‘De moties zijn overigens niet vreemd,’ zegt burgemeester Bram Harmsma. ‘Ze passen alleen niet bij de andere punten op de agenda.’ Formeel heten ze daarom ‘motie vreemd aan de orde van de dag’. De gemeenteraad van Zeewolde behandelt er deze avond maar liefst acht. Maar niet het aantal is het probleem. Het probleem is dat een instrument dat bedoeld is om het debat te openen, hier vooral leidt tot onderbrekingen ervan.
De motie vreemd aan de orde van de dag. Je zou er een ode aan kunnen schrijven. Met dit instrument kan een raadslid zelf een onderwerp agenderen. Er hoeft geen voordracht van het college bij, en voorbereide stukken zijn niet nodig. Het enige wat nodig is, is een A4’tje — of net iets langer — met een paar argumenten en een voorgestelde uitspraak van de raad. Je kunt er het college mee aan- of bijsturen, of een algemene uitspraak doen. Laagdrempelig, en zeker in campagnetijd een instrument waar menig raadslid graag naar grijpt.
‘Voorzitter,’ valt Tom Zonneveld (Leefbaar Zeewolde) de burgemeester in de rede. ‘Vorige vergadering kwam er een motie als een duveltje uit een doosje.’ Normaal gesproken worden moties vooraf gedeeld, zodat raadsleden zich kunnen voorbereiden. Zeker bij moties vreemd is dat niet overbodig. Maar als dat te laat gebeurt — bijvoorbeeld omdat fracties hun eigen overleg al hebben gehad — schiet die voorbereiding erbij in. ‘Vanavond staan er vijf moties die te laat zijn rondgestuurd.’ Het kan zijn dat zijn fractie bij de behandeling om een langere schorsing vraagt, waarschuwt Zonneveld. Met nadruk op het woord ‘langere’.
Nu heeft de Leefbaar Zeewolde een bijzondere positie. Met 10 van de 19 zetels heeft de fractie een absolute meerderheid. Zonder de Leefbaar-fractie kán de raad niet eens stemmen.
Een van de eerste moties komt uit de zogeheten ideeënmarkt. Inwoners konden plannen indienen waarvoor de raad een potje geld heeft vrijgemaakt. De ideeën zijn in moties vervat — en keurig op tijd rondgestuurd. Dit idee stelt een zangfietspad voor, net achter het gemeentehuis. Fietsers worden met borden met tekst en muzieknootjes aangemoedigd hardop te zingen. Drieduizend euro moet het kosten. ‘Een idee dat weinig geld kost, maar waar veel mensen van kunnen profiteren,’ vindt Hans de Groot (VVD), die het voorstel heeft geadopteerd.
‘Een prima idee,’ vindt ook Zonneveld, maar hij zou de locatie liever openlaten. ‘Zodat er ook ruimte is voor participatie,’ zegt hij. ‘Mocht het leiden tot overlast, kun je altijd een andere route kiezen,’ reageert De Groot. ‘Begin er gewoon mee,’ vindt ook wethouder Ernst Bron, ‘afwijken kan altijd nog.’
‘Hoe gaat u dat toetsen?’ vraagt Evert Ekker, eveneens van Leefbaar Zeewolde. ‘Mochten er klachten komen, gaan we heroverwegen,’ antwoordt de wethouder. Voordat de burgemeester de motie in stemming kan brengen, vraagt Zonneveld toch om een schorsing. Erna meldt Ekker dat hij tegen zal stemmen. Zijn fractiegenoot Karin Ekker stemt voor, maar waarschuwt voor klankvorming. Wel wordt het voorstel aangenomen.
‘Dan moeten we toch schorsen,’ zegt Zonneveld bij de moties over de woonvisie, huisvesting arbeidsmigranten en netcongestie. Steeds lijkt de fractie de twijfel te moeten bespreken in een korte onderbreking. Waarna dan de moties worden ingetrokken of aangehouden — en het debat in feite verder geschorst.
