Over hoe Provinciale Staten proberen te sturen, terwijl het schip al onderweg is.
‘Wij zijn zeer blij met het Statenvoorstel,’ zegt Niels Oosterom (BBB). Het college van de provincie Zuid-Holland heeft een oplossing gevonden voor de veerdienst van Maasluis naar Rozenburg. Sinds de opening van de Blankenburgtunnel een paar kilometer verderop verloor de pont bijna 90 procent van alle passagiers.
De tunnel is niet voor iedereen een uitkomst. Een klein elektrisch autoveer moet dat gelijkmaken. Oosterom maakt zich nog wél zorgen over de vorm. In het voorstel staat dat de provincie het veer koopt, en voor de exploitatie verhuurt aan een particulier. ‘We lopen het risico ermee uit te komen op een suboptimaal aanbestedingsresultaat,’ vindt ook Lars Klappe (PvdA-GroenLinks). Met een amendement zou hij eerst onderzoek willen.
Benjamin Boersma (SP) vraagt zich met een motie af of de doelstellingen van de provincie hard genoeg zijn. ’Aanbestedingen worden gegund op afstand tussen stoelen en zero-emissie, maar we hebben genoeg voorbeelden waar toch diesel wordt gebruikt,’ zegt hij. Zo zijn er meer wensen. ‘Het kleine veer is ons te groot,’ vindt Robbert-Jan Vonk (PvdD). Met een amendement stelt hij het kleinst mogelijke autoveer voor. ‘Kan de gedeputeerde toezeggen dat in het programma van eisen wordt opgenomen dat het schip ook kan varen bij windkracht hoger dan 7,’ vraagt Luuk Wilson (JA21). Hij heeft er ook een amendement voor ingediend. ‘We hebben afgesproken dat het opstellen van het programma van eisen een collegebevoegdheid is,’ zegt Michel Rogier (CDA). Wel wil hij weten wanneer de Staten daarvoor inbreng kan leveren.
Er is genoeg onderzoek naar de mogelijkheden voor exploitatie, vindt gedeputeerde Frederik Zevenbergen, en dit bleek de beste oplossing. ‘Nieuw onderzoek zal niks opleveren,’ vindt hij. Hij wil wel toezeggen de Staten het programma van eisen te laten inzien.
‘Hebben we dan nog keuze?’ interrumpeert Steven Datema (ChristenUnie). Het is een collegebevoegdheid, legt Zevenbergen uit. ‘Maar het praktische antwoord is dat het erg onverstandig is als het college de wens van de Staten negeert.’
Echt een toezegging aan de Staten invloed te hebben, is het niet. Hooguit een hint. Nergens staat er in de planning wanneer de Staten deze invloed uitoefent, erover debatteert en er een formeel en afgewogen besluit over neemt. Hoe garandeer je dan, dat de wens van Staten dan ook daadwerkelijk de wens van de meerderheid is? Laat staan verschillende opties en consequenties ervan tegen elkaar zijn afgewogen?
‘Hoor ik hier de gedeputeerde toezeggen dat er invulling is gegeven aan de motie van de SP?’ vraagt Boersma. ‘Zo zou je dat kunnen zien,’ vindt Zevenbergen. ‘Ik had nog wat vragen gesteld over de input van het programma van eisen,’ herhaalt Rogier nog. ‘Kijk,’ antwoordt Zevenbergen, ‘u geeft ons de kaders mee.’ Als het programma van eisen er dan ligt, is het ondoenlijk dat weer te herzien. De Staten krijgt het… ‘ter kennisname’. ‘Is dit dan het moment waarop wij de kaders meegeven?’ vraagt Rogier, ‘of komt die ronde nog?’ Die vraag lijkt inmiddels retorisch. ‘Nee, dat doet u nu,’ zegt Zevenbergen.
‘Zou het een idee zijn om van de nadere uitwerking een Statenvoorstel te maken?’ suggereert Klappe nog, maar ook dat ziet de gedeputeerde niet zitten. Uiteindelijk worden alle wijzigingsvoorstellen ingetrokken; het Statenvoorstel wordt ongewijzigd aangenomen. De bevoegdheid voor het opstellen van het programma van eisen blijft bij het college.
Al bestaat die bevoegdheid omdat de Staten daar zelf voor heeft gekozen. Ze hadden ervoor kunnen kiezen om die inbreng voor dat programma van eisen eerder mee te geven. Kaderstellen doe je immers voordat je een opdracht geeft. En dat de Staten zich pas nu presenteert als beste stuurlui aan wal, komt toch echt doordat ze zelf niet op tijd aan boord zijn gegaan.
Deze column verscheen op 5 januari 2026 bij Binnenlands Bestuur.