Als je geen hamer hebt is ieder probleem geen spijker

‘Aan de orde is agenda punt 11 Berap 2,’ leest burgemeester Birgit op de Laak. ‘U wordt voorgesteld met aanpassing van de meerjarenbegroting 2025 tot en met 2029 conform Berap 2…’ ze hapt even adem, ‘…en de september circulaire.’ Meestal zijn dergelijke agendapunten hamerstukken. Maar de gemeenteraad van Nederweert lijkt ervan in de war te raken. Niet van de cijfers, maar van het gereedschap.

‘We hebben in Nederweert het afgelopen jaar tijdelijke opvang van asielzoekers gehad,’ zegt Martin van Montfort (D66). ‘Dat is wat ons betreft allemaal goed verlopen.’ Met deze Berap – de afkorting staat voor bestuursrapportage – blijkt dat de gemeente er geld aan over houdt. ‘Plat gezegd hebben we er 1,1 miljoen euro winst op gemaakt,’ legt Van Montfort uit. 

Zoals dat bij een Berap hoort, wordt dat geld dan toegevoegd aan de algemene reserve. ‘Dat voelt wrang,’ vindt Van Montfort. Hij ziet liever een meer directe besteding. ‘We hebben een halfjaar geleden geld beschikbaar gesteld om op deze lokatie een park in richten,’ zegt hij. Misschien kan dat park ‘geplust’ worden, denkt hij. Of voor de buurt iets doen. Of anders iets voor de doelgroep nieuwkomers. ‘Taallessen of iets in die trant.’ Echt een voorstel dient hij zelf niet in. Hij zegt te hopen op voorstellen van het college.

‘In plaats van winst hebben gemaakt, kunnen we het college complimenteren dat ze het goedkoper hebben kunnen organiseren,’ vindt Mark Houben (CDA).  Het overschot – om het zo maar te noemen – houdt hij liever als reserve. ‘We hebben wel wat financiële uitdagingen voor de boeg,’ zegt hij. ‘Als er ideeën komen kunnen we daar altijd naar kijken,’ vindt Marcel Vossen (JAN). ‘Ik zou aan de Berap willen vasthouden.’ Ook wethouder Jorik Franssen vindt dat. ‘Ik zou mee willen geven het niet via de Berap over de inhoud te hebben,’ legt de wethouder uit.

Dat is ook wel logisch. Een bestuursrapportage is een instrument van de controle, niet van de kaders. Niets staat Van Montfort in de weg om ook een eigen voorstel in te dienen. Zoals een motie, een motie vreemd, of zelfs een initiatiefvoorstel. Maar dat komt er niet. ’Ik zou van het college ook wel een reactie op de inhoudelijke vraag willen,’ interrumpeert Van Montfort.

‘Ik zou zeggen dat de vergoeding voor de opvang van het Rijk positief uitpakt,’ zegt burgemeester Op de Laak. ‘Winst’ moet je het volgens haar niet noemen. Het is vast niet de ‘vraag’ die Van Montfort bedoelde, maar een echte andere heeft Van Montfort zelf ook niet gesteld. Blijkbaar is Van Montforts frame het overschot ‘winst’ te noemen overheersender dan zijn wens voor besteding ervan.

‘Ik heb behoefte aan een korte schorsing,’ zegt Van Montfort. ‘Technisch klopt het dat het over de Berap gaat,’ zegt hij erna. ‘En ja: als er geld over is gaat dat normaal gesproken naar de algemene reserve.’ Maar dit zijn andere omstandigheden, zegt hij. ‘Vrijwilligers hebben taallessen gegeven, er was geen geld voor boeken — en nu is er winst gemaakt op mensen die halfjaar in containers werden opgevangen.’ Een amendement zal hij niet indienen. ‘Wij voelen ook wel dat daar geen meerderheid voor is.’

Die zal er inderdaad niet zijn, maar niet om de reden die Van Montfort denkt. ‘De kwalificaties die u aan de opvang geeft werp ik verre,’ zegt burgemeester Op de Laak nog, waarmee het bespreekpunt is afgesloten. Niet omdat er niets te zeggen viel, maar omdat er de facto niets werd voorgelegd. Een inhoudelijk voorstel had zomaar wel tot een inhoudelijk debat kunnen leiden. Maar dan moet je wel voordat je je frame begint te timmeren, weten welk gereedschap je daarvoor gebruikt.

Deze column verscheen op 15 december 2025 bij Binnenlands Bestuur.

