‘Een kandidatenlijst is geen reclamezuil’

Bekende sporters en mediapersoonlijkheden als lijstduwer: het blijft een terugkerend fenomeen bij gemeenteraadsverkiezingen. In een artikel van het Algemeen Dagblad over Haagse sporticonen op de kandidatenlijst van Hart voor Den Haag duidt John Bijl het effect en de betekenis van die strategie.

Aanleiding is het aantrekken van onder anderen Lex Schoenmaker als lijstduwer, naast eerdere bekende namen als Raymond van Barneveld en Tom Beugelsdijk. De vraag: levert zo’n bekende Hagenaar extra zetels op?

Bijl is nuchter over de cijfers. ‘Die cijfers bewijzen: een bekende lijstduwer levert niet zo veel op.’ Eerdere verkiezingen laten zien dat veel bekende namen slechts enkele honderden stemmen trekken — te weinig voor een zetel.

Maar zijn kritiek gaat verder dan effectiviteit alleen. ‘Bovendien vind ik het kiezersbedrog als je op een lijst gaat staan voor de leukigheid. Een kandidatenlijst is geen reclamezuil. Als je op een lijst gaat staan, moet je er potverdorie rekening mee houden dat je de raad in kan komen. Wil je dan niet, dan moet je wegwezen.’

Daarmee raakt Bijl aan een principieel punt over representatie. Kandidatenlijsten zijn geen marketinginstrument, maar de personele belichaming van het hoogste bestuursorgaan van de gemeente. Wie zich verkiesbaar stelt, moet bereid zijn verantwoordelijkheid te dragen.

Nieuw Sociaal Contract doet in vijf gemeenten mee aan de gemeenteraadsverkiezingen, waaronder Eindhoven. In het Eindhovens Dagblad duidt John Bijl de positie van de partij in de lokale context.

NSC presenteert een inspirerend raamwerk voor de nieuwe afdelingen, met thema’s als bestaanszekerheid en herkenbaarheid. Maar volgens Bijl is dat nog geen garantie voor electorale doorbraak. ‘Het zou me eerlijk gezegd verbazen als het de partij lukt om in een van de gemeenten in de raad te komen.’

Hij wijst erop dat de partij bij de laatste Kamerverkiezingen zwaar verloor. ‘De kiezer heeft duidelijk aangegeven dat ze vindt dat NSC het heeft verkloot.’ Dat landelijke sentiment werkt door op lokaal niveau.

Tegelijkertijd nuanceert Bijl: lokale verkiezingen draaien niet alleen om landelijke reputatie. ‘Alleen als er op lokaal niveau een aansprekend figuur, een plaatselijke bekendheid in stelling wordt gebracht, zou het misschien kunnen lukken.’

Daarmee raakt hij aan een bredere dynamiek van gemeenteraadsverkiezingen: landelijke partijen hebben niet automatisch lokaal draagvlak. Lokale herkenbaarheid, organisatiekracht en kandidatenkwaliteit zijn doorslaggevend.

‘Wij zijn zeer blij met het Statenvoorstel,’ zegt Niels Oosterom (BBB). Het college van de provincie Zuid-Holland heeft een oplossing gevonden voor de veerdienst van Maasluis naar Rozenburg. Sinds de opening van de Blankenburgtunnel een paar kilometer verderop verloor de pont bijna 90 procent van alle passagiers. 

De tunnel is niet voor iedereen een uitkomst. Een klein elektrisch autoveer moet dat gelijkmaken. Oosterom maakt zich nog wél zorgen over de vorm. In het voorstel staat dat de provincie het veer koopt, en voor de exploitatie verhuurt aan een particulier. ‘We lopen het risico ermee uit te komen op een suboptimaal aanbestedingsresultaat,’ vindt ook Lars Klappe (PvdA-GroenLinks). Met een amendement zou hij eerst onderzoek willen.

