De uitzending valt samen met het 100e VNG-congres, dat deze week plaatsvindt in Groningen. Een passend moment voor reflectie op de ontwikkelingen in het lokaal bestuur sinds de dualisering in 2002. In het gesprek gaat het onder meer over de veranderingen in het politieke landschap sinds die tijd en wat dat vraagt van raadsleden, over de groeiende verantwoordelijkheden van gemeenten als gevolg van de decentralisaties en de toenemende werkdruk die raadsleden ervaren.
Ook komt de nijpende financiële situatie van veel gemeenten aan bod, nu het ‘ravijnjaar’ nadert en gemeenteraden straks met een lege portemonnee de verkiezingen ingaan.Natuurlijk staat het programma ook stil bij de gevolgen voor gemeenten van het vallen van het kabinet. Moeten inwoners zich zorgen maken? Tot slot benadrukt Bijl dat gemeentelijk beleid vaak politieker is dan veel mensen denken — en waarom het dus belangrijk is om te gaan stemmen.
‘Als we willen dat gemeenten het verschil maken, moeten we ze daar ook de ruimte voor geven — politiek, bestuurlijk én financieel’, aldus Bijl.
De uitzending van VROEG! is live te beluisteren via NPO Radio 1 op dinsdag 18 juni van 05:00 tot 06:00 uur, en later terug te vinden als podcast. De presentatie is in handen van Merel Wielaert.
‘De rust is veranderd in ongerustheid.’ Achter het spreekgestoelte van de gemeenteraad De Wolden staat een inwoner. In haar dorp is de lelieteelt toegenomen. Zorgelijk, omdat de gebruikte bestrijdingsmiddelen ziektes als Parkinson en ALS zouden veroorzaken. ‘U bent in de positie lelieteelt een halt toe te roepen.’ Met een motie wil raadslid Henk van IJzendoorn het college daartoe oproepen. Maar ironisch genoeg blijken zijn interrupties vooral effectief in het verdelgen van een goed debat.
‘Stoppende veehouders verpachten hun grond aan lelietelers,’ legt Van IJzendoorn uit. Dat nog niet onomstotelijk vaststaat dat de gebruikte middelen de ziekten veroorzaken, doet er volgens hem niet toe. Een huisarts uit de gemeente had de raad al eens verteld dat het aantal zenuwziekten fors is toegenomen. ‘Het aantal Parkinsonpatiënten is het laatste jaar weer met tien procent gestegen,’ vertelt Van IJzendoorn. ‘Alleen al in zijn praktijk.’ De gemeente móet ingrijpen, vindt hij. ‘Het gaat erom dat wij onze zorgplicht kunnen garanderen.’
‘Er is inderdaad aanleiding om bezorgd te zijn,’ vindt ook Anneke Assink (PvdA). De bestaande onderzoeken zijn niet juist, weet ze. ‘Ze houden ook geen rekening met stapeleffecten.’ En nieuw onderzoek is pas in 2031 gereed. ‘De heer Van IJzendoorn vraagt terecht aandacht voor dit onderwerp.’ Ze twijfelt toch over de motie. ‘Beleid maakt op feiten,’ vindt ze. Een oorzakelijk verband tussen Parkinson en de bestrijdingsmiddelen is niet aangetoond. ‘Het onderzoek naar voren trekken is logischer.’
Van IJzendoorn weet de interruptieknop van zijn microfoon meteen te vinden. Een vraag is het niet. Het voorzorgsbeginsel van de Omgevingswet geeft voldoende aanleiding, stelt hij. ‘Het gaat om risico’s waarvoor het beschikbare bewijs indicaties geeft, maar onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing voor aard en omvang,’ leest hij voor.
‘Natuurlijk moeten we gezondheidsrisico’s voorkomen,’ zegt Hillegonda Jansen (VVD). Maar de motie gaat haar te ver. ‘Wij willen duidelijk bewijs. En feiten,’ zegt ze. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden – het Ctgb – voert daarvoor een beoordeling uit. Van IJzendoorn grijpt opnieuw naar zijn microfoon. ‘Het Ctgb heeft erkend dat de onderzoeken volledig foutief waren,’ zegt hij. Dat middelen nu zijn toegelaten is daarom niet zo relevant, vindt hij.
Volgens Jansen legitimeert dat niet deze, zoals ze het noemt, drastische motie. ‘Dit is nadrukkelijk een manier om de gezondheid van onze inwoners te beschermen,’ interrumpeert Van IJzendoorn weer. ‘U begint met dat u gezondheid belangrijk vindt en vervolgens komt u er niet meer op terug.’ Jansen zwijgt maar.
‘Het gevolg van de motie is dat lelieteelt wordt verboden,’ stelt Harold Benning (Gemeentebelangen). En de gemeente kan niet bepalen welke gewassen een boer verbouwt, vindt hij. ‘De gemeente gaat hier wel over,’ interrumpeert Van IJzendoorn. ‘Volgens mij niet,’ zegt Benning. ‘Er is strenge regelgeving en de bollensector zit ook niet stil,’ vindt Jan Michiel Bakker (CDA). ‘We moeten de telers de mond gunnen hun best te doen.’ En joep, Van IJzendoorn interrumpeert weer. ‘Met DDT en asbest duurde het ook heel lang. Ik stel voor nu eens op tijd in te grijpen.’
