Constructieve energie

‘Ik had van de griffier begrepen dat we wel ons stuk voor konden voorlezen,’ zegt Inge Oort (Burgerforum) als eerste. ‘Dan kunnen we onze moties toelichten. De gemeenteraad van Losser bespreekt vanavond het concept van de Regionale Energie Strategie, de RES. Waarbij vooral blijkt dat de Losserse raad ook maar eens energie in samenwerking moet steken.

Oort heeft bij de RES maar liefst vier moties ingediend. Ze is niet de enige, in totaal liggen vijftien moties en één amendement. Al zijn die overige voorstellen voorzien van alle logo’s van de vijf Losserse fracties. Ze hebben ze gezamenlijk ingediend.

Met die moties roepen de raadsleden bijvoorbeeld op ‘besparingen op Twentse schaal met
Twentse campagnes’ of ‘rekenmodellen als advies in plaats van verplichtend’ te zien. Allemaal steekhoudend, al vraag je je toch af of de raadsleden niet eerder bij het RES-proces betrokken zijn geweest. De Regionale Energie Strategie is tenslotte ook van de raad — en al sinds eind 2018 overleggen gemeenten, de provincie én de waterschappen met elkaar.

En dan zijn er de moties van Oorts fractie Burgerforum. ‘De vraag is of de RES het juiste middel is om het doel te bereiken,’ zegt Oort. Volgens Oort zijn de grootschalige projecten uit de RES niet meer nodig. Vooral de windmolens moeten het ontgelden. ‘Hoe CO2-neutraal zijn die eigenlijk?’ vraagt ze. ‘De grote rotorbladen kunnen worden beschouwd als chemisch afval.’

‘Wilt u zich beperken tot de punten gerelateerd aan uw moties?’ vraagt burgemeester Cia Kroon dan. Blijkbaar heeft men via de presidium-app afgesproken de bijdragen in deze vergadering te beperken tot de moties. Vandaar wellicht Oorts eerdere opmerking over het voorlezen van ‘het hele stuk’.

‘Ehmmm,’ zegt Oort, ‘als ik die punten er zo uit moet halen, ben ik een beetje van mijn apropos natuurlijk.’ Dus leest ze maar verder. ‘Wilt u nu dan uw moties en het amendement indienen,’ roept de burgemeester een paar zinnen later alweer. ‘Ons amendement is raadsbreed ondersteund,’ legt Oort uit. Met het wijzigingsvoorstel stelt ze voor de concept-RES slechts ‘voor kennisgeving aan te nemen’ in plaats van akkoord te gaan.

 

Voor een document waar juist de raden bij het ontwerp betrokken zouden moeten zijn is dat een behoorlijke uitspraak. Nóg vreemder is dat Oorts moties steevast dezelfde twee argumenten noemen: de ‘constatering’ dat de RES ‘zoals dat nu voorligt niet onze steun kan krijgen’ en de overweging dat ‘een aantal zaken in het document onvoldoende is uitgewerkt.’

Jimme Nordkamp (PvdA) vindt Burgerforum niet constructief. Het verhaal van de fractie is anders dan in de oordeelsvormende vergadering. ‘Dat is niet betrouwbaar,’ oordeelt Nordkamp. ‘We hebben onze moties vorige week woensdag naar alle fracties op de mail gezet,’ zegt Oort, duidelijk gepikeerd. ‘We hebben tot vandaag niets gehoord.’

‘Van uw moties kun je ook geen kaas maken,’ reageert Nordkamp. Vooral de argumentatie ontbreekt erin, vindt hij. ‘Het zijn vodjes,’ zegt hij — al verklaart het niet waarom hij er niet eerder op reageerde. ‘Ik heb gewoon niets met onbetrouwbare politiek.’

‘Mocht Nordkamp ons op onbetrouwbare politiek betrappen, gaan we graag in gesprek,’ antwoordt Oort. ‘Die uitnodiging waardeer ik zeer,’ reageert Nordkamp.

Waarmee de lucht tussen de twee weer wat geklaard lijkt. Voor Oorts moties maakt het niet veel uit. Alleen PvdA’er Nordkamp zal bij een van de moties ‘voor’ stemmen. Het amendement om de gezamenlijke energiestrategie maar voor kennisgeving aan te nemen wordt, met een waslijst van de 11 andere moties wél aangenomen.

Voor een gezamenlijk opgestelde strategie blijft dat tóch een rare conclusie. En daarmee ook de vraag of de 13 andere gemeenten in de Twentse RES-regio de Losser politici nou wél constructief vinden.

Deze column verscheen op 31 maart 2025 bij Binnenlands Bestuur.

De mystery burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.

Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

‘Veel fracties hebben in de commissie al aangegeven dat dit een hamerstuk kan zijn,’ waarschuwt burgemeester Wendy Verkleij. ‘Wees zuinig met de tijd van de raad.’ Toch zal de raad nog aardig wat woorden wijden aan het verwerven van het politiebureau. De gemeenteraad van Noordwijk is namelijk nog niet klaar met dit onderwerp, maar vooral nog niet met zichzelf.

