Met een verklaring van amper 255 woorden probeerde de Hilversumse gemeenteraad woensdagavond de kwestie rond wethouder Bart Heller te beëindigen. Maar volgens deskundigen blijft veel onduidelijk. De maandenlange stilte, de besloten vergaderingen en de summiere toelichting maken de affaire juist uitzonderlijk, zegt John Bijl, directeur van het Periklesinstituut tegen NH Nieuws.
De zogenoemde ‘zaak-Heller’ begon met een e-mail waarin de wethouder aandacht vroeg voor Palestijnse kinderen, als reactie op een oproep om solidariteit te tonen met een Israëlisch gezin. De mail leidde tot onrust binnen het college en Hellers vertrek. Dat vo-iel blijkbaar niet in de goede aarde bij de gemeenteraad van Hilversum; de raad benoemde kort daarna Heller opnieuw als wethouder.
De verklaring die de raad gisteravond voorlas, moest duidelijkheid bieden – maar deed dat nauwelijks. Volgens Bijl is dat precies het probleem. ‘Het is opmerkelijk,’ zegt Bijl. ‘Ik kan me goed voorstellen dat iedereen, en zeker het college, best wel in hun maag zit met hoe ze dit hebben aangepakt,’ zegt hij. ‘Het voelt dan toch wel aan alsof ze best wel snappen dat ze het verkeerd hebben aangepakt, maar het liefst de hele situatie zoveel mogelijk willen downplayen en hopen dat het zo snel mogelijk weggaat.’
De raad erkende in de verklaring dat het college ‘zorgvuldiger had kunnen en moeten informeren’. Toch bleef een openbare toelichting van de burgemeester uit – iets wat volgens Bijl zelden verstandig is. ‘Mijn vuistregel is: geen commentaar is geen optie. Het waait niet weg.’
Die terughoudendheid is volgens hem niet alleen een Hilversums probleem, maar raakt aan de kern van bestuurlijke openheid. ‘Als mensen niet begrijpen wat er is gebeurd, gaan ze hun eigen invulling geven en dan krijg je Indianenverhalen. Mensen zijn best bereid fouten te vergeven, maar maak wel duidelijk wat er is gebeurd en zorg ook dat ze het snappen. Dan kunnen ze denken: lesje geleerd, en doorgaan met wat belangrijk is. Want wat belangrijk is, zijn inwoners.’
Tijdens een raadsvergadering in Papendrecht noemde een fractievoorzitter per ongeluk het bedrag dat gemoeid is met de bouw van een nieuw dienstengebouw op de gemeentelijke begraafplaats. Daarmee werd vertrouwelijke informatie openbaar, iets wat volgens John Bijl ‘niet mag, maar in dit geval gelukkig weinig schade heeft aangericht’.
De verspreking zorgde voor opschudding, omdat bedragen in dit stadium van een aanbestedingstraject nog geheim horen te blijven. Het videofragment waarin het bedrag te horen was, werd offline gehaald en later – met het bedrag onleesbaar gemaakt – opnieuw geplaatst. Bijl ziet daarin een verstandig optreden: ‘Ze hebben nu dus de zwarte merkstift over het vertrouwelijke getal gehaald, net als in een Woo-verzoek.’
Volgens Bijl komt dit soort situaties vaker voor, maar is de impact meestal beperkt. ‘Een burgemeester uit Lochem vertelde een paar jaar geleden zelf iets waar geheimhouding op rustte. Na onderzoek bleek dat de onderhandelingen allang waren afgerond. Dan is het toch een beetje alsof je ’s nachts over een totaal lege kruising door rood fietst.’
In Papendrecht moet burgemeester Margreet van Driel beoordelen hoe ernstig de situatie is. ‘Wat ik begreep is dat het noemen van dit bedrag de onderhandelingspositie van de gemeente niet heeft ondermijnd,’ zegt Bijl. ‘Daarmee blijft staan dat je gewoon je snavel had moeten houden en dat bedrag niet had moeten noemen. Het is een domme fout, maar zonder directe schade. Ik ga ervan uit dat de burgemeester dat meeweegt.’
