‘De zetel is van de kiezer’

De samenstelling van de VVD-kandidatenlijst leidt tot discussie nadat raadslid Annemarie van Nieuwamerongen niet is teruggekeerd op de lijst. Zij stelt dat haar is gevraagd alleen als lijstduwer mee te doen, onder de voorwaarde dat zij geen campagne zou voeren en een eventuele verkiezing niet zou accepteren.

In het bericht wordt ook John Bijl geciteerd over de juridische houdbaarheid van zo’n afspraak. Volgens hem staat een dergelijke voorwaarde op gespannen voet met het vrije mandaat. Hij verwijst naar artikel 27 van de Gemeentewet: wie met voldoende voorkeurstemmen wordt gekozen, kan worden geïnstalleerd. ‘Je kunt beloven wat je wil, maar handhaafbaar is het niet.’

Bijl benadrukt dat een zetel uiteindelijk niet van een partijbestuur is, maar van de kiezer. ‘Zodra de kiezer via voorkeurstemmen een kandidaat heeft gekozen, is de interne partijbelofte juridisch en politiek tandeloos en in strijd met het vrije mandaat van de gekozene.’

De kwestie raakt aan een principieel punt in het lokale staatsrecht: kandidatenlijsten zijn geen interne rangorde alleen, maar een publiek aanbod aan de kiezer. Wie daarop staat, moet bereid zijn het mandaat te aanvaarden.

Het besluit over de toekomst van het dorp Moerdijk — mogelijk zelfs de opheffing ervan — wordt opnieuw uitgesteld. Zowel de provincie Noord-Brabant als het Rijk geven onverwacht aan pas in juni een richting te kunnen bepalen, tot grote ergernis van inwoners en bestuurders. De gang van zaken roept de vraag op of er wel voldoende afstemming was voordat het college op 11 november het voornemen presenteerde aan ruim 1100 inwoners.

Volgens Omroep Brabant waren provincie en Rijk wel op de hoogte van de aankondiging, maar niet overtuigd van de timing. De provincie laat weten dat zij “nog niet zover was om een ontwikkelrichting te kiezen”. De betrokken ministeries willen zelfs niet bevestigen of zij het voornemen van het college steunden: ‘Hier houden we het even bij op dit moment.’

Bestuurskundige John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, noemt het onwaarschijnlijk dat het college zonder ruggespraak met hogere overheden zo’n ingrijpende stap zou hebben aangekondigd. ‘Ik kan me niet voorstellen dat het college dit voorstelde zonder de voorkennis dat de rest mee zou gaan. Dat zou dom zijn.’

Ook het idee dat Moerdijk het Rijk en de provincie bewust voor het blok wilde zetten, acht hij niet geloofwaardig. ‘Dat lijkt me ook niet waarschijnlijk.’

Er blijft dan een andere mogelijkheid over: dat er aanvankelijk wél steun was, maar dat provincie of Rijk van positie zijn veranderd. Volgens Bijl is dat bestuurlijk laakbaar: ‘Heel onbehoorlijk. Dan is nu de gemeente ineens de gebeten hond.’

De waarderende woorden van minister Hermans tijdens haar persmoment — zij noemde het besluit van Moerdijk ‘moedig’ — krijgen daarmee een andere lading. Bijl: ‘Moedig dat u de hete kolen voor ons uit het vuur haalt, ja. Zonder handschoenen.’

Over de berichtgeving rondom het raadsbesluit over Moerdijk schreef John Bijl deze column:

‘We hadden een erehaag van de kinderen bedacht,’ zegt de inspreker. Naast haar kijken kinderen verwonderd om zich heen. Ze willen de raad van De Fryske Marren een petitie aanbieden. Maar nu de raad niet in het gemeentehuis in Joure vergadert – de raadzaal wordt verbouwd – strookte dat plan niet met de kinderbedtijd. De grote zaal van Heerenveen, waar de raad nu vergadert, zal op de pre-tieners best indrukwekkend overkomen. Maar deze avond zijn ze niet de enigen die wat onbeholpen overkomen.

