‘Dan zijn we bij agendapunt drie, het vragenhalfuurtje voor de raad,’ zegt burgemeester Evert Jan Nieuwenhuis. ‘Onze maandelijkse uitdaging het ook een halfuur te laten duren.’ De raadsleden van Waddinxveen lachen. Hopelijk schamper, want ze hebben zelf maar liefst 11 vragen ervoor ingediend. ‘Da’s een goeie tweeënhalve minuut per vraag,’ heeft Nieuwenhuis al uitgerekend.
Een hele volle agenda heeft de raad niet. De drie inhoudelijke bespreekstukken zijn wél politiek stevig: een toekomstvisie op de gemeente tot aan 2050, een aanpassing in de verordening op het sociaal domein en een fonds voor starterswoningen.
Maar eerst het vragenhalfuur.
‘Over twee maanden is het zomer,’ leest Sophie Vogelaar (D66) voor. ‘Sommige leven er naar toe, anderen zien er tegenop.’ Ze wil dat de gemeente kwetsbare gezinnen meer helpt met zomerkortingen. Gouda en Rotterdam hebben kortingen op ‘zwemmen in het zwembad, een bezoek aan een museum en een pannenkoek,’ vertelt ze. In Waddinxveen is de lijst vrij kort, vindt Vogelaar. Daar moet wat aan gebeuren. Zo kort voor de zomer kan dat niet, zegt wethouder Brigitte Leferink. Juist na de zomer gaat ze in gesprek met aanbieders. Voor het volgende jaar. Vogelaars spreektekst wordt intussen uitgedeeld aan de pers.
Pauline Schepers (VVD) zag op LinkedIn dat RES-doelen misschien niet gehaald worden. Klopt dat? De bron, een voormalig programmamanager van de regio, werkt al maanden niet meer voor de gemeente, sust Leferink. Maar tegenvallers worden besproken aan de duurzaamheidstafel, verzekert ze.
Sylvia Vink (WeWa) en Martin Kraaijestein (PCW) zijn verontrust over een rapportage van het waterschap. Daar stond dat bij één meting in één sloot een hulpstof maar liefst 720 keer had overschreden.‘Welke actie heeft ú ondernomen?!’ vraagt Kraaijestein met klem. De norm is extreem laag, legt wethouder Albert Kerssies uit — en de stof is misschien niet eens schadelijk. ‘We willen een hardere aanpak,’ zegt Vink.
Vraag 4. D66’er Juliette Brandenburg wil weten waarom Waddinxveen geen voordeliger tarief heeft voor maatschappelijke buitenreclame. Haar partij heeft met een campagneposter eindexamenkandidaten succes gewenst, maar ontdekte dat partijgenoten in buurgemeente Gouda daar veel minder voor hoefden te betalen. ‘Het contract loopt tot 1 januari’, vertelt wethouder Kerssies. ‘We nemen het dan mee.’
‘Zwemmen is gezond,’ oreert Bart Drost (PCW) bij vraag 5. Hij las dat zwembadwater landelijk slecht scoort. Hoe zit dat hier? RIVM hanteert een nieuwe meetmethode, antwoordt Leferink. Er wordt aan verbetering gewerkt. Vraag 6. ‘WMO is al een moeilijk woord,’ zegt Raiza Sattaur (onafhankelijke fractie). Het gemeentelijke zorgportaal is te ingewikkeld; kunnen de aanbieders daar niet op? ‘Dat zijn er letterlijk honderden,’ antwoordt wethouder Femke Vleij. Dan wordt het júist ingewikkeld.
Hoe staat het met het veilig maken van de Bodegraafse straat? Niels Hart (PCW) heeft er al een tijdje niets van gehoord (vraag 7). Wilt u gaan praten met het Nationaal Fonds Betaalbaar kopen? Waarom heeft Waddinxveen nog geen landelijke veteranendag?
Ruim drie kwartier later heeft ook het aantal vragen de toegestane gezondheidsnorm overschreden. De inhoudelijke besprekingen moeten dan nog beginnen. Tegen twaalven druipt het publiek af. Niet omdat de vergadering klaar is, maar omdat dan het besloten deel pas begint. De oogjes van de leden zien er na afloop vast nog kleiner uit. Hopelijk laten ze het gemopper over dit latertje achterwege. Ze hadden immers ook kunnen kiezen voor scherpere vragen zonder politieke inleiding, schríftelijke vragen — of gewoon een mailtje aan de wethouder. En minder campagnenummertjes.
Dat raadsleden zich profileren hoort in een vertegenwoordigende democratie. Maar de raadzaal is toch geen campagnepodium. Al helemaal niet als elf vragen in het vragenhalfuurtje vooral elf losse optredens opleveren. Dan wordt de profilering een karikatuur — en het vragenhalfuur voor de publieke tribune een uitputtingsslag.
Deze column verscheen op 26 mei 2025 bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.
Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
Al meer dan twintig jaar krijgen gemeenten er taken bij, maar moeten ze het doen met minder geld. Bezuinigingen, doeluitkeringen en decentralisaties stapelen zich op. Toch leidde dit niet tot echte verontwaardiging.
Pas recent werden gemeenten assertiever: de toenmalig voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Jan van Zanen, sloeg bij de minister naar eigen zeggen ‘met de vuist op tafel’. Wethouders financiën demonstreerden op het Malieveld en onlangs dreigde de VNG zelfs met een rechtszaak tegen het Rijk. Het resultaat? Bij de recente Voorjaarsnota krijgen gemeenten er weer vooral eenmalig geld bij; precies genoeg om de rechtszaak af te wenden. Het ravijnjaar is niet gedicht, maar verschoven. En de structurele zorgen blijven.
Wat ooit een zelfstandige bestuurslaag was, is steeds meer een uitvoeringsorgaan van het Rijk geworden. De autonomie die gemeenten formeel hebben, wordt uitgehold door financiële afhankelijkheid en politieke bemoeienis. Het gemeentefonds, ooit bedoeld om gelijkheid en ruimte te garanderen, is verworden tot een sturingsinstrument. Daarmee raakt niet alleen de slagkracht van gemeenten, maar ook hun legitimiteit – en dus die van het héle binnenlands bestuur.