Toch ziet Bijl in het incident een leerpunt voor alle raadsleden. ‘De burgemeester mag in haar handen knijpen dat de gevolgen beperkt zijn. Dit is een goede gelegenheid om raadsleden te wijzen op hun verantwoordelijkheid. Geheimhouding is er niet om informatie te verstoppen, maar om zorgvuldige besluitvorming mogelijk te maken.’
In de gemeente Hoorn is bestuurlijke en politieke onrust ontstaan na een collegebesluit over tijdelijke noodopvang voor asielzoekers. Wethouder Marjon van der Ven (VVD) trad af omdat het besluit niet opnieuw is voorgelegd aan de gemeenteraad, terwijl die zich eerder uitsprak tegen een vergelijkbaar voorstel. Haar partij verliet daarop per direct de coalitie, die sindsdien op een minderheid leunt. Volgens John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, raakt deze situatie aan een fundamenteel element van het lokale bestuur: ‘Laat zien welke afwegingen je als college hebt gemaakt, zodat het een gelegitimeerd besluit is.’
Het college besloot vorige week om in de voormalige technische school aan de Johannes Poststraat tijdelijk vijftig asielzoekers op te vangen. Daarmee halveerde het weliswaar het eerdere voorstel – dat op raadsverzet stuitte – maar werd de raad niet opnieuw gehoord. Van der Ven, die zich vanwege belangenverstrengeling onthield van stemming, liet in haar ontslagbrief weinig onduidelijkheid: ‘De raad is en blijft het hoogste bestuursorgaan in onze gemeente.’ Het besluit, vindt ze, had opnieuw aan de raad voorgelegd moeten worden.
Het college weerspreekt haar lezing. Volgens het college zijn ‘de zorgen serieus meegewogen’ en is het besluit ‘volledig conform geldende wet- en regelgeving genomen’. En: ‘Mevrouw Van der Ven heeft recht op haar eigen mening, niet op haar eigen feiten.’
Dat maakt het niet minder pijnlijk, ziet ook John Bijl. ‘Er is sprake van een rechtsgeldig besluit, want alle aanwezige wethouders hebben gestemd.’ Maar: ‘De politieke kant is ingewikkelder. Het besluit gaat tegen de raad in.’ Bijl toont begrip voor de keuze van de wethouder: ‘Ze wil geen lid meer zijn van een college dat besluiten neemt, waar ze niet achter staat. Dat is de koninklijke weg.’
Toch plaatst hij ook een kanttekening bij de werkwijze van het college: ‘Er hoort wel een zorgvuldig verantwoordingsproces te zijn. Laat zien hoe je tot je afweging bent gekomen, juist omdat de raad de andere kant op wees.’ De verwijzing naar de Spreidingswet maakt de situatie niet minder gevoelig. ‘Je hebt dan wel een wettelijke taak, maar ook behoorlijk wat maatschappelijke onrust. Dan moet je extra zorgvuldig zijn.’
De situatie laat volgens Bijl zien hoe belangrijk de relatie tussen college en raad is. ‘Het gaat om draagvlak én om de zorgvuldigheid van het openbaar bestuur. Over beide vallen vragen te stellen.’ Of het college nog het vertrouwen van de raad geniet, is volgens hem dan ook niet alleen een kwestie van juridische legitimiteit. ‘De raad zou kunnen zeggen: we snappen het, maar dit nooit meer. Want als het nog een keer gebeurt, dan zwaait er wat.’
Brabanders hebben steeds minder vertrouwen in de landelijke overheid. Dat blijkt uit onderzoek van Kieskompas in opdracht van Omroep Brabant, uitgevoerd onder ruim 1500 inwoners van de provincie. De resultaten zijn representatief voor leeftijd, geslacht, opleiding en stemgedrag. Bijna zeven op de tien Brabanders zeggen weinig of zelfs geen vertrouwen meer te hebben in Den Haag.