‘Mijn dochter wilde de petitie zelf aan de burgemeester geven, maar alleen als ze zelf ook mocht tekenen,’ legt de moeder uit. Naast deze handtekening staan er 186 van ouders uit De Fryske Marren op. ‘We hopen dat het zwembad Ny Sudersé weer open kan,’ licht ze de oproep van de petitie toe. Omdat de eigenaar een nieuwe onderaannemer zoekt, is het bad deels dicht. En een ander bad sluit per 1 januari.

De petitie is niet aan dovemansoren gericht. ‘Wy tinke dat wy in oplossing fûn hawwe,’ zegt Geeske Holtrop (Kleurrijk Fryske Marren) — in de raad van De Fryske Marren wordt doorgaans Fries gesproken. Met een motie vreemd wil ze het college vragen het aantal uren zwemles in Ny Sudersé uit te breiden. ‘Zwemveiligheid is een basisvoorwaarde in een wetterich gemeente.’

Uit een onderzoek bleek er te weinig lesuren beschikbaar te zijn, zegt Holtrop. Er zouden zo’n duizend mensen op een wachtlijst staan. Maar een ander onderzoek wijst juist uit dat er voldoende zwemwater is, interrumpeert Roel Roelevink (CDA). ‘Het zwembad in Lemmer zou moet uitbreiden naar twintig uur,’ antwoordt Holtrop. Nu is dat tien uur, zegt ze. Dat ‘zwemwater’ en ‘zwemlesuren’ twee verschillende grootheden zijn, lijkt hen beiden te ontgaan. ‘U schrijft dat het met urgentie naar de raad moet,’ interrumpeert Ivo de Wolff (VVD), ‘op welke termijn is dat?’

‘Het is nog niet zeker of er een nieuwe exploitant voor het zwembad komt,’ begint Holtrop. Ze doet haar best uit te leggen dat er nog veel onzekerheden zijn. Ze valt even stil. ‘Wat was uw vraag ook al weer?’ Op welke termijn, herhaalt Wolff. ‘We hopen dat het in december gereed is,’ zegt Holtrop.

De Wolff vindt de motie prematuur; de gemeente is aan het werk om een exploitant te vinden. ‘We hebben de finishlijn in zicht.’ Volgens hem is de tien uur zwemles al een minimum. ‘Zoals ik het heb begrepen zitten de uren vast,’ interrumpeert Holtrop. De ondernemer zou wel eens blij kunnen zijn als het er meer worden. Echt een vraag is dat niet. ‘Volgens mij zal deze motie alleen werk creëren,’ vindt ook Roelevink. ‘Is de gemeente wel bevoegd om te zeggen of dit of dat moet gebeuren?’ wil Gerda de Vries (FNP) weten.

Dat is het inderdaad niet, antwoord wethouder Barbara Gardeniers. ’Om tot meer zwemlessen te komen ontraden we de motie,’ zegt ze zelfs. De motie zou de besprekingen tussen de eigenaar en een nieuwe exploitant kunnen vertragen. Als dit bad opengaat is voldoende zwemwater, herhaalt Gardeniers, ook als het andere bad dichtgaat. ‘Het klopt toch dat er maar 13,5 uur zwemles geprogrammeerd staat?’ vraagt Holtrop nog. ‘In het contract staat minimaal 13,5 uur,’ zegt de wethouder, ‘niet maximaal’. Als er meer vraag is, komt er ook meer les.

Met die toelichting houdt Holtrop haar motie maar aan. Beter had ze de technische informatie die ze nu heeft gekregen eerst verzameld, en bijvoorbeeld de wethouder gevraagd hoe ze haar gedrevenheid kon omzetten in een raadsinstrument dat ook het college helpt. Misschien had haar motie dan wel met een schoonsprong geëindigd — in plaats van, nou ja, een bommetje.

Deze column verscheen op 1 december 2025 bij Binnenlands Bestuur.

