In de media

Kandidaat-wethouder? Dan begint de politieke toets pas

Een wethoudersbenoeming is meer dan een integriteitstoets. De voordracht van Henk Harms in Den Haag laat zien dat de gemeenteraad uiteindelijk zelf een politieke afweging moet maken tussen vertrouwen, deskundigheid en gezag.

Redactie - 16 juli 2026
Het stadhuis van Den Haag (Foto: Wikimedia Commons)

De voordracht van Henk Harms als wethouder in Den Haag leidt tot veel discussie. Volgens het Algemeen Dagblad willen verschillende oppositiepartijen uitgebreid spreken over zijn benoeming, nadat Harms in 2020 als topambtenaar vertrok wegens schending van de gedragscode. Tegelijkertijd wijzen anderen juist op zijn grote kennis van de Haagse gebiedsontwikkeling en woningbouw. Daarmee laat deze benoeming zien waar de gemeenteraad uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor is.

De screeningscommissie concludeerde dat er geen formele integriteitsbelemmeringen zijn voor een benoeming. Daarmee is de vraag echter niet beantwoord of iemand ook politiek geschikt is om wethouder te worden. Die afweging ligt nadrukkelijk bij de gemeenteraad.

Harms voldoet volgens de screening aan de formele eisen voor benoeming. Daarmee is de politieke discussie echter niet voorbij. Eerdere integriteitskwesties blijven vaak aan bestuurders kleven, ook wanneer zij juridisch zijn afgedaan. Dat maakt de keuze om zo’n kandidaat voor te dragen een politieke keuze, met voorspelbare gevolgen. Juist daarom is het aan de gemeenteraad om uiteindelijk te beoordelen of een kandidaat voldoende vertrouwen geniet om wethouder te worden.

‘Een screening vervangt het politieke oordeel niet’, zegt John Bijl van het Periklesinstituut. ‘De raad benoemt een wethouder omdat hij vertrouwen heeft dat iemand het ambt goed kan vervullen. Daarbij spelen veel meer factoren dan alleen de vraag of er juridische bezwaren bestaan.’

Juist daarom kan een wethoudersbenoeming ingewikkeld zijn. In het geval van Harms botsen verschillende argumenten. Zijn vertrek in 2020 roept vragen op over vertrouwen en integriteit. Tegelijkertijd wordt hij, ook door mensen uit de vastgoedsector, gezien als een bestuurder met uitzonderlijke kennis van gebiedsontwikkeling die grote woningbouwprojecten vooruit kan helpen.

Dat betekent dat de gemeenteraad geen administratieve controle uitvoert, maar een politieke afweging maakt. ‘Je stuurt iemand toch met een stuk rood vlees om z’n nek de arena in’, zegt Bijl. ‘Wanneer je een kandidaat voordraagt van wie je weet dat zijn verleden onderwerp van debat zal zijn, moet je accepteren dat de raad daar kritische vragen over stelt.’

De discussie in Den Haag laat daarmee zien waarom de benoeming van wethouders bij de gemeenteraad ligt. Niet omdat de raad feitenonderzoek moet overdoen, maar omdat uiteindelijk een politiek oordeel nodig is over wie het vertrouwen krijgt om een van de belangrijkste bestuursfuncties van de gemeente te vervullen.