De uitholling van lokale autonomie is geen incident, maar het gevolg van drie hardnekkige trends: gemeenten worden gezien als de zoveelste lobbyist in plaats van bestuurslaag, de mentaliteit van van wie betaalt bepaalt en in de manier waarop sowieso Haagse begrotingsmores politiek achter de cijfers heeft geplaatst.
Gemeenten zijn formeel een gelijkwaardige overheid, maar worden in Den Haag behandeld alsof ze in de lobby staan te wachten. Eerst komen de ministeries, die al zijn gelobbyd door krachtige belangengroepen zoals grootindustrie, natuurorganisaties, en onderwijsbonden. Pas dan mogen gemeenten bij het begrotingsoverleg aanschuiven.
De VNG is in die dynamiek steeds meer een van de vele belangenbehartigers en niet de vertegenwoordiging van een zelfstandige bestuurslaag. Daarnaast lobbyen gemeenten ook nog tegen zichzelf, zoals regio’s, grote steden of plattelandsgemeenten. Vaak ook nog eens effectiever omdat daarmee concreter en zichtbaarder beleid voor woningbouw, infrastructuur en werkgelegenheid wordt gemaakt.
Inmiddels lijkt het gemeentefonds de sluitpost van de rijksbegroting. Gemeenten krijgen vooral de kliekjes van de rijksbegroting uitgeserveerd – zonder zelfs de beleefdheid ze eerst op te warmen. Bovendien is het Rijk steeds meer geneigd zelf te bepalen waarvoor en hoe het geld moet worden besteed. Via specifieke uitkeringen, de spuks, stuurt het Rijk beleid tot op detailniveau. Zo schrijft de specifieke uitkering Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) niet alleen gezondheidsbeleid voor, maar verplicht ook regioplannen en verantwoordingsformats.
In het Hoofdlijnenakkoord van 2024 werd aangekondigd het aantal spuks te verminderen, wel met een bezuiniging van tien procent; gemeenten zouden ermee efficiënter kunnen werken. Het bleek de zoveelste dode mus. Het aantal spuks is niet gedaald, maar gestegen. De tien procent bezuiniging blijft vanzelfsprekend wél staan.
Nog fundamenteler is de verschuiving naar medebewind. Ruim tachtig procent van alle gemeentelijke taken is het feitelijk uitvoeren van rijksverantwoordelijkheden. Paspoorten en rijbewijzen, de bijstand, WMO en jeugdhulp, allemaal landelijke zaken waarvoor u bij het gemeenteloket aanklopt.
De wet schrijft voor dat het Rijk bij beleidswijzigingen moet onderbouwen wat de financiële gevolgen zijn voor gemeenten, én hoe die gevolgen worden opgevangen. In de praktijk gebeurt dat zelden. Een nieuw wetsvoorstel vergroot de sturingsruimte van het kabinet nog meer – én verkleint nota bene die van het parlement. Voor gemeenten betekent dit minder speelruimte, meer verplichtingen. Zo kan een mogelijke rijksbezuiniging op jeugdhulp heel concreet leiden tot een gesloten zwembad, een geschrapt festival of een leeg theater.
De derde trend is minder goed zichtbaar: omgekeerd begroten. Goed beleid begint bij ideeën, niet bij het saldo. Maar Haagse logica draait dit om: eerst geld ritselen met een rekbare onderbouwing en dan onderweg het beleid erbij knutselen. Denk aan het nachtelijk rondje miljardenkwartet door coalitieleiders bij de Voorjaarsnota.
Politieke keuzes worden zo gereduceerd tot boekhoudtrucs. Het gevolg is dat de relatie tussen geld en beleid totaal zoek is. En zolang er toch nog geen beleid ligt, kun je met begrotingsposten vrijelijk schuiven.
Voor gemeenten pakt dit desastreus uit. Ze weten vaak pas laat of er geld komt en moeten beleid steeds bijstellen op basis van Haagse wendingen. Wie afhankelijk is van incidenteel geld, kan geen structureel beleid voeren. En wie de begroting vult met projectsubsidies, loopt permanent achter de feiten aan. Zelfs de commissie-Van Ark waarschuwde over de jeugdhulp: boek besparingen pas in als ze reëel zijn. Deze open deur met het formaat van een schuifpui werd niet door het kabinet overgenomen.
Hoewel niemand ooit heeft bedacht dat het lokaal bestuur op deze manier uitgehold moest worden, doet de spreadsheet het vanzelf. Gemeenten zijn collateral damage van deze in zichzelf al disruptieve begrotingspolitiek.
Gemeenten worden gezien als de zoveelste lobbyist, medebewindstaken vullen de gemeentelijke begroting en omgekeerd begroten zorgt voor grillige besluitvorming. En de Tweede én Eerste Kamer? Kamerleden lijken zich onvoldoende bewust dat ze als hoogste politieke laag medeverantwoordelijk zijn voor het functioneren van de andere bestuurslagen in ons model van staatsinrichting. Hun politieke energie gaat naar de medialogica van beeldvorming, incidenten, moties en Kamerbrieven. Maar zelden komt aan de orde wat al die Haagse actiedrift doet met het lokaal bestuur als geheel.
Bij het parlement ligt echter juist de sleutel. Zolang de Kamer geen werk maakt van een goede Financiële-verhoudingswet, blijft lokaal bestuur speelbal van onbestendig rijksbeleid. Gemeenten verdienen wettelijk vastgelegde zeggenschap over besluiten die hen raken. Ook moet de minister van BZK meer gewicht krijgen tegenover collega’s.
Nu belandt gedecentraliseerd beleid soms bij gemeenten zonder dat BZK het weet. Verplicht een ander departement maar eens bij BZK op de thee te komen als het een beleidsterrein naar gemeenten over de schutting gooit. En laat gemeenteraden (in plaats van de Provinciale Staten) voortaan de Eerste Kamer kiezen. Tot slot is onafhankelijke geschilbeslechting tussen bestuurslagen essentieel, als basis voor wederzijds gezag.