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

De politieke ophef over de overstap van oud-wethouder Lot van Hooijdonk naar HVC bewijst opnieuw hoe ingewikkeld het is voor oud-politici om een nieuwe baan te vinden zonder dat er een verdenking omheen hangt. Bestuurskundige John Bijl ziet een bekend patroon: ‘Oud-politici kunnen het bijna nooit goed doen. Ga je ergens in het publieke domein werken, dan is het vanwege vriendjespolitiek. Doe je het niet, dan ben je een wachtgeldtrekker. Het imago van de “baantjescarrousel” hangt er altijd omheen.’

Bijl wijst erop dat publieke organisaties juist veel baat hebben bij mensen met bestuurlijke ervaring. ‘Zo’n bedrijf haalt iemand binnen die competent is, die weet waar ze over praat, die het werkveld kent. Ga je dan in de supermarkt staan met die competentie?’ Tegelijkertijd ziet hij dat de arbeidsmarkt voor oud-politici bepaald geen vetpot is: ‘Kijk naar de vele oud-Kamerleden die maar niet aan het werk komen.’

Een gevoelige overstap, zorgvuldig voorbereid

In Utrecht gaat de discussie ondertussen vooral over de schijn van belangenverstrengeling. Van Hooijdonk was als wethouder betrokken bij het onderzoek naar drie opties voor de aanleg van warmtenetten, waaronder samenwerking met HVC. Pas nadat ze vrijwillig opstapte, kozen college en raad voor het bedrijf.

Daardoor wringt haar overstap: raakt haar nieuwe functie aan haar oude portefeuille? Volt-raadslid Ruud Maas noemt de situatie ‘hoogst ongemakkelijk’. De nieuwe – nog niet vastgestelde – gedragscode voor Utrecht stelt immers dat oud-bestuurders twee jaar geen betaalde functies mogen aannemen die direct raken aan hun voormalige portefeuille.

Van Hooijdonk benadrukt dat ze juist alle stappen heeft gezet om discussie te voorkomen. ‘Ik heb geprobeerd niet over één nacht ijs te gaan en ervoor te zorgen dat het deugt’, zegt ze. Juristen en integriteitsspecialisten bevestigden volgens haar dat de functie kan: ze krijgt geen doorslaggevende zeggenschap, werkt vooral met aandeelhouders en internationale partners, en heeft expliciet afgesproken geen Utrechtse dossiers aan te raken.

Volgens Bijl verdient dat onderscheid aandacht. Zorgvuldigheid en beperkingen in de werkzaamheden zijn belangrijk. ‘Tuurlijk moet je op je qui vive zijn, maar als er een goed antwoord op komt, gun je iemand het voordeel van de twijfel. Want wat wil je anders dat oud-bestuurders doen? Of ze gaan aan de slag, of ze blijven thuis zitten met wachtgeld. Als ze hun expertise inzetten zonder belangenverstrengeling, is dat helemaal in de haak.’

De bredere vraag: hoe beoordelen we overstappen?

De casus-Van Hooijdonk laat zien hoe kwetsbaar de overgang van bestuur naar arbeidsmarkt is. Gemeenten scherpen gedragscodes aan, publieke functies staan onder een vergrootglas en de grens tussen ‘ervaring benutten’ en ‘risico op schijn’ blijft dun.

De vraag is dus niet alleen of deze overstap mag, maar vooral: wanneer is een overstap écht een integriteitsrisico – en wanneer is het vooral wantrouwen?

De situatie in Alphen aan den Rijn – waar nu twee VVD-fracties naast elkaar in de raad zitten – laat volgens bestuurskundige John Bijl zien hoe snel politieke stijlverschillen kunnen uitgroeien tot bestuurlijke instabiliteit. ‘Het draait heel erg om de stijl van politiek bedrijven. Als mensen elkaar niet meer begrijpen in hoe ze in de wedstrijd zitten, wordt het lastig.’

Die observatie raakt aan een bredere staatsrechtelijke werkelijkheid: raadsfracties bestaan niet bij de gratie van partijafspraken, maar bij de manier waarop individuele raadsleden hun mandaat uitoefenen. Afsplitsingen zijn daarom geen systeemfout, maar een signaal dat onderlinge verhoudingen zijn vastgelopen.