‘Kunt u met een gerust hart naar huis gaan?’ vraagt Van IJzendoorn nog in de tweede termijn. Zijn motie haalt het er niet mee. Dat wethouder Gerrie Hempen zojuist heeft uitgelegd dat zijn lezing van het voorzorgsbeginsel niet opgaat, zal niet hebben geholpen. Maar Van IJzendoorn zat ook zichzelf in de weg. Hij was juist degene die voorkwam wat deze raad nodig had: iemand die de zorgen deelt, maar ook de twijfels van anderen een plaats geeft. Want niet alleen in de politiek is luisteren naar de aarzeling van je opponenten effectiever dan opschakelen in overtuigingskracht of zelfverzekerdheid.
Deze column verscheen op 2 juni 2025 bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.
Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
Op 9 mei 2025 hield John Bijl de Jan van Zanen-lezing. In zijn lezing betoogde Bijl dat niet zo zeer lokale partijen ‘beter’ zijn in het vertegenwoordigen van inwoners, of ‘slechter’ zijn in het besturen, zoals wel wordt betoogd. Wat Bijl betreft is die vraag of lokale partijen ‘beter’ of ‘slechter’ zijn onjuist; ze past ze niet bij ons pluriforme democratisch bestel.
Wel stelt Bijl een andere vraag voor: dragen lokale partijen als deel van ons politieke landschap bij aan een betere democratie? In de lezing laat hij zien wat andere partijen, wetenschappers én kiezers kunnen leren van het succes van lokale partijen.
De lezing is hier in z’n geheel terug te kijken. Bij de lezing verscheen een essay, uitgegeven door VNG.
‘Dan zijn we bij agendapunt drie, het vragenhalfuurtje voor de raad,’ zegt burgemeester Evert Jan Nieuwenhuis. ‘Onze maandelijkse uitdaging het ook een halfuur te laten duren.’ De raadsleden van Waddinxveen lachen. Hopelijk schamper, want ze hebben zelf maar liefst 11 vragen ervoor ingediend. ‘Da’s een goeie tweeënhalve minuut per vraag,’ heeft Nieuwenhuis al uitgerekend.
Een hele volle agenda heeft de raad niet. De drie inhoudelijke bespreekstukken zijn wél politiek stevig: een toekomstvisie op de gemeente tot aan 2050, een aanpassing in de verordening op het sociaal domein en een fonds voor starterswoningen.
Maar eerst het vragenhalfuur.
‘Over twee maanden is het zomer,’ leest Sophie Vogelaar (D66) voor. ‘Sommige leven er naar toe, anderen zien er tegenop.’ Ze wil dat de gemeente kwetsbare gezinnen meer helpt met zomerkortingen. Gouda en Rotterdam hebben kortingen op ‘zwemmen in het zwembad, een bezoek aan een museum en een pannenkoek,’ vertelt ze. In Waddinxveen is de lijst vrij kort, vindt Vogelaar. Daar moet wat aan gebeuren. Zo kort voor de zomer kan dat niet, zegt wethouder Brigitte Leferink. Juist na de zomer gaat ze in gesprek met aanbieders. Voor het volgende jaar. Vogelaars spreektekst wordt intussen uitgedeeld aan de pers.
Pauline Schepers (VVD) zag op LinkedIn dat RES-doelen misschien niet gehaald worden. Klopt dat? De bron, een voormalig programmamanager van de regio, werkt al maanden niet meer voor de gemeente, sust Leferink. Maar tegenvallers worden besproken aan de duurzaamheidstafel, verzekert ze.
Sylvia Vink (WeWa) en Martin Kraaijestein (PCW) zijn verontrust over een rapportage van het waterschap. Daar stond dat bij één meting in één sloot een hulpstof maar liefst 720 keer had overschreden.‘Welke actie heeft ú ondernomen?!’ vraagt Kraaijestein met klem. De norm is extreem laag, legt wethouder Albert Kerssies uit — en de stof is misschien niet eens schadelijk. ‘We willen een hardere aanpak,’ zegt Vink.
Vraag 4. D66’er Juliette Brandenburg wil weten waarom Waddinxveen geen voordeliger tarief heeft voor maatschappelijke buitenreclame. Haar partij heeft met een campagneposter eindexamenkandidaten succes gewenst, maar ontdekte dat partijgenoten in buurgemeente Gouda daar veel minder voor hoefden te betalen. ‘Het contract loopt tot 1 januari’, vertelt wethouder Kerssies. ‘We nemen het dan mee.’
‘Zwemmen is gezond,’ oreert Bart Drost (PCW) bij vraag 5. Hij las dat zwembadwater landelijk slecht scoort. Hoe zit dat hier? RIVM hanteert een nieuwe meetmethode, antwoordt Leferink. Er wordt aan verbetering gewerkt. Vraag 6. ‘WMO is al een moeilijk woord,’ zegt Raiza Sattaur (onafhankelijke fractie). Het gemeentelijke zorgportaal is te ingewikkeld; kunnen de aanbieders daar niet op? ‘Dat zijn er letterlijk honderden,’ antwoordt wethouder Femke Vleij. Dan wordt het júist ingewikkeld.