Op 18 maart 2026 kiest Nederland zijn gemeenteraden. Maar waar stem je op als het verschil tussen partijen nauwelijks zichtbaar is, omdat er nauwelijks nog iets te kiezen valt? Ondertussen sluiten de zwembaden, verkrotten de buurthuizen, woekert het groen en verzakken de sportvelden – alles waarmee de gemeente een bloeiende samenleving ondersteunt. En geen lokale politicus die dat tij nog keren kan. Vind je het dan gek dat de kiezer niet weet waarom-ie moet stemmen – laat staan op wie? Omdat het lokaal bestuur zo weinig armslag krijgt dat het politieke verschil nauwelijks zichtbaar is?
Ging deze discussie maar alleen over geld. Dan hadden we slechts een misverstand over de rekening. Maar de strijd om het gemeentefonds is geen rekensom; het is een sluipende ontmanteling van de lokale democratie. Niet vanwege één bezuiniging, maar door duizend kleine keuzes die telkens net níét over gemeenten gingen. Gemeenten worden spreadsheet-matig uitgekleed in betekenis.
Wat op het spel staat, is niet de uitkering, maar of er lokaal nog iets te kiezen valt. En dat vraagt om meer dan een begrotingswijziging. Het vraagt om hoop, lef en institutionele trots van Kamerleden, bewindspersonen én ambtenaren. Van de landelijke politiek dus.
John Bijl en Michiel van der Eng
John Bijl traint gemeenteraden en Provinciale Staten in het effectiever politiek bedrijven en het verstevigen van hun rol als hoogste orgaan van de gemeente of de provincie. Hij is directeur van het Perikles Instituut. Michiel van der Eng is senior trainer bestuurlijke verhoudingen en specialist financiën bij het Perikles Instituut.
Dit artikel verscheen op 26 mei 2025 in De Hofvijver van het Montesquieu-instituut.
‘U kunt helemaal een vrije rol vervullen,’ grinnikt Frits Berben. Hij heeft zojuist het voorzitterschap van de raadsvergadering overgedragen gekregen van burgemeester Bob Vostermans. Al zal het voor de burgemeester én de plaatsvervangend raadsvoorzitter beide moeilijk zijn om bij de verbale vaardigheden van raadslid Raf Janssen het gezicht in de plooi te houden.
De raad van Peel en Maas moet deze avond nog een klap geven op het kader Integrale Veiligheid. Burgemeester Vostermans moet deze behandeling meemaken als verantwoordlijk portefeuillehouder dus neemt Berben de hamer ter hand. Het kader is dan ook geen hamerstuk. ‘Ik heb begrepen dat er een amendement is,’ legt Berben uit.
‘We zijn al best uitgebreid met elkaar in gesprek gegaan,’ zegt Omar El Khader (D66) als eerste. Maar met een amendement wil hij het kader tóch verder aanscherpen. ‘Peel en Maas is een plek waar je in vrijheid en veiligheid jezelf kan zijn,’ leest El Khader uit de notitie voor. ‘In onze huidige wereld is dat geen vanzelfsprekendheid meer,’ zegt hij. Met een amendement – samen met de fracties van Lokaal Peel en Maas en die van PvdA/GroenLinks – wil hij dat de gemeente zich expliciet uitspreekt racisme, discriminatie en extremisme. ‘We voegen dit met een bulletpoint toe aan de kaderstellende uitgangspunten,’ leest El Khader het dictum voor.
‘We kunnen de kadernotitie wel ondersteunen,’ zegt John Timmermans (CDA). Het amendement is wat hem betreft niet nodig. ‘Je kunt van alles opschrijven,’ zegt Timmermans, ‘of je er verder mee komt is dan de vraag.’ Wat Timmermans betreft staat de boodschap van El Khader al genoemd in het stuk. ‘Het is maar net hoe je het leest.’ Zomaar zou hij het amendement ‘sympathiek’ kunnen hebben genoemd. ‘Ja,’ zegt ook Paul Sanders (VVD), ‘staat het er niet al in?’ Hij pakt de kadernotitie er bij. ‘We bevorderen een samenlevingsklimaat waarin een diversiteit van meningen, inzichten en culturen vreedzaam samen kunnen gaan,’ leest hij voor.
‘Dit zou wat er in de notitie staat moeten versterken,’ vindt El Khader. ‘Helaas is het amendement hard nodig,’ meent Raf Janssen (PvdA/GroenLinks). Hij is dan ook mede-indiener van het amendement. ‘Als het CDA vindt dat het er al in staat, dan heeft de heer Timmermans er vast ook geen bezwaar tegen als het expliciet genoemd wordt.’
Timmermans gaat wat achterover zitten. Sanders kijkt om zich heen. Even lijkt het erop alsof iedereen naar hen kijkt voor een reactie, terwijl dat in een gestructureerde raadsvergadering als deze normaal toch ongebruikelijk is. Voorzitter Berben is niet de enige die erbij gniffelt.
Portefeuillehouder Vostermans vindt het amende ment ook niet bezwaarlijk. ‘Ik kan er mee leven hoor,’ zegt Vostermans. ‘Maar je kun je wel afvragen of het in deze kadernotitie hoort, of niet beter bij gemeenschapsontwikkeling past,’ denkt hij. ‘Eigenlijk hoort het in elk kader thuis.’
‘Dat klopt,’ merkt Janssen op. ‘Dus laten we met deze beginnen.’
Voorzitter Berben kan weer een lachje niet onderdrukken. Ook Vostermans kijkt geamuseerd hoe ook hij door Janssen verbaal schaakmat wordt gezet.
VVD’er Sanders zegt behoefte te hebben aan schorsing. ‘Het staat er wat ons betreft wel dubbelop,’ zegt hij nadien. ‘Aan de andere kant kan het geen kwaad.’ Ook Timmermans heeft nog behoefte aan het woord. ‘Meneer Janssen zegt “wat kan het dan kwaad om het te steunen” — en dat is ook zo.’