Afsplitsingen horen bij het systeem

Landelijke cijfers bevestigen dat beeld. In bijna de helft van de gemeenteraden ontstaan tijdens een raadsperiode nieuwe fracties. Niet door grote inhoudelijke breuken, maar vaak door onderlinge spanningen, politieke stijlverschillen en profilering richting de verkiezingen.

Juist daarom noemt de commissaris van de koning het ‘zorgelijk’ wanneer spanningen de inhoud overschaduwen: het vertrouwen van inwoners raakt dan direct aan het functioneren van het hoogste bestuursorgaan van de gemeente.

Soms is scheiding beter dan strijd

Bijl ziet in de Alphense situatie ook een pragmatischer les. ‘Een fractie die van binnenuit is vastgelopen, werkt niet. Als twee groepen elkaar belemmeren, kan verdergaan in aparte fracties misschien wel de beste oplossing zijn.’

Want uiteindelijk is niet de partijlijn bepalend, maar of de raad als geheel zijn werk kan doen. En precies dat raakt onder druk wanneer stijlverschillen sterker worden dan het debat zelf.

De beelden uit de recente NOS-uitzendingen laten een ontwikkeling zien die veel breder reikt dan Terneuzen alleen: raadsleden, wethouders en burgemeesters ervaren steeds vaker dreiging en intimidatie rondom besluiten over asielzoekerscentra. Het is een patroon dat volgens bestuurders de normale democratische verhoudingen onder druk zet.

In verschillende gemeenten worden raadsleden inmiddels beveiligd tijdens vergaderingen, of vinden beraadslagingen achter gesloten deuren plaats. In Doetinchem werden vuurwerk en eieren naar het gemeentehuis gegooid, in Hoorn stonden demonstranten met fakkels voor de deur, en in Venlo spreken bestuurders openlijk over bedreigingen.

Volgens John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, voelen veel raadsleden de gevolgen daarvan in hun dagelijkse werk:
‘Ik spreek geregeld raadsleden die zeggen: ik durf niet alles meer te zeggen wat ik zou willen zeggen.’ 

Ook in Terneuzen speelde die druk een grote rol. Dat een raadslid in de raadszaal verklaarde niet te durven stemmen, is volgens Bijl geen losstaand incident maar een signaal van een bredere verschuiving. ‘Dat raadsleden niet meer in vrijheid hun stem kunnen uitbrengen omdat ze zich onder druk voelen staan: dan zetten we echt onze democratische rechtsorde op het spel.’

Provinciale bestuurders trekken intussen openlijk aan de bel. In Limburg noemt gouverneur Emile Roemer het “schandalig” dat lokale politici beveiliging nodig hebben. Ook CdK Hugo de Jonge zegt signalen te hebben dat raadsleden onder druk worden gezet en dat dit nadrukkelijk moet worden onderzocht.

Een terugkerend element in de uitzendingen is het verwijt dat gemeenten weinig ruggensteun voelen vanuit Den Haag. Lokale bestuurders moeten de spreidingswet uitvoeren, terwijl landelijke politici regelmatig suggereren dat die wet kan worden ingetrokken of genegeerd. Daardoor stijgt de maatschappelijke druk juist verder, zeggen betrokkenen.

Bijl sluit zich daarbij aan: ‘Het kabinet laat maar weinig van zich horen om het op te nemen voor gemeenten.’ En: ‘Ik had het logisch gevonden als ministers deze week nog hadden gezegd dat de spreidingswet ook in Terneuzen gewoon moet worden uitgevoerd.’

De combinatie van juridisch verplichte besluitvorming, felle lokale emoties en landelijke onduidelijkheid leidt volgens deskundigen tot een kwetsbare situatie. Gemeenteraden stellen besluiten uit, raadsleden ervaren druk op hun persoonlijke veiligheid en bestuurders waarschuwen voor een sluipende normverschuiving.

