Ideeën en idealen langs de rekenliniaal

Het lijkt een leuk grapje. ‘RoodGroen laat het verkiezingsprogramma wel gewoon doorrekenen door het CPB,’ meldde gefingeerd Kamerlid Mira Ornstein op X (voorheen Twitter). ‘Sterker nog,’ schreef ze, ‘we hebben vorig jaar al gevraagd wat we in moeten vullen voor de beste uitkomst.’

De fictieve politieke partij RoodGroen, met als voorvrouw Mira Ornstein, is een bedenksel van cabaretière Femke Lakerveld. Een persiflage, niet alleen op de maar al te echte samenwerking tussen GroenLinks en de PvdA, maar op z’n best op de hele politiek. En soms nodig, toen SP en BBB meldden hun programma niet te laten uitrekenen, leek de kritiek daarop zelf haast een karikatuur.

Programmadoorrekeningen zijn een service van het Centraal Plan Bureau. Het CPB ondersteunt de overheid door prognoses te maken. Over marktontwikkelingen, en de effecten van beleid. Sinds 1986 biedt het CPB ook die mogelijkheid aan politieke partijen. Ze rekenen uit wat de economische effecten zijn van hun verkiezingsprogramma’s. Sympathiek van het CPB en superhandig voor politieke partijen. Maar zoals als de meeste goede bedoelingen heeft het doorrekenen van een verkiezingsprogramma een keerzijde.

Allereerst zijn verkiezingsprogramma’s helemaal geen beleidsvoorstellen. Helaas presenteren politieke partijen hun programma’s alsof dat wel zo is. Kijk maar eens goed naar de formulering. De meeste verkiezingsprogramma’s zijn gek genoeg geschreven in de Voltooid Toekomende Tijd, terwijl op z’n mildst nog maar een idee is. ‘We versterken de kaders waarbinnen het bedrijfsleven moet werken,’ staat er in het laatste verkiezingsprogramma van D66, terwijl de onderhandelingen met VVD, CDA en ChristenUnie nog niet op het punt stonden te beginnen. Laat staan dat er een concreet beleidsvoorstel is waar andere fracties in de Tweede en Eerste Kamer ook nog iets over te zeggen hebben.

In een pluriforme en duale democratie als de onze wordt beleid pas na de verkiezingen geformuleerd. Eerst in een betrekkelijk vaag tot enorm vaag coalitieakkoord (het liefst op hoofdlijnen!) en daarna door de te benoemen ministers en staatssecretarissen in een regeringsverklaring.

Na die drie stappen is er vast nog wel iets te zien van de ideeën en idealen van een verkiezingsprogramma, maar van de doorrekening zie je zelden iets terug. Dingen veranderen in uitvoering, of vallen samen met andere doelstellingen van andere fracties. Zo gaat dat in een coalitiedemocratie.

Hoewel het door pers en politiek wel zo wordt gepresenteerd bieden de CPB-doorrekeningen de kiezer helemaal geen zekerheid. Verkiezingsprogramma’s geven onmisbare informatie waar politieke partijen voor staan en naar streven, maar in de loop van de geschiedenis is er nog nooit een partijprogramma een-op-een uitgevoerd. Niet totdat een partij bij de verkiezingen 76 zetels haalt.

Daar hoort bij dat verkiezingsprogramma’s an sich niet uit te rekenen zijn. Neem het zinnetje uit het programma van D66 hierboven, of deze van de VVD. ‘Vereenvoudigen en verruimen van de werkkostenregeling zodat mkb’ers meer in hun personeel kunnen investeren,’ schreven de liberalen. Elke econoom heeft meteen duizend vragen. Hoeveel vereenvoudigen? Op welke termijn? Hoe waarborg je dat?

En dat is precies wat het CPB doet. Nadat de verkiezingsprogramma’s zijn ingestuurd vindt er druk verkeer plaats tussen de economen en programmaschrijvers. Regelmatig wordt er dan aan de uitvoeringspassages gesleuteld om de plaatjes er beter uit te laten zien. Programmaschrijvers voegen nog een maatregel toe, of laten er een af, om er voor te zorgen dat het eindresultaat beter wordt. Niet in de laatste plaats om potsierlijk te doen als of de CPB-doorrekening een keurmerk is.

De gesprekken tussen de doorrekenaars en de partijen zorgen ervoor dat er iets door te rekenen valt, maar met iets wat niet in het verkiezingsprogramma stond. In die zin levert de CPB-doorrekening dus valse informatie. En het doet voorkomen dat een verkiezingsprogramma op één allerbeste manier kan worden gerealiseerd. Terwijl de beleidskeuzes die moeten worden gemaakt om bepaalde idealen te bereiken – duidelijke regels voor het mkb, meer investeren in personeel – op verschillende manieren kunnen worden bereikt. In dit geval zelfs op manieren die elkaar uitsluiten óf elkaar juist versterken.

Toegegeven, de doorrekeningen van het CPB bieden wel een realiteitstoets. Het voorkomt, plat gezegd, dat partijen gratis bier beloven — al hield de doorrekening niet tegen dat VVD-lijsttrekker Mark Rutte in 2012 tóch iedereen 1.000 euro beloofde. Maar juist deze discussie hoort niet in de op partijburelen met rekenmachientjes van het CPB te worden gevoerd, maar in het openbaar verkiezingsdebat. ‘Hoe dan?’ Is een fantastische vraag aan een politicus. Nog een betere is ‘Waarom?’. En een stuk interessanter dan het wedstrijdje wanneer de programma’s langs de liniaal van het CPB zijn gelegd.

Verkiezingsprogramma’s zijn op hun eerlijkst wanneer ze een stapel moties zijn; ze beschrijven de gewenste bestemming, niet de uit te zetten koers. Laat dus ook de CPB-berekeningen maar voor wat ze zijn: een advies aan partijen, zonder ze te publiceren. Zodat de verkiezingen zich kunnen concentreren op politiek in plaats van minutieuze uitvoerbaarheid. En niet onbelangrijk: recht doen aan onze parlementaire politiek en het duale stelsel.

Een versie van dit artikel verscheen op 16 augustus 2023 op Binnenlands Bestuur.