Het amendement van El Khader en de anderen haalt zonder morren unanieme stemming. Een stemming is er niet eens meer voor nodig. Sympathiek? Zeker. Overbodig? Dat is maar net hoe je het bekijkt. Maar ermee is het wél duidelijk dat met de juiste woorden kun je zelfs twijfel wegnemen vóórdat iemand besluit om tegen te stemmen.
Deze column verscheen op 19 mei 2025 bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.
Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
‘Het is een goed gebruik dat ik dan bij u begin,’ zegt burgemeester Bob Vostermans tegen Suzan Hermans (VVD). Zij heeft haar bijdrage van vanavond voorbereid met een motie. Bestuurlijk veel te prematuur, maar politiek precies op tijd.
De gemeenteraad van Peel en Maas bespreekt een businesscase voor het primair onderwijs in Baarlo. Het is de start van de aanpak van twee schoollocaties in het dorp. Het college vraagt de ruimte om verschillende scenario’s zorgvuldig te onderzoeken.
De noodzaak beide schoolgebouwen aan te pakken is zachtjes gezegd geen twistpunt. ‘Het is goed dat er eindelijk stappen gezet kunnen worden,’ zegt Hermans. Alleen de ambitie voor de sportfaciliteiten valt haar tegen. ‘Een volwaardige sporthal speelt een belangrijke rol in het toekomstgericht en integraal aanpakken van onderwijshuisvesting en sport.’
Vertaling: het is niet genoeg wat het college voorstelt. Met haar motie wil ze er voor zorgen dat het college voor de sporthal bij de Baarlose scholen uit gaat van zeker drie zaaldelen in plaats van twee. Ook een tribune en kantine moeten in de basis staan, vindt Hermans. ‘De kantine kan breed inzetbaar zijn als ontmoetingsruimte voor verenigingen en andere maatschappelijke activiteiten.’ Zelfs als start- en eindpunt van georganiseerde wandelingen, glundert Hermans.
Baarlo is echt wel toe aan een vervanging van de scholen,’ vindt ook Lon Caelers (CDA). Over de motie is ze minder enthousiast. ‘We moeten niet voor de troepen uitlopen,’ meent Caelers. Met inrichten van de sporthal wacht ze liever tot de business case voor de onderwijsgebouwen is uitgerekend. ‘Daarna kunnen we pas bekijken hoe de sporthal integraal meegenomen kan worden.’
‘We willen helemaal geen keuze maken voor twee, drie of vier zaaldelen,’ zegt ook Edward Wezenberg (Lokaal Peel en Maas). ‘De wethouder heeft al gezegd dat hij alle varianten gaat onderzoeken.’ Dat maakt de motie prematuur, vindt Wezenberg. ‘Het zijn geen dingen die je graag hoort.’ Hij zet een slechtnieuwsgezicht op. ‘Het is een sympathieke motie.’
‘Ik denk dat het goed is dat ook de sporthal in samenspraak met de scholen en de mensen uit het dorp gaat,’ zegt Raf Janssen (PvdA/GroenLinks). Maar hij vindt de lokatie en de grootte van de hal belangrijker dan de inrichting. Dus houdt hij de uitgangspunten van de business case liever zoals die nu zijn. ‘De motie is wat mij betreft te vroegtijdig ingediend,’ zegt Janssen. ‘We steunen het liever later.’
‘Als we wachten denk ik dat we te laat zijn,’ meent Hermans. Van burgemeester Vostermans mag ze eerst reageren, nog voor het college het woord krijgt. ‘Er wordt al onderzoek gedaan naar de omvang van de sporthal.’ De raad moet het nu meegeven, vindt ze, en niet wachten tot de wethouder met een voorstel komt. Volgens Wezenberg hoeft Hermans zich geen zorgen te maken. ‘Ik heb de wethouder al horen knikken dat hij een toezegging wil doen,’ grapt Wezenberg.
Wethouder Erik Nijssen heeft inderdaad ook… sympathie voor de motie. ‘We kunnen elkaar op veel punten vinden’ Maar hij ontraadt de motie toch. Hij stelt voor eerst het onderzoek naar de capaciteit af te wachten. ‘We krijgen de schema’s van verengingen nu aangeleverd,’ zegt Nijssen. Als het nodig blijkt, komen er echt drie zaaldelen.
Hermans is natuurlijk blij met die toezegging. ‘Een volwaardige sporthal past sowieso in ieder scenario, er wordt goed geluisterd naar de gebruikers,’ vat ze samen. ‘We willen de motie dan ook aanhouden,’ zegt Hermans, ‘als het nodig mocht zijn.’ Een stok achter de deur, dus.
Hermans glimlacht; een knipoog blijft nét uit. Wethouder Nijssen knikt nog maar eens en glimlacht begripvol terug. Zijn voorstel is er door, en de raad heeft op een politiek sympathieke wijze het college een richting meegegeven.
De liefde voor de lokale democratie begon bij Bijl op een onverwachte plek: de lokale radio. ‘Jaren geleden presenteerde ik een programma over filmmuziek’, vertelt hij in een interview met de Stichting Lokale Politieke Partijen. ‘Maar bij zo’n kleine omroep bemoeit iedereen zich met alles. Zo kwam ik in aanraking met de gemeentepolitiek.’ Inmiddels is hij al jaren politiek observator, trainer en adviseur, en bezoekt hij als ‘mystery burger’ raadsvergaderingen in het hele land.
Volgens Bijl verrijken lokale partijen het politieke landschap. Niet alleen omdat ze dicht bij inwoners staan, maar ook omdat ze de gevestigde orde dwingen na te denken over de essentie van politieke vertegenwoordiging. ‘Raadsleden van landelijke partijen zijn meestal lid geworden van hun partij vanwege een ideologie. Terwijl vertegenwoordigers van Lokaal Belang of “Echt voor…” in de politiek zijn gegaan om op te komen voor het plaatselijke mkb of de leefbaarheid in de wijk. Daardoor voelen ze voor inwoners dichtbij en herkenbaar.’