Ligt dat aan Leefbaar? De fractie heeft de meerderheid, maar zoekt pas positie in de schorsing. Natuurlijk had de fractie de moties eerder moeten krijgen. Tegelijkertijd lijkt de fractie haar overwicht niet te hebben voorzien van trefzekerheid. Met als gevolg dat het meest veelzijdige raadsinstrument, bedoeld om het debat te openen, in deze vergadering vooral leidt tot het onderbreken ervan. En de lengte van deze vier-en-een-halfuur durende vergadering beter zal worden herinnerd dan de inhoud ervan.
Deze column verscheen op 23 maart 2026 bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
‘Ik ben blij dat iedereen vóór dit voorstel gaat stemmen,’ zegt Sascha Jacobs (FvD). Opgewekt klinkt hij er niet bij. ‘Dan kunnen wij met een gerust hart tegenstemmen.’ De uitkomst van dit debat in Heerlen staat inderdaad al vast. Maar de manier waarop die uitkomst tot stand komt, zegt misschien meer over de Heerlense politiek, dan over het besluit zelf.
Bijna 280 duizend euro wil het college lenen aan de lokale jeugdzorguitvoerder. Voor ‘continuïteit van jeugdhulpverlening’, zo staat in de stukken. ‘Een vervelende maar noodzakelijke afweging,’ vindt Marleen Butink (Jongerenpartij Heerlen). ‘We vinden het van belang dat onze jongeren goede zorg blijven krijgen,’ zegt Marianne van Oosterhout (SP). ‘Jeugdzorg gaat iedereen aan het hart,’ besluit ook Theo de Groot (OPH). ‘Aangezien het hier om een bijzondere doelgroep gaat, kunnen we niet anders dan voor stemmen,’ zegt ook Hannie Heine (CDA). ‘Hoe denkt het college beter te kunnen sturen op risico’s in de toekomst?’ wil Butink nog wel weten.
Jacobs is, zoals gezegd, minder berustend. ‘Een organisatie maakt er gewoon een financiële puinzooi van,’ vindt hij. ‘Moeten we de organisatie dan maar failliet laten gaan?’ vraagt Henk Verreck (PvdA). ‘Laten we de jongeren dan maar creperen op straat?!’
Dat klinkt als een drogreden, maar Jacobs gaat er niet op in. ‘De fout zit in het systeem van aanbestedingen,’ vindt hij. De gemeente wordt daarna afhankelijk van een organisatie, ook als daar fouten worden gemaakt. Ook bij andere instellingen komt dat voor, vindt Jacobs. ‘Maar in de stukken staat dat er geen alternatief voor deze instelling is,’ merkt Roel Leers (Hart-Leers) op.
Dat lijkt Jacobs in het verkeerde keelgat te schieten. ‘Er zijn al jaren problemen!’ zegt hij. ‘Ik denk dat u de mensen in de jeugdzorg enorm tekortdoet,’ interrumpeert De Groot. Die doen goed werk. Ook dat is een drogreden. ‘Ik denk dat u niet goed geluisterd heeft,’ zegt Jacobs dan ook fel. Hij sprak over het financiele situatie, zegt hij, niet over de uitvoering. ‘Het gaat om mismanagement.’
‘Met dossiers als dit zie je dat we lang niet altijd over systemen praten, maar vooral over mensen,’ zegt wethouder Arlette Vrusch als het haar beurt is. ‘Over kinderen die vastlopen en ouders die het niet meer weten.’
Natuurlijk waar, maar ook een gevaarlijke redenering. De gevraagde beslissing van dit debat is immers niet óf jongeren zorg moeten krijgen, maar of deze organisatie op deze manier financieel overeind moet worden gehouden. Zodra die twee vragen door elkaar gaan lopen, ontstaat al snel de logica die in de Britse tv-serie Yes Minister de ‘drogreden van de politicus’ werd genoemd: er moet iets gebeuren; dit is iets; dus dit moet gebeuren.
Het probleem is de marktwerking, vindt ook de wethouder. Maar daar gaat het Rijk over. Om dat te veranderen lobbyt de gemeente — tot die tijd moet het maar zo. Tegelijk moet de instelling er wel voor zorgen dat het beter gaat. ‘Medewerkers die meer productie draaien, de administratieve lasten naar beneden.’