‘Staat voor u onomstotelijk vast dat de politie eigenaar is van het bureau?’ vraagt Taetske Visser-Danser (Puur) als eerste. Uit documenten blijkt het niet, zegt ze. Visser-Danser denkt dat het te kopen politiepand al van de gemeente ís. Terwijl de gemeente op het punt staat 1,2 miljoen euro voor de aanschaf te reserveren.

‘Die overdracht is in 1993 bij wet geregeld,’ stelt Dick Gutlich (D66). Volgens hem is alleen niet duidelijk of er ook een som geld voor is betaald. ‘Waar leest u in de wet dat het eigendom is overgedragen?’ interrumpeert Visser-Danser. ‘Dat leidden we af uit de raadsstukken,’ zegt Gutlich. ‘Maar het kan ook alleen het recht van opstal zijn,’ pareert Visser-Danser. ‘Ja maar dan zou ook het eigendomsrecht overgedragen moeten zijn,’ komt Gutlich terug. ‘Recht van opstal gaat alleen over de grond.’

‘Het wordt een beetje een juridische discussie,’ merkt ook Gutlich op, om nog maar eens in technische termen uit te leggen waarom hij denkt dat Visser-Danser er naast zit. Waarop deze nog maar eens benadrukt dat de taxatie niet klopt. ‘De prijs is ook niet marktconform,’ gaat Astrid Warmerdam (Doen!) verder. ‘En we willen ook graag weten of ook de grond in 1993 aan de politie is overgedragen.’

‘Als er is betaald dan heeft de bank nog wel die gegevens,’ weet Wim van Haaster (CDA). ‘Het is triest dat je als wethouder met dit voorstel naar de raad wordt gestuurd,’ vindt Peter van Bockhove (Lijst Salman). ‘Ik wil ook nog wel hulp verlenen in het opsporen van de bankgegevens,’ zegt hij. ‘Het is niet belangrijk of er is betaald,’ vindt Jaap de Moor (Bruisend Noordwijk). ‘Geldvorderingen verjaren na vijf jaar.’ Lichtelijk vermoeid vraag ik me af of dit forensisch werk onder de kaderstellende, controlerende of vertegenwoordigende taak van het raadslid moet worden geschaard.

‘We hebben er in de commissies al veel over gesproken en doen dat nu opnieuw,’ verzucht wethouder Sjaak van den Berg. Juristen van de gemeenten én van de politie hebben er ook lang naar gekeken, volgens de wethouder. Ook de bank heeft gezocht. ‘Dat er geen duidelijkheid is over het eigenaarschap, frustreert ons ook.’

‘Maar is de taxatiewaarde dan wel reëel?’ wil Warmerdam nog weten. ‘Als er een professionele taxatie ligt past het niet dat een raadslid dat daar totaal niet voor is opgeleid daar nog vragen bij stelt,’ interrumpeert Michael van Dormolen (VVD). ‘Ik vind het redelijk vervelend dat u mij even neer zet als een dom blondje,’ zegt Warmerdam terug. ‘Dat heb ik niet gezegd,’ vindt Van Dormolen. ‘Het maakt toch wel uit of de grond mee is getaxeerd,’ valt Rommie van Dokkum (PvdA) nog bij. ‘Alle grond onder de stenen is meegetaxeerd,’ legt wethouder Van den Berg uit. ‘De rest is eigendom van de gemeente.’

Maar nóg meer details gaan dit agendapunt sowieso niet meer redden. Sterker, bij elk detail zal de feitenhonger van de raadsleden groter worden — en er steeds een nieuwe stok in zien om het college mee te slaan. Na de stemming blijkt de uitslag dan ook voorspelbaar en heeft dit technisch verhoor vrijwel niets aan het politieke besluit bijgedragen. En is de echte taxatiefout, dat dit debat over de inhoud zou gaan — terwijl de enige gevraagde beslissing wederzijds vertrouwen was.

Deze column verscheen op 31 maart 2025 bij Binnenlands Bestuur.

De mystery burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.

Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

‘Door het digitaal vergaderen moet ik het samenvatten iets langer voorbereiden’, zegt burgemeester Rob Metz. In de eerste termijn heeft de gemeenteraad van Soest gesproken over de bestuurlijke visie op grondstoffeninzameling. Dat de voorzitter even de tijd neemt, is geen slecht idee. En niet alleen, zo blijkt bij deze vergadering, voor bijeenkomsten in een virtuele omgeving.

‘Meneer De Wolf heeft als eerste zijn handje opgestoken’, opent Metz de eerste termijn. ‘Vermindering van kosten, minder restafval, meer grondstof’, zegt Tim de Wolf (GGS). De afvalvisie moet ervoor zorgen dat het samenwerkingsverband Reinigingsbedrijf Midden Nederland (RMN) meer gezamenlijk naar één doelstelling toe werkt. ‘Er is winst te halen voor zowel het milieu als de inwoners’, vindt De Wolf.

‘Het CDA kan de doelen onderschrijven’, zegt Peter Lucas (CDA), ‘de vraag hoe je die gestalte geeft, komt daarna.’ Het ergert Lucas dat de visie al een uitvoeringsprogramma heeft. Ook het politiek gevoelige gedifferentieerd afvalkosten heffen – DIFTAR – staat daar in. ‘De breed aangenomen motie onderzoek te doen naar DIFTAR is nog niet eens uitgevoerd’, benadrukt Lucas. ‘De notitie lijkt zelfs voor te sorteren op DIFTAR’, meent ook Yolande Gastelaars (DSN).