Volgens bestuurskundige John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, is dat geen verrassing. ‘Als je een debat in de Tweede Kamer aanzet, zie je mensen met elkaar kibbelen zonder dat ze een stap verder komen’, zegt hij. ‘De politiek is te veel met zichzelf bezig, en te weinig met de zorgen van mensen.’
Bijl wijst erop dat het probleem dieper ligt. ‘We hebben twee kabinetten gehad die veel beloofden maar weinig leverden. Er werd overal het woord “crisis” voor gebruikt — woningcrisis, asielcrisis, stikstofcrisis — maar op geen van die onderwerpen is resultaat geboekt.’
Toch is het vertrouwen niet overal verdwenen. In gemeenten en provincies is het beeld positiever. Zo heeft 45 procent van de Brabanders vertrouwen in de lokale politiek, tegenover slechts 12 procent in de landelijke . Bijl ziet daarin een belangrijk verschil: ‘Lokale politiek gaat over voelbare kwesties: afvalinzameling, windmolens, een geitenhouderij naast de deur. Als raadsleden laten zien welke afwegingen ze maken, stijgt het vertrouwen vanzelf.’
Maar het tanende vertrouwen in Den Haag raakt ook de gemeentepolitiek. ‘Mensen die uitstekend raadslid zouden kunnen worden, haken af omdat ze geen zin hebben in het gedoe’, zegt Bijl. ‘Daar komt bij dat bedreigingen aan het adres van politici afschrikken. De publieke arena lijkt van buitenaf een nare plek geworden.’
Om het vertrouwen te herstellen, moeten politiek en media volgens Bijl het roer omgooien. ‘Politieke partijen moeten weer echte verenigingen worden, waar leden met elkaar discussiëren in plaats van applaudisseren. En journalisten zouden minder talkshows met oneliners moeten maken, en vaker echt uitleggen wat politiek is. Mensen moeten weer kunnen meedenken, niet alleen meekijken.’

In Schiedam bleef deze week de publieke tribune leeg bij de raadsvergadering over de komst van een asielzoekerscentrum. De burgemeester wilde geen enkel risico lopen nadat eerdere protesten bij het stadhuis uitliepen op spanningen. Wie de vergadering wilde volgen, kon dat alleen via een livestream.
‘Ik heb honderden gemeenteraadsvergaderingen in mijn leven gezien’, vertelde John Bijl in de uitzending. ‘Er zijn vergaderingen waar ik in mijn eentje zat.’ Op de vraag welke onderwerpen wel publiek trekken, antwoordde hij: ‘Ondergrondse containers doen het altijd goed. Windmolens, woningbouw en natuurlijk de asieldiscussie.’ Bijl wees op de druk die een volle tribune kan veroorzaken: ‘Ik heb het zelf een keer meegemaakt bij een raadsvergadering in Gouda, waar het publiek overduidelijk een stempel drukte op de besluitvorming. De raad durfde dan ook geen besluit te nemen.’
Politicoloog Hans Vollaard van de Universiteit Utrecht toonde begrip voor het dilemma: ‘Je wilt dat raadsleden alle stemmen van inwoners horen. Maar zoals op een verjaardag met een felle oom of tante — op een gegeven moment zeg je niet meer alles.’
In de reportage benadrukte de redactie dat openbaarheid sinds 1851 het uitgangspunt is van de lokale democratie. De spanning tussen veiligheid en openbaarheid blijft echter actueel: raadszalen zijn niet gemaakt voor massaprotesten, maar zonder publiek verliest de democratie haar gezicht.
Een dikke, rode streep door een wetsvoorstel: het overkomt niet vaak een minister. Toch kreeg Mona Keizer, demissionair minister van Wonen, het zwaarste oordeel dat de Raad van State kan vellen — dictum D. Haar voorstel om gemeenten te verbieden nog langer statushouders voorrang te geven bij sociale huurwoningen werd door de Raad ‘ongrondwettelijk’ genoemd. Toch kondigde Keizer aan het wetsvoorstel ‘gewoon in te dienen’.
