In de media

Na een kabinetsval hoeft de kiezer niet altijd terug naar de stembus

Moeten na een kabinetsval altijd nieuwe verkiezingen volgen? In Spraakmakers op NPO Radio 1 legt John Bijl uit waarom een parlementaire democratie juist vraagt om opnieuw formeren. De discussie laat zien waar in Nederland het politieke mandaat eigenlijk ligt.

Redactie - 16 juni 2026
Fragment uit de aflevering (Screenshot NPO Radio 1) Fragment uit de aflevering (Screenshot NPO Radio 1)

Als een kabinet valt, volgen in Nederland vrijwel automatisch nieuwe verkiezingen. Maar is dat eigenlijk wel logisch? In het radioprogramma Spraakmakers op NPO Radio 1 reageerde John Bijl op een pleidooi van vertrekkend vicepresident van de Raad van State Thom de Graaf om na een kabinetsval eerst opnieuw te formeren, in plaats van direct verkiezingen uit te schrijven. De discussie raakt aan een fundamentele vraag: van wie is eigenlijk het mandaat om een regering te vormen?

Volgens Bijl is het uitschrijven van nieuwe verkiezingen vaak een te gemakkelijke uitweg. ‘Het is veel te makkelijk om weer een nieuw electoraal mandaat te gaan halen, terwijl je de opdracht hebt om er vier jaar uit te komen.’ Die opdracht ligt volgens hem niet bij het kabinet, maar bij de Tweede Kamer. Als een coalitie uiteenvalt, zou de Kamer daarom eerst moeten onderzoeken of op basis van dezelfde verkiezingsuitslag een andere meerderheid mogelijk is.

Juist gemeenten laten zien dat zo’n benadering goed past binnen een parlementair stelsel. Wanneer een gemeentelijke coalitie uiteenvalt, blijven de raadsleden immers gewoon zitten. Er wordt opnieuw onderhandeld totdat een nieuw college kan rekenen op een meerderheid in de gemeenteraad. Ook in landen als Denemarken is dat gebruikelijk: een kabinet kan veranderen van samenstelling zonder dat er eerst nieuwe verkiezingen worden gehouden.

Volgens Bijl heeft die werkwijze nog een belangrijk voordeel. ‘Als je opnieuw gaat formeren, zijn partijen veel meer gedwongen om naar elkaar te luisteren.’ Politieke partijen kunnen zich dan niet verschuilen achter een nieuwe verkiezingscampagne, maar moeten opnieuw zoeken naar een werkbare meerderheid binnen de uitslag die de kiezer al heeft gegeven.

Dat sluit aan bij een eerdere column van Bijl over tussentijdse verkiezingen. Daarin betoogde hij dat volksvertegenwoordigers niet worden gekozen om bij de eerste grote politieke crisis terug te gaan naar de kiezer, maar juist om verschillen van inzicht te overbruggen. De opdracht van een parlement is niet alleen besluiten nemen wanneer iedereen het eens is, maar juist om ook bij conflicten bestuurlijke oplossingen te vinden.