Hoe staat het met het veilig maken van de Bodegraafse straat? Niels Hart (PCW) heeft er al een tijdje niets van gehoord (vraag 7). Wilt u gaan praten met het Nationaal Fonds Betaalbaar kopen? Waarom heeft Waddinxveen nog geen landelijke veteranendag?
Ruim drie kwartier later heeft ook het aantal vragen de toegestane gezondheidsnorm overschreden. De inhoudelijke besprekingen moeten dan nog beginnen. Tegen twaalven druipt het publiek af. Niet omdat de vergadering klaar is, maar omdat dan het besloten deel pas begint. De oogjes van de leden zien er na afloop vast nog kleiner uit. Hopelijk laten ze het gemopper over dit latertje achterwege. Ze hadden immers ook kunnen kiezen voor scherpere vragen zonder politieke inleiding, schríftelijke vragen — of gewoon een mailtje aan de wethouder. En minder campagnenummertjes.
Dat raadsleden zich profileren hoort in een vertegenwoordigende democratie. Maar de raadzaal is toch geen campagnepodium. Al helemaal niet als elf vragen in het vragenhalfuurtje vooral elf losse optredens opleveren. Dan wordt de profilering een karikatuur — en het vragenhalfuur voor de publieke tribune een uitputtingsslag.
Deze column verscheen op 26 mei 2025 bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.
Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
Al meer dan twintig jaar krijgen gemeenten er taken bij, maar moeten ze het doen met minder geld. Bezuinigingen, doeluitkeringen en decentralisaties stapelen zich op. Toch leidde dit niet tot echte verontwaardiging.
Pas recent werden gemeenten assertiever: de toenmalig voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Jan van Zanen, sloeg bij de minister naar eigen zeggen ‘met de vuist op tafel’. Wethouders financiën demonstreerden op het Malieveld en onlangs dreigde de VNG zelfs met een rechtszaak tegen het Rijk. Het resultaat? Bij de recente Voorjaarsnota krijgen gemeenten er weer vooral eenmalig geld bij; precies genoeg om de rechtszaak af te wenden. Het ravijnjaar is niet gedicht, maar verschoven. En de structurele zorgen blijven.
Wat ooit een zelfstandige bestuurslaag was, is steeds meer een uitvoeringsorgaan van het Rijk geworden. De autonomie die gemeenten formeel hebben, wordt uitgehold door financiële afhankelijkheid en politieke bemoeienis. Het gemeentefonds, ooit bedoeld om gelijkheid en ruimte te garanderen, is verworden tot een sturingsinstrument. Daarmee raakt niet alleen de slagkracht van gemeenten, maar ook hun legitimiteit – en dus die van het héle binnenlands bestuur.
De uitholling van lokale autonomie is geen incident, maar het gevolg van drie hardnekkige trends: gemeenten worden gezien als de zoveelste lobbyist in plaats van bestuurslaag, de mentaliteit van van wie betaalt bepaalt en in de manier waarop sowieso Haagse begrotingsmores politiek achter de cijfers heeft geplaatst.
Gemeenten zijn formeel een gelijkwaardige overheid, maar worden in Den Haag behandeld alsof ze in de lobby staan te wachten. Eerst komen de ministeries, die al zijn gelobbyd door krachtige belangengroepen zoals grootindustrie, natuurorganisaties, en onderwijsbonden. Pas dan mogen gemeenten bij het begrotingsoverleg aanschuiven.
De VNG is in die dynamiek steeds meer een van de vele belangenbehartigers en niet de vertegenwoordiging van een zelfstandige bestuurslaag. Daarnaast lobbyen gemeenten ook nog tegen zichzelf, zoals regio’s, grote steden of plattelandsgemeenten. Vaak ook nog eens effectiever omdat daarmee concreter en zichtbaarder beleid voor woningbouw, infrastructuur en werkgelegenheid wordt gemaakt.
Inmiddels lijkt het gemeentefonds de sluitpost van de rijksbegroting. Gemeenten krijgen vooral de kliekjes van de rijksbegroting uitgeserveerd – zonder zelfs de beleefdheid ze eerst op te warmen. Bovendien is het Rijk steeds meer geneigd zelf te bepalen waarvoor en hoe het geld moet worden besteed. Via specifieke uitkeringen, de spuks, stuurt het Rijk beleid tot op detailniveau. Zo schrijft de specifieke uitkering Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) niet alleen gezondheidsbeleid voor, maar verplicht ook regioplannen en verantwoordingsformats.
In het Hoofdlijnenakkoord van 2024 werd aangekondigd het aantal spuks te verminderen, wel met een bezuiniging van tien procent; gemeenten zouden ermee efficiënter kunnen werken. Het bleek de zoveelste dode mus. Het aantal spuks is niet gedaald, maar gestegen. De tien procent bezuiniging blijft vanzelfsprekend wél staan.
Nog fundamenteler is de verschuiving naar medebewind. Ruim tachtig procent van alle gemeentelijke taken is het feitelijk uitvoeren van rijksverantwoordelijkheden. Paspoorten en rijbewijzen, de bijstand, WMO en jeugdhulp, allemaal landelijke zaken waarvoor u bij het gemeenteloket aanklopt.
