‘Laat zien welke afweging je maakt’

Het vertrouwen in de lokale politiek krijgt een onvoldoende in een lezersonderzoek van het AD. In Spraakmakers op NPO Radio 1 duidt John Bijl deze cijfers in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen.

‘Nee, dat is niet best,’ zegt hij over de uitkomsten. Tegelijkertijd plaatst hij de cijfers in perspectief. Ook landelijke politieke discussies werken door in het oordeel over het lokale bestuur. ‘Ook dit onderzoek wordt beïnvloed door de kijk van mensen op de landelijke politiek. De azc-discussies hebben er ook niet aan bijgedragen.’

Volgens Bijl ligt de sleutel tot herstel van vertrouwen niet in betere marketing, maar in betere uitleg. ‘Het eerste en belangrijkste wat lokale bestuurders moeten doen, is laten zien welke afweging ze maken. Niet wélk besluit je hebt genomen, maar welke afweging je hebt gemaakt.’

Hij illustreert dat met een herkenbaar voorbeeld: ‘Als je mensen vertelt dat ze hun vrije uitzicht kwijtraken, maar dat het ook belangrijk is om huizen te bouwen voor starters in de gemeente, dan vinden ze dat misschien niet leuk, maar ze begrijpen het wel. Dan kweek je wat empathie.’

Daarmee raakt hij aan de kern van representatieve democratie: niet iedereen krijgt zijn zin, maar iedereen moet kunnen volgen hoe een besluit tot stand komt.

In de uitzending wijst Bijl ook op het effect van gemeentelijke herindelingen. ‘Een gemeente is in de eerste plaats een gemeenschap. En dat wordt doorsneden wanneer er een herindeling komt.’ Het kan volgens hem jaren duren voordat vertrouwen en betrokkenheid zich herstellen.

‘Dan wil ik een schorsing!’ zegt wethouder Wim Wink kortaf. Terwijl het doen van een voorstel van orde toch écht is voorbehouden aan raadsleden en de voorzitter. Maar misschien is wat hier aan de raad is, en wat aan het college, wel het echte thema van deze avond.

Op de agenda staat wel een document wat de gemoederen los maakt: de Regionale Energie Strategie, de RES 2.0. Een gezamenlijk stuk van alle gemeenten in de regio; het moet organiseren hoe iedereen een bijdrage gaat leveren aan lokale energieopwekking.

Insprekers maken zich zorgen. ‘De RES zet de deur wagenwijd open voor drie giga-windturbines bij de A73,’ zegt de eerste. ‘Er is nooit sprake geweest van een derde molen,’ zegt een ander. Ze vrezen gezondheidsschade en landschapsvervuiling. ‘Het ondermijnt uw ambitie om een aantrekkelijk Heumen te zijn.’

Marcel Hermens (DGA) wil een aanpassing in de RES. In de energievisie staat nog steeds het Kommengebied aangewezen als lokatie voor windmolens, maar onderzoek heeft al laten zien dat dit niet kan. Met een amendement stelt hij voor ‘de RES te updaten’. Theo Müller (PvdA) is het daarmee eens. ‘We moeten zo snel mogelijk duidelijkheid aan de inwoners bieden.’

Die duidelijkheid heeft een prijs. ‘Strikt genomen hebben we nu geen zoekgebied meer,’ constateert Müller. Door het Kommengebied te schrappen staat er in de RES geen plan meer om te voldoen aan de energieopgave. ‘Het is nu aan het college om met een nieuw voorstel te komen,’ zegt Müller. Snel, want er is al onrust over de windmolens bij de A73. ‘In buurtapps lees ik dat een bedrijf zich al gemeld heeft. En als we niks doen krijgen we een aanwijzing van de provincie.’ Müller stelt daarom voor om op korte termijn een informatieavond te organiseren over de mogelijkheden.

‘Het enige alternatief is de A73,’ interrumpeert Gerard Laenen (D66). ‘Die duidelijkheid moet het college geven,’ vindt Müller. Rob de Graaf (CDA) en Saskia Tuinder (GroenLinks) vinden de informatieavond een goed idee. ‘Het is niet voor niets dat hier zoveel mensen aanwezig zijn,’ zegt Tuinder. ‘Er ligt al een voorstel van een ontwikkelaar,’ weet Tuinder. Dan is het bijvoorbeeld relevant te weten wanneer de gemeente of wanneer de provincie daarover het bevoegd gezag is.