Benjamin Boersma (SP) vraagt zich met een motie af of de doelstellingen van de provincie hard genoeg zijn. ’Aanbestedingen worden gegund op afstand tussen stoelen en zero-emissie, maar we hebben genoeg voorbeelden waar toch diesel wordt gebruikt,’ zegt hij. Zo zijn er meer wensen. ‘Het kleine veer is ons te groot,’ vindt Robbert-Jan Vonk (PvdD). Met een amendement stelt hij het kleinst mogelijke autoveer voor. ‘Kan de gedeputeerde toezeggen dat in het programma van eisen wordt opgenomen dat het schip ook kan varen bij windkracht hoger dan 7,’ vraagt Luuk Wilson (JA21). Hij heeft er ook een amendement voor ingediend. ‘We hebben afgesproken dat het opstellen van het programma van eisen een collegebevoegdheid is,’ zegt Michel Rogier (CDA). Wel wil hij weten wanneer de Staten daarvoor inbreng kan leveren. 

Er is genoeg onderzoek naar de mogelijkheden voor exploitatie, vindt gedeputeerde Frederik Zevenbergen, en dit bleek de beste oplossing. ‘Nieuw onderzoek zal niks opleveren,’ vindt hij. Hij wil wel toezeggen de Staten het programma van eisen te laten inzien.

‘Hebben we dan nog keuze?’ interrumpeert Steven Datema (ChristenUnie). Het is een collegebevoegdheid, legt Zevenbergen uit. ‘Maar het praktische antwoord is dat het erg onverstandig is als het college de wens van de Staten negeert.’

Echt een toezegging aan de Staten invloed te hebben, is het niet. Hooguit een hint. Nergens staat er in de planning wanneer de Staten deze invloed uitoefent, erover debatteert en er een formeel en afgewogen besluit over neemt. Hoe garandeer je dan, dat de wens van Staten dan ook daadwerkelijk de wens van de meerderheid is? Laat staan verschillende opties en consequenties ervan tegen elkaar zijn afgewogen?

‘Hoor ik hier de gedeputeerde toezeggen dat er invulling is gegeven aan de motie van de SP?’ vraagt Boersma. ‘Zo zou je dat kunnen zien,’ vindt Zevenbergen. ‘Ik had nog wat vragen gesteld over de input van het programma van eisen,’ herhaalt Rogier nog. ‘Kijk,’ antwoordt Zevenbergen, ‘u geeft ons de kaders mee.’ Als het programma van eisen er dan ligt, is het ondoenlijk dat weer te herzien. De Staten krijgt het… ‘ter kennisname’. ‘Is dit dan het moment waarop wij de kaders meegeven?’ vraagt Rogier, ‘of komt die ronde nog?’ Die vraag lijkt inmiddels retorisch. ‘Nee, dat doet u nu,’ zegt Zevenbergen.

‘Zou het een idee zijn om van de nadere uitwerking een Statenvoorstel te maken?’ suggereert Klappe nog, maar ook dat ziet de gedeputeerde niet zitten. Uiteindelijk worden alle wijzigingsvoorstellen ingetrokken; het Statenvoorstel wordt ongewijzigd aangenomen. De bevoegdheid voor het opstellen van het programma van eisen blijft bij het college.

Al bestaat die bevoegdheid omdat de Staten daar zelf voor heeft gekozen. Ze hadden ervoor kunnen kiezen om die inbreng voor dat programma van eisen eerder mee te geven. Kaderstellen doe je immers voordat je een opdracht geeft. En dat de Staten zich pas nu presenteert als beste stuurlui aan wal, komt toch echt doordat ze zelf niet op tijd aan boord zijn gegaan.

Deze column verscheen op 5 januari 2026 bij Binnenlands Bestuur.

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

In de De Gelderlander reageert John Bijl op het besluit van ambtenaren van de provincie Gelderland om op te stappen vanwege een conflict over de bescherming van oude bosgroeiplaatsen. De provincie wil 1700 hectare kleine bosgebieden niet langer actief beschermen, om bouwprojecten meer ruimte te geven.

Volgens betrokken ambtenaren zijn daarbij criteria gehanteerd die onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd zijn. Het college wijst op het coalitieakkoord en stelt dat de gebieden ook zonder aparte status voldoende beschermd blijven.

Bijl noemt het vertrek van ambtenaren ‘best bijzonder’. Inhoudelijke verschillen tussen bestuurders en ambtenaren komen vaker voor, ook landelijk. Maar daadwerkelijk opstappen vanwege beleidskeuzes is uitzonderlijk. Daarmee raakt de kwestie aan een principieel punt: hoe verhoudt ambtelijke professionaliteit zich tot politieke verantwoordelijkheid?