De wet schrijft voor dat het Rijk bij beleidswijzigingen moet onderbouwen wat de financiële gevolgen zijn voor gemeenten, én hoe die gevolgen worden opgevangen. In de praktijk gebeurt dat zelden. Een nieuw wetsvoorstel vergroot de sturingsruimte van het kabinet nog meer – én verkleint nota bene die van het parlement. Voor gemeenten betekent dit minder speelruimte, meer verplichtingen. Zo kan een mogelijke rijksbezuiniging op jeugdhulp heel concreet leiden tot een gesloten zwembad, een geschrapt festival of een leeg theater.
De derde trend is minder goed zichtbaar: omgekeerd begroten. Goed beleid begint bij ideeën, niet bij het saldo. Maar Haagse logica draait dit om: eerst geld ritselen met een rekbare onderbouwing en dan onderweg het beleid erbij knutselen. Denk aan het nachtelijk rondje miljardenkwartet door coalitieleiders bij de Voorjaarsnota.
Politieke keuzes worden zo gereduceerd tot boekhoudtrucs. Het gevolg is dat de relatie tussen geld en beleid totaal zoek is. En zolang er toch nog geen beleid ligt, kun je met begrotingsposten vrijelijk schuiven.
Voor gemeenten pakt dit desastreus uit. Ze weten vaak pas laat of er geld komt en moeten beleid steeds bijstellen op basis van Haagse wendingen. Wie afhankelijk is van incidenteel geld, kan geen structureel beleid voeren. En wie de begroting vult met projectsubsidies, loopt permanent achter de feiten aan. Zelfs de commissie-Van Ark waarschuwde over de jeugdhulp: boek besparingen pas in als ze reëel zijn. Deze open deur met het formaat van een schuifpui werd niet door het kabinet overgenomen.
Hoewel niemand ooit heeft bedacht dat het lokaal bestuur op deze manier uitgehold moest worden, doet de spreadsheet het vanzelf. Gemeenten zijn collateral damage van deze in zichzelf al disruptieve begrotingspolitiek.
Gemeenten worden gezien als de zoveelste lobbyist, medebewindstaken vullen de gemeentelijke begroting en omgekeerd begroten zorgt voor grillige besluitvorming. En de Tweede én Eerste Kamer? Kamerleden lijken zich onvoldoende bewust dat ze als hoogste politieke laag medeverantwoordelijk zijn voor het functioneren van de andere bestuurslagen in ons model van staatsinrichting. Hun politieke energie gaat naar de medialogica van beeldvorming, incidenten, moties en Kamerbrieven. Maar zelden komt aan de orde wat al die Haagse actiedrift doet met het lokaal bestuur als geheel.
Bij het parlement ligt echter juist de sleutel. Zolang de Kamer geen werk maakt van een goede Financiële-verhoudingswet, blijft lokaal bestuur speelbal van onbestendig rijksbeleid. Gemeenten verdienen wettelijk vastgelegde zeggenschap over besluiten die hen raken. Ook moet de minister van BZK meer gewicht krijgen tegenover collega’s.
Nu belandt gedecentraliseerd beleid soms bij gemeenten zonder dat BZK het weet. Verplicht een ander departement maar eens bij BZK op de thee te komen als het een beleidsterrein naar gemeenten over de schutting gooit. En laat gemeenteraden (in plaats van de Provinciale Staten) voortaan de Eerste Kamer kiezen. Tot slot is onafhankelijke geschilbeslechting tussen bestuurslagen essentieel, als basis voor wederzijds gezag.
Op 18 maart 2026 kiest Nederland zijn gemeenteraden. Maar waar stem je op als het verschil tussen partijen nauwelijks zichtbaar is, omdat er nauwelijks nog iets te kiezen valt? Ondertussen sluiten de zwembaden, verkrotten de buurthuizen, woekert het groen en verzakken de sportvelden – alles waarmee de gemeente een bloeiende samenleving ondersteunt. En geen lokale politicus die dat tij nog keren kan. Vind je het dan gek dat de kiezer niet weet waarom-ie moet stemmen – laat staan op wie? Omdat het lokaal bestuur zo weinig armslag krijgt dat het politieke verschil nauwelijks zichtbaar is?
Ging deze discussie maar alleen over geld. Dan hadden we slechts een misverstand over de rekening. Maar de strijd om het gemeentefonds is geen rekensom; het is een sluipende ontmanteling van de lokale democratie. Niet vanwege één bezuiniging, maar door duizend kleine keuzes die telkens net níét over gemeenten gingen. Gemeenten worden spreadsheet-matig uitgekleed in betekenis.
Wat op het spel staat, is niet de uitkering, maar of er lokaal nog iets te kiezen valt. En dat vraagt om meer dan een begrotingswijziging. Het vraagt om hoop, lef en institutionele trots van Kamerleden, bewindspersonen én ambtenaren. Van de landelijke politiek dus.