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

De discussie over wethouders die zich tegelijkertijd profileren als lijsttrekker krijgt een vervolg. Na een recente column op Wat is democratie waarin John Bijl de spanning tussen bestuur en campagne analyseerde, zijn in de Hoeksche Waard raadsvragen gesteld. In het Algemeen Dagblad licht Bijl zijn standpunt verder toe.

Volgens Bijl botsen de functies principieel. ‘Een wethouder bestuurt de stad en spreekt namens het college, dat met één mond hoort te spreken. Een lijsttrekker daarentegen benadrukt juist de verschillen en voert campagne voor de partij. Die twee rollen botsen.’

Hoewel de wet deze combinatie toestaat, wijst hij op het risico voor het dualisme: de scheiding tussen het controlerende werk van de raad en het uitvoerende werk van het college. In verkiezingstijd wordt die spanning zichtbaarder. ‘Je wilt een lijsttrekker die vrijuit kan zeggen: “Dit is waar wij als partij voor staan.” Maar een wethouder moet compromissen sluiten. Die spanning is onvermijdelijk.’

Bijl pleit daarom voor een structurele oplossing. ‘Maak het onmogelijk dat een raadslid na zijn verkiezing nog wethouder wordt.’ Daarmee worden partijen gedwongen helder te kiezen: wie staat op de lijst om te vertegenwoordigen, en wie bestuurt?

De discussie overstijgt de Hoeksche Waard. Zij raakt aan de kern van representatieve democratie: transparantie, rolzuiverheid en de betekenis van een kandidatenlijst. ‘Een kieslijst is geen vacaturesite voor het wethouderschap. Het is een lijst van mensen die zeggen: ik wil u vertegenwoordigen. Wie zich daarop laat zetten zónder die ambitie, bedriegt de kiezer, zichzelf en de democratie.’

In gemeenten kan maatschappelijke spanning snel politiek worden. Zeker wanneer religie, identiteit en ruimtelijke ordening samenkomen. Dan ontstaat druk op bestuurders om ‘de achterban te volgen’.

De Volkskrant publiceert deze week een uitvoerige reportage over het conflict tussen het Islamitisch Centrum Barendrecht en het gemeentebestuur. De casus laat volgens John Bijl zien hoe kwetsbaar de verhouding kan worden tussen politieke druk en juridische zorgvuldigheid. ‘In een democratie zijn politici niet alleen spreekbuizen van hun achterban, maar hebben zij ook de taak om de belangen van minderheden te beschermen’, zegt hij in de krant.

Juist in dit soort dossiers worden de rechtsstatelijke beschermingsmechanismen zichtbaar: onafhankelijke rechters, bezwaarprocedures en het overgangsrecht. Dat zijn geen formaliteiten, maar waarborgen van behoorlijk bestuur.

Democratie is meer dan meerderheidsmacht. De kwestie in Barendrecht raakt aan kernvragen van lokaal bestuur: hoe bewaak je betrouwbaarheid als overheid in een gepolariseerde omgeving? En welke verantwoordelijkheid draagt het college wanneer maatschappelijke spanningen oplopen? Bestuurders hebben niet alleen een representatieve taak, maar ook een rechtsstatelijke verantwoordelijkheid.

De samenstelling van de VVD-kandidatenlijst leidt tot discussie nadat raadslid Annemarie van Nieuwamerongen niet is teruggekeerd op de lijst. Zij stelt dat haar is gevraagd alleen als lijstduwer mee te doen, onder de voorwaarde dat zij geen campagne zou voeren en een eventuele verkiezing niet zou accepteren.

In het bericht wordt ook John Bijl geciteerd over de juridische houdbaarheid van zo’n afspraak. Volgens hem staat een dergelijke voorwaarde op gespannen voet met het vrije mandaat. Hij verwijst naar artikel 27 van de Gemeentewet: wie met voldoende voorkeurstemmen wordt gekozen, kan worden geïnstalleerd. ‘Je kunt beloven wat je wil, maar handhaafbaar is het niet.’

Bijl benadrukt dat een zetel uiteindelijk niet van een partijbestuur is, maar van de kiezer. ‘Zodra de kiezer via voorkeurstemmen een kandidaat heeft gekozen, is de interne partijbelofte juridisch en politiek tandeloos en in strijd met het vrije mandaat van de gekozene.’

De kwestie raakt aan een principieel punt in het lokale staatsrecht: kandidatenlijsten zijn geen interne rangorde alleen, maar een publiek aanbod aan de kiezer. Wie daarop staat, moet bereid zijn het mandaat te aanvaarden.