In het provinciale bestuur ligt de uiteindelijke afweging bij de politiek. Tegelijkertijd is de kwaliteit van besluitvorming gebaat bij zorgvuldig ambtelijk advies en wetenschappelijke onderbouwing. Juist wanneer die twee onder druk komen te staan, wordt zichtbaar hoe kwetsbaar – en tegelijk essentieel – de balans is tussen politiek primaat en ambtelijke integriteit.

Door het vertrek van Remon van Bree naar een oppositiepartij beschikt de coalitie nog over 18 van de 37 zetels. Formeel is zij daarmee in de minderheid. In de praktijk blijft besluitvorming mogelijk doordat enkele raadsleden structureel afwezig zijn, maar die kwetsbare balans onderstreept hoe afhankelijk het bestuur is geworden van incidentele omstandigheden.

Minderheid als politieke realiteit

Volgens Bijl is het verlies van een meerderheid op zichzelf niet het grootste probleem. ‘Een minderheidspositie dwingt partijen om elk voorstel inhoudelijk te onderbouwen en steun te organiseren,’ zegt hij tegen het AD. Daarmee wordt zichtbaar waar politiek om zou moeten draaien: overtuigen in plaats van tellen.

Tegelijkertijd laat de situatie zien hoe fragiel lokale coalities kunnen zijn wanneer partijen vooral verkiezingsvehikels zijn. Bijl pleit er daarom voor dat politieke partijen zich steviger organiseren. ‘Dan weet je meer wat voor vlees je in de kuip hebt, als je iemand op de lijst zet,’ zegt hij in het AD. Vereniging zijn betekent investeren in selectie, debat en onderlinge binding — en dus ook in bestuurlijke stabiliteit.

Historisch perspectief

Nissewaard staat daarin niet alleen. Ook in Spijkenisse, een van de voorgangers van de huidige gemeente, kende de raad eerder een minderheidsconstructie. In 1986 bestuurde de PvdA daar zonder formele coalitiepartners, met wisselende gedoogsteun. Dat laat zien dat minderheidsbestuur geen nieuw fenomeen is, maar telkens opnieuw vraagt om politieke volwassenheid.

Meer dan rekenen

De huidige situatie maakt duidelijk dat een raadsmeerderheid geen natuurgegeven is. Zetelverhoudingen kunnen verschuiven, fracties kunnen splijten en politieke verhoudingen veranderen. De vraag is dan niet alleen of een coalitie kan overleven, maar of de raad als geheel in staat is om verantwoordelijkheid te nemen voor besluitvorming.

Een minderheidscoalitie legt dat scherp bloot. Niet de machtspositie, maar het functioneren van partijen, raadsleden en debatcultuur wordt doorslaggevend. Dat maakt zulke situaties spannend — en tegelijk leerzaam voor iedereen die lokale democratie serieus neemt.

‘Aan de orde is agenda punt 11 Berap 2,’ leest burgemeester Birgit op de Laak. ‘U wordt voorgesteld met aanpassing van de meerjarenbegroting 2025 tot en met 2029 conform Berap 2…’ ze hapt even adem, ‘…en de september circulaire.’ Meestal zijn dergelijke agendapunten hamerstukken. Maar de gemeenteraad van Nederweert lijkt ervan in de war te raken. Niet van de cijfers, maar van het gereedschap.

‘We hebben in Nederweert het afgelopen jaar tijdelijke opvang van asielzoekers gehad,’ zegt Martin van Montfort (D66). ‘Dat is wat ons betreft allemaal goed verlopen.’ Met deze Berap – de afkorting staat voor bestuursrapportage – blijkt dat de gemeente er geld aan over houdt. ‘Plat gezegd hebben we er 1,1 miljoen euro winst op gemaakt,’ legt Van Montfort uit. 

Zoals dat bij een Berap hoort, wordt dat geld dan toegevoegd aan de algemene reserve. ‘Dat voelt wrang,’ vindt Van Montfort. Hij ziet liever een meer directe besteding. ‘We hebben een halfjaar geleden geld beschikbaar gesteld om op deze lokatie een park in richten,’ zegt hij. Misschien kan dat park ‘geplust’ worden, denkt hij. Of voor de buurt iets doen. Of anders iets voor de doelgroep nieuwkomers. ‘Taallessen of iets in die trant.’ Echt een voorstel dient hij zelf niet in. Hij zegt te hopen op voorstellen van het college.