Er zijn verkiezingsfilmpjes die raken, verrassen of prikkelen. De nieuwste campagnevideo van de Rotterdamse VVD doet iets anders: hij wekt verwarring. In de film wordt lijsttrekker Vincent Karremans opgevoerd als een soort politieke Batman. Hij vecht zich een weg door een verduisterd Rotterdam, springt door plassen, plukt kogels uit de lucht en krijgt steun van oud-burgemeester Ivo Opstelten. De boodschap: deze man gaat het oplossen.

Mooie shots, goed licht. De muziek is vlak — een consonantje had niet misstaan. De vlotte, straattalige voice-over past niet bij de gedragen beelden. Cinematografisch is het indrukwekkend. Maar politiek gezien is het misplaatst.

Van raadslid tot redder

Alsof hij kandidaat is voor het héle gemeentebestuur, als een soort rechtstreeks gekozen gemeente-president, doet Karremans in het filmpje voorkomen ‘alsof hij het even gaat fixen’. Alsof hij zich niet zozeer verkiesbaar stelt voor de gemeenteraad, maar voor iets hogers — een soort direct gekozen burgemeester, of liever nog: een gemeente-president. Iemand die in zijn eentje de problemen van de stad te lijf gaat. Dat klinkt krachtig, maar het mist de kern van lokale democratie.

Politiek bedrijven is in een democratie namelijk een groepsactiviteit. Democratische politiek is vooral: met elkaar van mening verschillen. Dat doe je niet in je eentje. De afgelopen vier jaar had Karremans om de stad te besturen zijn meer ervaren fractiegenoten maar al te hard nodig. Én zeker ook de andere leden van de raad. Een gemeenteraad is geen podium voor solisten. Het is een beraad: een plek waar meningen botsen, belangen worden gewogen en besluiten tot stand komen in samenspel met anderen. Daarnaast: raadsleden zijn niet verkozen om ‘problemen op te lossen’, maar om te bepalen welke problemen prioriteit krijgen, en onder welke voorwaarden oplossingen acceptabel zijn. De uitvoering is vervolgens aan het college en de ambtelijke organisatie.

Door de raad te presenteren als springplank voor persoonlijke daadkracht, wordt het ambt van volksvertegenwoordiger niet verheerlijkt, maar verkleind.

Verkeerde rolverdeling

Op inhoud valt er bovendien weinig te ontdekken. Voor iemand die zich presenteert als ‘probleemoplosser’, zitten er in de film verrassend weinig voorstellen voor oplossingen. Wel veel beelden. Veel bravoure. En aan het eind een opvallende scène waarin oud-burgemeester Ivo Opstelten hem aanspreekt als ‘loco-burgemeester’.

Dat slaat nergens op. Ten eerste is ‘loco-burgmeester’ geen titel. Het betekent alleen dat je de burgemeester vervangt als die afwezig is. Op de stadhuistrappen in plassen springen zoals in het filmpje lijkt me geen overdraagbare burgemeesterstaak. In de praktijk zijn dat doorgaans de wethouders, op basis van een roulatieschema. Elke wethouder kan loco zijn. Sterker nog: zelfs raadsleden kunnen in uitzonderlijke gevallen aangewezen worden. Het is geen exclusieve rol, laat staan een campagnetroef.

De schaduw van het heldendom

Karremans zet zich in het filmpje af tegen politici ‘die heel hun leven op het stadhuis achter een bureau zitten’. Pijnlijk. Raadsleden vergaderen gemiddeld twintig uur per week. Daarmee creëren ze een gezamenlijke afweging — dat is de essentie van democratie. En precies dat besef ontbreekt in de film. Er wordt gesuggereerd dat je met daadkracht, beelden en persoonlijke overtuiging de stad bestuurt. Maar dat is geen gemeentepolitiek. Dat is een campagne in presidentsstijl, en dat past niet binnen ons democratisch landschap.

Karremans zou beter moeten weten waar hij kandidaat voor is: voor de gemeenteraad. Om met anderen het debat aan te gaan. Jammer. Hij heeft de afgelopen jaren laten zien dat hij meer in huis heeft dan deze semi-presidentiële persoonsverheerlijking.

Verkiezingscampagnes zijn bedoeld om kiezers te overtuigen — niet om hen op het verkeerde been te zetten. Door te suggereren dat de democratie werkt als een videogame — kies een held, en de rest komt vanzelf goed — wordt het collectieve karakter van besluitvorming ondergraven.

De gemeenteraad is het hoogste orgaan van de gemeente, niet de individuele wethouder of fractievoorzitter. Wie zich daarvoor kandidaat stelt, doet er goed aan zich als teamspeler op te stellen. Karremans heeft de afgelopen jaren laten zien dat hij dat kan. Des te jammerder is het dat hij nu kiest voor bombast boven bescheidenheid.

Politiek begint met weten waarvoor je staat

Dit filmpje zal niemand op andere gedachten brengen. Het bevestigt vooral wat eigen kiezers al dachten, maar overtuigt de twijfelaar niet. Veel verstandiger — en democratischer — was het geweest om te laten zien hoe Karremans als raadslid wil bijdragen aan het debat. Waar hij staat, met wie hij samenwerkt, en hoe hij het verschil maakt tussen praten en besluiten.

Want politiek is geen heldenverhaal. Het is werk. En goed werk begint met weten voor welke rol je solliciteert.

Raadsleden zijn maar rare wezens. De komende campagne doen ze hun best om uw stem te winnen om in de gemeenteraad te komen. Want de problemen zijn groot, maar de meningsverschillen er over zo nog groter. En de kandidaten die u uw stem geeft gaan hard aan het werk om daar over te debatteren.

Bij PvdA-lijsttrekker Floor Roduner ligt dat anders. In een interview met deze krant liet hij zich ontvallen helemaal niet beschikbaar te zijn voor de gemeenteraad. Hij wil weer wethouder worden.