Wethouder Wink houdt liever vast aan de ongeamendeerde RES. ‘Voor je het weet gaan we discussiëren over een voorstel wat er nog niet ligt.’ waarschuwt hij. Ook een nieuwe informatieavond ziet hij niet zitten. Er zijn al werkbijeenkomsten geweest. ‘We moeten voorkomen dat het een herhaling van zetten wordt.’

‘Er is heel veel onduidelijkheid,’ interrumpeert Müller. ‘Als u naar het windbeleid kijkt, krijgt u al heel veel antwoorden,’ vindt Wink. ‘Wilt u het doen of niet?’ vraagt De Graaf. 

En dan wil Wink de schorsing.

Erna lijkt de wethouder toeschietelijker. ‘Er komt van het college geen amendement op het amendement,’ zegt hij — al kan ook daarover alleen de raad voorstellen doen. Ook de informatieavond gaat er komen, zegt Wink. ‘Ik moest het even op me in laten werken,’ zegt hij. Het amendement én de RES worden unaniem aangenomen. De informatieavond komt er, en het college gaat aan de slag met een nieuw voorstel voor energieopwekking.

Eind goed, al goed? Het zal moeten blijken of de opdrachten voor de avond of de energieopwekking scherp genoeg zijn.

Dat had wethouder ook anders kunnen doen. In plaats van zelf raadsinstrumenten te gebruiken, had hij om een duidelijker kader kunnen vragen. Niet omdat de raad dan op de stoel van het college gaat zitten, maar om juist eens te voorkomen dat een wethouder op de stoel van de raad belandt.

Deze column verscheen op 9 februari 2026 bij Binnenlands Bestuur.

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

De bestuurlijke onrust in Voorne aan Zee is volgens John Bijl geen verrassing. In het AD duidt hij de spanningen in de fusiegemeente, die begin 2023 ontstond uit het samengaan van Hellevoetsluis, Brielle en Westvoorne.

Vorige week traden opnieuw twee wethouders af na een motie van wantrouwen in een integriteitskwestie. In een eerder onderzoeksrapport werd kritisch geoordeeld over het integriteitsbesef binnen het gemeentebestuur.

Volgens Bijl moet de situatie ook in het licht van de herindeling worden bezien. ‘Cultuurveranderingen gaan niet vanzelf. Mijn professor zei altijd: daar staat vijf tot tien jaar voor. In de politiek duurt het gewoon een paar verkiezingen. Dus zestien tot twintig jaar of zo.’

Twee fusies tegelijk

Voorne aan Zee kent volgens Bijl feitelijk twee fusies: die van drie gemeenten én die van politieke verenigingen die samen één nieuwe lokale partij vormen. ‘Het lijken me twee fusies: die van drie gemeenten en van drie verenigingen tot een politieke partij.’

Dat heeft gevolgen voor onderlinge verhoudingen. Een fractie kan formeel één partij zijn, maar in de praktijk nog bestaan uit meerdere politieke culturen. Bijl hoorde van een fractievoorzitter die een jaar na een herindeling nog steeds het gevoel had vier fracties voor te zitten.

Ook de toon in het debat speelt mee. ‘Het valt me vooral op dat de taal wat ruwer is dan in andere gemeenten. Maar dat past wel bij Hellevoetsluis.’

Tijd en geduld

Volgens Bijl vraagt het ontstaan van een nieuwe politieke cultuur tijd. ‘Een politieke samenleving van die schaal heeft andere ordening nodig.’ Dat betekent dat bestuurders zich bewust moeten zijn van de overgangsfase waarin de gemeente zich bevindt.

Bestuurlijke rust laat zich niet afdwingen met één rapport of één besluit. Het opbouwen van vertrouwen, het ontwikkelen van gezamenlijke omgangsvormen en het vinden van een gedeelde bestuursstijl vergen meerdere jaren – en vaak meerdere verkiezingen.

De situatie in Voorne aan Zee onderstreept daarmee een bredere les: een herindeling is niet alleen een organisatorische operatie, maar ook een culturele. En cultuur laat zich niet fuseren per raadsbesluit.

Wat gebeurt er ná de verkiezingsavond? Hoe wordt een gemeenteraad weer één bestuur? Wie neemt het initiatief bij de coalitievorming? En wat doe je met partijen die elkaar tijdens de campagne hebben uitgesloten?

