Partijen die campagne voerden tegen de Spreidingswet beloven de uitvoering ervan tegen te houden. Omroep Gelderland vroeg het Periklesinstituut wat een gemeenteraad daarin werkelijk kan. De discussie laat zien waar de democratische ruimte van gemeenten begint – en waar zij ophoudt.
Veel partijen wonnen de gemeenteraadsverkiezingen met de belofte dat er in hun gemeente geen asielzoekerscentrum zou komen. Maar een verkiezingsbelofte is nog geen bevoegdheid. Dat blijkt uit een reportage van Omroep Gelderland over de uitvoering van de Spreidingswet.
In verschillende Gelderse gemeenten willen partijen de uitvoering van de wet tegenhouden of vertragen. Volgens directeur John Bijl van het Periklesinstituut is die ruimte beperkt. ‘Dit soort zaken zijn eerder geprobeerd. Uiteindelijk werden besluiten alsnog uitgevoerd door de landelijke of provinciale overheid. Je verliest alleen veel tijd.’
Dat heeft te maken met de manier waarop Nederland is ingericht. Gemeenten hebben een eigen democratisch gekozen gemeenteraad, maar maken tegelijk deel uit van één rechtsstaat. Als de landelijke wetgever een wet vaststelt, zijn gemeenten verplicht die uit te voeren. De gemeenteraad kan daarbij vaak wel keuzes maken over de uitvoering – bijvoorbeeld over de locatie of de inrichting van opvang – maar niet besluiten dat een wet binnen de eigen gemeente eenvoudigweg niet geldt.
Juist dat onderscheid is in verkiezingscampagnes soms lastig zichtbaar. Partijen kunnen zich uitspreken tegen een wet en proberen die via de landelijke politiek gewijzigd of ingetrokken te krijgen. Zolang de wet echter van kracht is, hebben gemeenten de verantwoordelijkheid om haar uit te voeren.
Volgens Bijl past het bewust rekken van procedures daarom niet goed bij die bestuurlijke verantwoordelijkheid. ‘Het idee is juist de lasten van de asielopvang eerlijk te spreiden. Het doel is om solidair te zijn.’