‘In plaats van winst hebben gemaakt, kunnen we het college complimenteren dat ze het goedkoper hebben kunnen organiseren,’ vindt Mark Houben (CDA).  Het overschot – om het zo maar te noemen – houdt hij liever als reserve. ‘We hebben wel wat financiële uitdagingen voor de boeg,’ zegt hij. ‘Als er ideeën komen kunnen we daar altijd naar kijken,’ vindt Marcel Vossen (JAN). ‘Ik zou aan de Berap willen vasthouden.’ Ook wethouder Jorik Franssen vindt dat. ‘Ik zou mee willen geven het niet via de Berap over de inhoud te hebben,’ legt de wethouder uit.

Dat is ook wel logisch. Een bestuursrapportage is een instrument van de controle, niet van de kaders. Niets staat Van Montfort in de weg om ook een eigen voorstel in te dienen. Zoals een motie, een motie vreemd, of zelfs een initiatiefvoorstel. Maar dat komt er niet. ’Ik zou van het college ook wel een reactie op de inhoudelijke vraag willen,’ interrumpeert Van Montfort.

‘Ik zou zeggen dat de vergoeding voor de opvang van het Rijk positief uitpakt,’ zegt burgemeester Op de Laak. ‘Winst’ moet je het volgens haar niet noemen. Het is vast niet de ‘vraag’ die Van Montfort bedoelde, maar een echte andere heeft Van Montfort zelf ook niet gesteld. Blijkbaar is Van Montforts frame het overschot ‘winst’ te noemen overheersender dan zijn wens voor besteding ervan.

‘Ik heb behoefte aan een korte schorsing,’ zegt Van Montfort. ‘Technisch klopt het dat het over de Berap gaat,’ zegt hij erna. ‘En ja: als er geld over is gaat dat normaal gesproken naar de algemene reserve.’ Maar dit zijn andere omstandigheden, zegt hij. ‘Vrijwilligers hebben taallessen gegeven, er was geen geld voor boeken — en nu is er winst gemaakt op mensen die halfjaar in containers werden opgevangen.’ Een amendement zal hij niet indienen. ‘Wij voelen ook wel dat daar geen meerderheid voor is.’

Die zal er inderdaad niet zijn, maar niet om de reden die Van Montfort denkt. ‘De kwalificaties die u aan de opvang geeft werp ik verre,’ zegt burgemeester Op de Laak nog, waarmee het bespreekpunt is afgesloten. Niet omdat er niets te zeggen viel, maar omdat er de facto niets werd voorgelegd. Een inhoudelijk voorstel had zomaar wel tot een inhoudelijk debat kunnen leiden. Maar dan moet je wel voordat je je frame begint te timmeren, weten welk gereedschap je daarvoor gebruikt.

Deze column verscheen op 15 december 2025 bij Binnenlands Bestuur.

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.

De discussie over wethouders die zich tegelijkertijd profileren als lijsttrekker krijgt een vervolg. Na een recente column op Wat is democratie waarin John Bijl de spanning tussen bestuur en campagne analyseerde, zijn in de Hoeksche Waard raadsvragen gesteld. In het Algemeen Dagblad licht Bijl zijn standpunt verder toe.

Volgens Bijl botsen de functies principieel. ‘Een wethouder bestuurt de stad en spreekt namens het college, dat met één mond hoort te spreken. Een lijsttrekker daarentegen benadrukt juist de verschillen en voert campagne voor de partij. Die twee rollen botsen.’

Hoewel de wet deze combinatie toestaat, wijst hij op het risico voor het dualisme: de scheiding tussen het controlerende werk van de raad en het uitvoerende werk van het college. In verkiezingstijd wordt die spanning zichtbaarder. ‘Je wilt een lijsttrekker die vrijuit kan zeggen: “Dit is waar wij als partij voor staan.” Maar een wethouder moet compromissen sluiten. Die spanning is onvermijdelijk.’

Bijl pleit daarom voor een structurele oplossing. ‘Maak het onmogelijk dat een raadslid na zijn verkiezing nog wethouder wordt.’ Daarmee worden partijen gedwongen helder te kiezen: wie staat op de lijst om te vertegenwoordigen, en wie bestuurt?