De vraag die boven de recente ontwikkelingen hangt, is dan ook breder dan één gemeente of één besluit: hoe zorgen we ervoor dat lokale politici hun werk kunnen doen in vrijheid, onderbouwd, en zonder angst? Bijl is daar duidelijk over: ‘We moeten als samenleving iedere dag blijven bevestigen dat intimidatie onacceptabel is. En daar hebben we het Rijk hard bij nodig.’

De gemeente Terneuzen is deze week in een politieke crisis beland na het onverwachte vertrek van burgemeester Erik van Merrienboer. Hij legt zijn functie neer omdat hij geen vertrouwen meer heeft in een goede samenwerking met de gemeenteraad rondom de besluitvorming over een asielzoekerscentrum. Het besluit van de burgemeester zorgt voor beroering in de Zeeuwse gemeente en trekt nationaal de aandacht.

Het conflict draait om de vergunning voor een opvanglocatie voor maximaal tweehonderd asielzoekers. Waar de raad vorig jaar nog instemde met het plan, keerde onlangs een meerderheid zich onder maatschappelijke druk tegen de komst van het azc. In een brief aan de gemeenteraad suggereerde Van Merrienboer dat niet alle raadsleden hun stem ‘zonder last’ hebben kunnen uitbrengen. 

Die passage raakt aan een norm die in het lokaal bestuur geldt als onaantastbaar, zegt John Bijl van het Periklesinstituut. Hij noemt het vertrek van de burgemeester bijzonder: ‘Dit is echt uitzonderlijk, zegt hij tegen Omroep Zeeland. ‘Ik word er een beetje knorrig van.’ Volgens hem verandert het ontslag weinig aan de feitelijke opgave: ‘Je hebt gewoon de spreidingswet uit te voeren. Ook een waarnemend burgemeester krijgt dezelfde wet op zijn bord.’ 

De spanning liep verder op toen CDA-raadslid Rolf Mobach in een openbare vergadering verklaarde niet te durven stemmen vanwege de druk die hij voelde op zichzelf en zijn omgeving. Hij verliet de zaal voordat de stemming begon. 

Dat raadsleden hun stem niet meer durven uit te brengen, is volgens Bijl een ernstige waarschuwing: ‘Dat ondermijnt onze democratie,’ zegt Bijl tegen NOS. ‘Raadsleden horen zonder last te stemmen.’ 

Ook stelt hij dat de burgemeester had moeten ingrijpen toen een raadslid openlijk aangaf zich niet veilig te voelen: ‘Op het moment dat een raadslid aangeeft dat hij zijn stem niet durft uit te brengen, moet je als burgemeester de vergadering schorsen.’ 

De zorgen worden gedeeld door commissaris van de Koning Hugo de Jonge, die met de fractievoorzitters in gesprek gaat. Hij noemt het onacceptabel als raadsleden zich belemmerd voelen bij het stemmen: ‘Als zij zich kennelijk onder druk gezet hebben gevoeld, is de democratie in het geding.’ 

Wat precies heeft geleid tot deze bestuurlijke breuk, blijft onderwerp van gesprek. Bijl ziet in ieder geval een optelsom van spanningen: ‘Niemand stapt op vanwege één incident. Dit is een breuk waar emotie meespeelt.’ 

Over de positie van de burgemeester schreef John Bijl deze column.

 

‘Op de agenda staat het accommodatiebeleid,’ zegt burgemeester Marcel Thijsen. ‘In de twééde termijn.’ Voordat de raad van Tynaarlo aan de agenda van de avond begint, moet er eerst een andere worden afgemaakt. Blijkbaar schoot de tijd daar tekort. Achteraf is dat goed voor te stellen. Want als je op deze manier vergadert, duurt alles lang. En erger nog: het beleid van de gemeente schiet er ook geen zier mee op.

‘Ik begrijp dat de heer Bouwman ziek is,’ zegt Annemarie Machielse (Leefbaar Gemeentebelangen) meteen. De plek van wethouder Dennis Bouwman is inderdaad leeg. Het accommodatiebeleid valt in zijn portefeuille. ‘Als er vragen zijn, kunnen die niet beantwoord worden,’ denkt Machielse. Ze stelt voor eerst te inventariseren of er vragen aan het college zijn — ‘want anders kunnen we gewoon de stemronde doen.’