Het besluit over de toekomst van het dorp Moerdijk — mogelijk zelfs de opheffing ervan — wordt opnieuw uitgesteld. Zowel de provincie Noord-Brabant als het Rijk geven onverwacht aan pas in juni een richting te kunnen bepalen, tot grote ergernis van inwoners en bestuurders. De gang van zaken roept de vraag op of er wel voldoende afstemming was voordat het college op 11 november het voornemen presenteerde aan ruim 1100 inwoners.

Volgens Omroep Brabant waren provincie en Rijk wel op de hoogte van de aankondiging, maar niet overtuigd van de timing. De provincie laat weten dat zij “nog niet zover was om een ontwikkelrichting te kiezen”. De betrokken ministeries willen zelfs niet bevestigen of zij het voornemen van het college steunden: ‘Hier houden we het even bij op dit moment.’

Bestuurskundige John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, noemt het onwaarschijnlijk dat het college zonder ruggespraak met hogere overheden zo’n ingrijpende stap zou hebben aangekondigd. ‘Ik kan me niet voorstellen dat het college dit voorstelde zonder de voorkennis dat de rest mee zou gaan. Dat zou dom zijn.’

Ook het idee dat Moerdijk het Rijk en de provincie bewust voor het blok wilde zetten, acht hij niet geloofwaardig. ‘Dat lijkt me ook niet waarschijnlijk.’

Er blijft dan een andere mogelijkheid over: dat er aanvankelijk wél steun was, maar dat provincie of Rijk van positie zijn veranderd. Volgens Bijl is dat bestuurlijk laakbaar: ‘Heel onbehoorlijk. Dan is nu de gemeente ineens de gebeten hond.’

De waarderende woorden van minister Hermans tijdens haar persmoment — zij noemde het besluit van Moerdijk ‘moedig’ — krijgen daarmee een andere lading. Bijl: ‘Moedig dat u de hete kolen voor ons uit het vuur haalt, ja. Zonder handschoenen.’

Over de berichtgeving rondom het raadsbesluit over Moerdijk schreef John Bijl deze column:

‘We hadden een erehaag van de kinderen bedacht,’ zegt de inspreker. Naast haar kijken kinderen verwonderd om zich heen. Ze willen de raad van De Fryske Marren een petitie aanbieden. Maar nu de raad niet in het gemeentehuis in Joure vergadert – de raadzaal wordt verbouwd – strookte dat plan niet met de kinderbedtijd. De grote zaal van Heerenveen, waar de raad nu vergadert, zal op de pre-tieners best indrukwekkend overkomen. Maar deze avond zijn ze niet de enigen die wat onbeholpen overkomen.

‘Mijn dochter wilde de petitie zelf aan de burgemeester geven, maar alleen als ze zelf ook mocht tekenen,’ legt de moeder uit. Naast deze handtekening staan er 186 van ouders uit De Fryske Marren op. ‘We hopen dat het zwembad Ny Sudersé weer open kan,’ licht ze de oproep van de petitie toe. Omdat de eigenaar een nieuwe onderaannemer zoekt, is het bad deels dicht. En een ander bad sluit per 1 januari.

De petitie is niet aan dovemansoren gericht. ‘Wy tinke dat wy in oplossing fûn hawwe,’ zegt Geeske Holtrop (Kleurrijk Fryske Marren) — in de raad van De Fryske Marren wordt doorgaans Fries gesproken. Met een motie vreemd wil ze het college vragen het aantal uren zwemles in Ny Sudersé uit te breiden. ‘Zwemveiligheid is een basisvoorwaarde in een wetterich gemeente.’

Uit een onderzoek bleek er te weinig lesuren beschikbaar te zijn, zegt Holtrop. Er zouden zo’n duizend mensen op een wachtlijst staan. Maar een ander onderzoek wijst juist uit dat er voldoende zwemwater is, interrumpeert Roel Roelevink (CDA). ‘Het zwembad in Lemmer zou moet uitbreiden naar twintig uur,’ antwoordt Holtrop. Nu is dat tien uur, zegt ze. Dat ‘zwemwater’ en ‘zwemlesuren’ twee verschillende grootheden zijn, lijkt hen beiden te ontgaan. ‘U schrijft dat het met urgentie naar de raad moet,’ interrumpeert Ivo de Wolff (VVD), ‘op welke termijn is dat?’