De discussie overstijgt de Hoeksche Waard. Zij raakt aan de kern van representatieve democratie: transparantie, rolzuiverheid en de betekenis van een kandidatenlijst. ‘Een kieslijst is geen vacaturesite voor het wethouderschap. Het is een lijst van mensen die zeggen: ik wil u vertegenwoordigen. Wie zich daarop laat zetten zónder die ambitie, bedriegt de kiezer, zichzelf en de democratie.’

In gemeenten kan maatschappelijke spanning snel politiek worden. Zeker wanneer religie, identiteit en ruimtelijke ordening samenkomen. Dan ontstaat druk op bestuurders om ‘de achterban te volgen’.

De Volkskrant publiceert deze week een uitvoerige reportage over het conflict tussen het Islamitisch Centrum Barendrecht en het gemeentebestuur. De casus laat volgens John Bijl zien hoe kwetsbaar de verhouding kan worden tussen politieke druk en juridische zorgvuldigheid. ‘In een democratie zijn politici niet alleen spreekbuizen van hun achterban, maar hebben zij ook de taak om de belangen van minderheden te beschermen’, zegt hij in de krant.

Juist in dit soort dossiers worden de rechtsstatelijke beschermingsmechanismen zichtbaar: onafhankelijke rechters, bezwaarprocedures en het overgangsrecht. Dat zijn geen formaliteiten, maar waarborgen van behoorlijk bestuur.

Democratie is meer dan meerderheidsmacht. De kwestie in Barendrecht raakt aan kernvragen van lokaal bestuur: hoe bewaak je betrouwbaarheid als overheid in een gepolariseerde omgeving? En welke verantwoordelijkheid draagt het college wanneer maatschappelijke spanningen oplopen? Bestuurders hebben niet alleen een representatieve taak, maar ook een rechtsstatelijke verantwoordelijkheid.

Het besluit over de toekomst van het dorp Moerdijk — mogelijk zelfs de opheffing ervan — wordt opnieuw uitgesteld. Zowel de provincie Noord-Brabant als het Rijk geven onverwacht aan pas in juni een richting te kunnen bepalen, tot grote ergernis van inwoners en bestuurders. De gang van zaken roept de vraag op of er wel voldoende afstemming was voordat het college op 11 november het voornemen presenteerde aan ruim 1100 inwoners.

Volgens Omroep Brabant waren provincie en Rijk wel op de hoogte van de aankondiging, maar niet overtuigd van de timing. De provincie laat weten dat zij “nog niet zover was om een ontwikkelrichting te kiezen”. De betrokken ministeries willen zelfs niet bevestigen of zij het voornemen van het college steunden: ‘Hier houden we het even bij op dit moment.’

Bestuurskundige John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, noemt het onwaarschijnlijk dat het college zonder ruggespraak met hogere overheden zo’n ingrijpende stap zou hebben aangekondigd. ‘Ik kan me niet voorstellen dat het college dit voorstelde zonder de voorkennis dat de rest mee zou gaan. Dat zou dom zijn.’

Ook het idee dat Moerdijk het Rijk en de provincie bewust voor het blok wilde zetten, acht hij niet geloofwaardig. ‘Dat lijkt me ook niet waarschijnlijk.’

Er blijft dan een andere mogelijkheid over: dat er aanvankelijk wél steun was, maar dat provincie of Rijk van positie zijn veranderd. Volgens Bijl is dat bestuurlijk laakbaar: ‘Heel onbehoorlijk. Dan is nu de gemeente ineens de gebeten hond.’

De waarderende woorden van minister Hermans tijdens haar persmoment — zij noemde het besluit van Moerdijk ‘moedig’ — krijgen daarmee een andere lading. Bijl: ‘Moedig dat u de hete kolen voor ons uit het vuur haalt, ja. Zonder handschoenen.’