‘Gaat de kwaliteit van de zorg er door achteruit?’ wil Elian Géron (Partij voor de Dieren) nog weten. Alle trajecten worden gewoon doorgezet, verzekert de wethouder.
‘Dit is niet het eerste dossier waar we constant achter de feiten aanlopen,’ besluit Jacobs in de tweede termijn. ‘Zorg voor jongeren in de problemen is nu eenmaal belangrijk,’ vind hij. Maar moet dat bij een organisatie die technisch failliet is?
Met het raadsbesluit om deze instelling deze lening te verstrekken, is het antwoord daarop blijkbaar ‘ja’. Maar niet omdat de raad ervan overtuigd is dat dit de beste oplossing is. Maar omdat niemand zich de politieke consequentie kan veroorloven om ‘dit iets’ niet te doen.
Deze column verscheen op 16 maart 2026 bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
‘Dan komen we toe aan het opiniërende deel van deze vergadering,’ zegt burgemeester Jan ten Kate. De raadsvergadering van Staphorst is dan al een uur bezig, maar dat ging op aan mededelingen en ingekomen stukken. De genomen besluiten zijn zonder deliberatie afgehamerd. Je voelt dan toch een beetje dat het nu moet gaan gebeuren.
Waaronder een businesscase voor het opknappen van een schoolgebouw. ‘Onderwijs is belangrijk, investeren in een gezond binnenklimaat is belangrijk,’ leest Alex Dekker (Gemeentebelangen) vlug van zijn iPad voor. ‘Juist daarom moeten we scherp blijven.’ Volgens Dekker valt de businesscase een half miljoen hoger uit dan de eerdere raming. ‘Bovendien leggen we een exploitatielast op.’ Wie er in de projectgroep zit en of die wel voldoende deskundig is, vraagt hij zich af zonder op te kijken.
‘We zijn al best wel goed geïnformeerd,’ vindt Liesbert Lubberink (PvdA). Haar is het ook opgevallen dat de plannen hoger uitvallen. ‘De businesscase gaat verder dan alleen ventilatie,’ merkt Luuk Hoeve (ChristenUnie) monotoon op. Er is ook gekeken naar koeling en isolatie, terwijl dat niet het oorspronkelijke plan was. ‘Maar uit de stukken blijkt dat dit een samenhangend pakket vormt,’ zo staat er in ook zijn uitgeschreven spreektekst.
‘Met de start van het onderwijshuisvestingsplan is een traject gestart waar onze schoolgebouwen een forse verbeterslag maken,’ leest Roelof Slager (SGP). Vooral de laatste lettergrepen van woorden krijgen van Slager goed de aandacht. ‘Complexe materie,’ vindt hij. Mogelijkheden zijn ‘voorzien van bedragen’. Aan het eind van zijn betoog heeft hij één vraag: ‘Kan de wethouder toezeggen dat de investeringen die worden genomen geen desinvesteringen zijn als er in de toekomst nog ingrijpender maatregelen moeten worden genomen?’ Inderdaad klinkt dat als complexe materie.
Susan Hokse (CDA) heeft blijkbaar vragen al eerder gesteld. ‘We danken het college voor de beantwoording,’ zo staat er op haar iPad. ‘Het geeft ons vertrouwen dat het goed gebeurt.’ Nog voor ze haar laatste woord heeft uitgesproken zet ze de microfoon alweer uit.
Daarmee lijkt ook wethouder Herriët Brinkman een betrekkelijk makkelijke avond tegemoet te gaan. ‘We zijn een aantal jaar geleden een traject ingegaan,’ zegt ze. ‘Zeker met de schoolbesturen.’ Die gaan over het onderwijs zelf, legt ze uit, al mag je aannemen dat iedereen dat toch wel weet. Onderwijs is namelijk belangrijk, legt ze uit. Net als het klimaat op scholen. ‘We gaan forse investeringen doen,’ al legden de stukken dat ook wel uit. Daar zijn eerst normbedragen gehanteerd, legt Brinkman uit. ‘Dan ga je de diepte in en worden er offertes opgevraagd,’ legt de wethouder uit. ‘Dan kijk je wat er nodig is op de school.’