Dat is gek. Bij de komende verkiezingen kiezen we raadsleden, geen kandidaat-wethouders. Om in aanmerking te komen voor het wethouderschap hóeft Roduner niet op de kieslijst te staan. Pas na de verkiezingen zoekt die nieuw geïnstalleerde gemeenteraad wethouders aan, toen de D66-fractie Botter voordroeg als wethouder had deze ook niet op de kieslijst gestaan.

De gedachte erachter is dat in een democratie de raad de baas is. Logisch, want in een democratie heeft de volksvertegenwoordiging het eerste én het laatste woord. Roduners ‘kandidatuur’ voor het wethouderschap doet het voorkomen alsof de kieslijst de bijwagen is voor de wethouder. Dat klopt niet: u stemt bij de raadsverkiezingen niet op ‘de wethouder en zijn team’ maar op een groep volksvertegenwoordigers.

Daarbij is het niet de PvdA-fractie die bepaalt wie er wethouder wordt. Wethouders worden gekozen door de héle raad. Een kandidaat moet dus niet alleen de steun hebben van zijn eigen fractie, maar ook door tenminste de helft-plus-een van de raad worden geaccepteerd. Ik vraag me af op de PvdA coalitiedeelname af laat hangen van het wethouderschap van Roduner. Zo ja, is het vuige poppetjespolitiek die de sociaaldemocraten niet siert en geen recht doet aan het mandaat wat kiezers aan PvdA-kandidaten heeft willen geven.

Zelfs als een door de PvdA voorgedragen kandidaat wethouder wordt, zit deze er niet om ‘PvdA-beleid’ uit te voeren. Het college voert een opdracht uit namens de raad. Een wethouder mag zich dan wel PvdA’er voelen, maar doen als of hij namens één raadsfractie of partij beleid uitvoert is een aanstotelijke karikatuur van de parlementaire democratie.

Maar vooral moreel-ethisch is het volstrekt onverantwoord om een stem op Roduner uit te brengen. Zelf wil hij het raadswerk niet uitvoeren, dus een kiezer moet wel van bijzonder sadistische aard zijn om zijn stemgerechtigheid op te offeren om Roduner een verantwoordelijkheid te geven die hij zelf niet wil dragen.

Waarschijnlijk probeert de PvdA zo publicitair een extra krentje uit de ruif te pikken, maar feitelijk is het misbruik maken van het wethouderschap. Ten koste van de gemeenteraad.

Het kan zijn dat Roduner het allemaal niet zo bedoeld heeft. Hij heeft tot 31 januari de tijd om zich terug te trekken als kandidaat raadslid en samen met de PvdA’ers als kandidaat-wethouder de verkiezingen in te gaan. Dat is ook transparant, maar belangrijker nog: staatsrechtelijk zuiver.

Anders is de oplossing eenvoudig: niet stemmen op kandidaten die het raadswerk eigenlijk niet willen uitvoeren. Niet stemmen op Roduner. De PvdA heeft vast genoeg andere kandidaten op de kieslijst die wel graag de komende vier jaar samen met hun collega’s de als hoogste orgaan van de gemeente de Haarlemse bevolking willen vertegenwoordigen. Het is immers nobel en prijzenswaardig werk.

Dit artikel verscheen op 8 januari 2022 in het Haarlems Dagblad.

‘Ik ben blij dat we hier weer zijn,’ zegt burgemeester Annemieke van de Ven opgetogen. Sinds lange tijd zijn de raadsleden van Reusel-De Mierden weer in de échte raadszaal. ‘Het is in een virtuele vergadering niet altijd makkelijk om ook de non-verbale communicatie mee te krijgen,’ weet ze, ‘en die komt de discussie in de raad ten goede.’

Zo is Peter van Gompel (VVD) zichtbaar blij met het collegevoorstel een plan een vrijliggend fietspad aan de Sleutelstraat aan te leggen. In woord – ‘ik had een een feestmuts op willen zetten,’ zegt hij – maar ook in daad. Achter een webcam hadden zijn pretoogjes vast minder goed opgevallen. PvdA’er Fiona Bijl (geen familie) deelt in die vreugde, maar is niet gelukkig met de manier waarop het college de omwonenden heeft betrokken. ‘Ik vind het te zwak voor een motie, maar ik wil wel de toezegging dat er beter gecommuniceerd gaat worden,’ zegt ze streng.

‘Dit voorstel is ontstaan uit be-le-ving’ – hij spreekt het staccato uit – ‘van verkeersonveiligheid,’ zegt Peter van Gool (CDA). Hij wijst op een uitspraak van de wethouder dat eerdere tellingen geen aanleiding waren te twijfelen aan de verkeersveiligheid. ‘We moeten beleving serieus nemen, maar er hangt wel een prijskaartje aan.’

Van Gool vraagt zich af of dat nu eerlijk is gegaan. ‘Bij de N284 komt een veelvoud aan fietsers.’ Voor een plan daar een fietstunnel aan te leggen was alleen het CDA voor. ‘Het werd door de andere fracties als minder urgent ervaren,’ zegt Van Gool.

‘Ik zal direct effe reageren op de vragen,’ zegt Marc Lauwers (Samenwerking) meteen na zijn eigen termijn. ‘Wat was dat nou van het CDA?’ Van Gool drukt zijn microfoon weer in. ‘De relatie tussen het aantal fietsbewegingen bij dit fietspad en bij de N284.’

Nu begint iedereen in zijn stoel te schuifelen. ‘En wat is dan uw vraag? Of was het gewoon een opmerking?’ vraagt burgemeester Van de Ven. ‘Nou ja,’ zegt Van Gool, ‘men trekt hier de buidel en hoe zich dat verhoudt tot de N284.’ ‘Ik dacht dat het daar niet kon,’ denkt Lauwers, maar zo te zien is het voor hem ook gissen.

‘De communicatie is inderdaad onvoldoende geweest,’ erkent wethouder Peter van de Noort. Hij belooft Bijl beterschap. Zijn collega Frank Rombouts heeft voor de opmerking van Van Gool meer woorden nodig. ‘Er is een aantal redenen geweest om geen fietstunnel bij de N284 aan te leggen.’ Uitvoerig somt hij ze op – het bleek praktisch en financieel niet haalbaar. Dat is een reactie op van Gools vergelijking, en geen antwoord op zijn vraag.