John Bijl en Michiel van der Eng
John Bijl traint gemeenteraden en Provinciale Staten in het effectiever politiek bedrijven en het verstevigen van hun rol als hoogste orgaan van de gemeente of de provincie. Hij is directeur van het Perikles Instituut. Michiel van der Eng is senior trainer bestuurlijke verhoudingen en specialist financiën bij het Perikles Instituut.
Dit artikel verscheen op 26 mei 2025 in De Hofvijver van het Montesquieu-instituut.
‘U kunt helemaal een vrije rol vervullen,’ grinnikt Frits Berben. Hij heeft zojuist het voorzitterschap van de raadsvergadering overgedragen gekregen van burgemeester Bob Vostermans. Al zal het voor de burgemeester én de plaatsvervangend raadsvoorzitter beide moeilijk zijn om bij de verbale vaardigheden van raadslid Raf Janssen het gezicht in de plooi te houden.
De raad van Peel en Maas moet deze avond nog een klap geven op het kader Integrale Veiligheid. Burgemeester Vostermans moet deze behandeling meemaken als verantwoordlijk portefeuillehouder dus neemt Berben de hamer ter hand. Het kader is dan ook geen hamerstuk. ‘Ik heb begrepen dat er een amendement is,’ legt Berben uit.
‘We zijn al best uitgebreid met elkaar in gesprek gegaan,’ zegt Omar El Khader (D66) als eerste. Maar met een amendement wil hij het kader tóch verder aanscherpen. ‘Peel en Maas is een plek waar je in vrijheid en veiligheid jezelf kan zijn,’ leest El Khader uit de notitie voor. ‘In onze huidige wereld is dat geen vanzelfsprekendheid meer,’ zegt hij. Met een amendement – samen met de fracties van Lokaal Peel en Maas en die van PvdA/GroenLinks – wil hij dat de gemeente zich expliciet uitspreekt racisme, discriminatie en extremisme. ‘We voegen dit met een bulletpoint toe aan de kaderstellende uitgangspunten,’ leest El Khader het dictum voor.
‘We kunnen de kadernotitie wel ondersteunen,’ zegt John Timmermans (CDA). Het amendement is wat hem betreft niet nodig. ‘Je kunt van alles opschrijven,’ zegt Timmermans, ‘of je er verder mee komt is dan de vraag.’ Wat Timmermans betreft staat de boodschap van El Khader al genoemd in het stuk. ‘Het is maar net hoe je het leest.’ Zomaar zou hij het amendement ‘sympathiek’ kunnen hebben genoemd. ‘Ja,’ zegt ook Paul Sanders (VVD), ‘staat het er niet al in?’ Hij pakt de kadernotitie er bij. ‘We bevorderen een samenlevingsklimaat waarin een diversiteit van meningen, inzichten en culturen vreedzaam samen kunnen gaan,’ leest hij voor.
‘Dit zou wat er in de notitie staat moeten versterken,’ vindt El Khader. ‘Helaas is het amendement hard nodig,’ meent Raf Janssen (PvdA/GroenLinks). Hij is dan ook mede-indiener van het amendement. ‘Als het CDA vindt dat het er al in staat, dan heeft de heer Timmermans er vast ook geen bezwaar tegen als het expliciet genoemd wordt.’
Timmermans gaat wat achterover zitten. Sanders kijkt om zich heen. Even lijkt het erop alsof iedereen naar hen kijkt voor een reactie, terwijl dat in een gestructureerde raadsvergadering als deze normaal toch ongebruikelijk is. Voorzitter Berben is niet de enige die erbij gniffelt.
Portefeuillehouder Vostermans vindt het amende ment ook niet bezwaarlijk. ‘Ik kan er mee leven hoor,’ zegt Vostermans. ‘Maar je kun je wel afvragen of het in deze kadernotitie hoort, of niet beter bij gemeenschapsontwikkeling past,’ denkt hij. ‘Eigenlijk hoort het in elk kader thuis.’
‘Dat klopt,’ merkt Janssen op. ‘Dus laten we met deze beginnen.’
Voorzitter Berben kan weer een lachje niet onderdrukken. Ook Vostermans kijkt geamuseerd hoe ook hij door Janssen verbaal schaakmat wordt gezet.
VVD’er Sanders zegt behoefte te hebben aan schorsing. ‘Het staat er wat ons betreft wel dubbelop,’ zegt hij nadien. ‘Aan de andere kant kan het geen kwaad.’ Ook Timmermans heeft nog behoefte aan het woord. ‘Meneer Janssen zegt “wat kan het dan kwaad om het te steunen” — en dat is ook zo.’
Het amendement van El Khader en de anderen haalt zonder morren unanieme stemming. Een stemming is er niet eens meer voor nodig. Sympathiek? Zeker. Overbodig? Dat is maar net hoe je het bekijkt. Maar ermee is het wél duidelijk dat met de juiste woorden kun je zelfs twijfel wegnemen vóórdat iemand besluit om tegen te stemmen.
Deze column verscheen op 19 mei 2025 bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.
Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
‘Het is een goed gebruik dat ik dan bij u begin,’ zegt burgemeester Bob Vostermans tegen Suzan Hermans (VVD). Zij heeft haar bijdrage van vanavond voorbereid met een motie. Bestuurlijk veel te prematuur, maar politiek precies op tijd.