Die nabijheid maakt lokale partijen sterk. ‘Ze hebben vaak een lange geschiedenis in hun dorp of stad, kennen de dossiers goed, en weten wat er speelt. Daardoor zijn ze voor veel mensen geloofwaardiger dan de traditionele partijen.’ Maar die kracht kan ook een valkuil worden als er geen gedeeld verhaal of richting is. ‘Partijen zonder samenbindende ideologie zijn gedoemd om uiteindelijk uit elkaar te vallen’, waarschuwt Bijl. ‘Pragmatisme alleen is in de politiek niet genoeg.’
Hij roept lokale partijen daarom op om te investeren in hun partijorganisatie: zorg voor leden, voor een levendige interne partijdemocratie, en voor een gezamenlijk kompas. ‘Zet samen op een rij waartoe je op aarde bent, welk mensbeeld je hebt als partij, en welke richting je op wilt.’ Zelfs ogenschijnlijk praktische keuzes zijn niet waardevrij. ‘Achter een straatlantaarn kan een filosofie schuilgaan. Kies je voor wit licht? Dan verhoogt dat het veiligheidsgevoel. Terwijl zacht licht juist de leefbaarheid vergroot.’
Tegelijkertijd ziet Bijl in zijn dagelijkse praktijk dat ook landelijke partijen lessen kunnen trekken uit de lokale politiek. ‘Te lang hebben zij gefunctioneerd als kandidatenmachines. Ze zochten mensen die goed lagen bij de kiezer, die handig waren in campagnes. Maar daarmee verloren ze hun basis: het zijn van een gemeenschap van mensen met gedeelde waarden.’
Tot slot is er volgens Bijl een les die voor élke partij geldt: neem als raadslid de collectieve verantwoordelijkheid voor álle inwoners serieus. ‘Juist voor lokale partijen kan dat paradoxaal voelen, want soms zijn die opgericht om de belangen van één wijk of kern te behartigen. Maar eenmaal gekozen zit je er voor iedereen. Dat is de belofte van vertegenwoordiging: dat inwoners erop kunnen vertrouwen dat de raad opkomt voor hen allemaal. Dat je stem is gehoord, zelfs als je het niet eens bent met wat de raad besluit.’
lokalepolitiekepartijen.nl/nieuws/interview-pragmatisme-alleen-is-in-de-politiek-niet-genoeg
Op 9 mei 2025 hield John Bijl de Jan van Zanen-lezing, ingesteld bij het afscheid van Van Zanen als voorzitter van VNG. In zijn lezing schetste hij drie oorsprongen van het lokale partijlandschap: demografisch, ideologisch en reactionair. ook lokale partijen worden met die behoefte opgericht. ‘Het succes van lokale partijen is niet toevallig en ook geen afwijking van het systeem. Lokale partijen zijn de voortzetting van iets wat in de democratie altijd heeft bestaan: gewone mensen die zich organiseren om hun gemeenschap te vertegenwoordigen.’
Dat onderscheid doet ertoe. Want alleen als we lokale partijen erkennen als volwaardige dragers van representatie, kunnen we nadenken over hun positie in het politieke stelsel. ‘Wie lokale politici waardeert, erkent zelfbestuur. Wie lokale partijen erkent, waardeert democratie,’ zegt Bijl. Hij hield de aanwezigen voor dat lokale partijen, meer dan gevestigde partijen, tastbare en invoelbare politiek bedrijven: ‘Lokale partijen ontstaan vaak omdat gewone burgers ontdekken dat politieke betrokkenheid niet alleen begint bij abstracte waarden, maar juist bij heel tastbare zorgen. Dan ontstaan een Partij voor de IJsbaan, zoals in Alkmaar, of één tegen een busbaan, zoals in Leiderdorp.’ Daarmee geven zij volgens hem invulling aan de belofte van representatieve democratie: niet alleen gekozen worden, maar ook daadwerkelijk vertegenwoordigen.
Toch blijft structurele erkenning uit. Lokale partijen groeien, maar de institutionele ondersteuning blijft achter. Dat is volgens Bijl niet alleen een kwestie van geld, maar ook van rechtsstatelijke gelijkwaardigheid. ‘Het subsidiëren van politieke partijen is geen gunst, maar een instrument van de democratische rechtsstaat.’
De aangekondigde Wet op de Politieke Partijen biedt kansen, maar stelt ook nieuwe eisen. Lokale partijen zullen zich moeten organiseren, professionaliseren en een structurele vereniging opbouwen. Volgens Bijl is dat geen bedreiging, maar een uitnodiging.
In zijn afsluiting reflecteerde Bijl op de essentie van representatie. ‘Niet de vraag óf lokale partijen beter vertegenwoordigen doet ertoe, maar het besef dát hun aanwezigheid de vertegenwoordigende democratie rijker en herkenbaarder maakt,’ aldus Bijl. Lokale partijen laten zien dat democratie niet alleen een bestuursvorm is, maar ook een collectieve verwachting: dat je stem ertoe doet. En dat er mensen zijn die verantwoordelijkheid nemen voor het algemeen belang.
Bijl wees erop dat we de pluriformiteit van ons bestel juist zouden moeten omarmen. ‘Democratie is geen wedstrijd in macht, maar een gezamenlijke zoektocht naar vertegenwoordiging. Niet het recht van de luidste stem, maar het werk om alle stemmen te laten klinken.’ Daarmee houdt de lezing niet alleen de lokale politiek een spiegel voor, maar ook de landelijke wetgever. De professionalisering van lokale partijen mag dan traag verlopen, hun democratische waarde is al lang zichtbaar. ‘
Tot op de dag van vandaag ontvangen lokale partijen géén publieke financiering, terwijl landelijke partijen miljoenen te verdelen hebben. Dat moet anders — het liefst nog vóór de komende gemeenteraadsverkiezingen,’ legt Bijl uit. ‘De kiezer neemt ze al serieus. Nu het systeem nog.’
De Jan van Zanen-lezing verscheen ook als bewerking tot een essay. Dat vind je hier.