In aflevering 7 van de podcast Verstand van verkiezingen van Binnenlands Bestuur spreekt John Bijl over het formatieproces in gemeenten. Vanuit zijn ervaring als informateur én begeleider van gemeenteraden duidt hij wat er vaak misgaat – en wat juist essentieel is.

‘Na installatie ben je samen één bestuursorgaan. Dat wordt weleens vergeten. Sommige partijen blijven in campagnemodus hangen, maar vanaf 1 april heb je één taak: zorgen dat er weer een volwaardig gemeentebestuur komt.’

Informateur: geen schoolmeester, maar vragensteller

Het formeren kent in de Gemeentewet slechts één regel: de raad benoemt wethouders. Hoe je daar komt, verschilt per gemeente. Volgens Bijl is de rol van een informateur vooral procesmatig: partijen helpen de omslag te maken van campagne naar bestuur.

‘Je bent geen college aan het geven over hoe het werkt. Je bent de eerstverantwoordelijke vragensteller. En soms moet je mensen eraan herinneren dat de campagne voorbij is.’

Uitsluiten: landelijk spel, lokaal zeldzaam

Het expliciet uitsluiten van partijen komt lokaal veel minder voor dan landelijk. ‘Dat uitsluiten is echt een landelijk spelletje.’ In gemeenten wordt doorgaans voorzichtiger geopereerd, mede omdat samenwerking onvermijdelijk is in een collegiaal bestuur.

Uit onderzoek blijkt bovendien dat persoonlijke verhoudingen vaak een grotere rol spelen bij coalitievorming dan inhoudelijke verschillen.

Raadsakkoord of raadsprogramma?

In de podcast gaat het ook over het zogenoemde raadsakkoord. Bijl plaatst daar een kanttekening bij: ‘Het woord akkoord impliceert dat je vastlegt waar je het over eens bent. Een goed raadsprogramma doet het tegenovergestelde: je spreekt af waar je het debat over gaat voeren.’

In een tijd van versnippering en grotere pluriformiteit is het volgens hem logisch dat gemeenten andere vormen zoeken om recht te doen aan de verkiezingsuitslag. ‘Democratie houdt niet op op het moment dat de stembusjes zijn gesloten.’

Twee soorten democratie

De aflevering sluit af met een principiële reflectie:

‘We hebben één moment van directe democratie: de verkiezingsdag. Maar daarna begint de vertegenwoordigende democratie. Dan rust de verantwoordelijkheid op 9 tot 45 mensen om ervoor te zorgen dat het democratisch proces blijft functioneren.’

Interrupties kunnen het politieke debat scherper en sprankelender maken. Tenminste: als ze worden gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn. In het Reformatorisch Dagblad wordt John Bijl aangehaald naar aanleiding van een discussie over interrupties in de Tweede Kamer.

Aanleiding is een werkwijze van Laura Bromet, voorzitter van de vaste Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zij hanteert een systeem waarbij interrupties worden geteld en langere interrupties zwaarder meetellen dan korte vragen. Het doel: het debat overzichtelijk houden en interrupties beperken tot hun kern.

Bijl wijst erop dat interrupties het debat juist kunnen versterken, mits ze als vraag worden ingezet. Eerder schreef hij: ‘Interrupties maken het debat beter. Je dwingt een ander om op iets in te gaan wat hij eigenlijk wilde vermijden. Dat werkt pas goed wanneer je er een vraag van maakt. Beter voor het debat, duidelijker voor de kijker en effectiever voor jouw punt.’

Volgens hem gaat het mis wanneer interrupties verworden tot halve speeches. Lange betogen tijdens een onderbreking maken het debat onoverzichtelijk en ontnemen de kracht van het instrument. Een gerichte vraag daarentegen dwingt tot een antwoord.

De interruptie als werkvorm

Interrupties zijn geen doel op zich, maar een werkvorm binnen het parlementaire debat. Ze helpen om een redenering te toetsen, een omissie bloot te leggen of een spreker te dwingen positie te kiezen. Wanneer ze worden gebruikt om alsnog een eigen termijn te houden, vervaagt dat onderscheid.

Het debat wordt niet scherper door méér interrupties, maar door betere interrupties. Dat vraagt discipline van Kamerleden – en soms ook duidelijke kaders van de voorzitter.