‘Het is appels met peren vergelijken,’ zegt Van Gompel in zijn tweede termijn. ‘De vergelijking met de fietstunnel gaat volledig mank,’ vindt Bijl. De tunnel was niet haalbaar, leggen ze uit. ‘Het CDA was ook eerder voorstander van het vrijliggende fietspad,’ merkt Van Gompel verontwaardigd op. Maar opmerkingen over de realiseerbaarheid van een fietstunnel aan de N284, zeggen niets over de urgentie van een vrijliggend fietspad aan de Sleutelstraat. En hoe dat bijdraagt aan de verkeersveiligheid.

Al valt dat Van Gool zelf ook niet meer op. ‘Het CDA is nog steeds voor verkeersveiligheid,’ verdedigt hij. Zijn oorspronkelijke punt – wat is nou de wenselijkheid van het vrijliggende fietspad in het kader van ons hele verkeersveiligheidsbeleid – komt in de tweede termijn helemaal niet meer aan de orde.

Jammer, want daarmee had het nog duidelijker geweest waarom het fietspad zo belangrijk is en hoe het past in het hele verkeersveiligheidsbeleid. Nu ging alle aandacht naar de haalbaarheid van Van Gools’ fietstunnelvoorbeeld in plaats van een debat over de wenselijkheid van het vrije fietspad aan de Sleutelstraat. Al heeft van Gool door knullig gekozen bewoordingen vooral zichzelf in de wielen gereden.

Deze column verscheen op 4 oktober 2021 bij Binnenlands Bestuur.

De mystery burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.

Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

Vrij naar een uitspraak die Albert Einstein nooit deed, het is waanzinnig te denken dat de uitkomst van dezelfde soort gesprekken met steeds dezelfde mensen ineens anders zou zijn. Maar per saldo is informateur Johan Remkes precies hetzelfde aan het doen als zijn lange rij aan voorgangers.

Na een knullig ten einde gebrachte eerste fase met Ollongren en Jorritsma, was de conclusie van opvolgende informateurs steeds dezelfde. Er is brede overeenstemming over de inhoud, maar de personen vertrouwen elkaar niet genoeg. Ook na Remkes’ heiweekend op de Zwaluwberg lijkt er weinig veranderd. Er zijn ‘complexe besprekingen gevoerd’ liet de informateur weten, met veel ‘politieke pijn’.

Onrust over de voortgang is overal te merken. Vandaag presenteert de demissionaire regering een flinterdunne beleidsbegroting. De uitdaging is om er steun voor te krijgen. Tegelijkertijd zal elke fractie met politieke wensen wapperen; het zou wel eens de meest geamendeerde begroting ooit kunnen worden.

Ondertussen begint het koord aan Damocles’ zwaard – nieuwe verkiezingen – zichtbaar te rafelen. Voor de goede orde: dat levert niets op. Partijen zullen zo ongeveer dezelfde kieslijsten indienen en een leiderschapswissel zit er voor de meeste partijen niet in. Voor D66 en CDA zou dat een te grote verliesbeurt zijn. De anderen zien er vast geen aanleiding toe. En de VVD vindt het wel best. Rutte’s populariteit is misschien dalende, maar vooral bij de niet-VVD-stemmer. In peilingen stijgt de partij zelfs licht.

Numeriek zal er ook niets substantieel veranderen, het leidt zeker niet tot iets wat de formatie makkelijker maakt. Het CDA implodeert vast, maar ten faveure van wat? Een grotere BBB, met een groep Kamerleden die niemand kent? En stel dát Omtzigt mee zou doen, levert zijn gepeilde 15 zetels van een amalgaam aan pragmatisch dan wel rechtse politici een fractie op waar wel stabiliteit te vinden is? En dan nog: als het met de – toen nog – 15 zetels van het CDA nu ook al niet lukt, waarom wel met ‘Groep Omtzigt’? Ook zonder Omtzigt verandert er niet veel. De omvang van BVNL of JA21 neemt misschien toe, maar dat maakt hen hooguit grotere splinters. Als de programma’s van FvD en PVV niet veranderen, zal niemand er een coalitie mee willen vormen.

Dus ook na nieuwe verkiezingen start het hele circus van vooraf aan, met dezelfde startpositie. Misschien met een andere informateur, maar wel met dezelfde gesprekspartners. Als een Groundhog Day, waar alleen de hoofdrolspeler wijzigt, maar het publiek dagelijks de verder identieke film krijgt getoond.

Als er een uitweg uit deze dramatische impasse moet komen, moet hij worden gevonden in het hier en nu. Gelukkig zijn Remkes’ mogelijkheden groter dan hij zelf ziet. Zijn aanpak is vast gebaseerd op respect voor de huidige structuren van de macht, maar het is toch niet zo dat de kiezer alleen zijn huidige gesprekspartners heeft gekozen? Ja, Rutte, Kaag, Hoekstra, Ploumen en Klaver stonden boven aan hun kieslijsten, maar er zijn ook 145 andere Kamerleden gekozen. Ook bij de fracties waar eerstgenoemden deel van uit maken.

Ik zou zeggen: als niet de inhoud het probleem is, probeer het eens met andere personen. De komende begrotingsbehandelingen zijn een mooie auditie om op zoek te gaan naar de mensen die wél over de inhoud willen praten, in plaats ‘langs de lijnen’ ervan persoonsconfrontaties uit de weg te gaan.

De VVD schoof al Hermans naar voren. CDA’er Boswijk viel al op. Net als PvdA’er Piri en GroenLinker Bromet. Misschien luistert de Kamer meer naar onderwijswoordvoerder Van Meenen (D66). Zo ja, dan moet de informateur maar eens met hen als vertegenwoordigers van de fracties gaan praten. Zelfs in het slechtst denkbare geval kan Remkes dubbelblind bevestigen dat het probleem niet bij de inhoud, maar bij personen zit. En daarmee concluderen dat niet hele fracties, maar dan individuen moeten worden uitgesloten.

Deze column verscheen op 21 september eerst op Binnenlands Bestuur.