‘Dit is dan toch een ander plan dan in 2023,’ vraagt Lubberink nog. Dat klopt, zegt Brinkman. ‘Je moet naar meer kijken dan alleen ventilatie. Het zou jammer zijn als je maar de helft doet van wat nodig is.’ Vast ook waar, maar wat legitimeert eigenlijk een afwijking van ruim een half miljoen euro ten opzichte van het eerdere plan?
‘Ik denk dat we een goed voorbeeld hebben gezet van samenwerking,’ zegt Slager in zijn tweede termijn. Onderwijs is immers belangrijk, vindt hij, al twijfelt daar vast niemand over. ‘Wij gunnen alle scholen een goed leerklimaat,’ zegt ook Lubberink. Ze wil wel oproepen goed te kijken naar de andere schoolgebouwen.
Het investeringsplan kan daarmee als hamerstuk door naar de besluitvorming, constateert de raad. Niet omdat onderwijs onbelangrijk is, maar ook niet omdat onderwijs juist zo belangrijk is. Maar omdat in Staphorst een plan met een forse afwijking van de eerdere raming kan worden besproken, en een paar voorleesbeurten blijkbaar genoeg zijn om het er later niet nog eens over te hebben.
Deze column verscheen op 9 maart 2026 bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
‘Zoals u misschien al aan mijn stem kunt horen, is carnaval begonnen,’ zegt burgemeester Michiel van Veen. En inderdaad: voor de deur van het gemeentehuis mixt in een feesttent de DJ soepeltjes Adele met Robin S. ‘Ik hoop dat we het geluid van de tent hiertegenover kunnen overstemmen.’
Terwijl er buiten in panterpakken wordt doorgehost, spreekt de raad over woningbouw. ‘Dat staat bij velen op één,’ zegt Marius Vos (Sociaal Gemert-Bakel). Ook bij zijn fractie. Vos is dan ook te spreken over het plan om op de Deelse Kampen met een ondernemer woningen te ontwikkelen.
Eén ding valt hem wel tegen. Om tot dit plan te komen is er een ruimte-voor-ruimte-regeling getroffen. In dat gebied, de zogeheten Noordhoek, wordt maar 20 procent sociale huur gebouwd, terwijl in de Deelse Kampen de 30-procentnorm geldt. Onterecht, vindt Vos. ‘Wat voor de ene projectontwikkelaar geldt, moet ook voor de andere gelden. Gelijke monniken, gelijke kappen.’
Zo komt de gemeente niet aan genoeg betaalbare woningen, vindt ook Laurens van den Berg (D66). In totaal worden er 614 woningen gebouwd, waarvan 30 procent sociaal. ‘Dat zijn er 185.’ In de stukken staat echter dat er 165 komen. ‘Da’s dus te weinig.’ Juist dan is die 20 procent in de Noordhoek niet logisch, vindt Jan Vroomans (Politiek op inhoud). ‘Er is geen enkele bestuurlijke onderbouwing voor geweest om van die 30 procent af te wijken.’ Samen met Van den Berg en Vos dient Vroomans een motie in om ook daar 30 procent sociale huur te realiseren.
‘Het gaat niet over percentage sociale huur per bouwplan,’ werpt Toon Coopmans (Dorpspartij) tegen. Je moet naar het totaal kijken, vindt hij. ‘Het gaat erom dat je gemiddeld rond die 30 procent uitkomt.’ Daarnaast moet de mix kloppen: ‘sociale huur, middenhuur, middenkoop en het dure segment.’ En de voorzieningen moeten meegroeien. ‘Als we woningen neerzetten, wordt ook verwacht dat we daar de benodigde voorzieningen bijzetten.’
‘We zijn gewoon blij dat er zo snel zoveel woningen gebouwd gaan worden,’ zegt Anne van Berlo (VVD). Ze begrijpt de oproep van Vroomans en de anderen, maar het is niet haalbaar om het percentage bij elk project afzonderlijk vast te zetten, vindt ze.