Wellicht hadden ze het liefst het uitvoeringsdeel uit het visiedocument geamendeerd. Aangezien alleen de hele visie ter besluitvorming voorligt, wordt dat ingewikkeld. Tijdens een vergadering een hele nota aanpassen, om het bijvoorbeeld als initiatiefvoorstel weer in te dienen, is praktisch onmogelijk. Nu zeggen Lucas en Gastelaars tegen te stemmen.

Hans Boks (LAS) doet toch een poging. Met een motie vraagt hij de raad zich uit te spreken ‘de volledige keuzevrijheid te behouden’. De raad is wel vaker geconfronteerd met besluiten van het bestuur van het samenwerkingsverband, waar de beleidsruimte van de raad feitelijk nihil was. ‘We wensen niet in een fuik getrokken te worden zonder de onderzoeken waar we om hebben gevraagd’, stelt Boks.

‘We willen ons nadrukkelijk niet vast laten leggen’, zegt ook Peter van der Torre (VVD), maar wil zich nog niet uitspreken over Boks’ motie. ‘Dan zou ik ‘m eerst moeten zien’, legt hij uit. ‘Ik zou ‘m ook graag eerst op de mail krijgen’, zegt Elske ter Beek (GroenLinks). Blijkbaar heeft Boks zijn motie pas net kenbaar gemaakt en niet bijvoorbeeld al een week eerder. Om er even over na te denken. ‘Wellicht kunt u de motie bespreken via de WhatsApp-groep van uw fractie’, suggereert burgemeester Metz nog, terwijl de griffier z’n uiterste best doen om Boks’ motie alsnog bij alle raadsleden te krijgen.

De gemeenteraad van Soest in virtuele vergadering

Hoe dan ook lijkt wethouder Nermina Kundic de bezwaren te begrijpen. ‘Ik hoor enkele fracties twijfelen over de opgenomen mogelijkheden’, zegt ze. Maar volgens haar is het overbodig er een motie voor in te dienen. ‘De raad gaat straks over de uitvoeringsmogelijkheden’, belooft ze.

Na een lees- en vermoedelijk ook denkpauze is Boks in ieder geval niet overtuigd van Kundic’ geruststelling. Hij wil z’n motie graag in stemming brengen. Met weinig soelaas; de woordvoerders van GGS, D66, ChristenUnie/SGP, GroenLinks, Burgerbelangen en PvdA zeggen tegen Boks’ motie te zullen stemmen.

‘Dat betekent dat er 13 leden vóór en 16 tégen zijn’, zegt Metz na zijn bedenktijd. Maar dat betekent dat helemaal niet. Stemmen kunnen gemeenteraden alleen wanneer ieder raadslid zich uitspreekt. Het zou ook raar zijn wanneer de woordvoeders bij het ‘stemmen zonder last’ andere raadsleden vertegenwoordigen.

Metz is misschien geïnspireerd geraakt door de manier waarop de Tweede Kamer momenteel stemt, maar zelfs dat is juridisch dubieus. Feitelijk betekent Metz oplossing dat Boks’ motie nu niet in stemming is gebracht en, omdat niemand daartegen bezwaar maakte, dat-ie is aangenomen.

Gelukkig oordeelden zelfs de tegenstemmers dat de motie overbodig was, en verandert er niets mee in het beleid van de gemeente. Helaas verandert er ook niets aan de manier waarop deze raad zich voorbereidt op een vergadering. Want de échte winst valt toch te behalen bij amendeerbare raadsbesluiten, meer voorbereidingstijd voor de moties en, uiteraard, een juridisch houdbare procedure voor de stemopneming. Ook wanneer de vergaderingen weer in fysieke omgeving mogen.

Deze column verscheen op 12 april 2021 bij Binnenlands Bestuur.

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.

Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

‘Ik dacht, ik maak u opmerkzaam op mijn handje.’ Een zin die ruim een jaar geleden in de raadzaal tot verwarde blikken had geleid maar in een virtuele vergadering doodnormaal is geworden. Dat je in het Limburgse Bergen toch onthutst bent, komt door wat er daarna gebeurt.

De raad van Bergen spreekt over de financiering van het nieuwe buurthuis in het dorp Afferden. 1,1 miljoen euro moet er voor beschikbaar worden gesteld. Volgens Jack Jennissen (VVD) is het goed dat het college dit initiatief voor de financiering neemt.

‘Voorzitter.’ Burgemeester Pelzer zoekt op haar scherm waar het geluid vandaan komt. Het is Frans Camps (KERN). ‘Sorry ik had mijn microfoon dichtgezet,’ zegt de burgemeester. ‘Sorry dat ik u zo onderbrak,’ zegt Camps op zijn beurt. ‘Ik zag dat u ijverig aan ’t schrijven was,’ verklaart Camps zijn verbale melding, terwijl het opsteken van zijn virtuele handje genoeg zou moeten zijn voor de interruptie.

