door ProDemos in samenwerking met Nieuwspoort.

De motie, ingediend door Jong Nissewaard en VOOR Nissewaard, stelt dat de raad ‘willens en wetens’ is buitengesloten. Fractievoorzitter Vincent Korbee spreekt van een ‘zeer fout precedent’. Het plan zou veel verder gaan dan het mandaat dat het college eerder kreeg, en dat via de pers te vernemen was, maakte het extra wrang. ‘Als andere partijen dit normaal vinden, zeggen ze dat je op deze wijze met de raad mag omgaan’, aldus Korbee.

Volgens John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, zijn moties van afkeuring tegen burgemeesters ‘zeer zeldzaam’. Toch begrijpt hij het signaal: ‘Ik kan me voorstellen dat de raad zegt: had ons in het proces meegenomen. En ik snap ook dat je met een moeilijke vraag naar de bevolking toe gaat. Maar de mensen verrassen is niet goed.’

De kwestie legt een bekend staatsrechtelijk spanningsveld bloot. De rol van de burgemeester in dit soort besluiten is niet altijd eenduidig in de wet geregeld, zeker wanneer het college optreedt binnen een grijs mandaat. Van Oosten stond onder druk om uitvoering te geven aan de spreidingswet, maar heeft zich mogelijk verkeken op de ruimte die de raad het college hiervoor wilde geven – of heeft verzuimd die ruimte expliciet te vragen. Die inschattingsfout heeft nu geleid tot een motie. Geen unicum in de Nederlandse politiek, maar wel een belangrijke les: goede afstemming voorkomt bestuurlijke schade.

‘Wat mij opvalt is een aantal stukken die ter kennisname staan,’ zegt Ben Kenters (Fractie Kenters). De gemeenteraad van Veendam bespreekt de ingekomen stukken — meestal een agendapunt dat met hamerslag verdwijnt. Maar deze keer ligt het zwaartepunt niet bij de inhoud, maar bij de procedure.

Bij de ingekomen stukken staan meerdere documenten over zoutwinningsbedrijf Nedmag. ‘Mijns inziens zijn het cruciale stukken,’ vindt Kenters. Hij wil ze bespreken in een commissievergadering. ‘En ik roep inwoners op zienswijzen in te dienen.’

‘Kunt u aangeven welke stukken u precies bedoelt?’ vraagt burgemeester Annelies Pleyte. Er zijn rapportages, metingen, en informatie over vergunningverlening — geen van allen direct aanleiding voor een raadsbesluit. Waar dan ook zienswijzen voor nodig zijn, is niet duidelijk.

‘Ik steun deze vraag,’ zegt Ammy van Eerden (ChristenUnie). Meteen gevolgd door een ander agenderingsverzoek. ‘Dát punt gaat al naar de raad,’ zegt burgemeester Pleyte over het nieuwe verzoek. ‘Laten we eerst het vorige afronden.’ Maar ook dat gesprek over de Nedmag-stukken is nog onduidelijk. ‘Wat is precies het discussiepunt?’ wil Christel Knot (Gemeentebelangen) weten. De provincie heeft voor een eventuele vergunningverlening juist een GGD-onderzoek naar de gezondheidseffecten gelast. ‘Dit raakt de gezondheid van Veendammers,’ vindt Kenters. ‘Ik denk dat de bezorgdheid van de oppositie nog eens gedeeld wordt met het college.’

Meteen steekt Knot haar hand weer omhoog. ’Ik wil voorkomen dat het een heel debat wordt,’ zegt burgemeester Pleyte. ‘Ik sta nog één opmerking toe en dan wil ik het daarbij laten.’

‘Het is wat ongewenst dat de heer Kenters zegt dat het een zorg van de oppositie is. Het is een zorg van heel de raad,’ zegt Knot stuurs. ‘Het gaat me er alleen om wat we inhoudelijk in de commissie gaan bespreken.’

‘Ik zou graag de zienswijze die het college wil gaan indienen bij de provincie willen agenderen,’ zegt Van Eerden, terwijl het toch vanzelfsprekend is dat zo’n concept-zienswijze éérst in de raad wordt geagendeerd. Zoiets wordt immers door het hele gemeentebestuur – dus raad én college – ingediend. ‘Eventueel ook met een zienswijze van de raad,’ vindt Van Eerden. ‘En door inwoners te betrekken.’

‘Ik probeer het even samen te vatten,’ zegt Pleyte. Meerdere raadsleden worden onrustig van de inmiddels verwarde verzoek. ‘De brieven zijn grotendeels al in procedure hè,’ legt de burgemeester uit. Kenters schuifelt op zijn stoel. ‘Er is een onderzoeksvraag lopend,’ zegt Pleyte. Maar niemand lijkt op rationele uitleg te wachten. ‘Ik zoek naar het voordeel van nu agenderen.’ Ze kijkt Kenters aan, die glazig terugkijkt.

Kenters lijkt het zelf ook niet meer te weten. ‘Wil iemand anders reageren?’ vraagt hij. ‘Ik wil graag dat de zienswijze vroegtijdig beschikbaar is,’ zegt Van Eerden. ‘Zodat wij tijdig kunnen reageren.’ Pleyte knikt. ‘Volgens mij voorziet de procedure daarin,’ legt ze uit. ‘Dan is er ook nieuwe informatie, anders wordt het vrees ik een herhaling van zetten.’

‘Ik wil ook graag de raadsbrief over verkeersstudies agenderen,’ zegt Harry Schonewille (SP). terwijl het gesprek over de Nedmag-rapportages toch echt niet is afgerond. Niet alleen burgemeester Pleye is verbaasd. ‘Kunnen we dan de andere afronden?’ zegt ze. Niemand verzet zich er meer tegen, waarmee Kenters’ verzoek tot agendering slechts daarom lijkt te zijn afgehandeld.

Tot een duidelijke uitspraak van de raad komt het daarmee dus niet. Net zo min als helderheid over hoe de zorgen worden geagendeerd — of hoe de wens om bewoners te betrekken een plek krijgt in de behandeling. Hopelijk lukt het de agendacommissie daar wél lijn in te brengen. En het gesprek zo te organiseren dat het over gezamenlijke afwegingen gaat, en niet alleen over individuele bezorgdheid.

Deze column verscheen op 30 juni 2025 bij Binnenlands Bestuur.

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.

Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

Volgens John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, vraagt de kwestie vooral om bestuurlijke zelfbeheersing. ‘Terugtreden zou onmiddellijk worden opgevat als een schuldbekentenis. Maar ik zou hem wel adviseren in de coulissen te blijven. Geen lintjes knippen en dergelijke. Laat dat aan je collega’s over.’ Bijl wijst ook op de rol van de burgemeester: ‘Die moet erop toezien hoe ambtenaren hiermee omgaan. Want het is natuurlijk wel een hele bijzondere situatie.’

Het zijn verstandige suggesties, want de formele kaders bieden weinig houvast. Een wethouder is geen werknemer, maar een politiek ambtsdrager. Er is geen wettelijke regeling voor tijdelijke vervanging bij een strafrechtelijk onderzoek. Alleen de wethouder zelf kan besluiten zich terug te trekken.

In Rotterdam kiest Achbar ervoor om door te gaan. Dat is formeel zijn goed recht, en politiek begrijpelijk zolang de verdenking niet is onderbouwd. Maar de vraag of dat ook verstandig is, hangt vooral af van wat nodig is om het bestuur geloofwaardig te houden. Dan helpt het als een bestuurder niet alles zelf blijft doen, maar ruimte laat ontstaan – voor rust, representatie en vertrouwen.