‘Het is nog niet zeker of er een nieuwe exploitant voor het zwembad komt,’ begint Holtrop. Ze doet haar best uit te leggen dat er nog veel onzekerheden zijn. Ze valt even stil. ‘Wat was uw vraag ook al weer?’ Op welke termijn, herhaalt Wolff. ‘We hopen dat het in december gereed is,’ zegt Holtrop.

De Wolff vindt de motie prematuur; de gemeente is aan het werk om een exploitant te vinden. ‘We hebben de finishlijn in zicht.’ Volgens hem is de tien uur zwemles al een minimum. ‘Zoals ik het heb begrepen zitten de uren vast,’ interrumpeert Holtrop. De ondernemer zou wel eens blij kunnen zijn als het er meer worden. Echt een vraag is dat niet. ‘Volgens mij zal deze motie alleen werk creëren,’ vindt ook Roelevink. ‘Is de gemeente wel bevoegd om te zeggen of dit of dat moet gebeuren?’ wil Gerda de Vries (FNP) weten.

Dat is het inderdaad niet, antwoord wethouder Barbara Gardeniers. ’Om tot meer zwemlessen te komen ontraden we de motie,’ zegt ze zelfs. De motie zou de besprekingen tussen de eigenaar en een nieuwe exploitant kunnen vertragen. Als dit bad opengaat is voldoende zwemwater, herhaalt Gardeniers, ook als het andere bad dichtgaat. ‘Het klopt toch dat er maar 13,5 uur zwemles geprogrammeerd staat?’ vraagt Holtrop nog. ‘In het contract staat minimaal 13,5 uur,’ zegt de wethouder, ‘niet maximaal’. Als er meer vraag is, komt er ook meer les.

Met die toelichting houdt Holtrop haar motie maar aan. Beter had ze de technische informatie die ze nu heeft gekregen eerst verzameld, en bijvoorbeeld de wethouder gevraagd hoe ze haar gedrevenheid kon omzetten in een raadsinstrument dat ook het college helpt. Misschien had haar motie dan wel met een schoonsprong geëindigd — in plaats van, nou ja, een bommetje.

Deze column verscheen op 1 december 2025 bij Binnenlands Bestuur.

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

De politieke ophef over de overstap van oud-wethouder Lot van Hooijdonk naar HVC bewijst opnieuw hoe ingewikkeld het is voor oud-politici om een nieuwe baan te vinden zonder dat er een verdenking omheen hangt. Bestuurskundige John Bijl ziet een bekend patroon: ‘Oud-politici kunnen het bijna nooit goed doen. Ga je ergens in het publieke domein werken, dan is het vanwege vriendjespolitiek. Doe je het niet, dan ben je een wachtgeldtrekker. Het imago van de “baantjescarrousel” hangt er altijd omheen.’

Bijl wijst erop dat publieke organisaties juist veel baat hebben bij mensen met bestuurlijke ervaring. ‘Zo’n bedrijf haalt iemand binnen die competent is, die weet waar ze over praat, die het werkveld kent. Ga je dan in de supermarkt staan met die competentie?’ Tegelijkertijd ziet hij dat de arbeidsmarkt voor oud-politici bepaald geen vetpot is: ‘Kijk naar de vele oud-Kamerleden die maar niet aan het werk komen.’

Een gevoelige overstap, zorgvuldig voorbereid

In Utrecht gaat de discussie ondertussen vooral over de schijn van belangenverstrengeling. Van Hooijdonk was als wethouder betrokken bij het onderzoek naar drie opties voor de aanleg van warmtenetten, waaronder samenwerking met HVC. Pas nadat ze vrijwillig opstapte, kozen college en raad voor het bedrijf.

Daardoor wringt haar overstap: raakt haar nieuwe functie aan haar oude portefeuille? Volt-raadslid Ruud Maas noemt de situatie ‘hoogst ongemakkelijk’. De nieuwe – nog niet vastgestelde – gedragscode voor Utrecht stelt immers dat oud-bestuurders twee jaar geen betaalde functies mogen aannemen die direct raken aan hun voormalige portefeuille.

Van Hooijdonk benadrukt dat ze juist alle stappen heeft gezet om discussie te voorkomen. ‘Ik heb geprobeerd niet over één nacht ijs te gaan en ervoor te zorgen dat het deugt’, zegt ze. Juristen en integriteitsspecialisten bevestigden volgens haar dat de functie kan: ze krijgt geen doorslaggevende zeggenschap, werkt vooral met aandeelhouders en internationale partners, en heeft expliciet afgesproken geen Utrechtse dossiers aan te raken.