Het volledige artikel is te lezen in het Reformatorisch Dagblad.

 

In Zeeland werken gemeenten, provincie en waterschap aan een gezamenlijke gedragscode rond integriteit. Een onderdeel daarvan is het ontmoedigen van dubbelfuncties: het gelijktijdig bekleden van meerdere politieke ambten, bijvoorbeeld als gemeenteraadslid én Statenlid, of als raadslid én waterschapsbestuurder.

De wet verbiedt zulke combinaties niet. Toch vindt een meerderheid van de Zeeuwse overheden het onwenselijk dat bestuurders op meerdere bestuurslagen tegelijk actief zijn. Commissaris van de Koning Hugo de Jonge spreekt over het voorkomen van rolverwarring en de schijn van belangenverstrengeling.

In een interview met Omroep Zeeland noemt John Bijl het ‘dapper’ dat Zeeland het gesprek hierover voert. ‘Met al die verhalen over het feit dat Nederland wordt geregeerd door een elite is het misschien wel tijd dat er regels komen.’ Volgens hem gaat het niet alleen om wat juridisch mag, maar ook om de vraag of het bestuurlijk verstandig is.

Pluriformiteit en beschikbaarheid

Bijl wijst erop dat het stapelen van functies spanning kan opleveren. ‘Ook omdat het werk soms helemaal niet verenigbaar is. Er zijn veel voorbeelden van mensen die nooit komen opdagen bij vergaderingen.’ Daarnaast raakt het volgens hem aan de pluriformiteit van het bestuur: ‘Het gaat ten koste van de pluriformiteit als er te veel mensen op meerdere stoelen tegelijk zitten.’

Tegelijkertijd benadrukken betrokken bestuurders juist de voordelen van dubbele functies. Zij stellen dat het helpt om snel te schakelen tussen bestuurslagen en om kennis te delen. Anderen vrezen dat een gedragscode verder gaat dan de wet en daarmee de ruimte van volksvertegenwoordigers inperkt.

‘De gemeenteraad heeft gekregen wat hij wilde,’ zegt Theo Meijboom (SGP). In de wandelgangen rommelde het al maanden rond de grondverkoop voor woningbouw in de woonkern Sleeuwijk. De verhalen werden steeds wilder. Om daar een eind aan te maken besloot de gemeenteraad van Altena unaniem tot een onafhankelijk onderzoek.

Dat ligt er nu. De aankoop was rechtmatig, al zijn er – zoals bij elk onderzoek – ‘leerpunten’. ‘Er kan heel veel over de inhoud van dit rapport gezegd worden,’ zegt Meijboom (SGP), ‘maar dat ga ik niet doen.’ Hem zit iets anders dwars. ‘De tendentieuze vraagstelling, de woordkeus waarbij soms bewust of onbewust halve waarheden of onwaarheden in het debat zijn ingebracht.’

Het rechte been van Meijboom is gericht op CU-raadslid Anne Duizer. Die had tijdens het interpellatiedebat gesuggereerd dat de wethouder al eerder over informatie beschikte dan hij had toegegeven. Het onderzoek weerspreekt dat. In een bekendmaking van zijn lijsttrekkerschap had ChristenUnie hem notabene gepresenteerd als degene die een ‘dubieuze grondverkoop’ aan de kaak stelde. ‘Een raadsonderzoekje naar wat dat debat heeft opgeleverd,’ zegt Meijboom, ‘zou ook interessante leerpunten kunnen opleveren.’

Duizer, een paar meter verder op, lijkt witter te worden.

Gelukkig, denk ik nog, is hij niet de volgende spreker. Maar ook Pim Bouman (VVD) wil het niet over de inhoud van het rapport hebben. ‘En ook niet over het gedrag van raadsleden,’ voegt hij eraan toe. ‘Anders wordt het een negatieve avond.’ Hij roept op de aanbevelingen over te nemen. Ook Christian Alderliesten (Progressief Altena) hoopt ‘dit boek snel te kunnen sluiten’.

Dan Duizer zelf. Die blijft verrassend bij zijn uitgeschreven spreektekst. ‘De manier waarop besluiten zijn genomen raakt ons diep,’ leest hij voor. Hij wijst erop dat keuzes soms pas na afloop werden afgewogen, met juridische haalbaarheid voorop — en niet de wenselijkheid. Het college moet voortaan vooraf ook effecten op omwonenden, leefomgeving en vertrouwen expliciet meewegen, vindt hij. Een kaderstelling waarvan je meestal verwacht dat de raad die zélf ter hand neemt.