Van den Bergs rekensom klopt in ieder geval niet, legt wethouder Willeke van Zeeland uit. In totaal komen er 180 sociale woningen in de Deelse Kampen. Daarmee wordt voldoende gecompenseerd om toch aan de doelstellingen voor sociale woningen te komen. ‘Ik heb nul bestuurlijke overwegingen gehoord waarom we bij drie projecten 31 procent sociale woningen eisen, en in de Noordhoek 20 procent genoeg is,’ herhaalt Vroomans. ‘Het is gewoon principieel.’
Het lijkt erop dat Vroomans, en met hem vast ook Van den Berg en Vos, de enige zijn. Hun motie zal het, door gebrek aan medestanders, niet halen. ‘Wij hebben er vertrouwen in,’ zegt Stefan Janszen (CDA). ‘Ik begrijp het ongemak,’ zegt Willie van den Heuvel (Lokale Realisten). Maar als alle partijen hun werk goed doen, zou extra regelgeving niet nodig moeten zijn.
Laten we het hopen. De natuurlijke aversie tegen nieuwe regels is begrijpelijk. Maar veel andere middelen om te controleren of zijn kaders daadwerkelijk worden nageleefd dan erover spreken, heeft de raad niet. Wellicht is deze vergadering al genoeg om ervoor te zorgen dat het college op zijn qui-vive is. Raadsvergaderingen zijn, net zo goed als moties en amendementen, óók een raadsinstrument.
Misschien verandert deze vergadering dan niets aan het percentage sociale huur in de Noordhoek. Maar maakt het wél duidelijk waar het hoogste bestuursorgaan de lat legt — en waar het college voortaan op wordt aangesproken. En blijkt het feest van de democratie ook gewoon een goede vergadering te kunnen zijn.
Deze column verscheen op 23 februari 2026 bij Binnenlands Bestuur.
Met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht spreken vrijwel alle Rotterdamse partijen uit dat zij de komende periode niet willen samenwerken met Forum voor Democratie. Aanleiding zijn de banden van twee kandidaten met de nationalistische jongerenorganisatie Geuzenbond. Wat betekent zo’n boycot voor de lokale democratie?
In een interview met Open Rotterdam plaatst John Bijl de discussie in het staatsrechtelijke kader. ‘Dat ze geboycot worden door andere kandidaten wil niet zeggen dat ze daarmee geen toegang hebben tot het gemeentebestuur. Je kan iemand niet boycotten van de verkiezingen.’
Een politieke keuze om niet samen te werken is iets anders dan institutionele uitsluiting. Wie wordt gekozen, heeft zitting in de gemeenteraad met dezelfde rechten en plichten als ieder ander raadslid. ‘Ik zit ook niet te wachten op mensen op een kieslijst die actief zijn in anti-mensenrechtelijke of antidemocratische groeperingen. Maar het gaat wel te ver om te zeggen dat je daarmee niet mee zou kunnen doen aan de verkiezingen.’
De kernvraag is daarmee niet of partijen afstand nemen – dat is een legitieme politieke keuze – maar hoe de democratische procedure wordt beschermd. In een vertegenwoordigende democratie is het aan de kiezer om zich uit te spreken over kandidaten op het stembiljet.
Volgens Bijl is transparantie daarbij essentieel. ‘Ik denk wel dat het de democratische kijk van de kiezers vaag maakt. Ik kan me goed voorstellen dat je als politicus geen zin hebt om op één podium te staan met iemand die actief is in de Geuzenbond.’ Juist daarom moet duidelijk zijn wie zich verkiesbaar stelt en waar kandidaten voor staan.
De Rotterdamse situatie laat zien hoe politieke afwijzing en procedurele rechtvaardigheid naast elkaar bestaan. Partijen mogen principiële grenzen trekken in samenwerking. Maar het kiesrecht en de toegang tot het vertegenwoordigend proces zijn institutioneel geborgd – en vormen het fundament van de lokale democratie.
Dit onderwerp raakt aan een bredere vraag: hoe verhouden politieke grenzen zich tot het institutionele fundament van de democratie? Over dat onderscheid wordt nader geschreven in de columnreeks Wat is democratie?

De aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen in Terneuzen wordt gekenmerkt door opvallend veel wisselingen in het bestuur. In een reportage van Omroep Zeeland reflecteert John Bijl op wat die nieuwe gezichten betekenen voor de verkiezingsstrijd.