Het uitbrengen van je stem is er de laatste jaren niet makkelijker op geworden. Niet alleen is het soms moeilijk om door de oneliners de politieke standpunten te zien, ook campagnes lijken wel ellebogenraces om aandacht van de media. Het toenemende aantal politieke partijen helpt er niet bij. Voor de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen kon er gekozen worden uit maar liefst 37 kieslijsten, negen meer dan vier jaar ervoor. Maar ook in de gemeenteraden groeit het aantal fracties.

De groei van het aantal politieke partijen is gerelateerd aan de ontzuiling en individualisering van de laatste halve eeuw. Die zijn er mede de oorzaak van dat kiezers zich minder thuisvoelen bij grote volkspartijen. In 2002 haalde het CDA nog een comfortabele 43 zetels. De vier grootste fracties (CDA, LPF, VVD en PvdA) telden samen op tot 116 zetels. Op dit moment is alleen de VVD met 34 zetels een relatief grote fractie. De vier grootste halen net 60 procent van alle 150 Kamerzetels, en de verwachting is dat het percentage de komende jaren alleen maar daalt. Lokaal is het beeld niet anders. In Lelystad gunde de stemmer bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 maar liefst 14 partijen een plekje in de raad.

Het grote aantal partijen dat kennelijk hoort bij een pluriforme samenleving als de onze, heeft geleid tot nadenken over het stembiljet dat steeds groteskere vormen heeft aangenomen. Het leidt in het stemhokje tot verkiezingshandelingen waar alleen kiesgerechtigden met ervaring met papieren wegenkaarten in het voordeel zijn.

Foutengevoeliger

Bij wijze van proef wil het kabinet bij de herindelingsverkiezingen in november een experimenteel biljet inzetten. Het ontwerp lijkt verrassend veel op wat nu al gebruikt wordt door poststemmers. In plaats van één biljet met namen van kandidaten krijgt de kiezer nu de vraag twee vakjes rood te maken. De eerste is voor de keuze van de kieslijst, kek voorzien van een partijlogootje. Pas bij het tweede vakje wordt de daadwerkelijke stem uitgebracht. In een reeks van nummertjes 1 tot en met 50 geeft de kiezer daar pas aan naar wie zijn stem gaat, door het vakje bij het nummer van de kandidaat op de kieslijst te kleuren.

Bijvoorbeeld: wanneer je bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen wilde stemmen op Geert Wilders, kleurde je éérst het vakje bij de PVV aan en daarna het vakje bij het cijfer 1 – Wilders was immers de eerste kandidaat op de lijst. Wilde je je stem uitbrengen op Lisa Westerveld, selecteerde je eerst GroenLinks (lijst 5) en kleurde je daarna het vakje in bij nummer 10.

Op het eerste gezicht is het een overzichtelijk biljetje. Alleen, met het inkleuren van twee vakjes wordt het biljet foutengevoeliger. Veel erger is, dat dit ontwerp niet past bij de manier waarop onze parlementaire democratie werkt.

In ons kiesrecht brengen we stemmen uit op kandidaten. De term ‘politieke partijen’ komt in ons staatsrecht niet voor. Dat hoort zo. Partijen hebben wel een functie in het selecteren en ondersteunen van kandidaten – maar geen macht. Zo voorkom je dat politiek wordt bedreven door een paar notabelen en zorg je dat besluiten worden genomen waar ze in een democratie genomen horen te worden: na een openbaar debat, in het parlement.

Naamsbekendheid

Bij zo’n democratie hoort dat kandidaten hun éigen mandaat hebben. En dat voelen. Een uitgebrachte stem is een stem op een mens, niet op een nummer van de kandidatenlijst. Eerlijk is eerlijk, niet iedere volksvertegenwoordiger voelt dat persoonlijk mandaat. We kennen ze dan ook nauwelijks. Negentig procent van de kiezers kan geen enkel gemeenteraadslid bij naam noemen.

Voor de Kamer is de naamsbekendheid misschien iets hoger, maar ik vraag me af of de gemiddelde stemgerechtigde Nederlander verder komt dan de fractievoorzitters. Uit het stemgedrag blijkt al van niet. Hoewel het percentage stemmen op lager geplaatste kandidaten de laatste decennia alleen maar stijgt, stemde bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen 71,4 procent van alle kiezers op een lijsttrekker.

Voor een democratie waar volksvertegenwoordigers de plicht hebben om hun stem op persoonlijke overwegingen te baseren en zich daarvoor zelf te laten voeden en inspireren door wat ze horen in de samenleving is dat verdomd lastig werken. Het hebben van voorkeursstemmen helpt, vraag maar aan Pieter Omtzigt of Wybren van Haga.

Maar door het persoonlijk inkleuren van een nummertje maakt dit biljet het persoonlijk mandaat alleen maar… onpersoonlijker. Je kunt ook gewoon accepteren dat een groot biljet nu eenmaal hoort bij een levendige democratie. De lap papier is een tastbaar bewijs dat zich voor de Tweede Kamerverkiezingen maar liefst 1.579 kandidaten beschikbaar stelden.

Particratie

Waar ik me het meest zorgen om maak, is wat er gebeurt wanneer het nieuwe biljet een succes is. Nemen we dan maar voor lief dat we de meeste Kamerleden, en nog vaker raadsleden, Statenleden en waterschapsbestuurders volstrekt anoniem voor en namens ons besluiten laten nemen? En daarmee kiezers in de waan laten dat in ons land partijen het voor het zeggen hebben? En dat we – de facto – een particratie zijn geworden?

Dat kiezers soms geen flauw benul hebben welke volksvertegenwoordigers ze gekozen hebben, acht ik een groter probleem dan de onhandigheid van het stemformulier. Ik zou dat democratisch tekort niet met een stembiljet willen legaliseren. Laten we deze kiezers niet nog meer faciliteren in hun onwetendheid.

Een versie van dit artikel verscheen op 13 september 2021 eerst in NRC.

De laatste meer-dan-een-voetnoot in de geschiedenis is de benoeming van een drietal interim-bewindspersonen in het kabinet: Wiersma, Weyenberg en Yesilgöz. Op zich geen bijzonderheid. Al vorig jaar trad er een tijdelijk minister aan; een met een andere partijpas in z’n zak dan de coalitiepartijen. Dát was een novum.