Ook wethouder Hans Tanis is blij dat het onderzoek er ligt. ‘Het traject heeft zichtbaar iets gedaan met medewerkers,’ zegt hij. De insinuaties over ‘schimmige deals’ kwamen hard aan. Het rapport moet daar een eind aan hebben gemaakt. Duizer wil hij nog meegeven dat door meer projectmatig te werken ook maatschappelijke doelstellingen beter kunnen worden gewaarborgd.

Voorafgaand aan de tweede termijn lijkt het alsof Meijbooms bommetje nog niet is ontploft. ‘Er zijn wat stevige woorden richting ons geuit,’ vindt Duizer. Dat mag, zegt hij, maar dat had ook tijdens het interpellatiedebat gekund. ‘Duizer heeft pertinente onwaarheden verkondigd,’ herhaalt Meijboom. ‘Dat zette toen de toon.’

‘Ik heb de wethouder daarvoor mijn excuses aangeboden,’ vertelt Duizer. ‘Meijboom had mij destijds kunnen benaderen,’ voegt hij eraan toe. ‘Maar blijkbaar wilde hij mij publiekelijk onderuit halen.’

‘We hebben ook publiekelijk dat debat gevoerd,’ antwoordt Meijboom. Hij wil reflectie van Duizer. ‘Legt u dan eens uit als grond op 22.500 euro gemiddeld wordt geschat voor 5.000 wordt verkocht?’ vraagt Duizer. ‘Zwak dat u toch weer de inhoud ingaat,’ zegt Meijboom.

‘Misschien kan de heer Meijboom ook reageren op zijn eigen gedrag,’ interventieert Bouman. ‘Dat mag u vinden,’ mompelt Meijboom, waarmee ook de spanning weg zakt. Even later neemt de raad de aanbevelingen over en bekrachtigt zelfs de conclusies van het rapport.

Waarmee dit dossier inderdaad inhoudelijk is gesloten. Het onderzoek is afgerond, de aanbevelingen zijn overgenomen, het boek kan dicht. Maar de rol van de raad zélf blijft onbesproken — of het nu gaat om de debatdynamiek of om zijn eigen kaderstellende verantwoordelijkheid. En lijkt het voor deze raad makkelijker zich te verenigen rond een rapport over een ander dan rond een spiegel voor zichzelf.

Deze column verscheen op 2 februari 2026 bij Binnenlands Bestuur.

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

Vier van de twaalf raadsleden van Leefbaar Capelle gaan verder onder de naam Echt Voor Capelle. In het AD duidt John Bijl de politieke betekenis van deze afsplitsing.

Hoewel de vertrekkende raadsleden niet hoog op de kandidatenlijst stonden, noemt Bijl het vertrek van een derde van de fractie geen detail. ‘Als een derde van je raadsleden opstapt, dan is dat een forse aderlating. Zoiets heet gezichtsverlies.’

Meer dan een lijst

De directe aanleiding ligt volgens betrokkenen in onvrede over de kandidatenlijst en de interne besluitvorming. Maar onder de oppervlakte spelen bredere factoren mee. Leefbaar Capelle regeert al twintig jaar mee in de gemeente. Langdurige deelname aan het bestuur verandert een partij.

Bestuurspartijen lopen het risico te institutionaliseren: de energie verschuift van actie naar beheer. Nieuwe initiatieven en interne discussies kunnen dan sneller schuren. De roep om ‘aanraakpolitiek’ – het zichtbaar aanwezig zijn in wijken en buurten – laat zien dat representatie niet alleen gaat over standpunten, maar ook over stijl en nabijheid.

Het verlies van een boegbeeld

De in november overleden Ans Hartnagel was jarenlang het gezicht van Leefbaar Capelle. Volgens Bijl is het voorstelbaar dat haar overlijden doorwerkt in de interne verhoudingen. ‘Ik kan me voorstellen dat ze het met lede ogen zou hebben aangezien.’

Maar hij benadrukt dat politiek uiteindelijk toekomstgericht is. ‘Het is natuurlijk triest dat Ans Hartnagel is overleden. Maar politiek bedrijf je voor de toekomst, niet uit hang naar het verleden.’