De gemeenteraad van Peel en Maas bespreekt een businesscase voor het primair onderwijs in Baarlo. Het is de start van de aanpak van twee schoollocaties in het dorp. Het college vraagt de ruimte om verschillende scenario’s zorgvuldig te onderzoeken.
De noodzaak beide schoolgebouwen aan te pakken is zachtjes gezegd geen twistpunt. ‘Het is goed dat er eindelijk stappen gezet kunnen worden,’ zegt Hermans. Alleen de ambitie voor de sportfaciliteiten valt haar tegen. ‘Een volwaardige sporthal speelt een belangrijke rol in het toekomstgericht en integraal aanpakken van onderwijshuisvesting en sport.’
Vertaling: het is niet genoeg wat het college voorstelt. Met haar motie wil ze er voor zorgen dat het college voor de sporthal bij de Baarlose scholen uit gaat van zeker drie zaaldelen in plaats van twee. Ook een tribune en kantine moeten in de basis staan, vindt Hermans. ‘De kantine kan breed inzetbaar zijn als ontmoetingsruimte voor verenigingen en andere maatschappelijke activiteiten.’ Zelfs als start- en eindpunt van georganiseerde wandelingen, glundert Hermans.
Baarlo is echt wel toe aan een vervanging van de scholen,’ vindt ook Lon Caelers (CDA). Over de motie is ze minder enthousiast. ‘We moeten niet voor de troepen uitlopen,’ meent Caelers. Met inrichten van de sporthal wacht ze liever tot de business case voor de onderwijsgebouwen is uitgerekend. ‘Daarna kunnen we pas bekijken hoe de sporthal integraal meegenomen kan worden.’
‘We willen helemaal geen keuze maken voor twee, drie of vier zaaldelen,’ zegt ook Edward Wezenberg (Lokaal Peel en Maas). ‘De wethouder heeft al gezegd dat hij alle varianten gaat onderzoeken.’ Dat maakt de motie prematuur, vindt Wezenberg. ‘Het zijn geen dingen die je graag hoort.’ Hij zet een slechtnieuwsgezicht op. ‘Het is een sympathieke motie.’
‘Ik denk dat het goed is dat ook de sporthal in samenspraak met de scholen en de mensen uit het dorp gaat,’ zegt Raf Janssen (PvdA/GroenLinks). Maar hij vindt de lokatie en de grootte van de hal belangrijker dan de inrichting. Dus houdt hij de uitgangspunten van de business case liever zoals die nu zijn. ‘De motie is wat mij betreft te vroegtijdig ingediend,’ zegt Janssen. ‘We steunen het liever later.’
‘Als we wachten denk ik dat we te laat zijn,’ meent Hermans. Van burgemeester Vostermans mag ze eerst reageren, nog voor het college het woord krijgt. ‘Er wordt al onderzoek gedaan naar de omvang van de sporthal.’ De raad moet het nu meegeven, vindt ze, en niet wachten tot de wethouder met een voorstel komt. Volgens Wezenberg hoeft Hermans zich geen zorgen te maken. ‘Ik heb de wethouder al horen knikken dat hij een toezegging wil doen,’ grapt Wezenberg.
Wethouder Erik Nijssen heeft inderdaad ook… sympathie voor de motie. ‘We kunnen elkaar op veel punten vinden’ Maar hij ontraadt de motie toch. Hij stelt voor eerst het onderzoek naar de capaciteit af te wachten. ‘We krijgen de schema’s van verengingen nu aangeleverd,’ zegt Nijssen. Als het nodig blijkt, komen er echt drie zaaldelen.
Hermans is natuurlijk blij met die toezegging. ‘Een volwaardige sporthal past sowieso in ieder scenario, er wordt goed geluisterd naar de gebruikers,’ vat ze samen. ‘We willen de motie dan ook aanhouden,’ zegt Hermans, ‘als het nodig mocht zijn.’ Een stok achter de deur, dus.
Hermans glimlacht; een knipoog blijft nét uit. Wethouder Nijssen knikt nog maar eens en glimlacht begripvol terug. Zijn voorstel is er door, en de raad heeft op een politiek sympathieke wijze het college een richting meegegeven.
De liefde voor de lokale democratie begon bij Bijl op een onverwachte plek: de lokale radio. ‘Jaren geleden presenteerde ik een programma over filmmuziek’, vertelt hij in een interview met de Stichting Lokale Politieke Partijen. ‘Maar bij zo’n kleine omroep bemoeit iedereen zich met alles. Zo kwam ik in aanraking met de gemeentepolitiek.’ Inmiddels is hij al jaren politiek observator, trainer en adviseur, en bezoekt hij als ‘mystery burger’ raadsvergaderingen in het hele land.
Volgens Bijl verrijken lokale partijen het politieke landschap. Niet alleen omdat ze dicht bij inwoners staan, maar ook omdat ze de gevestigde orde dwingen na te denken over de essentie van politieke vertegenwoordiging. ‘Raadsleden van landelijke partijen zijn meestal lid geworden van hun partij vanwege een ideologie. Terwijl vertegenwoordigers van Lokaal Belang of “Echt voor…” in de politiek zijn gegaan om op te komen voor het plaatselijke mkb of de leefbaarheid in de wijk. Daardoor voelen ze voor inwoners dichtbij en herkenbaar.’