Dit keer is het niet het partijlidmaatschap dat de benoeming bijzonder maakt, maar hun besluit met hun staatssecretariaat ook lid te blijven van de Kamer. Een dubbelfunctiemogelijkheid die in ons duaal politiek-bestuurlijk stelsel eigenlijk niet kan. In ons staatsrecht hoort het stellen van kaders en de controle erop van de uitvoering van beleid gescheiden te zijn.

Maar niet helemaal. In de Grondwet is het dan wel weer zo geregeld dat er een uitzondering is voor de periode na de verkiezingen. Gekozen kandidaten die al staatssecretaris of minister waren, kunnen aanblijven.

Geen gekke gedachte, doorgaans stelt het merendeel van de kabinetsleden zich kandidaat voor de verkiezingen. Het zou toch knap vervelend zijn wanneer je al die tot het parlement gekozen bewindspersonen allemaal uit het ministers- of staatssecretrissenambt moet ontslaan.

Nog vorige week verklaarde de minister-president dat hij deze uitzonderingsregel ook van toepassing zag op de benoeming van nieuwe staatssecretarissen. De Grondwet zegt dan wel dat bij een benoeming tot minister of staatssecretaris het Kamerlid automatisch vervalt, maar – zo redeneerde de premier – de Grondwettelijke uitzonderling slaat óók daarop.

De Raad van State volgde die lezing, zij het knarsetandend. Dat de huidige formulering in de Grondwet de benoemingen nu toch toelaat is misschien voor de letter wel mogelijk — er staat niet dat het niet kan. Maar in de geest ervan is het zeker niet. Het is, om het zo maar te zeggen, een constitutioneel bedrijfsongeval. Ongedaan gemaakt nu de nieuwe staatssecretarissen toch hun Kamerlidmaatschap hebben neergelegd.

Allemaal veroorzaakt omdat de Grondwet een denkfout maakt. Natuurlijk is het niet goed als het kabinet na de verkiezingen leegloopt omdat de bewindspersonen zijn verkozen. Maar waarom zouden mensen die eigenlijk beschikbaar zijn voor het kabinet überhaupt op een kieslijst voor de Kamer moeten staan? Hoezo zijn mensen die we net het vertrouwen hebben gegeven ‘ons’ in het parlement te vertegenwoordigen al direct genoemd voor een ander baantje? Bij hun kandidaatstelling horen ze het volksvertegenwoordigersschap te ambiëren, niet de kieslijst al lekkerbekkend te gebruiken als springplank voor het ministersschap.

Minister-president-schuine-streep-VVD-lijsttrekker Mark Rutte is misschien het beste voorbeeld dat er hier iets niet klopt. In april verdedigde hij zijn positie als toekomstig premier door te stellen dat er ‘nu eenmaal 1,7 miljoen mensen op hem hebben gestemd’ terwijl die stemmen toch echt voor het Kamerlidmaatschap zijn uitgebracht. Als hij de kiezerssteun echt serieus zou nemen en onze parlementaire democratie recht wil doen, bleef hij met die stemmen juist in de Kamer.

Ons duaal stelsel vraagt het dat Kamer en regering gescheiden opereren. Deze formatie en eigenlijk ook de laatste bestuursperiode laten goed te zien dat deze gescheiden werelden helemaal niet zo gescheiden werken. Niet alleen de benoeming van Wiersma, Weyenberg en Yesilgöz is niet naar ‘de geest van de wet’ maar het inmiddels 175 dagen aanblijven van het hele Kabinet doet geen recht aan het de grondgedachte van onze parlementaire democratie. Het is toch een beetje alsof je je oude baan aanhoudt terwijl je bij je nieuwe functie bij nota bene de concurrent (of netter gezegd: een ketenpartner) nog in de proeftijd zit.

Laat dit constitutionele bedrijfsongeval een aanleiding zijn om de wet op het hebben van dubbelmandaten strak te trekken. En gekozenen helemaal te verbieden zich te laten benoemen tot bewindspersoon. Gekozen worden tot de Kamer, de volksvertegenwoordiging en de facto het hoogste orgaan van het land, zou een hele eer moeten zijn. En geen wachtkamer voor het kabinet. Juist onze constitutie zou dat kiezers én helaas blijkbaar ook gekozenen duidelijk moeten maken.

Dit artikel verscheen op 8 september 2021 op Binnenlands Bestuur.

‘We behandelen eerst de moties vreemd uit de vorige vergadering,’ stelt burgemeester Harald Bergmann voor. ‘Het zijn er vijf.’ Daarnaast zijn er voor deze vergadering ook nog eens zes nieuwe moties zonder agendapunt ingediend. Het belooft voor de raad van Middelburg weer een lange avond te worden.

Met de eerste motie vreemd vraagt Bram de Buck (LPM) om een zebrapad op de Bierkaai. Veel woorden ter introductie heeft hij niet nodig. ‘Als de raad verkeersveiligheid serieus neemt, stemt hij voor deze motie.’

‘De motie is uitvoerbaar maar het college ontraadt de motie,’ zegt wethouder Chris Simons. Volgens de wethouder heeft de gemeente gewoonweg het geld niet voor de aanleg. Een zebrapad zou ook niet passen op een weg waar de maximum snelheid al 30 km/u is.

Rob Eijkelenburg (D66) is het met dat laatste eens. ‘Daar nu een zebrapad leggen levert onveilige situaties op,’ vindt hij. ‘Dan kun je wel overal een zebrapad neerleggen’, meent Mehmet Kavsitli (PvdA). Huib Ghijsen (SP) wil wel maatregelen. ‘Zeker als je daar grote groepen toeristen laat oversteken.’

‘Mensen steken over bij de verkeerde straat,’ vindt Raquel Jimenez (VVD). ’Wij zouden willen voorstellen een klein bordje te plaatsten dat mensen zich richting de bibliotheek moeten begeven,’ oppert Ella Poppe (CDA). ‘Dat hoeft niet veel te kosten.’ Marianne Golsteijn (GroenLinks) steunt de motie. ’Er wordt gewoon te hard gereden,’ zegt ze. Met een zebrapad zou men moeten remmen. ‘De gemiddelde snelheid is 38 km/u,’ weet De Buck.