‘Statenleden die veelvuldig te laat komen moeten trakteren,’ zegt Hugo de Jonge. ‘De stemming is geopend.’ Goedgemutst drukken de Zeeuwse Statenleden hun stemknopjes in. Met deze proefstemming wordt het elektronische stemsysteem getest. Voor de techniek – het systeem is al drie jaar oud – waarschijnlijk overbodig. Maar het olijke ritueel, al dan niet bewust, vervult een andere functie. Een belangrijkere.
‘De treinen gaan dwars door de bebouwde kom dus ze mogen niet lekken, niet botsen en niet ontsporen,’ zegt Trees Janssens (PvdD). Een van de Statenvoorstellen op deze lange vergaderdag is het zogeheten Ruimtelijk Arrangement voor Zeeland: een toekomstvisie op het gebruik van het land- en wateroppervlakte van de kustprovincie. Het voorstel is nog pril. Het college vraagt de Staten om ‘wensen en bedenkingen’ mee te geven.
Janssens maakt zich vooral zorgen om de gevaarlijk stoffen die in de Zeeuwse havens worden gelost en vervoerd. ‘Ammoniak is giftig en explosief. De kans dat er een ongeluk gebeurd is klein, maar altijd aanwezig,’ legt ze uit. Via het spoor wordt het giftig goedje door heel Europa uitgereden. En de transporten zullen toenemen, staat al in het Statenstuk. Bovendien wil het Rijk de regels versoepelen. Er zou geen maximum meer op het vervoer kunnen komen, waarschuwt Janssens. VNG en IPO hebben zich daar al tegen uitgesproken. Samen met SP’er Ger van Unen wil ze dat Zeeland zich er via een amendement expliciet tegen keert.
In het Statenvoorstel staat: ‘PS hebben bedenkingen bij ammoniaktreinen die door de bebouwde kom rijden. De leefkwaliteit mag niet achteruitgaan wanneer transport dwars door de kernen gaat.’ Janssens wil dat veranderen in: ‘PS hebben bedenkingen bij ammoniaktreinen die door de bebouwde kom rijden en verzetten zich tegen het plan van het kabinet om de regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor te versoepelen.’
‘U schrapt het woord “leefkwaliteit”,’ merkt Daniëlle de Clerck (VVD) op. Ze vindt dat een stap terug. ‘Het zou voor ons een reden zijn om niet voor de motie te stemmen.’ CDA’er Rinus van ’t Westeinde heeft dezelfde zorg. Janssens twijfelt even en bestudeert haar eigen tekst. ‘Wat mij betreft stond dat al voldoende in de brief, maar heb er geen enkele moeite mee dat er terug in te zetten,’ zegt ze dan.
‘Ik heb dat er liever niet in,’ zegt Harold van der Velde (SGP.) De leefkwaliteit is al naar beneden gegaan, vindt hij. Eerst was hij vóór het amendement, maar door de wijziging zou tegen gaan stemmen, legt Van der Velde uit. ‘Dat zijn vijf VVD-zetels tegen vier van de SGP,’ plaagt Van der Velde. ‘Dus u mag kiezen wat u liever wil.’
In een andere vergadering had het grapje van Van der Velde misschien tot een venijnige sneer geleid. Maar Janssens gniffelt. ‘Misschien kunnen we er uitkomen met een formulering waar iedereen zich goed bij voelt,’ zegt ze.
Dat lukt. Aan het eind van de dag stemt een ruime meerderheid, inclusief VVD en SGP, voor het amendement: ‘Vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor dwars door de kernen gaat ten koste van de veiligheid en leefkwaliteit. PS hebben bedenkingen bij ammoniaktreinen die door de bebouwde kom rijden en verzetten zich tegen het plan van het kabinet om de regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor te versoepelen.’
En het mooiste van alles is: iedere inwoner van de provincie heeft kunnen zien met welke worsteling deze frase tot stand is gekomen. Een resultaat dat nooit bereikt was als de Statenleden elkaar niet de ruimte hadden gegund om te twijfelen aan hun eigen stem — en samen te werken in een soms olijke vergadersfeer waarin dergelijke twijfel kan gedijen.
Deze column verscheen op 12 mei 2025 bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.
Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
‘We hebben vanavond een extra raadsvergadering,’ zegt burgemeester Paula Jorritsma bij de opening. De publieke tribune van de raadzaal van Voorst zit inmiddels ramvol. ‘Vanwege een initiatiefvoorstel,’ legt Jorritsma uit, terwijl de bode stoelen bijzet.
Nu is een initiatiefvoorstel geen reden voor een extra vergadering. Toch ligt er een voordracht van Gemeente Belangen, CDA, D66 en SGP: een reservering van 150.000 euro voor de Dorpendeal in Posterenk. Hiermee kunnen bewoners met mogelijk een provinciale subsidie een ontmoetingscentrum beginnen in een gemeentelijk monument in het buurtschap. Echt beleid is het niet. Het voorstel leest als een aan elkaar genaaide motie en amendement, zonder bijbehorend beleidsdoel. Dekking komt uit ‘de algemene reserve of door vrijgekomen middelen vanwege onderuitputting’.
Het initiatief verbaast het college. ‘Waarom niet wachten tot de voorjaarsnota?’ vraagt wethouder Rosmarijn Boender. Het college werkt aan een prioriteitennota om de schaarse middelen integraal af te wegen. Dit voorstel piept voor, meent de wethouder. ‘Basisscholen en andere dorpskernen willen ook investeringen,’ zegt ze. Bovendien wringt het voorstel inhoudelijk. De exploitatie is niet sluitend, de provincie financiert geen verbouwing van monumenten en alternatieve fondsen zijn nog onduidelijk.
Desondanks zijn de initiatiefnemers enthousiast. ‘Dit is waar een klein dorp groot in kan zijn,’ zegt Miriam Jansen (Gemeentebelangen). ‘Dit is niet op een regenachtige zaterdag in elkaar gezet,’ valt Arco Hak (SGP) bij. ‘It takes a village to raise a child,’ citeert Hak — en dus ook een buurtcentrum. Volgens Jansen doet de gemeente alleen maar moeilijk over de provinciesubsidie. ‘Het college gaat op de stoel van de provincie zitten,’ vindt Jansen— ze suggereert dat ze worden tegengewerkt. ‘De bewoners moeten zich steeds weer verdedigen.’