Die nabijheid maakt lokale partijen sterk. ‘Ze hebben vaak een lange geschiedenis in hun dorp of stad, kennen de dossiers goed, en weten wat er speelt. Daardoor zijn ze voor veel mensen geloofwaardiger dan de traditionele partijen.’ Maar die kracht kan ook een valkuil worden als er geen gedeeld verhaal of richting is. ‘Partijen zonder samenbindende ideologie zijn gedoemd om uiteindelijk uit elkaar te vallen’, waarschuwt Bijl. ‘Pragmatisme alleen is in de politiek niet genoeg.’
Hij roept lokale partijen daarom op om te investeren in hun partijorganisatie: zorg voor leden, voor een levendige interne partijdemocratie, en voor een gezamenlijk kompas. ‘Zet samen op een rij waartoe je op aarde bent, welk mensbeeld je hebt als partij, en welke richting je op wilt.’ Zelfs ogenschijnlijk praktische keuzes zijn niet waardevrij. ‘Achter een straatlantaarn kan een filosofie schuilgaan. Kies je voor wit licht? Dan verhoogt dat het veiligheidsgevoel. Terwijl zacht licht juist de leefbaarheid vergroot.’
Tegelijkertijd ziet Bijl in zijn dagelijkse praktijk dat ook landelijke partijen lessen kunnen trekken uit de lokale politiek. ‘Te lang hebben zij gefunctioneerd als kandidatenmachines. Ze zochten mensen die goed lagen bij de kiezer, die handig waren in campagnes. Maar daarmee verloren ze hun basis: het zijn van een gemeenschap van mensen met gedeelde waarden.’
Tot slot is er volgens Bijl een les die voor élke partij geldt: neem als raadslid de collectieve verantwoordelijkheid voor álle inwoners serieus. ‘Juist voor lokale partijen kan dat paradoxaal voelen, want soms zijn die opgericht om de belangen van één wijk of kern te behartigen. Maar eenmaal gekozen zit je er voor iedereen. Dat is de belofte van vertegenwoordiging: dat inwoners erop kunnen vertrouwen dat de raad opkomt voor hen allemaal. Dat je stem is gehoord, zelfs als je het niet eens bent met wat de raad besluit.’
lokalepolitiekepartijen.nl/nieuws/interview-pragmatisme-alleen-is-in-de-politiek-niet-genoeg
Op 9 mei 2025 hield John Bijl de Jan van Zanen-lezing, ingesteld bij het afscheid van Van Zanen als voorzitter van VNG. In zijn lezing schetste hij drie oorsprongen van het lokale partijlandschap: demografisch, ideologisch en reactionair. ook lokale partijen worden met die behoefte opgericht. ‘Het succes van lokale partijen is niet toevallig en ook geen afwijking van het systeem. Lokale partijen zijn de voortzetting van iets wat in de democratie altijd heeft bestaan: gewone mensen die zich organiseren om hun gemeenschap te vertegenwoordigen.’
Dat onderscheid doet ertoe. Want alleen als we lokale partijen erkennen als volwaardige dragers van representatie, kunnen we nadenken over hun positie in het politieke stelsel. ‘Wie lokale politici waardeert, erkent zelfbestuur. Wie lokale partijen erkent, waardeert democratie,’ zegt Bijl. Hij hield de aanwezigen voor dat lokale partijen, meer dan gevestigde partijen, tastbare en invoelbare politiek bedrijven: ‘Lokale partijen ontstaan vaak omdat gewone burgers ontdekken dat politieke betrokkenheid niet alleen begint bij abstracte waarden, maar juist bij heel tastbare zorgen. Dan ontstaan een Partij voor de IJsbaan, zoals in Alkmaar, of één tegen een busbaan, zoals in Leiderdorp.’ Daarmee geven zij volgens hem invulling aan de belofte van representatieve democratie: niet alleen gekozen worden, maar ook daadwerkelijk vertegenwoordigen.
Toch blijft structurele erkenning uit. Lokale partijen groeien, maar de institutionele ondersteuning blijft achter. Dat is volgens Bijl niet alleen een kwestie van geld, maar ook van rechtsstatelijke gelijkwaardigheid. ‘Het subsidiëren van politieke partijen is geen gunst, maar een instrument van de democratische rechtsstaat.’
De aangekondigde Wet op de Politieke Partijen biedt kansen, maar stelt ook nieuwe eisen. Lokale partijen zullen zich moeten organiseren, professionaliseren en een structurele vereniging opbouwen. Volgens Bijl is dat geen bedreiging, maar een uitnodiging.
In zijn afsluiting reflecteerde Bijl op de essentie van representatie. ‘Niet de vraag óf lokale partijen beter vertegenwoordigen doet ertoe, maar het besef dát hun aanwezigheid de vertegenwoordigende democratie rijker en herkenbaarder maakt,’ aldus Bijl. Lokale partijen laten zien dat democratie niet alleen een bestuursvorm is, maar ook een collectieve verwachting: dat je stem ertoe doet. En dat er mensen zijn die verantwoordelijkheid nemen voor het algemeen belang.