‘Ik knipperde met mijn ogen toen ik dat hoorde,’ zegt John Bijl, directeur van het Periklesinstituut. ‘Niet alleen omdat het inhoudelijk vreemd is, maar ook omdat het zo’n primaire reactie was. Van een bestuurder mag je verwachten dat hij even tot tien telt voordat hij iets zegt.’
Bijl noemt de Raad van State ‘misschien wel het minst begrepen instituut van Nederland’. En dat is volgens hem juist een goed teken. ‘Als je gaat tanken, vertrouw je erop dat de benzine werkt. Je hoeft niet te weten hoe olie wordt gekraakt. Zo is het ook met de Raad van State. Het is een instituut dat de democratische rechtsstaat laat draaien — juist doordat het níet dagelijks in het nieuws is.’
De Raad is, zegt hij, ‘de plaatsvervanger van de koning op aarde’. Een archaïsche uitdrukking, maar wel accuraat. ‘De koning is het staatshoofd, maar in Nederland verdelen we macht. De Raad van State waakt namens de kroon over de rechtmatigheid van bestuur: hij spreekt recht in geschillen en geeft advies over wetten voordat ze worden ingediend.’
Dat advies is geen vrijblijvende mening. ‘De Raad beoordeelt elk wetsvoorstel — honderden per jaar. In zestig procent van de gevallen is alles prima: dat is een A. Nog eens dertig procent krijgt een B: let op dit of dat. En in minder dan twee procent van de gevallen geeft de Raad een D. Dat is zeldzaam. Dan heb je het echt verprutst.’ Hij lacht even, maar wordt dan serieus: ‘In tien jaar tijd is dat maar dertig keer gebeurd. Slechts zes ministers hebben het daarna tóch ingediend. Dat is niet stoer, dat is beschamend. Wie zo’n advies negeert, zegt in feite: ik weet het beter dan de wet.’
Volgens Bijl is het voorstel van Keizer niet alleen juridisch onhoudbaar, maar ook inhoudelijk misleidend. ‘Ze zegt dat gemeenten statushouders niet langer voorrang mogen geven bij het toewijzen van woningen. Maar dat is onzin: er ís helemaal geen wettelijke voorrang. Gemeenten mogen dat zelf bepalen, afhankelijk van hun lokale situatie. In een krimpgemeente als Duiven speelt iets heel anders dan in Amsterdam, waar mensen letterlijk op straat zouden staan. Het verbod dat Keizer voorstelt, pakt die beleidsvrijheid af. Daarmee straft ze gemeenten die hun werk goed doen.’
De Raad van State heeft in de loop der eeuwen geleerd juist dáárvoor te waken: voor politieke willekeur. ‘Het is een instituut dat met gezag, niet met macht werkt,’ zegt Bijl. ‘De Raad kijkt niet naar wat populair is, maar naar wat rechtvaardig is. Dat is een groot verschil. In een democratie is de meerderheid belangrijk, maar nooit heilig. De Raad zorgt ervoor dat ook de rechten van minderheden beschermd blijven.’
Die rol is volgens hem onmisbaar. ‘De Raad van State is geen stoorzender van de politiek, maar een veiligheidsklep. Juist om te voorkomen dat overhaaste, emotionele wetgeving de samenleving schaadt.’
De Raad kreeg zelf kritiek na de toeslagenaffaire. ‘Iedereen in het wetgevingsproces had beter moeten opletten,’ zegt Bijl. ‘Niet alleen de Raad, ook de Tweede Kamer en het kabinet. Maar wat ik sterk vond, is dat de Raad daarna echt de hand in eigen boezem stak. Die zelfreflectie was indrukwekkender dan bij de regering.’ In een artikel getiteld Lessen uit de kinderopvangtoeslag erkende de Raad dat hij zich te veel had laten leiden door politieke druk en te weinig door de menselijke maat. ‘Dat inzicht is belangrijk,’ zegt Bijl. ‘De Raad moet boven de waan van de dag blijven. Hij is het geheugen van onze rechtsstaat.’