Danny Roelofs (Voortvarend Voorst) ziet het niet zitten. ‘Wat maakt dit voorstel urgent?’ vraagt hij. ‘Wij geven de voorkeur eraan dit bij de voorjaarsnota af te wegen,’ vindt ook Margret Suelmann (VVD-Liberaal 2000). Dan maken we een brede afweging in het algemeen belang van alle kernen, zegt Roelofs. ‘Het ravijnjaar zorgt al voor genoeg uitdagingen,’ vult Willeke Moleman (PvdA-GroenLinks) aan.
‘De urgentie zit ‘m ook in hoe serieus we deze bewoners nemen,’ vindt Jansen. ‘Eigenlijk moet ieder voorstel uit de samenleving onmiddellijk aan de raad worden voorgelegd,’ vindt Wim Vrijhoef (D66). ‘Dit dorp ís algemeen belang,’ vindt hij. Het algemeen belang zit op de volle publieke tribune. ‘Dit is een manier om iets van de OZB aan hen terug te geven,’ vindt Vrijhoef.
‘De suggestie wordt gewekt dat je wel voor moet stemmen anders neem je inwoners niet serieus,’ beklaagt Suelmann zich. De publieke tribune bromt hoorbaar. ‘Dit had helemaal niet op deze manier in de raad besproken moeten worden,’ verzucht Emiel de Weerd (VVD-Liberaal 2000). Maar hij zal voor stemmen. Het is immers een mooi plan. ‘Wij hadden liever tot de voorjaarsnota gewacht,’ herhaalt Roelofs. Hij kijkt naar de volle tribune. ’Maar we zijn niet tegen het plan,’ zegt hij. Zijn amendement om in ieder geval voorwaarden over de co-financiering te stellen trekt hij maar in.
Met alleen twee VVD’ers tegen haalt het voorstel een ruime meerderheid. Tegen begrotingsnormen in, zonder algemene afweging en zonder veel beleid. Op de publieke tribune feliciteren lachende inwoners elkaar.
‘Ik wil u complimenteren: u heeft mooie besluiten genomen, het was een constructief gesprek,’ zegt burgemeester Jorritsma bij de afsluiting. Misschien uit beleefdheid, want van beide klopt niets. Alleen al door de rommelige onderbouwing komt het besluit in aanmerking voor vernietiging door Kroon. Daarnaast mag ze de raad vragen of alle leden zich vrij voelden om écht ‘zonder last’ te stemmen, of dat de volle publieke tribune en de morele druk van collega’s hen voorzichtig richting meegaandheid – en weg van hun eigen mening hebben gemanoeuvreerd.
Deze column verscheen op 6 mei 2025 bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.
Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
‘Dit kan alleen op rrrruimtelijke gronden worden geweigerd,’ zegt wethouder Jelle Nijboer. Met nadruk. Zijn voorstel over het Fochtelooërveen lijkt het niet te halen. Maar volgens hem heeft de raad van Ooststellingwerf geen andere keus dan vóór te stemmen. Procedureel heeft hij misschien een punt. Maar hij zal merken dat bij een raadsvergadering een politieke antenne meer telt dan procedures.
‘Het ziet er uit als een hamerstuk,’ zegt Thomas Wiebe Swart (CDA) aan het begin van die eerste termijn. Natuurmonumenten wil het Fochtelooërveen graag gebruiken om het ‘terug te gegeven aan de natuur’. Een boerderij erop vervalt gecontroleerd tot een ruïne. Een mooi gebied voor flora, maar ook met plekken voor fauna, denkt Natuurmonumenten.
Swart heeft twijfels. Niet alleen de natuur heeft het moeilijk, ook ‘de boer’ heeft zwaar, vindt hij. Dit besluit zou betekenen dat er minder grond is voor landbouw, en Swart vreest precedent. ‘Hoeveel plekken gaan we nog ‘“teruggeven aan de natuur”?’ Daarnaast is het laten vervallen van een woonhuis een slecht signaal in tijden van woningnood, meent Swart. ‘Dat is maatschappelijk onverantwoord,’ zegt ook Bram van ’t Klooster (VVD). ‘Er staan daar nog een paar gebouwen op de nominatie gesloopt te worden.’
‘Wij schieten al in de stress als we ‘Natuurmonumenten’ horen,’ zegt Jan Vledder (PvdA). Onderhandelingen met Natuurmonumenten over het Fochtelooërveen waren er al in 2022, herinnert Vledder zich. ‘Het ging om een integraal plan de natuur, het water én de brede welvaart te verbeteren.’ Door elke lettergreep klemtoon te geven, komt zijn ironie goed over. Maar Natuurmonumenten liet niks meer van zich horen. ‘Tot op heden hebben we van die belofte nog geen invulling gezien,’ vindt ook Harm Betten (Ooststellingwerfs Belang). Ze vertrouwen er niet op dat het nu wel goed komt. Hij wil eerst meer perspectief van Natuurmonumenten.
Lisa Edema (GroenLinks) is wél positief over het voorstel. ‘We zijn hier om een verklaring van geen bedenkingen te geven,’ zegt ze. Zo’n verklaring is een formele stap het college de ruimte te geven nieuw beleid mogelijk te maken, geen besluit over de richting ervan. ‘De verklaring kan alleen worden afgewezen als de onderbouwing voor goede ruimtelijke ordening onjuist is,’ meent Edema. En dat is niet zo, vindt ze.
‘Misschien is de woningnood wél een goed argument tegen goede ruimtelijke ordening,’ vindt Bram van ’t Klooster (VVD). Ook Berend Leistra (ChristenUnie) voelt zich ongemakkelijk nu al een besluit te nemen. ‘Wij hebben het gevoel dat dan al een weg bepaald is,’ zegt hij. Dit is voor Leistra te veel een sprong in het duister.
Dat moet de procedure nu niet in de weg staan, vindt wethouder Nijboer. Hij spreekt met opgeheven vinger en laat veel stiltes tussen zijn woorden vallen. ‘De raad … kan de verklaring … slechts afwijzen … wanneer zij … in strijd is … met een goede … ruimtelijke … orrrdening.’ Waarmee hij vooral lijkt te zeggen: u móet wel. Gezien het non-verbale gemor neemt hij het gebrek aan vertrouwen er niet mee weg.