Volgens Bijl verdient dat onderscheid aandacht. Zorgvuldigheid en beperkingen in de werkzaamheden zijn belangrijk. ‘Tuurlijk moet je op je qui vive zijn, maar als er een goed antwoord op komt, gun je iemand het voordeel van de twijfel. Want wat wil je anders dat oud-bestuurders doen? Of ze gaan aan de slag, of ze blijven thuis zitten met wachtgeld. Als ze hun expertise inzetten zonder belangenverstrengeling, is dat helemaal in de haak.’

De bredere vraag: hoe beoordelen we overstappen?

De casus-Van Hooijdonk laat zien hoe kwetsbaar de overgang van bestuur naar arbeidsmarkt is. Gemeenten scherpen gedragscodes aan, publieke functies staan onder een vergrootglas en de grens tussen ‘ervaring benutten’ en ‘risico op schijn’ blijft dun.

De vraag is dus niet alleen of deze overstap mag, maar vooral: wanneer is een overstap écht een integriteitsrisico – en wanneer is het vooral wantrouwen?

De situatie in Alphen aan den Rijn – waar nu twee VVD-fracties naast elkaar in de raad zitten – laat volgens bestuurskundige John Bijl zien hoe snel politieke stijlverschillen kunnen uitgroeien tot bestuurlijke instabiliteit. ‘Het draait heel erg om de stijl van politiek bedrijven. Als mensen elkaar niet meer begrijpen in hoe ze in de wedstrijd zitten, wordt het lastig.’

Die observatie raakt aan een bredere staatsrechtelijke werkelijkheid: raadsfracties bestaan niet bij de gratie van partijafspraken, maar bij de manier waarop individuele raadsleden hun mandaat uitoefenen. Afsplitsingen zijn daarom geen systeemfout, maar een signaal dat onderlinge verhoudingen zijn vastgelopen.

Afsplitsingen horen bij het systeem

Landelijke cijfers bevestigen dat beeld. In bijna de helft van de gemeenteraden ontstaan tijdens een raadsperiode nieuwe fracties. Niet door grote inhoudelijke breuken, maar vaak door onderlinge spanningen, politieke stijlverschillen en profilering richting de verkiezingen.

Juist daarom noemt de commissaris van de koning het ‘zorgelijk’ wanneer spanningen de inhoud overschaduwen: het vertrouwen van inwoners raakt dan direct aan het functioneren van het hoogste bestuursorgaan van de gemeente.

Soms is scheiding beter dan strijd

Bijl ziet in de Alphense situatie ook een pragmatischer les. ‘Een fractie die van binnenuit is vastgelopen, werkt niet. Als twee groepen elkaar belemmeren, kan verdergaan in aparte fracties misschien wel de beste oplossing zijn.’

Want uiteindelijk is niet de partijlijn bepalend, maar of de raad als geheel zijn werk kan doen. En precies dat raakt onder druk wanneer stijlverschillen sterker worden dan het debat zelf.

De beelden uit de recente NOS-uitzendingen laten een ontwikkeling zien die veel breder reikt dan Terneuzen alleen: raadsleden, wethouders en burgemeesters ervaren steeds vaker dreiging en intimidatie rondom besluiten over asielzoekerscentra. Het is een patroon dat volgens bestuurders de normale democratische verhoudingen onder druk zet.

In verschillende gemeenten worden raadsleden inmiddels beveiligd tijdens vergaderingen, of vinden beraadslagingen achter gesloten deuren plaats. In Doetinchem werden vuurwerk en eieren naar het gemeentehuis gegooid, in Hoorn stonden demonstranten met fakkels voor de deur, en in Venlo spreken bestuurders openlijk over bedreigingen.

Volgens John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, voelen veel raadsleden de gevolgen daarvan in hun dagelijkse werk:
‘Ik spreek geregeld raadsleden die zeggen: ik durf niet alles meer te zeggen wat ik zou willen zeggen.’ 

Ook in Terneuzen speelde die druk een grote rol. Dat een raadslid in de raadszaal verklaarde niet te durven stemmen, is volgens Bijl geen losstaand incident maar een signaal van een bredere verschuiving. ‘Dat raadsleden niet meer in vrijheid hun stem kunnen uitbrengen omdat ze zich onder druk voelen staan: dan zetten we echt onze democratische rechtsorde op het spel.’

Provinciale bestuurders trekken intussen openlijk aan de bel. In Limburg noemt gouverneur Emile Roemer het “schandalig” dat lokale politici beveiliging nodig hebben. Ook CdK Hugo de Jonge zegt signalen te hebben dat raadsleden onder druk worden gezet en dat dit nadrukkelijk moet worden onderzocht.