Bijl wees erop dat we de pluriformiteit van ons bestel juist zouden moeten omarmen. ‘Democratie is geen wedstrijd in macht, maar een gezamenlijke zoektocht naar vertegenwoordiging. Niet het recht van de luidste stem, maar het werk om alle stemmen te laten klinken.’ Daarmee houdt de lezing niet alleen de lokale politiek een spiegel voor, maar ook de landelijke wetgever. De professionalisering van lokale partijen mag dan traag verlopen, hun democratische waarde is al lang zichtbaar. ‘
Tot op de dag van vandaag ontvangen lokale partijen géén publieke financiering, terwijl landelijke partijen miljoenen te verdelen hebben. Dat moet anders — het liefst nog vóór de komende gemeenteraadsverkiezingen,’ legt Bijl uit. ‘De kiezer neemt ze al serieus. Nu het systeem nog.’
De Jan van Zanen-lezing verscheen ook als bewerking tot een essay. Dat vind je hier.
‘Statenleden die veelvuldig te laat komen moeten trakteren,’ zegt Hugo de Jonge. ‘De stemming is geopend.’ Goedgemutst drukken de Zeeuwse Statenleden hun stemknopjes in. Met deze proefstemming wordt het elektronische stemsysteem getest. Voor de techniek – het systeem is al drie jaar oud – waarschijnlijk overbodig. Maar het olijke ritueel, al dan niet bewust, vervult een andere functie. Een belangrijkere.
‘De treinen gaan dwars door de bebouwde kom dus ze mogen niet lekken, niet botsen en niet ontsporen,’ zegt Trees Janssens (PvdD). Een van de Statenvoorstellen op deze lange vergaderdag is het zogeheten Ruimtelijk Arrangement voor Zeeland: een toekomstvisie op het gebruik van het land- en wateroppervlakte van de kustprovincie. Het voorstel is nog pril. Het college vraagt de Staten om ‘wensen en bedenkingen’ mee te geven.
Janssens maakt zich vooral zorgen om de gevaarlijk stoffen die in de Zeeuwse havens worden gelost en vervoerd. ‘Ammoniak is giftig en explosief. De kans dat er een ongeluk gebeurd is klein, maar altijd aanwezig,’ legt ze uit. Via het spoor wordt het giftig goedje door heel Europa uitgereden. En de transporten zullen toenemen, staat al in het Statenstuk. Bovendien wil het Rijk de regels versoepelen. Er zou geen maximum meer op het vervoer kunnen komen, waarschuwt Janssens. VNG en IPO hebben zich daar al tegen uitgesproken. Samen met SP’er Ger van Unen wil ze dat Zeeland zich er via een amendement expliciet tegen keert.
In het Statenvoorstel staat: ‘PS hebben bedenkingen bij ammoniaktreinen die door de bebouwde kom rijden. De leefkwaliteit mag niet achteruitgaan wanneer transport dwars door de kernen gaat.’ Janssens wil dat veranderen in: ‘PS hebben bedenkingen bij ammoniaktreinen die door de bebouwde kom rijden en verzetten zich tegen het plan van het kabinet om de regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor te versoepelen.’
‘U schrapt het woord “leefkwaliteit”,’ merkt Daniëlle de Clerck (VVD) op. Ze vindt dat een stap terug. ‘Het zou voor ons een reden zijn om niet voor de motie te stemmen.’ CDA’er Rinus van ’t Westeinde heeft dezelfde zorg. Janssens twijfelt even en bestudeert haar eigen tekst. ‘Wat mij betreft stond dat al voldoende in de brief, maar heb er geen enkele moeite mee dat er terug in te zetten,’ zegt ze dan.
‘Ik heb dat er liever niet in,’ zegt Harold van der Velde (SGP.) De leefkwaliteit is al naar beneden gegaan, vindt hij. Eerst was hij vóór het amendement, maar door de wijziging zou tegen gaan stemmen, legt Van der Velde uit. ‘Dat zijn vijf VVD-zetels tegen vier van de SGP,’ plaagt Van der Velde. ‘Dus u mag kiezen wat u liever wil.’
In een andere vergadering had het grapje van Van der Velde misschien tot een venijnige sneer geleid. Maar Janssens gniffelt. ‘Misschien kunnen we er uitkomen met een formulering waar iedereen zich goed bij voelt,’ zegt ze.
Dat lukt. Aan het eind van de dag stemt een ruime meerderheid, inclusief VVD en SGP, voor het amendement: ‘Vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor dwars door de kernen gaat ten koste van de veiligheid en leefkwaliteit. PS hebben bedenkingen bij ammoniaktreinen die door de bebouwde kom rijden en verzetten zich tegen het plan van het kabinet om de regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor te versoepelen.’
En het mooiste van alles is: iedere inwoner van de provincie heeft kunnen zien met welke worsteling deze frase tot stand is gekomen. Een resultaat dat nooit bereikt was als de Statenleden elkaar niet de ruimte hadden gegund om te twijfelen aan hun eigen stem — en samen te werken in een soms olijke vergadersfeer waarin dergelijke twijfel kan gedijen.
Deze column verscheen op 12 mei 2025 bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.
Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.