Na het vertrek van burgemeester Erik van Merrienboer is Franc Weerwind aangetreden als waarnemer. Ook binnen het college schuift het: nieuwe wethouders, een aangekondigd vertrek en partijwisselingen zorgen voor een bestuur in transitie, vlak voor de verkiezingen van 18 maart.

Volgens Bijl maakt dat de campagne extra dynamisch. Nieuwe namen kunnen energie en verwachtingen oproepen. Tegelijkertijd waarschuwt hij dat politieke vernieuwing niet betekent dat bestaande kaders verdwijnen. Het dossier rond het asielzoekerscentrum zal naar verwachting ‘één van de hot topics’ worden in de campagne.
Daarbij plaatst hij een duidelijke kanttekening: ‘Maar de spreidingswet is er nog steeds, die gaat niet weg. Wanneer je nu campagne gaat voeren met: geen asielzoekerscentrum in Terneuzen, dan draai je de kiezers een rad voor ogen.’
Nieuwe gezichten kunnen het debat veranderen, maar niet de wettelijke werkelijkheid. Juist in verkiezingstijd vraagt dat om bestuurlijke eerlijkheid: beloven wat kan, en uitleggen wat niet kan.
De ene gemeente betaalt 100 euro voor een avond stemmen tellen, de andere 35 euro. In een uitzending van BNR Nieuwsradio reageert John Bijl op onderzoek naar de vergoedingen voor stemmentellers in de twintig grootste gemeenten.
Volgens Bijl is het verschil in de eerste plaats een kwestie van vraag en aanbod. ‘Als je wat meer moeite hebt om vrijwilligers te vinden, dan moet je soms wat meer betalen. Die stemmen moeten geteld worden.’ Gemeenten mogen de hoogte van de vergoeding zelf bepalen, en dat is volgens hem terecht. Landelijke uniformering kan averechts werken: wat in de ene gemeente ruim voldoende is, kan elders tot tekorten leiden.
Tegelijk zegt het verschil iets over betrokkenheid. ‘Je moet er niet te veel in filosoferen, maar het laat wel iets zien over hoe zo’n samenleving in elkaar steekt.’ In sommige gemeenten is het eenvoudiger om vrijwilligers te vinden voor stembureaus en het tellen van stemmen dan in andere. Dat raakt aan een fundamentelere vraag: hoe stevig is de democratische gemeenschap lokaal verankerd?
Genoeg vrijwilligers hebben is van groot belang. Bijl wijst ook op de praktische kant van het werk. Het tellen van stemmen vraagt concentratie en zorgvuldigheid. ‘Het is echt opletten geblazen. Als je de hele dag aanwezig moet zijn, ben je écht heel moe tegen die tijd.’ Het opsplitsen van diensten in shifts is volgens hem zorgvuldiger georganiseerd dan één lange werkdag. Dan moet de gemeente dus ook voldoende tellers in kunnen zetten.
Tot slot pleit hij ervoor het voor meer mensen mogelijk te maken zich in te zetten voor de democratie. Niet alleen ambtenaren zouden een werkdag moeten kunnen inzetten voor het werk op een stembureau. ‘Je zet je in voor iets wat voor ons allemaal belangrijk is.’ Democratie is geen zaak van professionals alleen, maar van de gemeenschap als geheel.
Vergoeding voor stemmen tellen in Almere drie keer zo hoog als in Arnhem (BNR, 10 februari 2026)
Grote verschillen in vergoeding stemmentellers (Binnenlands Bestuur, 10 februari 2026)
Het vertrouwen in de lokale politiek krijgt een onvoldoende in een lezersonderzoek van het AD. In Spraakmakers op NPO Radio 1 duidt John Bijl deze cijfers in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen.
‘Nee, dat is niet best,’ zegt hij over de uitkomsten. Tegelijkertijd plaatst hij de cijfers in perspectief. Ook landelijke politieke discussies werken door in het oordeel over het lokale bestuur. ‘Ook dit onderzoek wordt beïnvloed door de kijk van mensen op de landelijke politiek. De azc-discussies hebben er ook niet aan bijgedragen.’
