Nieuwsbericht

Politieke dieren in gevaar? Over actieve participatie en de toekomst van de democratie

Politieke participatie neemt af, en dat bedreigt de democratie, betoogde John Bijl op het PvdA-congres in het NBC Congrescentrum. De lage verkiezingsopkomst en het tekort aan kandidaten ondermijnen het politieke systeem. ‘Democratie leeft bij de gratie van het verschil’ – en juist dat verschil dreigt te verdwijnen

Redactie - 12 juni 2022
John Bijl op het PvdA-congres (beeld: screenshot PvdA)

‘Democratie bestaat bij de gratie van het verschil. En ik zou willen beweren dat de essentie van democratie het erkennen van die verschillen is.’

Met die woorden zette John Bijl, directeur van het Periklesinstituut, zijn publiek aan het denken tijdens het PvdA-congres op 11 juni 2022 in het NBC Congrescentrum. In zijn lezing over de staat van politieke participatie in Nederland schetste hij een zorgwekkend beeld. Hoewel Aristoteles de mens ooit omschreef als een ‘zoön politikon’ – een politiek dier – lijkt dat dier tegenwoordig met uitsterven bedreigd. De actieve politieke betrokkenheid is in een vrije val geraakt, en dat heeft grote gevolgen voor de democratie.

Bijl wees op de dalende opkomst bij verkiezingen. ‘De opkomst is alarmerend laag,’ stelde hij. ‘In Rotterdam ging slechts 38,9 procent van de stemgerechtigden naar de stembus, en in sommige wijken kwamen niet meer dan 5,5 procent van de kiezers opdagen.’ Volgens onderzoek blijft een grote groep thuis omdat ze de gemeentepolitiek niet begrijpen of niet weten wat raadsleden precies doen. Maar het probleem zit dieper. “Het is niet alleen het actief kiesrecht dat onder druk staat, het passief kiesrecht is er nog erger aan toe.”

Slechts een fractie van de Nederlanders stelt zich kandidaat voor een politieke functie. Hoewel er bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen een recordaantal kandidaten was (1.591), blijft dat slechts 0,012 procent van het electoraat. Op lokaal niveau is de situatie nijpend: hele afdelingen van partijen besluiten niet mee te doen aan verkiezingen omdat ze geen kandidaten kunnen vinden. ‘En van de mensen die zich kandidaat stellen, doet een groot deel dat tegen wil en dank – “lijstvulling” die soms onverwachts raadslid wordt,’ aldus Bijl.

Volgens hem ligt een groot deel van de verantwoordelijkheid bij de politieke partijen zelf. “In theorie kan iedereen zich kandidaat stellen, maar in de praktijk worden kieslijsten gevuld vanuit de eigen ledenbestanden van partijen.” Die ledenaantallen stellen echter weinig voor: Nederland telt zo’n 37.000 actieve leden van landelijke partijen, en een kleine 12.000 bij lokale partijen. Dat betekent dat er amper 40.000 mensen beschikbaar zijn voor 20.000 politieke functies. ‘Een keuze hebben van één op twee, dat is geen selectieproces meer, dat is een noodgreep.’

Het probleem van dalende participatie raakt ook de discussie over de mogelijke fusie tussen de PvdA en GroenLinks. In dat debat mist Bijl een fundamenteel element: politieke partijen zijn geen machtsvehikels, maar hebben als eerste taak het emanciperen en organiseren van hun achterban. ‘De grootte van een fractie bepaalt niet de macht, de kracht van de argumenten wel.’ Fusies, zo waarschuwde hij, kunnen averechts werken. ‘De geschiedenis laat zien dat gemeentelijke herindelingen vaak leiden tot een dalende opkomst. Waarom zou dat bij politieke partijen anders zijn?’

Het pleidooi van Bijl kwam uiteindelijk neer op een centrale boodschap: links zou niet moeten zoeken naar eenheidsworst, maar juist naar verscheidenheid. “Mensen willen wat te kiezen hebben. Pluriformiteit is een zege, niet een obstakel.” Democratie bloeit niet door verschillen te verdoezelen, maar door ze te erkennen en te benutten.

De lezing is hier terug te kijken. Lever lezen? De uitgeschreven tekst staat hier.