‘Meneer Jennissen geeft aan dat de gemeente het initiatief heeft genomen,’ begint Camps, ‘het is me nu niet meer duidelijk of de stichting gevraagd heeft om de lening of dat de gemeente het heeft aangeboden.’ Maar dat is niet Camps’ vraag. ‘Kunt u mij zeggen hoe u aan de informatie komt dat de gemeente het initiatief nam?’

‘Ik heb dat vernomen van de collegeleden,’ antwoordt Jennissen. ‘Voorzitter,’ gaat Camps verder. ‘Wanneer heeft de heer Jennissen dat dan gehoord? Ik heb het in geen enkele commissievergadering gehoord en ook nergens in de stukken gelezen,’ meent Camps. ‘Dat was buiten een officiële vergadering om,’ verklaart Jennissen, ‘tijdens een coalitieoverleg.’

Camps stottert ervan. Dat is begrijpelijk. Voor een goed democratisch debat is het fundamenteel dat raadsleden over dezelfde informatie kunnen beschikken. In Bergen gaat men daar blijkbaar anders om met wat toch als een principe van het functioneren van de parlementaire democratie moet worden gezien.

Meestal wordt er knap schimmig gedaan over wat er tijdens coalitieoverleggen word besproken. Dat Jennissen er nu over begint is óf schaamteloos óf een inkijkje met de proporties van ‘het blaadje van Ollongren’.

De gemeenteraad van het Limburgse Bergen in vergadering

‘We kennen allemaal de verhalen van achterkamertjespolitiek,’ stamelt Camps aangeslagen. ‘Het gaat goed duaal zo.’ Je hebt geen betere beeldresolutie nodig om het sarcasme van Camps op te merken. ‘We zullen wel afwachten hoe het college daar in staat,’ legt Jennissen uit. Nu schiet de cameratechniek wél te kort, want het is onmogelijk te beoordelen of hij Camps’ opmerking wegwuift of, wat gepaster zou zijn, diepe schaamte toont.

Bij die beantwoording van het college lijkt het er toch op het eerste te zijn. Slechts drie zinnen heeft wethouder Claudia Ponjee nodig, waarvan ‘ik heb geen nieuwe politieke vragen gehoord’ de enige inhoudelijke is. Hoewel het niet aan mij is om te beoordelen of haar conclusie juist is, haar beoordeling lijkt er weinig recht aan te doen aan dat de raad al haast een uur over dit punt vergadert. Of dat drie insprekers hun zorgen uitte.

‘Dan heb ik toch een vraag aan de wethouder,’ zegt Camps, maar burgemeester Pelzer kapt ‘m al af. ‘Dat bewaart u maar voor de tweede termijn,’ zegt ze. Blijkbaar meent ze ineens dat wethouders interrumperen niet mag. ‘Nee, nee, nee,’ protesteert Camps — maar de burgemeester drukt zijn microfoon al weg.

Een boze Camps vraagt later een halfuur schorsing. Erna zegt hij een motie van afkeuring tegen de burgemeester overwogen te hebben. ‘Uw manier van voorzitten beïnvloedt de besluitvorming,’ vindt Camps. Dat de motie geen meerderheid zou behalen, heeft hem weerhouden. De geïrriteerde blikken van de andere raadsleden ondersteunen die aanname. Ze vinden Camps vast ‘lastig’. Maar het lijkt het er meer op, dat wat de Bergense coalitie vooral maar lastig vindt, in feite democratie is.

Deze column verscheen op 5 april 2021 bij Binnenlands Bestuur.

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.

Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

Als kiezer heb je haast niet in de gaten wat een lange dagen stembureaumedewerkers eigenlijk maken. Al om zes uur gaan de eerste kieslokalen open en pas laat gaan ze weer dicht. Vrijwilligers zorgen ervoor dat de stemlokalen functioneren. Voor een broodje kaas, een appel en een koppie soep houden zij de bureaus draaiende. Als ze geluk hebben – het verschilt per gemeente – komen ze in aanmerking voor een dagvergoeding van 150 euro.

Hoewel de stemkantoren niet de hele dag door dezelfde mensen worden bemand, zijn er gewoonweg te weinig vrijwilligers om in fatsoenlijke shifts te werken. Daarbij komt dat na het sluiten van de stembussen het werk nog niet is gedaan. De stemmen moeten immers ook nog worden geteld. Dat gaat met de hand en duurt tot diep in de nacht. Met wederom vaak dezelfde vrijwilligers.

Handje helpen

Het wordt tijd om ze een handje te helpen. Om het populair te zeggen: juist nu. Coronatijd vraagt van de vrijwilligers immers ook nog eens dat ze zich blootstellen aan een gezondheidsrisico. Al op 18 november gaan stembussen op kleine schaal open voor de herindelingsverkiezingen in Appingedam, Delfzijl en Loppersum (straks gemeente Eemsdelta) en in Boxtel, Vught en Oisterwijk.