Of de Raad niet te gesloten is? Bijl glimlacht. ‘Ja, het is een beetje een ons-kent-ons-clubje. Maar dat is niet per se erg. Je verwacht van een huisarts ook dat hij geneeskunde heeft gestudeerd. De Raad van State bestaat uit juristen, economen, staatsrechtdeskundigen — mensen die weten hoe wetgeving werkt. Ze hoeven niet op elke maatschappelijke stroming te lijken; ze moeten wetten kunnen doorgronden.’
Hij trekt de lijn breder. ‘In Nederland verdelen we macht juist om vrijheid te beschermen. De politiek vertegenwoordigt de samenleving; de Raad bewaakt de spelregels. Dat is precies wat democratie in stand houdt.’
Toch ziet Bijl een verontrustende trend. ‘Politici lijken de rechtsstaat steeds vaker als hinderpaal te zien,’ zegt hij. ‘Alsof een meerderheid automatisch gelijk heeft. Maar democratie betekent niet dat je je zin krijgt. Het betekent dat besluiten zorgvuldig worden genomen, mét tegenspraak.’
Het negeren van adviezen past volgens hem in een bredere veronachtzaming van bestuurlijke zorgvuldigheid. ‘We zien ministers die voor hun beurt spreken, alsof er geen instituties meer zijn. Minister Heinen, die na de rellen in Den Haag alvast concludeerde dat het optreden van de politie “volledig terecht” was — nog voordat enig onderzoek was gedaan. Of minister Van Oosten, die het advies van de NCTV over radicaliserende jongeren in de wind sloeg en er publiekelijk afstand van nam. Dat zijn geen incidenten. Dat is een patroon van bestuurlijke overmoed.’
Wie zo handelt, zegt Bijl, raakt aan de kern van het probleem. ‘Wie instituties als hinderlijk beschouwt, ondermijnt hun gezag. En gezag is de zuurstof van de democratie. Zonder gezag wordt politiek alleen nog een krachtmeting.’
Toch blijft hij hoopvol. ‘Nederland heeft sterke instituties. Juist omdat we macht verdelen, is de schade beperkt. Maar dat betekent niet dat we er achteloos mee moeten omgaan. Gezag komt te voet en gaat te paard.’ Hij leunt even achterover. ‘De Raad van State is niet heilig. Maar zonder zulke instituties verandert politiek in willekeur. En dat is precies wat we in Nederland altijd hebben willen voorkomen.’
Dit artikel is gebaseerd op het gesprek dat John Bijl voerde in het programma Vroeg! (NPO Radio 1, 25 september 2025).
Een paar woorden wil hij eraan wijden. Burgemeester Huub Hieltjes heeft zojuist van de gemeenteraad gehoord dat ze hem graag voordragen voor herbenoeming. ‘Debat en verschil van inzicht horen bij een levende democratie,’ citeert hij de troonrede. Met de verkiezingen in aantocht hoopt hij dat raadsleden ‘constructief van mening kunnen verschillen’. Die aansporing blijkt in Duiven hard nodig – maar niet om de reden die u denkt.
De griffier deelt – uitstekende – petitfours uit, de burgemeester opent de vergadering met de vaste blokjes raadsvragen, de toezeggingenlijst en mededelingen. ‘De wethouder heeft toegezegd voor 1 juli 2025 de raad te informeren over precariorecht,’ vraagt Marco Holtus (VVD). Wethouder Marieke Overduin dankt voor de reminder. Het komt in de begroting, zegt ze. De toezeggingenlijst is ook erg lang, vindt Holtus. Het college zal die opschonen, zegt de burgemeester. Wethouder Geert-Jan Schrijner kan al een mededeling doen waardoor er twee toezeggingen af kunnen. ‘Drie,’ zegt Schrijner. ‘Over 22TZ223 heeft u een e-mail gehad. Dat gaat over de opslagruimte van de carnavalsvereniging.’