Vooruitkijken

Afsplitsingen in verkiezingstijd komen vaker voor, zeker wanneer partijen sterk met personen zijn verbonden of wanneer interne verhoudingen onder druk staan. Ze veranderen de zetelverdeling, maar vooral ook het politieke verhaal.

Voor Capelle aan den IJssel ligt de vraag nu minder bij wat er misging, en meer bij wat kiezers op 18 maart willen ondersteunen: continuïteit, vernieuwing of een combinatie van beide.

‘We hebben een hele hoop moties,’ constateert burgemeester Hans van der Pas. ‘Waaronder vier moties vreemd.’ Eén ervan is zó belangrijk, dat de gemeenteraad van Maashorst ’m deze avond twee keer behandelt.

Al in mei vorig jaar besloot de raad over een AZC-plek bij het sportpark in Uden. Over de inrichting van de omgeving moet nog wél worden besloten. Met overleg met omwonenden, zo is afgesproken, ondermeer via een veiligheidsplan.

‘De klankbordgroep heeft zorgen over hoe er met hun inbreng wordt omgegaan,’ zegt Maarten Prinssen (VVD) bij het vragenhalfuurtje. De verslagen van de gesprekken met deze bewonersgroep  zijn niet door hen goedgekeurd, zegt hij. ‘Kan het college bevestigen dat die verslagen geen juiste weergave zijn?’ Het concept-veiligheidsplan was ook laat. ‘De klankbordgroep had een week om te reageren.’

Zelfs blijkt de bewonersgroep het vertrouwen in de begeleiders van de gemeente te hebben opgezegd, legt Prinssen uit. Het college moet dat vertrouwen herstellen en de kritiek van de klankbordgroep ‘aantoonbaar’ verwerken in het veiligheidsplan, vindt Prinssen. ‘Hoeveel waarde hecht het college aan het participatieproces?’ vraagt hij. Een formulering die zijn interpretatie al suggereert.

‘Een verslag is nooit een individuele weergave,’ reageert burgemeester Van der Pas — als portefeuillehouder. De klankbordgroep miste volgens hem een steviger toon; die is niet overgenomen in het zakelijke verslag. Geprobeerd wordt de gevoelens in een oplegger weer te geven. Dat stukken te laat kwamen, weerspreekt hij. ‘Een conceptversie is in november al verstuurd; die komt voor 95 procent overeen met de laatste versie.’

‘Natuurlijk hechten we veel waarde aan participatie,’ zegt de burgemeester. ‘Maar het is wel een klánkbordgroep.’ De groep wordt gehoord. ’Het is niet zo dat zij ook moeten instemmen met het veiligheidsplan.’ Zo was het ook afgesproken. Het college was verrast dat de groep het vertrouwen opzegde. ‘Ik vermoed dat zij een andere verwachting hadden van het proces.’

Op de publieke tribune ontstaat gemor, afkomstig van – zo lijkt – leden van de klankbordgroep. Ook aan Prinssens gezicht is de ontevredenheid af te lezen.

Met een motie vreemd wil Gertrude Vissers (SP) het onderwerp opnieuw bespreken. ‘We nemen de emoties van de klankbordgroep serieus,’ zegt ze. Ze wil nadrukkelijk niet het debat over het AZC overdoen. ‘Het gaat ons puur om het participatieproces.’ Wél stelt zij voor het besluit over de omgeving op te schorten totdat het vertrouwen met de klankbordgroep is hersteld.

‘Wij nemen die emotie ook serieus,’ zegt Bas Keijzer (Kompas). Voor hem is de beantwoording door het college afdoende. ‘We begrijpen dat als je geen AZC wilt, dit niet genoeg is.’ Op de publieke tribune wordt het gemor luider. ‘Volgens mij gaat het hier niet over het niet willen van een AZC,’ interrumpeert Prinssen, ‘maar over de manier waarop.’ Er klinkt zelfs een applausje.

Langzamerhand begint het op te vallen dat nog nergens helder wordt wát de klankbordgroep nu precies miste in het voorliggende veiligheidsplan. Uit de bijdragen van Prinssen, Vissers én Van der Pas blijkt dat niet duidelijk. En die precisie had het debat overzichtelijker gemaakt. ‘Nou, wij willen geen AZC,’ zegt Ruud Geerders (Gewoon Uden).