Hoewel deze gemeenten naarstig op zoek zijn naar locaties waar coronaproof een stembureau kan worden ingericht, zijn er hoe dan ook gezondheidsrisico’s. Zeker voor de vrijwilligers. Hoe langer zij in het stemlokaal moeten verblijven, des te groter het gevaar op een besmetting. De rekensom is dus eenvoudig: meer vrijwilligers betekent spreiding van het risico. Daarnaast, vrijwilligers zijn vaak gepensioneerd en zouden wel eens bovenmatig veel tot de risicogroep kunnen behoren.

Dubbele inzet

De problemen zullen voor de Tweede Kamerverkiezingen in maart, met ook nog eens een hogere te verwachten opkomst, niet anders zijn. Kamerleden Paternotte (D66) en Kuiken (PvdA) pleitten in een artikel in de Volkskrant (7/10) er al voor de stembussen een dag eerder open te doen.

Dit uitstekende (en zelfs wat bescheiden) voorstel spreidt dan wel de gezondheidsrisico’s voor de stemmer, maar niet voor de stembureaumedewerker. En het vraagt een haast dubbele inzet uit de toch al karige vrijwilligerspool.

Er zijn gewoonweg meer mensen nodig die op het stembureau meehelpen. Wellicht kunnen we het nieuwe vrijwilligers een stukje aantrekkelijker maken door die dag een vrijaf te gunnen.

Werkenden gebruiken nu verlofdagen om zich in te zetten voor datgene waar we allemaal de vruchten van plukken: democratie. Hun werkgevers kunnen helpen door de uren dat hun medewerkers op het stembureau zitten niet van hun verlofdagen af te trekken. Of stemmentellers die tot diep in de nacht bezig waren uitslaapverlof te gunnen. Gewoon, zodat bedrijven óók een steentje bijdragen aan de democratie.

Ik hoop dat VNO-NCW deze oproep overneemt. De argumentatie is eenvoudig. In Nederland gevestigde en actieve bedrijven profiteren óók van de democratie, dus deze geringe bijdrage aan ook hún vrijheid is voor hen hooguit een geste. Maar voor de stembureaus, deze wervel in de ruggengraat van onze democratie, is het een hele verlichting.

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 13 oktober 2020

Het plaatsen van de naam op de trein was al bijzonder, vindt Bijl. ‘Die naam had natuurlijk al nooit op die trein moeten staan.’ Volgens Bijl kan ook met de beste intenties een geschenk verkeerd uitpakken.

Dat de naam er nu af gaat is goed, maar laat. ‘Ik denk dat het morele kompas van Boerman in dit geval beter geijkt had moeten zijn.’ Lachend: ‘Misschien moet hij voor straf maar zelf zijn naam van die trein poetsen.’

‘Misschien is het goed om eerst even stil te staan bij de ontwikkelingen van vandaag,’ zegt burgemeester Karel Loohuis. Maar liefst 11 minuten – inclusief een toelichtende vraag van 33 seconden – heeft hij nodig voor zijn eigen ‘corona-journaal’. Hij gaat er eens goed voor zitten. Ellebogen comfortabel op tafel, aantekeningen voor z’n neus. Het énige dat ontbeert is een goed zicht op het publiek, maar dat heeft alles te maken met de maffe inrichting van de raadszaal van Hoogeveen.

‘Dan geef ik het voorzitterschap over,’ zegt Loohuis bij een volgend agendapunt. Daar bespreekt de raad een eventueel verbod op de verkoop van lachgas, en dat valt in de portefeuille van de burgemeester. Niet gek dat hij het voorzitterschap aan de plaatsvervangend raadsvoorzitter afstaat.

Wel gek is waar hij gaat zitten. Helemaal aan het uiteinde van de twee lange crèmekleurige raadstafels. Deze staan tegenover elkaar aan de beider zijden van de raadszaal. Niet helemaal de beste debatopstelling in een pluriform en niet te vergeten duaal systeem, maar het geeft de leden wel goed zicht op elkaar.

Behalve dat in het midden van deze plaatsen nóg een tafel staat. Aan deze lichteiken gesloten vergadertafel zitten de voorzitter, de griffier en, zo blijkt, de woordvoerders. Bij elk agendapunt wordt er gestoelendanst en nemen nieuwe raadsleden plaats aan het middenblok. Met hun ruggen naar de rest van de zaal en hun neuzen gericht op elkaar. Alsof er door deze ‘inner-circle’ vergáderd wordt in plaats van gedebatteerd.

De raadzaal van Hoogeveen (foto: Periklesinstituut)

Dat lijkt er dan ook op. ‘We hebben geen debatpunten,’ zegt Jan van der Sleen (Gemeentebelangen) in de eerste termijn. Ook Peter Scheffers (D66) is akkoord met het voorstel, al heeft hij wel een vraag. ‘Ik weet niet of het college die moet beantwoorden of dat we dat hier moeten bespreken,’ zegt hij.

Volgens Scheffers is de handhaving in dit voorstel niet geregeld. ‘Daar valt of staat het toch mee?’ vraagt hij laconiek. ‘We nemen de vraag mee naar de portefeuillehouder,’ zegt voorzitter Arend Steenbergen gemoedelijk. ‘Ook de preventie is belangrijk,’ merkt Lisa Schonewille (PvdA) op. Verder is ze wel akkoord met het voorstel. ‘Misschien is het goed om ook een evaluatiemoment in te brengen,’ vindt Roelof Bisschop (VVD) nog. Debatpunten genoeg, zou je zeggen.