‘Dan de heer Benter,’ zegt Hieltjes. Benter – zijn voornaam is op de websites van gemeente of partij niet te vinden – is geen raadslid, maar burgercommissielid van D66. Blijkbaar kunnen deze fractieassistenten tijdens raadsvergaderingen hier vragen stellen. ‘Wat zijn de passende en technische mogelijkheden om een datalek te voorkomen?’ vraagt Benter. ‘Het was een betreurenswaardige fout,’ zegt Hieltjes, maar technisch blijft het lastig. ‘Zijn de mensen inmiddels geïnformeerd?’ vraagt Karin Bouwmeister (DOED). De burgemeester legt de gevolgde procedure uit. Elf mensen kregen een brief.
‘Hoe kijkt het college aan tegen een jaarlijkse toets op seniorvriendelijkheid?’ vraagt Eva van der Mast (GroenLinks), naar aanleiding van een oproep van de landelijke ouderenbond. ‘Dank voor de aandacht hiervoor,’ zegt Overduin, en somt op wat de gemeente al doet. ‘Welke inspanningen worden geleverd voor suïcidepreventie?’ vraagt D66-fractieassistent Ruiter. Er is een gatekeeper-training, legt Overduin in een lang en technisch antwoord uit.
Vooral de vragenstellers luisteren naar de beantwoording. Of de kostenstijging in het stationsgebied nog te verhalen valt, wil fractieassistent Peter Meijer (Pro Duiven) weten. Waarom er gekozen is voor kabelmatten in plaats van tegelgoten, vraagt Henk Albers (CDA). Of de gemeente meedoet aan de campagne tegen geweld tegen vrouwen, zegt fractieassistent Mathieu Maanders (BurgerBelangen).
Na drie kwartier is men toe aan de mededelingen. Albers wijst op een passage in de miljoenennota over werkvoorziening. En op de belangstelling voor de kinderraad. Wouter Smit (Pro Duiven) heeft een uitnodiging. Wethouder Schrijner vertelt iets over damwandproeven. Het lijkt inmiddels alsof men om beurten iets uit de nieuwsbrief voorleest. ‘Kan de wethouder ook een mededeling doen over de oliebollenkraam?’ vraagt Holtus om half tien. Dat blijkt te kunnen. Jasper Walraven (BurgerBelangen) wil stuk A053C agenderen voor een volgende vergadering.
Na vijf kwartier beleidsweetjes gaan de drie agendapunten af met een hamerslag. Een motie van DOED, CDA, D66 en GroenLinks over een reizende tentoonstelling over femicide hoeft na een toezegging van de wethouder niet in stemming te worden gebracht. Een motie van Erik van den IJssel (VVD) stelt dat de gemeente vrouwen moet vragen naar onveilige plekken. De jaarlijkse enquête veiligheidsonderzoek vraagt dat al, legt Hieltjes uit. Misschien beter om het aan álle inwoners te vragen, vinden enkele fracties. Na een veel te lange schorsing van twintig minuten wordt de motie aangepast zodat het dictum precies beschrijft wat er al gebeurt. Waarmee ze net zo overbodig is geworden als de rest van deze vergadering. De raad stemt unaniem voor.
Voor Hieltjes’ herbenoeming is er nog een drankje. ‘Helaas lijken mensen in Nederland steeds vaker tegenover elkaar te staan,’ zei hij aan het begin. Na deze vergadering denk ik: deden ze dat maar eens. Dan deden ze tenminste iets waarvoor ze gekozen zijn.
Deze column verscheen op 22 september 2025 bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.
Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
‘Wat heeft het college precies anders gedaan op de momenten dat het beter ging?’ Het is inmiddels al ruim in een tweede termijn wanneer Nathalie Rozendaal (Hart voor Horst aan de Maas) deze behoorlijk reflectieve vraag stelt. De raad van Horst aan de Maas bespreekt naast de gebruikelijke agenda ook een best kritisch rekenkamerrapport over de bestuurlijke samenwerking in de Limburgse gemeente.