Over de berichtgeving rondom het raadsbesluit over Moerdijk schreef John Bijl deze column:

‘We hadden een erehaag van de kinderen bedacht,’ zegt de inspreker. Naast haar kijken kinderen verwonderd om zich heen. Ze willen de raad van De Fryske Marren een petitie aanbieden. Maar nu de raad niet in het gemeentehuis in Joure vergadert – de raadzaal wordt verbouwd – strookte dat plan niet met de kinderbedtijd. De grote zaal van Heerenveen, waar de raad nu vergadert, zal op de pre-tieners best indrukwekkend overkomen. Maar deze avond zijn ze niet de enigen die wat onbeholpen overkomen.

‘Mijn dochter wilde de petitie zelf aan de burgemeester geven, maar alleen als ze zelf ook mocht tekenen,’ legt de moeder uit. Naast deze handtekening staan er 186 van ouders uit De Fryske Marren op. ‘We hopen dat het zwembad Ny Sudersé weer open kan,’ licht ze de oproep van de petitie toe. Omdat de eigenaar een nieuwe onderaannemer zoekt, is het bad deels dicht. En een ander bad sluit per 1 januari.

De petitie is niet aan dovemansoren gericht. ‘Wy tinke dat wy in oplossing fûn hawwe,’ zegt Geeske Holtrop (Kleurrijk Fryske Marren) — in de raad van De Fryske Marren wordt doorgaans Fries gesproken. Met een motie vreemd wil ze het college vragen het aantal uren zwemles in Ny Sudersé uit te breiden. ‘Zwemveiligheid is een basisvoorwaarde in een wetterich gemeente.’

Uit een onderzoek bleek er te weinig lesuren beschikbaar te zijn, zegt Holtrop. Er zouden zo’n duizend mensen op een wachtlijst staan. Maar een ander onderzoek wijst juist uit dat er voldoende zwemwater is, interrumpeert Roel Roelevink (CDA). ‘Het zwembad in Lemmer zou moet uitbreiden naar twintig uur,’ antwoordt Holtrop. Nu is dat tien uur, zegt ze. Dat ‘zwemwater’ en ‘zwemlesuren’ twee verschillende grootheden zijn, lijkt hen beiden te ontgaan. ‘U schrijft dat het met urgentie naar de raad moet,’ interrumpeert Ivo de Wolff (VVD), ‘op welke termijn is dat?’

‘Het is nog niet zeker of er een nieuwe exploitant voor het zwembad komt,’ begint Holtrop. Ze doet haar best uit te leggen dat er nog veel onzekerheden zijn. Ze valt even stil. ‘Wat was uw vraag ook al weer?’ Op welke termijn, herhaalt Wolff. ‘We hopen dat het in december gereed is,’ zegt Holtrop.

De Wolff vindt de motie prematuur; de gemeente is aan het werk om een exploitant te vinden. ‘We hebben de finishlijn in zicht.’ Volgens hem is de tien uur zwemles al een minimum. ‘Zoals ik het heb begrepen zitten de uren vast,’ interrumpeert Holtrop. De ondernemer zou wel eens blij kunnen zijn als het er meer worden. Echt een vraag is dat niet. ‘Volgens mij zal deze motie alleen werk creëren,’ vindt ook Roelevink. ‘Is de gemeente wel bevoegd om te zeggen of dit of dat moet gebeuren?’ wil Gerda de Vries (FNP) weten.

Dat is het inderdaad niet, antwoord wethouder Barbara Gardeniers. ’Om tot meer zwemlessen te komen ontraden we de motie,’ zegt ze zelfs. De motie zou de besprekingen tussen de eigenaar en een nieuwe exploitant kunnen vertragen. Als dit bad opengaat is voldoende zwemwater, herhaalt Gardeniers, ook als het andere bad dichtgaat. ‘Het klopt toch dat er maar 13,5 uur zwemles geprogrammeerd staat?’ vraagt Holtrop nog. ‘In het contract staat minimaal 13,5 uur,’ zegt de wethouder, ‘niet maximaal’. Als er meer vraag is, komt er ook meer les.

Met die toelichting houdt Holtrop haar motie maar aan. Beter had ze de technische informatie die ze nu heeft gekregen eerst verzameld, en bijvoorbeeld de wethouder gevraagd hoe ze haar gedrevenheid kon omzetten in een raadsinstrument dat ook het college helpt. Misschien had haar motie dan wel met een schoonsprong geëindigd — in plaats van, nou ja, een bommetje.

Deze column verscheen op 1 december 2025 bij Binnenlands Bestuur.

De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.