Voor de beantwoording moeten de raadsleden bijkans hun nek verdraaien naar burgemeester Loohuis. Volgens deze is het logisch dat handhaving in dit voorstel ontbreekt. ’Handhaving is een kwestie van uitvoering,’ vindt Loohuis. ‘En dat ligt in handen van de burgemeester.’ De raadsleden hoeven zich geen zorgen te maken. ‘Als we een voorstel doen, kunt u ervan uitgaan dat we er over hebben nagedacht,’ stelt Loohuis.

Als dit een debat was geweest, met de burgemeester achter een spreekgestoelte, had deze gaat-u-maar-rustig-slapen toch wel de lampjes van de interruptiemicrofoons als een kerstboom doen oplichten. Maar de comfortabel zittende burgemeester mag van de omgebogen raadsleden onverstoord verder uitleggen. ‘We zullen in het begin zeer intensief handhaven,’ zegt Loohuis. ‘Ik ben blij met de toezegging,’ zegt Bisschop in de tweede termijn. Het is de enige opmerking.

Burgemeester Loohuis denkt na de stemming vast ‘ik heb het toch prima uitgelegd?’ en dat is precies het punt. Raadzalen zijn er niet om beleid uit te leggen, maar om het te verdedigen. De raadzaal is een arena waar politieke ideeën bevochten moeten worden. Om ze beter te maken. Want what doesn’t kill them, makes ‘m stronger.

Maar in een zaal als deze zullen deelnemers niet het gevoel hebben dat ze hun standpunten ten opzichte van een publiek moeten verdedigen. Terwijl juist dát een essentie is van onze parlementaire democratie.

 

Dit is voorlopig even de laatste column van de Mystery Burger.

Net als iedereen, blijft hij in tijden van corona beter even thuis. Dat raadsvergaderingen en andere politieke debatten publieke bijeenkomsten horen te zijn, heeft juist deze column hopelijk wel bewezen. De Mystery Burger hoopt daarmee dat gemeenteraden, Provinciale Staten, waterschappen en ook de beide Kamers zo verstandig zijn om hun vergaderingen zo veel mogelijk op te schorten. Zodat ook volksvertegenwoordigers kunnen doen wat alle verstandige mensen nu horen te doen: thuis blijven.

Deze column verscheen op 16 maart 2020 bij Binnenlands Bestuur.

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.

Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

Een plan van actiegroep Meer Democratie om de Haagse burgemeester via een referendum te kiezen, lijkt op het eerste gezicht een stap richting meer burgerzeggenschap. Maar volgens John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, gaat het voorstel regelrecht in tegen de bedoelingen van de wetgever. ‘Het is onwettig. Je vraagt de raad mee te doen aan iets wat helemaal niet mag. Dat druist in tegen alles wat de wetgever heeft bedoeld.’

In een open brief pleitte Niesco Dubbelboer namens de actiegroep voor een verkiezing voorafgaand aan de formele aanbeveling door de raad. Dat zou inwoners meer invloed geven. Maar Bijl ziet daarin een ondermijning van het wettelijke proces. ‘Je maakt geen kans als je niet aan het referendum meedoet, terwijl de Gemeentewet juist toelaat dat sollicitanten onbekend blijven. Dat voelt ongemakkelijk – en staat haaks op de bedoeling van de wet.’

‘Je bent eigenlijk verplicht om je bekend te maken als je burgemeester wilt worden. Het mag van de Gemeentewet onbekend blijven. Ik krijg daar een ongemakkelijk gevoel bij. Je maakt geen kans als je niet aan het referendum meedoet. Dat staat haaks op de intentie van de Gemeentewet.’

Bijl is ook kritisch op de uitleg die Dubbelboer geeft bij de recente grondwetswijziging. ‘Die is niet doorgevoerd om een gekozen burgemeester mogelijk te maken, maar om de kroonbenoeming uit de Grondwet te halen. De benoeming door de Kroon staat nog gewoon in de Gemeentewet. Die kun je niet zomaar negeren.’

Los van de juridische bezwaren, ziet Bijl ook inhoudelijke risico’s. Een burgemeester is in Nederland geen politiek bestuurder, maar een onafhankelijk ambtsdrager. ‘Zijn besluiten zijn onderworpen aan achterafcontrole en gaan over orde en veiligheid. Als je daar verkiezingsretoriek op loslaat, krijg je machtsconflicten in plaats van inhoudelijke samenwerking. In Japan en de VS zie je waar dat toe leidt: bestuurlijke verlamming als raad en burgemeester elkaar tegenwerken.’

En dat is precies wat Den Haag níet nodig heeft, benadrukt Bijl. ‘Onze democratie is zo ingericht dat de macht bij de raad ligt – 45 volksvertegenwoordigers, geen machtsblok maar een collectief. Daar zit het gezag, niet bij één gekozen functionaris. Het laatste wat Den Haag kan gebruiken is een virtuele machtsstrijd over wie het grootste kiezersmandaat heeft.’