Vooral de kaderstellende rol van de raad komt niet uit de verf, al zijn er ook voorbeelden waar het wél lukte. ‘Wat doen wij als raadsleden anders als het beter gaat?’ mijmert Rozendaal. Zoals dat gaat met reflectieve vragen blijft een direct antwoord uit. Maar gek genoeg kreeg ze het al een agendapunt eerder.
Kort ervoor spreekt de raad over het werkbedrijf. Die gemeenschappelijke regeling wordt opgeheven; er moet dus in Horst aan de Maas een nieuwe organisatie komen die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een dagbesteding biedt. Over de contouren van die nieuwe organisatie zijn de fracties het wel eens. ‘De opzet sluit aan bij onze beleidslijnen,’ vindt Sjaak Jenniskens (Vur iedereen). ‘Over het overgrote deel wat in de contourennota staat zijn we het helemaal eens,’ meent raadslid Rozendaal. Het is de manier waarop die organisatie moet worden opgericht waar ze wél kritisch op is.
‘Taken, bevoegdheden, rollen en sturing moeten nog worden ingevuld,’ zegt ze. Toch ligt er nu al een raadsbesluit voor een BV op te gaan richten. Daar zou de raad nu ook al bij uitspreken ‘geen wensen en bedenkingen’ ervoor mee te geven. Dat is Rozendaal te gortig. ‘Er zijn voorbeelden in het verleden waar de rol van de raad als opdrachtgever en eigenaar niet goed was geregeld.’ Samen met VVD, DOEN! en Perspectief dient ze een amendement in om passage over de ‘wensen en bedenkingen’ te schrappen.
Nu komt de frase ‘wensen en bedenkingen’ niet uit de lucht vallen. De Gemeentewet verplicht een college zelfs de raad ernaar te vragen voordat het overgaat tot zoiets als een BV oprichten. Het is dus een formele stap, legt wethouder Roy Bouten uit. Het raadsvoorstel had ook kunnen aangeven dat de raad wél wensen en bedenkingen heeft. ‘Dan hadden we die vanavond genotuleerd,’ zegt Bouten. Maar dit is nu eenmaal makkelijker, vindt hij. De BV wordt toch niet voor januari opgericht. In november wil Bouten dan wel graag met de raad praten over de juridische structuur van de BV. Een toezegging dus, in plaats van dit amendement.
Na een schorsing stelt Rozendaal maar voor het hele beslispunt over de BV te schrappen. ‘Wij willen wel de regie behouden,’ vindt Ton Wismans (Perspectief). ‘We moeten extra scherp zijn op onze rol als raad,’ zegt Peter Lalieu (VVD).
Voor het amendement is niet eens een stemming nodig. De raad kiest voor formele borging, in plaats van erop vertrouwen dat afspraken nog achteraf kunnen worden gemaakt, zoals de wethouder het voorstelde. Daarmee regelt de raad precies wat in het rekenkamerrapport als verbeterpunt was opgenomen: het inrichten van het samenspel tussen raad en college én het organiseren van het opdrachtgeverschap van de raad.
Wat de gemeentebestuurders dan anders doen als het wel goed gaat in Horst aan de Maas? Rozendaal krijgt al antwoord op haar twee reflectieve vragen voordat ze stelde: een raad die helder is over hoe hij z’n verantwoordelijkheid wenst in te richten, en een college dat een proces begint met een open vraag, in plaats van met een raadsvoorstel.
‘Misschien moeten we een casus nemen om te zien wat er gebeurde wanneer het goed ging,’ zal Rozendaal later bij de behandeling van het rekenkamerrapport nog zeggen. Nou. Ik weet er wel een.
Deze column verscheen op 15 september bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.
Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
Het rapport, opgesteld door bureau & Van de Laar, werd geschreven naar aanleiding van het vertrek van twee wethouders in september 2024 en signalen van sociale onveiligheid binnen de ambtelijke organisatie. Uit interviews en enquêtegegevens blijkt dat één op de drie medewerkers ongewenst gedrag ervaart, en dat onderling wantrouwen tussen collegeleden en richting de ambtelijke organisatie heeft geleid tot een verziekt werkklimaat.
