Opnieuw krijgt het ministerie van Binnenlandse Zaken een nieuwe minister – en opnieuw lijkt het kabinet de bestuurlijke zorgen van gemeenten te negeren, schrijft John Bijl vandaag in NRC.
Om het vertrek van Wopke Hoekstra op te vangen verhuist minister Hanke Bruins-Slot van Binnenlandse Zaken (BZK) naar het departement van Buitenlandse Zaken. De toch al te drukke minster Hugo de Jonge neemt naast zijn eigen Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening haar portefeuille over. Hij krijgt open overheid, de verkiezingen én de zorg voor gemeenten erbij.
Logischer was wellicht om de staatssecretaris op dat departement te vragen ‘door te schuiven’. Maar vermoedelijk wilde het CDA-smaldeel er niet aan om deze ministerspost aan D66’er Alexandra van Huffelen over te laten. En dus mag De Jonge BZK ‘erbij’ gaan doen. Maar de portefeuille van De Jonge bevat woningbouw en de Omgevingswet. Beide zijn grote en complexe dossiers waar veel politieke en bestuurlijke aandacht voor nodig is.
De minister is al druk, terwijl er op BZK genoeg moet gebeuren, vooral voor gemeenten. Door alle decentralisaties en rijksbezuinigingen loopt het gemeenten bestuurlijk en financieel over de schoenen.
Gemeenten hebben de komende jaren miljarden tekort. Nu al is helder dat gemeenten in 2026 gezamenlijk drie miljard tekort komen. Vanwege een herschikking van het Gemeentefonds waar het kabinet maar niet over besluit. Op jeugdzorg oordeelde een rechter in arbitrage dat gemeenten jaarlijks ruim anderhalf miljard tekort komen. Gemeenten durven nu al haast geen meerjaarlijkse plannen te maken.
Ziet het kabinet die zorgen? Met weer een wissel komt het niet zo over. In elk van de kabinetten-Rutte werd de minister van BZK al tussentijds vervangen. De Jonge is maar liefst de zevende minister in tien jaar tijd. Hoewel BZK vanwege de coördinerende en faciliterende rol voor lokale overheden weleens het ‘moederdepartement’ wordt genoemd, druipt de moederliefde er niet vanaf.
Dit artikel verscheen eerst in NRC.