‘Als verkeersveiligheid het punt is, moeten we misschien verder kijken dan alleen een zebrapad,’ vindt Bas van der Reest (D66). Hij twijfelt of de voetgangersoversteek de beste oplossing is. ‘U kunt tot Tokio blijven nadenken,’ foetert Piet Kraan (LPM) terug. ‘Er moet gewoon een zebrapad komen.’

De gemeenteraad van Middelburg in vergadering (screenshot: Gemeente Middelburg)

Die onwrikbare onderbouwing verandert natuurlijk niemands mening. Ghijsen stelt nog voor de motie nog eens in de commissie te agenderen. ‘Daar hebben we ‘m al twee keer besproken,’ zegt De Buck. En na een halfuurtje welles-nietes wordt De Buck’s motie verworpen — en is er niets bedebateerd en niets veranderd.

In een volgende motie vragen de fracties van D66 en de PvdA meer ruimte te geven aan evenementen in de stad. ‘In coronatijd zijn veel evenementenorganisaties in financiële problemen gekomen,’ licht Jeroen Louws (PvdA) toe. Dat kan niet met geld. ‘De gemeente heeft weinig mogelijkheden,’ zegt Louws. Daarom stelt hij voor vaker evenementen te laten organiseren. En dan ook op zondag.

‘De vraag is of de zinsnede over zondag er uit kan,’ zegt Wilfried Boonman (VVD). ‘Ik mis de onderbouwing bij dat verzoek,’ vraagt Van der Reest. Het was inderdaad Boonmans enige zin. ‘Het is afgesproken in de coalitie in 2018,’ antwoordt Kraan. ‘Als u zondag er uit haalt stemmen we in.’ Boonman vindt hetzelfde. ‘Als de zondag blijft staan, stemmen we niet in. Louter en alleen omdat we daar in 2018 een afspraak over hebben gemaakt.’

Zo te zien zit hun standpunt muurvast. Al verklaart het niet waarom de heren nu een afweging uit 2018 nog geldig vinden. ‘De handtekening onder het coalitieakkoord is van voor corona,’ probeert Van der Reest nog. ‘Dat vind ik flauw,’ interrumpeert Boonman. ‘We hebben corona gehad en dan moet je ineens anders doen? Als wij een afspraak maken dan staat die afspraak.’

‘De middenstand vraagt om mogelijkheden,’ probeert Louws nog, maar Boonman en Kraan laten zich niet verleiden tot een inhoudelijke afweging. Als de motie wordt verworpen is dat alleen nog te verklaren omdat ‘de coalitie het niet wilde’. Maar ook omdat de Middelburgse leden zich verschuilen achter standpunten — en daarmee het democratisch debat uit de weg gaan.

Deze column verscheen op 31 maart 2025 bij Binnenlands Bestuur.

De mystery burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.

Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

‘U bent blij elkaar weer te zien,’ constateert burgemeester Vincent van Neerbos blijmoedig. Na maanden virtueel vergaderen treft de gemeenteraad van West Maas en Waal elkaar in anderhalve meteropstelling. ‘Het presidium heeft besloten dat de agendapunten dat vragen,’ legt de raadsvoorzitter uit. Het is namelijk een nogal een persoonlijk besluit wat de raadsleden voorligt. En het gaat niet eens over de gevraagde beslissing.

Het agendapunt blijkt de RES te zijn, de Regionale Energie Strategie. Een akkoord waar de gemeente zich in regionaal verband verbindt aan een vermindering van uitstoot door energieopwekking op andere wijze mogelijk te maken.

‘Er is me deze week ter ore gekomen dat meerdere raadsleden lid zijn van de lokale energie coöperatie,’ begint burgemeester Van Neerbos. Een organisatie van burgers die zelf duurzaam energie opwekken. ‘Is er dan geen belang?’ vraagt Van Neerbos. ‘Moet je als raadslid dan wel meedoen aan de beraadslaging?

Nu zegt de Gemeentewet dat een raadslid belangenverstrengeling moet vermijden. Als lid van een energiecoöperatie zou er ‘rechtstreeks en middelijk’ persoonlijk belang kunnen zijn wanneer de raad mogelijke verruiming van de energiemogelijkheden bespreekt. ‘Ik vind wel dat we daar transparant over van gedachten moeten wisselen,’ denkt de burgemeester.

‘Ja, ik ben lid van de coöperatie,’ bekent Frans van Gelder (CDA). Maar hij is ook van plan zijn lidmaatschap weer op te zeggen. ‘Het bestuur doet heel veel dingen zonder eerst de leden te consulteren,’ meent Van Gelder. Zo maakte de organisatie gisteren een plan voor de bouw van zes windturbines bekend. De leden zijn kort voor het krantenbericht per e-mail geïnformeerd. Dus zegt Van Gelder op. ‘En kan ik lekker meedebatteren.’

‘Ook ik ben lid,’ gniffelt Ronald Oerlemans (FD Beneden-Leeuwen). ‘Maar ik ben niet lid geworden uit geldelijk belang, ik was gewoon nieuwsgierig hoe zoiets werkt.’ Net als Van Gelder voelde Oerlemans zich overvallen door het windturbineplan. ‘Ze hadden al eens gezegd bezig te zijn.’ Maar doorat het nét voor het vaststellen van de RES naar buiten komt, komt hij in een lastig pakket, vindt Oerlemans. Hij zal zijn lidmaatschap ook op zeggen.

De gemeenteraad van West Maas en Waal

Cees Roffelsen (FD Maasdorpen) heeft dat zelfs al eerder gedaan. ‘Ik voorzag dit al,’ zegt hij. ‘Het is voor mij niet alleen interesse maar ook belang,’ zegt Frans van Echteld (FD Wamel) erna. ‘Ik ben niet alleen al jaren lid maar zat ook in het bestuur.’ Van Echteld zal daarom niet meedoen aan het debat. ‘Maar wij zijn ook bedrijfsmatig lid,’ gaat Van Echteld verder, ‘in hoeverre is dat dan een probleem? Of waneer een echtgenoot of een partner in het bedrijf lid is?’