De roep om meer burgerinvloed is begrijpelijk – maar moet wél op de juiste plek landen. De raad is het hoogste bestuursorgaan van de gemeente. Meer invloed voor inwoners begint dus bij de volksvertegenwoordiging, niet bij het benoemingsproces van een burgemeester. Wie democratie wil versterken, versterkt de raad. Niet het ambt dat erbuiten staat.

Er ging meteen wat ophef door de Kamer. Zelfs Rutte, de toch meestal goedlachse leider van het Kabinet, sprong bijkans uit z’n vel. Net daarvoor had Kamerlid Renske Leijten zich kritisch uitgelaten over het ambtelijk apparaat. Dat zou medeschuldig zijn aan de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst. En de carousselerende topambtenaren van de bestuursdienst én het gerucht dat oud-toeslagenman Jaap Uijlenbroek weleens gemeentesecretaris van Den Haag zou kunnen worden, belonen deze falende klerken, vond Leijten.

Het Kamerlid overtrad daarmee de ongeschreven regel dat je ambtenaren buiten het debat houdt. Politici – ministers en staatssecretarissen – zijn de verantwoordelijke voor het beleid. Ambtenaren voeren het trouw uit én kunnen zich niet in het openbaar ook verdedigen, foeterde Rutte terug. ‘Zo kun je als Kamerlid toch niet spreken Renske,’ zei Rutte terwijl hij waarschijnlijk ‘doe effe normaal’ moet hebben gedacht.

Ik snap Rutte’s boosheid wel. De distantie tussen politiek en ambtelijk apparaat is een voorwaarde van democratisch bestel. Ik noem het de kleine trias politica. De volksvertegenwoordiging stelt kaders en benoemt maatschappelijke doelstellingen, de bewindslieden vertalen het naar uitvoerbaar beleid en het ambtelijk apparaat zorgt dat het voor elkaar komt.

Je zou willen dat politici zorgvuldiger omgaan met het hoog houden van deze democratische principes. Toch lukt het vaker niet. Gemeentelijke websites blijken deze scheiding der machten zelf heel vaak met voeten te treden.

Gemeentewetjurist Olaf Schuwer kwam er één tegen. Al surfend vond hij de pagina van het college van Altena – waar de wethouders en burgemeesters aan u worden voorgesteld – en trof in die bijt een vreemde vogel. ‘Het college bestaat uit de burgemeester, vijf wethouders en de gemeentesecretaris’ stond er, terwijl die laatste er helemaal niet bij hoort. Die secretaris staat het college wel bij en adviseert ze, maar is er geen lid van en heeft dus ook geen stemrecht.

Met de omschrijving wordt de indruk gewekt dat een gemeentesecretaris bestuursverantwoordelijkheid draagt. Dat is niet zo — en hij kan er dus ook niet op worden aangesproken. Wanneer een lokale Renske Leijten het toch zou proberen weet ik zeker dat elke willekeurige burgmeester dezelfde vermanende woorden als Rutte spreekt: doe effe normaal. Maar dan ligt de fout toch echt bij degene die het zo op de website heeft gezet.

Niet alleen daarom zou de gemeentesecretaris zelf niet als collegelid gepresenteerd moeten willen worden. Meestal, misschien wel altijd, is de gemeentesecretaris ook de algemeen directeur van het ambtelijk apparaat. Dat is geen staatsrechtelijke nuance. Anders dan in de landelijke politiek is de wethouder niet het hoofd van een ambtelijke organisatie. De gemeentesecretaris is de baas van het personeel en verdeelt ook formeel de opdrachten die het college heeft uitgezet. Een scheiding der machten waar ze in ’s lands politiek nog iets van kunnen leren. En een lokale trias politica die met een correcte formulering op de website ook wel eens duidelijk mag worden gemaakt. Voordat er allerlei althoedjes ermee aan de haal gaan en denken dat het gemeentelijk apparaat net zo politiek is als het college.

Schuwer’s vondst bleek niet uniek. Nadat ik een korte oproep deed de eigen site te controleren, kwamen vooral raadsleden tot de ontdekking dat de formulering op de webpagina van het college bot gezegd ongemeentewettelijk is. Of staat de secretaris doodleuk op de hoofdfoto tussen de echte collegeleden te wethouder-hekkingen.

Met waarschijnlijk het schaamrood op de kaken pasten meerdere gemeenten direct de gemeentelijke website aan. Ik zal de laatste zijn die beweert dat hiermee groot onrecht is gerepareerd, maar het voorkomt tenminste dat staatsrechtfetisjisten als Rutte en ik weer eens ‘doe effe normaal’ naar hun beeldscherm moeten roepen. Belangrijker is dat het nietswetende burgers ook uitlegt hoe zorgvuldig ons politieke bestel in elkaar zit. Iets waar ook de schrijver van gemeentelijke webteksten best trots op mag zijn.

Het zit in de gemeente Bergransel muurvast. Gedwongen door de tekortkomingen op het sociaal domein moet de gemeente miljoenen aan bezuinigingen weg zien te werken. En nu de kaasschaaf bot is geworden móet er iemands paradepaardje sneuvelen. Het liefst, zo zegt een raadslid op Twitter, zou hij nieuwe verkiezingen uitschrijven en de burger een uitspraak laten doen over hoe deze bezuinigingsronde moet worden verwerkt.