‘Dat mag u zeggen, maar daar is deze vergadering niet voor,’ probeert voorzitter Karin Francken nog, maar duidelijker wordt de vergadering er niet van. Het blijft gissen óf de verwachting bij de klankbordgroep verkeerd was, óf hun bijdragen onvoldoende zijn verwerkt, en óf de door de raad gestelde participatiekaders niet zijn gevolgd. Door deze onduidelijkheid blijft het debat steken in een welles-nietes over intenties en emoties. En laat deze vergadering vooral zien dat niet alleen beleid en participatie goed verwachtingsmanagement vraagt, maar dat voor een goed raadsdebat zo ook het meningsverschil helder moet zijn. 

Deze column verscheen op 26 januari 2026 bij Binnenlands Bestuur.

Deze vergadering kreeg ook vermelding in de wekelijkse column Wat is democratie? over staatsrecht en democratie. Over hoe het reglement van orde de besluitvorming en de democratie bewaakt.

 

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

Een video uit een commissievergadering van de gemeenteraad van Castricum, gehouden in september, krijgt maanden later brede aandacht op sociale media. In het fragment is te zien hoe een raadslid tijdens een interruptie herhaaldelijk wordt onderbroken door de voorzitter, die met een hoorbaar signaal ingrijpt omdat volgens haar de vergaderorde wordt overschreden. Het fragment wordt inmiddels tienduizenden keren bekeken, onder meer nadat het is gedeeld op Dumpert.

Het debat waarin het moment plaatsvindt, gaat over de veiligheid van vrouwen in de gemeente. Tijdens een bijdrage van een raadslid probeert een ander raadslid te interrumperen. Volgens de voorzitter gebeurt dat niet door het stellen van een vraag, maar door het houden van een betoog, waarna zij meerdere malen ingrijpt.

Naar aanleiding van de virale verspreiding van het fragment vroeg het Noord-Hollands Dagblad John Bijl, bestuurskundige en directeur van het Periklesinstituut, om een toelichting op de gang van zaken in de vergadering en de toepassing van de vergaderregels. Zijn reactie is daarmee nadrukkelijk een procedurele duiding van het fragment, en geen inhoudelijk oordeel over het debat zelf.

Volgens Bijl is het onderscheid tussen een interruptie en een inhoudelijke bijdrage van belang voor het verloop van een vergadering. ‘Bij een interruptie mag je alleen een korte, verduidelijkende vraag stellen. Het is niet de bedoeling dat je dan een volledig betoog houdt’, zegt hij in het Noord-Hollands Dagblad. ‘Als iedereen dat wel zou doen, wordt het debat onoverzichtelijk en is het voor de raad lastig om tot besluitvorming te komen.’

De rol van de voorzitter

Het ingrijpen van een voorzitter is in zo’n geval bedoeld om de orde van de vergadering te bewaken. Dat gebeurt volgens Bijl niet op inhoudelijke gronden, maar op basis van de afgesproken procedure. ‘Raadsvergaderingen zijn er niet voor vertier. Ze zijn bedoeld om de gemeente te besturen’, aldus Bijl in de krant.

Daarbij merkt hij op dat het bewaken van de orde ook vraagt om rust en uitleg. Wanneer de spanning oploopt, ligt het volgens hem op de weg van de voorzitter om de temperatuur in de zaal te verlagen.

Van raadszaal naar publiek podium

Hoewel de vergadering al maanden geleden plaatsvond, krijgt het fragment pas recent brede aandacht. Behalve op sociale media wordt het ook besproken in televisieprogramma’s, waaronder De Oranjewinter. Diverse publieke figuren reageren op het fragment, onder wie Caroline van der Plas en Wierd Duk.

Door de losse verspreiding van het fragment wordt het moment vooral bekeken als een op zichzelf staand incident, los van de bredere vergadercontext waarin het plaatsvond. Volgens Bijl laat het Castricumse incident vooral zien hoe een procedureel moment uit een raadsvergadering, wanneer het los wordt gedeeld, een eigen publieke dynamiek kan krijgen. De duiding in het Noord-Hollands Dagblad plaatst dat moment nadrukkelijk terug in de context van vergaderregels en rolvastheid. Daarmee raakt de discussie niet alleen aan individuele raadsleden, maar ook aan de vraag hoe lokale democratische besluitvorming functioneert in een tijd van brede publieke aandacht.