Frans van Gelder fronst. ’Meer mensen in onze raad hebben bedrijven of kennen mensen,’ zegt hij. ‘Als je dat mee moet nemen krijgen we onze raad niet meer vol.’ Hij ziet er geen probleem in. ‘Een goed politicus heeft nou eenmaal een netwerk,’ valt Geert de Jong (SP) hem bij. Dus kent hij ook leden van de coöperatie. ‘Daar krijg ik juist mijn informatie van.’

‘Ik ben lid geworden om iets te doen met de duurzaamheid,’ legt Conny van Coolwijk (FD Dreumel) uit. ‘Nog niet eens om het geldelijk belang.’ Ze vond de coöperatie juist voortvarend en wilde het initiatief steunen. ‘We zien allemaal dat een persoonlijk lidmaatschap schuurt,’ meent Ellen Jagtenberg (VVD).

Maar wanneer het debat aanvangt, blijven meerdere coöperatieleden toch zitten. Blijkbaar wordt Jagtenbergs conclusie niet gedeeld. Al is de coöperatie na vanavond wel een paar actieve burgers kwijt. En waar wet- en regelgeving – zoals de komende Wet Versterking Participatie – op meerdere manieren burgers dwingt zelf meer verantwoordelijkheid te nemen, is het toch jammer te constateren dat dit pad voor juist raadsleden vol doornstruiken en valkuilen zit.

Deze column verscheen op 31 maart 2025 bij Binnenlands Bestuur.

De mystery burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.

Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

Het was even schrikken. Nu de meeste gemeenteraden via een videovergaderprogramma vergaderen kan je altijd terugkijken. Met als bijkomstigheid dat de vergaderduur vooraf is te zien. Voor de vergadering van de gemeenteraad van Waadhoeke bleek dat op drie minuten na 5 uur lang te zijn. Zelfs voor een fysieke vergadering al veel te lang. Was dat nou nodig?

‘We zitten opnieuw met een goed gevulde agenda, zegt burgemeester Marga Waanders tegen haar monitor. Er zijn maar liefst elf inhoudelijke agendapunten. ‘Ik denk dat u er ook op bent ingesteld dat we er op een goede manier doorheenkomen’, hoopt ze. Want van de volgende vergadering op 20 mei zit de agenda ook al vol.

‘Ik zou agendapunt 17 graag doorschuiven naar een andere vergadering’, zegt Haaye Hoekstra (Gemeentebelangen) bij de opening van de agenda. ‘Niet alle bijlagen zitten er bij.’
Volgens wethouder Caroline de Pee zouden die bijlages nu niet nodig moeten zijn. Het agendapunt gaat om het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen om een bestemmingsplan aan te passen. Pas bij de planwijziging zelf zijn de technische stukken nodig. Hoekstra is het er niet mee eens. Maar de rest steunt zijn voorstel niet, en het punt blijft op de agenda. Het kost slechts vier minuten.

Een ingewikkelde vraag over een woningbouwproject neemt al gauw negen minuten in beslag. De ingekomen stukken – er is altijd wel iemand die iets voor een volgende vergadering wil agenderen – kost een kwartiertje. ‘Ik mis de toezegging dat de wethouder zou reageren op de mail van de intergemeentelijke werkgroep’, zegt Anita Mast (Gemeentebelangen) bij de toezeggingenlijst. De burgemeester zegt toe het na te kijken. Snel geregeld. Na drie minuten zijn drie besluitenlijsten vastgesteld.

‘Een duidelijk stuk’, vindt Dit Bloem (ChristenUnie). Het is het eerste inhoudelijke bespreekpunt. Net als andere woordvoerders legt ze aan de hand van haar eigen politieke overtuiging uit waarom dit beleid volgens haar noodzakelijk is. Bert Vollema (FNP) heeft nog wel een vraag. ‘In paragraaf drie wordt de missie en de visie genoemd, maar wat is deze dan?’ Daar moet wethouder Boukje Tol inderdaad iets over uitleggen.

Bij het volgende agendapunt steunt de raad het voorstel de leges voor ligplaatsen van bijvoorbeeld de skûtsje-verhuurders kwijt te schelden. ‘We moeten onze ondernemers steunen’, zegt Sjoerd Kuipers (SAM). Met tien minuten maakt iedere fractie een vergelijkbaar standpunt helder — en weet ook de achterban van deze politici wat de bijdrage van hun vertegenwoordigers is geweest.

Raadsvoorstel 18 is het laatste. Om bij de Zwarte Haan later trekkershutten en een sterrenobservatorium te bouwen, moet de raad éérst besluiten dat het bestemmingplan gewijzigd mag worden. Maar de raad maakt zich nou al zorgen over het aantal verkeersbewegingen en wil een verkeersplan zien.

De raadzaal van Waadhoeke (screenshot: Gemeente Waadhoeke)

Wethouder De Pee stelde al voor dat later te maken, maar niet iedereen in de raad deelt haar ongeduld. Na een schorsing van enkele minuten ligt er een amendement dat de wethouder de opdracht geeft éérst het onderzoek te doen. Het wordt aangenomen — en de verklaring van geen bedenkingen komt later terug. Voor bewoners geruststellend, een ondernemer teleurstellend, maar met deze inhoudelijke vergadering voor iedereen onderbouwd.

Het is precies waar raadsvergaderingen voor zijn bedoeld. Al kostte het wel een uur. Nu pas zit deze behemoth van een vergadering er op. En moet je toch concluderen dat deze raad nou niet echt heeft zitten lantefanteren, maar gewoon zijn volksvertegenwoordende werk heeft gedaan.

Dit is wat het is. Dit is ook waarom gemeenteraadsleden – net als hun begrotingen – aan het einde van hun kunnen zijn. En het beste bewijs dat er flinke veranderingen en forse investeringen nodig zijn om gemeenten nog als een democratie te laten functioneren.

Deze column verscheen op 3 mei 2021 bij Binnenlands Bestuur.

De mystery burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.

Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.