Een terugkerend element in de uitzendingen is het verwijt dat gemeenten weinig ruggensteun voelen vanuit Den Haag. Lokale bestuurders moeten de spreidingswet uitvoeren, terwijl landelijke politici regelmatig suggereren dat die wet kan worden ingetrokken of genegeerd. Daardoor stijgt de maatschappelijke druk juist verder, zeggen betrokkenen.

Bijl sluit zich daarbij aan: ‘Het kabinet laat maar weinig van zich horen om het op te nemen voor gemeenten.’ En: ‘Ik had het logisch gevonden als ministers deze week nog hadden gezegd dat de spreidingswet ook in Terneuzen gewoon moet worden uitgevoerd.’

De combinatie van juridisch verplichte besluitvorming, felle lokale emoties en landelijke onduidelijkheid leidt volgens deskundigen tot een kwetsbare situatie. Gemeenteraden stellen besluiten uit, raadsleden ervaren druk op hun persoonlijke veiligheid en bestuurders waarschuwen voor een sluipende normverschuiving.

De vraag die boven de recente ontwikkelingen hangt, is dan ook breder dan één gemeente of één besluit: hoe zorgen we ervoor dat lokale politici hun werk kunnen doen in vrijheid, onderbouwd, en zonder angst? Bijl is daar duidelijk over: ‘We moeten als samenleving iedere dag blijven bevestigen dat intimidatie onacceptabel is. En daar hebben we het Rijk hard bij nodig.’

De gemeente Terneuzen is deze week in een politieke crisis beland na het onverwachte vertrek van burgemeester Erik van Merrienboer. Hij legt zijn functie neer omdat hij geen vertrouwen meer heeft in een goede samenwerking met de gemeenteraad rondom de besluitvorming over een asielzoekerscentrum. Het besluit van de burgemeester zorgt voor beroering in de Zeeuwse gemeente en trekt nationaal de aandacht.

Het conflict draait om de vergunning voor een opvanglocatie voor maximaal tweehonderd asielzoekers. Waar de raad vorig jaar nog instemde met het plan, keerde onlangs een meerderheid zich onder maatschappelijke druk tegen de komst van het azc. In een brief aan de gemeenteraad suggereerde Van Merrienboer dat niet alle raadsleden hun stem ‘zonder last’ hebben kunnen uitbrengen. 

Die passage raakt aan een norm die in het lokaal bestuur geldt als onaantastbaar, zegt John Bijl van het Periklesinstituut. Hij noemt het vertrek van de burgemeester bijzonder: ‘Dit is echt uitzonderlijk, zegt hij tegen Omroep Zeeland. ‘Ik word er een beetje knorrig van.’ Volgens hem verandert het ontslag weinig aan de feitelijke opgave: ‘Je hebt gewoon de spreidingswet uit te voeren. Ook een waarnemend burgemeester krijgt dezelfde wet op zijn bord.’ 

De spanning liep verder op toen CDA-raadslid Rolf Mobach in een openbare vergadering verklaarde niet te durven stemmen vanwege de druk die hij voelde op zichzelf en zijn omgeving. Hij verliet de zaal voordat de stemming begon. 

Dat raadsleden hun stem niet meer durven uit te brengen, is volgens Bijl een ernstige waarschuwing: ‘Dat ondermijnt onze democratie,’ zegt Bijl tegen NOS. ‘Raadsleden horen zonder last te stemmen.’ 

Ook stelt hij dat de burgemeester had moeten ingrijpen toen een raadslid openlijk aangaf zich niet veilig te voelen: ‘Op het moment dat een raadslid aangeeft dat hij zijn stem niet durft uit te brengen, moet je als burgemeester de vergadering schorsen.’ 

De zorgen worden gedeeld door commissaris van de Koning Hugo de Jonge, die met de fractievoorzitters in gesprek gaat. Hij noemt het onacceptabel als raadsleden zich belemmerd voelen bij het stemmen: ‘Als zij zich kennelijk onder druk gezet hebben gevoeld, is de democratie in het geding.’ 

Wat precies heeft geleid tot deze bestuurlijke breuk, blijft onderwerp van gesprek. Bijl ziet in ieder geval een optelsom van spanningen: ‘Niemand stapt op vanwege één incident. Dit is een breuk waar emotie meespeelt.’ 

Over de positie van de burgemeester schreef John Bijl deze column.