Volgens Bijl ligt de sleutel tot herstel van vertrouwen niet in betere marketing, maar in betere uitleg. ‘Het eerste en belangrijkste wat lokale bestuurders moeten doen, is laten zien welke afweging ze maken. Niet wélk besluit je hebt genomen, maar welke afweging je hebt gemaakt.’
Hij illustreert dat met een herkenbaar voorbeeld: ‘Als je mensen vertelt dat ze hun vrije uitzicht kwijtraken, maar dat het ook belangrijk is om huizen te bouwen voor starters in de gemeente, dan vinden ze dat misschien niet leuk, maar ze begrijpen het wel. Dan kweek je wat empathie.’
Daarmee raakt hij aan de kern van representatieve democratie: niet iedereen krijgt zijn zin, maar iedereen moet kunnen volgen hoe een besluit tot stand komt.
In de uitzending wijst Bijl ook op het effect van gemeentelijke herindelingen. ‘Een gemeente is in de eerste plaats een gemeenschap. En dat wordt doorsneden wanneer er een herindeling komt.’ Het kan volgens hem jaren duren voordat vertrouwen en betrokkenheid zich herstellen.
‘Dan wil ik een schorsing!’ zegt wethouder Wim Wink kortaf. Terwijl het doen van een voorstel van orde toch écht is voorbehouden aan raadsleden en de voorzitter. Maar misschien is wat hier aan de raad is, en wat aan het college, wel het echte thema van deze avond.
Op de agenda staat wel een document wat de gemoederen los maakt: de Regionale Energie Strategie, de RES 2.0. Een gezamenlijk stuk van alle gemeenten in de regio; het moet organiseren hoe iedereen een bijdrage gaat leveren aan lokale energieopwekking.
Insprekers maken zich zorgen. ‘De RES zet de deur wagenwijd open voor drie giga-windturbines bij de A73,’ zegt de eerste. ‘Er is nooit sprake geweest van een derde molen,’ zegt een ander. Ze vrezen gezondheidsschade en landschapsvervuiling. ‘Het ondermijnt uw ambitie om een aantrekkelijk Heumen te zijn.’
Marcel Hermens (DGA) wil een aanpassing in de RES. In de energievisie staat nog steeds het Kommengebied aangewezen als lokatie voor windmolens, maar onderzoek heeft al laten zien dat dit niet kan. Met een amendement stelt hij voor ‘de RES te updaten’. Theo Müller (PvdA) is het daarmee eens. ‘We moeten zo snel mogelijk duidelijkheid aan de inwoners bieden.’
Die duidelijkheid heeft een prijs. ‘Strikt genomen hebben we nu geen zoekgebied meer,’ constateert Müller. Door het Kommengebied te schrappen staat er in de RES geen plan meer om te voldoen aan de energieopgave. ‘Het is nu aan het college om met een nieuw voorstel te komen,’ zegt Müller. Snel, want er is al onrust over de windmolens bij de A73. ‘In buurtapps lees ik dat een bedrijf zich al gemeld heeft. En als we niks doen krijgen we een aanwijzing van de provincie.’ Müller stelt daarom voor om op korte termijn een informatieavond te organiseren over de mogelijkheden.
‘Het enige alternatief is de A73,’ interrumpeert Gerard Laenen (D66). ‘Die duidelijkheid moet het college geven,’ vindt Müller. Rob de Graaf (CDA) en Saskia Tuinder (GroenLinks) vinden de informatieavond een goed idee. ‘Het is niet voor niets dat hier zoveel mensen aanwezig zijn,’ zegt Tuinder. ‘Er ligt al een voorstel van een ontwikkelaar,’ weet Tuinder. Dan is het bijvoorbeeld relevant te weten wanneer de gemeente of wanneer de provincie daarover het bevoegd gezag is.
Wethouder Wink houdt liever vast aan de ongeamendeerde RES. ‘Voor je het weet gaan we discussiëren over een voorstel wat er nog niet ligt.’ waarschuwt hij. Ook een nieuwe informatieavond ziet hij niet zitten. Er zijn al werkbijeenkomsten geweest. ‘We moeten voorkomen dat het een herhaling van zetten wordt.’