Het raadslid uit Bergransel wordt door de Kamer op z’n wenken bediend. Vandaag stelde het parlement in met een motie die het Kabinet de opdracht geeft te een voorstel te doen voor een grondswetswijziging die tussentijdse gemeentelijke verkiezingen mogelijk moet maken.

Op het Binnenhof kennen ze die optie immers wél. Als de kabinetsleden er met de Kamer of met elkaar niet uitkomen, wordt de Kamer ontbonden en schrijft de regering nieuwe verkiezingen uit. Ook die optie heb ik nooit begrepen. Inhoudelijke problemen komen vaker voor in de politiek. Sterker, meningsverschillen zijn het primaat van de democratie. Immers, als we in dit land niet zo vaak van mening zouden verschillen over welke oplossing de beste is, hadden we zoiets als democratie helemaal niet nodig.

Gemeenteraden kennen een tussentijdse gang naar de stembus niet. Ze zijn met hun mandaat gedwongen om er voor vier jaar samen uit te komen. Logisch. Het is juist de opdracht van politici om die meningsverschillen, hoe principieel ze ook mogen zijn, te overbruggen en met consensus, concessie of als het écht niet anders kan met compromissen werkbaar te maken. Zelfs doorgaan met conflict is een optie; immers niet elk voorstel hoeft met unanieme stemmen door het parlement te gaan; dat er op z’n minst één iemand tegenstemt is een meer dan reële optie.

Waarom zouden er dan ineens problemen zijn die als onoverbrugbaar beschouwd moeten worden? Teruggaan naar de kiezer is niets anders dan de parlementaire democratie opgeven. En zeggen dat je als parlement hebt gefaald en niet geschikt bent voor het werk als parlementariër. De optie dat nieuwe verkiezen alleen mogelijk mogen zijn wanneer geen van de zittende Kamerleden na een nieuwe kiezersuitspraak terug mag komen, is zo gek nog niet.

Daarnaast heeft een nieuwe kiezersuitspraak zelden tot nieuwe politieke stabiliteit geleid. Laten we het beëindigen van Paars II – waar de regering verantwoordelijkheid nam voor het falen in Srebrenica – even voor wat het is, staat het vallen van het Kabinet Balkenende I bij.

Met de volstrekt disfunctionerende LPF-fractie viel inderdaad niet te regeren, maar laten we nou niet doen alsof er na die verkiezingen een politiek stabiele periode is ontstaan. Na het falen van Balkende I in 2003 duurde het ruim tien jaar voordat er weer een kabinet de hele rit uit zat. Sterker, ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat men in het tweede kabinet Balkenende het liefst twee jaar later óók al de stekker er uit had getrokken maar terecht bang was voor extra politieke instabiliteit. Pas toen het tweede kabinet Rutte na een paar keer een meerderheid te hebben verloren over zijn schaduw heen stapte en een níet de stembusgang maakte, trad de relatieve politieke stabiliteit van nu weer toe.

Had de politiek niet beter afgeweest als CDA en VVD na het opzeggen van de samenwerking met LPF ook toen met een herformatie hadden moeten beginnen? Wellicht had het een stabieler want immers voorzichtiger kabinet opgeleverd dan alleen met D66 na de verkiezingen van 2003. Sterker, ik meen dat bij de gevallen kabinetten van de periode 2003 tot 2012 elke combinatie van vóór nieuwe verkiezingen interessanter was geweest dan die van erna.

Juist de dwang om er met elkaar uit te komen, hoort bij de parlementaire democratie. Het als is een stok achter de deur een zekering voor goed democratisch overleg. Een Kamer, of gemeenteraad, die vaker de kiezer kan vragen zijn uitspraak te herzien, vraagt ook nooit het vertrouwen dat ze deze kiezer goed kunnen vertegenwoordigen.

En wat de gemeenteraad van Bergransel betreft: ik vraag me af of de raad ook daar met nieuwe verkiezingen is geholpen. Niet alleen omdat deze pas ver na de deadline voor de nieuwe begroting kunnen worden georganiseerd — en de gemeente tot die tijd op slot zit. Ook niet omdat nieuwe verkiezingen waarschijnlijk niet zoveel aan de raadssamenstelling zal veranderen; mensen vinden immers wat ze vinden.

Maar ook niet omdat nieuwe verkiezingen niet slechts alleen maar over deze begrotingsperikelen gaan. Ze gaan ook over zaken die niet tot het begrotingsconflict behoren. Speeltuinen of verkeerscirculaties. Tegenprestaties voor uitkeringsgerechtigden of het imago van de lokale overheid. En over de poppetjes, want verkiezingen gaan nog steeds over mensen.

Als de raad van Bergransel écht de burger wil betrekken bij dit dilemma, zou een referendum beter passen. Gemeentelijk heeft men die optie. En misschien moet men in Den Haag ook eerst maar eens voor de landelijke politiek die omissie aanpakken, in plaats het de lokale democratie weer eens een stukje moeilijker te maken.

Dit artikel verscheen op 6 november 2019 in Binnenlands Bestuur.