Nu is een tweede termijn niet bedoeld om opnieuw vragen aan het college te stellen, maar om op elkaars bijdragen te reageren. ‘Als er een wethouder ziek is, hebben we een keurige vervangingsregeling,’ zegt Gezinus Pieterse (Tynaarlo Liberaal). ‘We hebben de wethouder aangenomen voor het accommodatiebeleid,’ antwoordt Machielse. Ze wil hem er graag bij hebben. De bespreking moet dan maar naar donderdag. Pieterse wil schorsen. ‘Een kwartiertje graag,’ zegt hij koel.

‘Het is mijn beleving dat we gewoon kunnen beginnen,’ zegt Pieterse erna. ‘Er wordt een amendement ingediend en dan het voorstel in stemming gebracht.’

Machielse fronst. ‘Het advies van het college kunnen we daar niet over vragen, want dat is er niet.’ Thijsen grimlacht. ‘Het college is er natuurlijk altijd.’ Machielse lijkt de sfeerverbeteraar niet op te pakken. ‘Het college heeft het al beoordeeld,’ knikt Pieterse.

Pieterses fractiegenoot Jan Smits is indiener van het amendement. ‘Samen met D66, CDA en Tynaarlo Nu.’ Het legt vast dat huurders betrokken blijven bij de uitvoering. ‘Het is al een soort toezegging van wethouder Bouwman,’ zegt hij.

‘Als het een toezegging is, waarom moet het dan een amendement worden?’ vraagt Marjolein Koning (PvdA). ‘Die toezegging was niet scherp’, legt Smits uit. ‘Hij heeft er overleg over gehad met wethouder Bouwman. ‘Van instellingen heb ik begrepen dat ze het proces vertrouwen,’ zegt Koning. ‘Ik hecht er veel waarde aan om het vast te leggen,’ vult Herman van Os (D66) aan. In het verleden zijn met onduidelijke toezeggingen al verkeerde verwachtingen gecreëerd.

Als tweede wil het amendement dat ook de financiële consequenties voor betrokken partijen inzichtelijk worden. ‘Gaan we dan ook bepalen wat een broodje kroket moet kosten?’ vraagt Machielse ijzig. ‘Ik vraag het maar even.’ Dat is niet de bedoeling, legt Smits uit, het moet wel inzichtelijkheid bieden om de hoogte van de huur vast te stellen. Zo spannend is het amendement niet, willen de indieners maar zeggen. Zelfs het college ziet geen probleem. ‘We laten het oordeel aan de raad,’ zegt wethouder Jurryt Vellinga. ‘Er zijn geen belemmeringen voor de uitvoering.’

Gea Bijkerk (GroenLinks) wil toch nog even ervoor schorsen. ‘Alle punten die wij belangrijk vinden staan erin,’ zegt Bijkerk later. ’Het raadsvoorstel is goed genoeg,’ vindt Machielse. ‘We hebben vertrouwen in het proces,’ zegt Koning. Het amendement zal het niet halen.

‘Dan wil ík schorsen,’ zegt Pieterse. Hij ziet wit om de neus. ‘De botheid van de weigering van onze uitgestoken hand steekt,’ zegt hij erna. ‘Het was een al gelopen race,’ constateert Henk Middendorp (CDA). Hij ziet Machielse knikken. Net als de andere indieners zal hij wél voor het onaangepaste raadsvoorstel stemmen — maar met een debattemperatuur die de raadzaal in een vriescel heeft veranderd. Misschien moet de raad díe accommodatie ook maar eens bespreken. De wethouder heb je daar niet voor nodig, wel een beetje warmte in de omgang.

Deze column verscheen op 24 november 2025 bij Binnenlands Bestuur.

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.

Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

Hoeveel luxe mag een bestuurder zichzelf veroorloven op kosten van de belastingbetaler? Die vraag hangt in De Bilt nadrukkelijk boven tafel sinds drie wethouders, de burgemeester en een hoge ambtenaar afgelopen zomer twee nachten verbleven in een Eindhovens designhotel tijdens het VNG-congres. De eindafrekening liep op tot 4.400 euro. Voor het college werd zelfs de Penthouse Loft van 650 euro per nacht geboekt – een keuze die in de lokale politiek en daarbuiten flink wat wenkbrauwen doet fronsen.

Bestuurskundige John Bijl vindt één ding helder: er zijn grenzen, maar bestuurders hebben ook ruimte nodig om hun werk goed te doen. ‘Voor het openbaar bestuur geldt al decennia de norm om geen luxe artikelen aan te schaffen’, stelt hij. ‘De tijd waarin de burgemeester aan zijn bode vroeg om een fles whisky te kopen met de pinpas van de gemeente, ligt al zo’n twintig tot dertig jaar achter ons.’

Ruimte of rem? Bestuurders kiezen zelf

Opvallend genoeg bestaan er geen landelijke of lokale maxima voor hotelovernachtingen. Bestuurders bepalen zelf wat redelijk is. ‘Daar heb je een mooi woord voor: discretionaire bevoegdheid,’ zegt Bijl. ‘Het gaat wat ver om iedereen op voorhand onder curatele te stellen. Bovendien gaan mensen vaak net onder de grens zitten als je wél een maximumbedrag instelt. Dat is psychologisch.’

Die discretionaire ruimte heeft ook een keerzijde. Als regels niet alles dichttimmeren, komt de politieke beoordeling des te scherper op het bord van de raad te liggen. Zeker wanneer de interpretatie ruimte laat tussen ‘een hamburger bij McDonalds’ of ‘een diner in een sterrenrestaurant’. Toch waarschuwt Bijl voor doorschieten: ‘Ik zou het een verlies vinden als gemeenten dit soort zaken tot achter de komma gaan regelen.’

Waarom een penthouse?

Dat betekent wel dat verantwoording cruciaal is. En precies daar blijft het college volgens Bijl achter. ‘Ik vind dat het college een duidelijke verantwoording moet geven voor de hoogte van het bedrag. Want voor 4.400 euro kun je ook twee weken in Frankrijk zitten. De andere kant is dat het college een werkplek nodig had. In dat geval is het huren van een ruimte beter dan vergaderen in de trein, wat volgens de Gemeentewet niet eens mag. Maar waarom dat penthouse van 650 euro is geboekt, snap ik niet.’

De kwestie leidde tot tientallen verontwaardigde reacties. Intussen blijkt dat De Bilt voor het VNG-congres van 2026 van koers is veranderd: de gemeente laat een hotel boeken ‘zo goedkoop mogelijk’, zelfs als dat betekent dat het bestuur moet uitwijken naar een Duitse accommodatie op afstand van de congreslocatie.

Waar ligt de grens?

Het debat in De Bilt laat zien dat politieke moraal niet kan worden afgerekend in euro’s alleen. Het gaat om publieke verantwoording, zichtbare soberheid en het besef dat vertrouwen sneller slijt dan een hotelrekening kan worden betaald. Tegelijk blijft zelfbeheersing een wezenlijk onderdeel van ambtelijk en bestuurlijk handelen. Bestuurders moeten immers ruimte houden voor het juiste oordeel, ook als het gaat om praktische congressen en lange dagen.

De vraag die blijft hangen: als de politiek zelf de grens moet trekken, doet De Bilt dat dan zichtbaar genoeg? De hotelbonnetjes van Eindhoven suggereren dat hier nog winst te boeken valt.

‘De Bijbel schrijft dat koning Salomo de wijste mens ooit geleefd is,’ zegt Koen Schouten (SGP). ‘Antwoord den zot naar zijn dwaasheid niet,’ citeert Jary de Hon (T@B) een ander Bijbelboek. ‘Wie een toren wil bouwen, verrekent eerst de kosten,’ vult wethouder Arjan Meerkerk aan. Bijbelvast zijn ze wel in Hardinxveld-Giessendam. Maar voor het verloop van de vergadering zou het fijn zijn als ze óók wat meer vergadervormvast waren.