‘Er is heel veel onduidelijkheid,’ interrumpeert Müller. ‘Als u naar het windbeleid kijkt, krijgt u al heel veel antwoorden,’ vindt Wink. ‘Wilt u het doen of niet?’ vraagt De Graaf.
En dan wil Wink de schorsing.
Erna lijkt de wethouder toeschietelijker. ‘Er komt van het college geen amendement op het amendement,’ zegt hij — al kan ook daarover alleen de raad voorstellen doen. Ook de informatieavond gaat er komen, zegt Wink. ‘Ik moest het even op me in laten werken,’ zegt hij. Het amendement én de RES worden unaniem aangenomen. De informatieavond komt er, en het college gaat aan de slag met een nieuw voorstel voor energieopwekking.
Eind goed, al goed? Het zal moeten blijken of de opdrachten voor de avond of de energieopwekking scherp genoeg zijn.
Dat had wethouder ook anders kunnen doen. In plaats van zelf raadsinstrumenten te gebruiken, had hij om een duidelijker kader kunnen vragen. Niet omdat de raad dan op de stoel van het college gaat zitten, maar om juist eens te voorkomen dat een wethouder op de stoel van de raad belandt.
Deze column verscheen op 9 februari 2026 bij Binnenlands Bestuur.
De Mystery Burger zit elke week op een willekeurige publieke tribune bij een gemeente of provincie. Elke maandag doet hij in Binnenlands Bestuur verslag van de kwaliteit van de besluitvorming en het overleg. Donderdags verschijnt de column ook als nieuwsbrief via Substack — met extra reflecties en tips voor raadsleden, burgemeesters, voorzitters en griffiers.Wil je de column mét tips wekelijks in je inbox? Abonneer je dan hier.
De bestuurlijke onrust in Voorne aan Zee is volgens John Bijl geen verrassing. In het AD duidt hij de spanningen in de fusiegemeente, die begin 2023 ontstond uit het samengaan van Hellevoetsluis, Brielle en Westvoorne.
Vorige week traden opnieuw twee wethouders af na een motie van wantrouwen in een integriteitskwestie. In een eerder onderzoeksrapport werd kritisch geoordeeld over het integriteitsbesef binnen het gemeentebestuur.
Volgens Bijl moet de situatie ook in het licht van de herindeling worden bezien. ‘Cultuurveranderingen gaan niet vanzelf. Mijn professor zei altijd: daar staat vijf tot tien jaar voor. In de politiek duurt het gewoon een paar verkiezingen. Dus zestien tot twintig jaar of zo.’
Voorne aan Zee kent volgens Bijl feitelijk twee fusies: die van drie gemeenten én die van politieke verenigingen die samen één nieuwe lokale partij vormen. ‘Het lijken me twee fusies: die van drie gemeenten en van drie verenigingen tot een politieke partij.’
Dat heeft gevolgen voor onderlinge verhoudingen. Een fractie kan formeel één partij zijn, maar in de praktijk nog bestaan uit meerdere politieke culturen. Bijl hoorde van een fractievoorzitter die een jaar na een herindeling nog steeds het gevoel had vier fracties voor te zitten.
Ook de toon in het debat speelt mee. ‘Het valt me vooral op dat de taal wat ruwer is dan in andere gemeenten. Maar dat past wel bij Hellevoetsluis.’
Volgens Bijl vraagt het ontstaan van een nieuwe politieke cultuur tijd. ‘Een politieke samenleving van die schaal heeft andere ordening nodig.’ Dat betekent dat bestuurders zich bewust moeten zijn van de overgangsfase waarin de gemeente zich bevindt.
Bestuurlijke rust laat zich niet afdwingen met één rapport of één besluit. Het opbouwen van vertrouwen, het ontwikkelen van gezamenlijke omgangsvormen en het vinden van een gedeelde bestuursstijl vergen meerdere jaren – en vaak meerdere verkiezingen.
De situatie in Voorne aan Zee onderstreept daarmee een bredere les: een herindeling is niet alleen een organisatorische operatie, maar ook een culturele. En cultuur laat zich niet fuseren per raadsbesluit.