Zorgen over wonen en agrarisch gebruik zijn volgens de wethouder simpelweg buiten de orde. ‘Ik wil alleen over dit stukje praten,’ zegt hij nog. Maar mag je van een volksvertegenwoordiging niet verwachten dat die juist méér weegt dan alleen de vierkante meters die voorliggen? Dat doet de raad dan ook, door – procedures ten spijt – geen verklaring af te geven, maar wel zijn bedenkingen te uiten.
Misschien is het een fout in de wet, maar het is ook ondoenlijk om een politiek orgaan een louter procedurele toets op te leggen. Zeker als de wethouder nalaat richting te geven. Want zonder politieke koers is elke stap in het duister er een te veel.
Deze column verscheen op 14 april 2025 bij Binnenlands Bestuur.
De komende twee weken is het tijd voor het Meireces. De Mystery Burger gaat dan liever op zoek naar paaseitjes dan raadsvergaderingen. Op 6 mei verschijnt zijn volgende column weer, en dan met een raadsvergadering waar de raad kiest voor het piepsysteem in plaats van een zorgvuldige afweging. En nee: dat gaat niet over paaskuikentjes.
De mystery burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.
Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
‘Want politiek moet ook leuk zijn,’ zegt Lianne van der Aa. De kersverse burgemeester glundert terwijl ze certificaten uitreikt aan twaalf deelnemers van de cursus gemeentepolitiek. ‘U heeft geleerd hoe de structuur van de gemeente en politieke besluitvorming werkt,’ zegt ze trots. Wat niemand nog weet: vanavond volgt een extra les. Vanaf de publieke tribune.
‘We beginnen met het vaststellen van de agenda,’ zegt Van der Aa. ‘Voorzitter?’ Linda Engels (PvdA) steekt haar hand op. ‘Wij willen onze aangehouden motie toevoegen aan de agenda.’ In een vorige vergadering was haar voorstel over het vlaggenprotocol doorgeschoven naar de commissies. Nu wil ze het alsnog in stemming brengen.
‘Wordt daar alleen over gestemd of ook nog over gediscussieerd?’ vraagt Toon Brouwers (PBL). ‘Als het dat laatste is, dan heb ik nog wel een opmerking.’ Van der Aa kijkt naar Engels. ‘Ik heb nog een paar kleine argumenten die ik zou willen mededelen, dan hoeft er wat mij betreft geen discussie plaats te vinden.’
Even wachten. Zó werkt het niet. Argumenten ‘deel je niet mede’. Niet hier. De raadzaal is geen brievenbus voor meningen, daar hoort weerwoord met kerende post retour te komen.
Ook Brouwers voelt ’t al aankomen. ‘We hebben het er in de commissie over gehad, we hebben het er in de raadsvergadering over gehad. Nu creëren we weer een platform,’ moppert hij. ‘Het is mogelijk om de motie een tweede keer in te dienen,’ meent Burgemeester Van der Aa. Al klopt dat niet helemaal: de motie was immers aangehouden. In theorie kan stemming zonder het debat opnieuw te openen. ‘Ik stel voor dat de PvdA de motie alleen toelicht,’ besluit de burgemeester toeschietelijk. ‘Dan heb ik er ook nog wel wat over te zeggen,’ zegt Rick van Bree (De Werkgroep).
‘Ik wil u vragen zich te beperken tot de aanvullende punten,’ waarschuwt de burgemeester Engels voorzichtig. Maar beperkt lijkt ze zich daardoor niet te voelen. Met de motie wil Engels het college verzoeken op het gemeentehuis op Coming Out Day de regenboogvlag te voeren. ‘De provincie doet het ook,’ zegt ze. ‘Om verbondenheid met de bevolking te tonen,’ citeert ze de provincie. ‘Vergelijkbaar met de rol van de burgemeester die meeleeft,’ vindt ze zelf.
‘Het níet hijsen van de vlag heeft immers ook betekenis,’ vindt Engels. Brouwers en Van Bree schuifelen op hun stoel. ‘Ongeacht de stemming wil ik het college vragen na te denken over het vlaggenprotocol.’ Ze haalt de installatietoespraak van Van der Aa aan: ‘U zei: “ik hecht aan een samenleving waar mensen zich welkom voelen, ongeacht religie of geaardheid”’.
Natuurlijk willen anderen reageren. ‘Ons wordt onverschilligheid verweten,’ zegt Bas van Sinten (ABL) korzelig. ‘Ik wil ons betoog uit de commissie herhalen.’ Fractiegenoot Ron Verschuren valt hem bij: ‘Er wordt ons iets heel ergs in de mond gelegd’. ‘We moeten niet de commissievergadering overdoen,’ vindt de burgemeester. ‘Dan doe ik ‘m als stemverklaring,’ antwoordt Van Sinten. ‘Er is hier niemand onverschillig,’ vindt ook Ronnie Tijssen (PBL). Waarmee Van der Aa ook de stemverklaring niet meer kan tegenhouden.
Van Sinten leest een ellenlange lijst voor van mogelijke vlagmomenten: ‘Europadag, Wereld Alzheimerdag, Dierendag…’ Dan wil Engels óók een stemverklaring. ‘Het gaat om artikel 1 van de Grondwet,’ zegt ze, recht in de richting van Van Sinten. Pas dan grijpt Van der Aa in. ‘We zijn in de ronde van stemverklaringen. Wie heeft daar nog behoefte aan?’
Gelukkig voor de burgemeester heeft niemand dat. Tot verdriet van Engels? Misschien niet. ‘Ik wil de discussie niet gaan overdoen,’ zei ze eerder. Dat klopte vast: ze zocht een podium om haar publiek te bereiken. En door het reglement een beetje haar kant op te buigen, is dat gelukt.
Deze column verscheen op 7 april 2025 bij Binnenlands Bestuur.
De mystery burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.
Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.