Zoals in zoveel gemeenten staat de ontwerp-begroting op de agenda. Mét een verhoging van de OZB met bijna tien procent. 

‘Belasting verhogen is voor ons het uiterste middel,’ zegt Schouten. Maar de sporthal, een nieuwe woonwijk en twee basisscholen moeten ergens van worden betaald. Ook het ravijnjaar vraagt buffers, denkt Wim IJzerman (CU). ‘Het uitzicht van een ravijn kan ook mooi zijn,’ zegt hij, ‘maar je moet voorkomen dat je erin valt.’

Max van den Bout (PvdA) lijkt kritischer: ‘Ik zou zeggen: de ambities iets terugschroeven en wachten met de OZB-verhoging.’ Misschien moet de nieuwe raad daarover beslissen. ‘De jaarrekeningen zijn al jaren positief terwijl het college tóch kiest voor een OZB-verhoging,’ moppert De Hon. ‘We willen concrete voorstellen en amendementen om de OZB-landing zo zacht mogelijk te maken.’ Helaas vraagt niemand hem wat hij precies bedoelt. Of wie die amendementen moet indienen. Zo zou de begroting een hamerstuk kunnen worden. Wethouder Meerkerk heeft aan een paar zinnen genoeg: ‘De verhoging is nodig om de investeringen te doen.’

‘Goed om de andere bijdragen te horen,’ begint Schouten in de tweede termijn. ‘Heb ik nou goed begrepen dat hij voorstelt de OZB-verhoging te schrappen?’

Niets in De Hons bijdrage wees daarop. Zou ook raar zijn — zijn fractie steunt het college. Je mag dan verwachten dat kritiek iets constructiever wordt geuit dan ‘schrappen die hap’. ‘Ja!’ zegt De Hon monter. ‘Dat heb je heel goed begrepen.’

‘Hoe denkt u in de toekomst te gaan betalen voor de investeringen?’ vraagt Schouten, nog steeds in zijn eigen termijn. ‘We kunnen bezuinigen met hybride werken,’ antwoordt De Hon — die tot nu toe nog geen voorstel heeft ingediend. ‘Het is jammer als we een beeld voorschotelen dat er bijvoorbeeld in het sociale domein of op de uitvoering nog wel wat te bezuinigen is,’ vindt Schouten.

‘Hoorde ik u nou zeggen dat er te bezuinigen is in het sociale domein?!’ vraagt Paul Letterie (CDA). ‘Ik bedoelde dat de heer De Hon zoiets zei,’ zegt Schouten. ‘Er staat hier een kraan die ook nog wel even mee kan,’ zegt De Hon. ‘Met een tonnetje hier en een tonnetje daar betaal je geen investeringen,’ roept IJzerman. ‘Ik hoor allemaal holle frasen waar ik als inwoner niets mee kan,’ roept De Hon terug. ‘Ik heb het heel inhoudelijk over ons dorp gehad,’ scandeert Letterie. In de zaal wordt gelachen, mischien met plaatsvervangend schaamte.

Pas in zijn eigen termijn dient De Hon inderdaad een amendement in om de OZB-verhoging te schrappen en het gat te dichten uit de reserve. Een voorstel voor bezuinigingen zit daar niet bij. Interrupties krijgt hij er niet over.

Bij de stemming zijn alleen De Hon en zijn fractie voor. Gek is dat niet. Niet omdat het per se een slecht voorstel is — dat is een politieke mening — maar omdat het in het debat nooit een echte kans heeft gekregen. Als je dat wilt, moet je het meningsverschil veel eerder en veel preciezer neerleggen: helder, compleet en op tijd. Wie een lap rood vlees de arena inslingert, lokt vooral hongerige leeuwen uit. Maar wie — vrij naar Psalm 34 — zijn punt zó formuleert dat anderen er wél goede vragen over gaan stellen, zorgt er tenminste voor dat het debat genoeg te eten krijgt.

Deze column verscheen op 17 november 2025 bij Binnenlands Bestuur.

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.

Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.