Bijl ziet in de analyse vooral het gevolg van een langdurige strijd tussen twee dominante lokale partijen. ‘Deze twee strijdende clubs vechten om de macht en zijn bezig met niks anders dan het creëren van een zwart gat waar alles naartoe wordt getrokken. Op een gegeven moment draait het alleen nog maar daar om en raakt alles ondergeschikt aan dat conflict.’
Wat hem vooral opvalt is de stilte rond de ambtelijke top. ‘Als het gaat over een ambtelijke organisatie waar mensen zich onveilig voelen, kijk je eerst naar de gemeentesecretaris. Die is immers het hoofd van die organisatie en had een veel actievere rol moeten nemen.’ In het rapport wordt de gemeentesecretaris slechts drie keer genoemd, terwijl de burgemeester ‘nog net niet op iedere pagina staat’.
Volgens Bijl ligt het probleem dieper dan één bestuursperiode. ‘Bij de wisseling van het college in 2022 kwam er een groep die dacht: nu is het aan ons. Wij gaan het zo doen. Maar dat college komt er dan achter dat het toch niet zo werkt.’ Een goede bestuurscultuur vereist, zegt hij, onderlinge omgangsvormen die de democratische spelregels overeind houden — juist als de meningen botsen. ‘Je moet elkaar kunnen bestrijden op de inhoud, en daarna samen een biertje kunnen drinken. Dat is niet soft, dat is democratie.’
De gemeenteraad bespreekt in september het rapport. Bijl hoopt dat het niet verdwijnt in een la: ‘Dan blijf je bezig met het teleurstellen van je inwoners. Niet alleen je eigen kiezers, maar alle inwoners van je gemeente.’
‘Verdacht worden in zo’n zaak is een vreselijk heftige aantijging’, zegt Bijl. ‘Deze zaak van Achbar is van een hele andere orde. Je eigen huis in de fik steken lijkt mij een zwaar vergrijp. Dat maakt het bijzonder en opvallend. Aan de andere kant, wethouders zijn ook maar gewoon mensen die beschuldigd worden van dingen die ze niet gedaan hebben.’
Dat Achbar tijdens de maandenlange procedure niet publiekelijk reageerde, noemt Bijl verstandig. ‘Op het moment dat hij geknipt en geschoren werd, bleef hij rustig zitten. Het geeft ook aan dat hij vertrouwen had in de uitkomsten van het proces.’ Tegelijkertijd onderstreept hij dat het OM niet anders kon dan de verdenking serieus onderzoeken. ‘Ik had het juist verwijtbaar gevonden als ze de aantijgingen richting hem compleet hadden laten liggen.’
Nu de verdenking van tafel is, ziet Bijl ruimte voor herstel, al vraagt dat om behoedzaamheid. ‘Wat mij betreft kan hij langzaamaan weer naar voren treden. Maar hij moet telkens blijven aftasten of zijn positie niet wordt ondermijnd. Als hij bijvoorbeeld als locoburgemeester aanwezig moet zijn bij een bijeenkomst over wonen en veiligheid, dan kan hij dat beter overlaten aan iemand anders. Anders roep je de herinnering aan de zaak onnodig op.’
De zaak-Achbar laat zien hoe zwaar een onterechte verdenking weegt in de politiek. Raadsleden spraken hun opluchting uit, maar wezen ook op de ongemakkelijke positie waarin de verdenking de raad en het college plaatste. Voor de Denk-fractie waren de maanden ‘buitengewoon zwaar’. En voor inwoners blijft er onvermijdelijk een beeld hangen.
Het OM heeft de wethouder volledig gezuiverd van blaam. Toch blijft de bredere vraag staan hoe politieke ambtsdragers hun gezag kunnen herstellen na een valse beschuldiging. Want al is de rechtszaak afgesloten, het publieke vertrouwen vraagt om zorgvuldige opbouw – zonder dat dit automatisch een levenslange straf hoeft te betekenen.